Jean Droit

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Jean Droit
Jean droit scout.jpg
Loup Bavard (spraakzame wolf)
Icon boy scout.svg
Les Eclaireurs de France 1911-1940.svg Eclaireurs de France
ENF angon.svg Eclaireurs Neutres de France
Boyscouts de Belgique.png Boy-Scouts de Belgique
Belofte-kenteken JRK.jpg Kadetten van het Rode Kruis
Geboorteplaats
Laneuveville-devant-Nancy
(Meurthe-et-Moselle)
Frankrijk
Geboortedatum
28 augustus 1884
Overlijdensplaats
Vincennes
(Val-de-Marne)
Frankrijk
Overlijdensdatum
7 december 1961
Handtekening Jean Droit.png

Jean Droit[1][2] is geboren op 28 augustus 1884 in Laneuveville-devant-Nancy in het departement Meurthe-et-Moselle (Lotharingen). Hij overleed op 77 jarige leeftijd in Vincennes in het departement Val-de-Marne op 7 december 1961. Hij was scout, schilder, schrijver en illustrator. Hij was een tijdgenoot van Robert Baden-Powell en stond mee aan de wieg van het scoutisme in Frankrijk en België. Zijn totem was “Loup Bavard” (spraakzame wolf)[3].

Biografie[bewerken]

Jean Droit en Suzanne Plisson

Familie[bewerken]

Jean Droit groeide op in een gegoede burgerij en kwam zich met zijn familie op 8 jarige leeftijd vestigen in België, provincie Henegouwen in Courcelle-Motte, waar zijn vader de leiding had over de glasfabriek van Saint-Gobain. Na de eerste wereldoorlog huwde hij met Suzanne Plisson (1891-1964) en vestigde zich in Frankrijk. Hij was vader van schrijver, journalist en lid van de “Academie Française”, Michel Droit (1923-2000)[4], en grootvader van de fotograaf Eric Droit (1954-2007).

Studies[bewerken]

Zijn kindertijd en lagere schoolperiode speelde zich af in de gemeenteschool van Courcelles-Motte samen met de kinderen van de fabrieksarbeiders, daardoor sprak hij aanvankelijk Waals in plaats van Frans. België was zijn tweede vaderland. Tijdens de eerste wereldoorlog werd hij bevriend met legerarts en schrijver Georges Duhamel (1884-1966). In een brief aan het Jeugd Rode Kruis schreef Georges Duhamel over Jean droit “Hij heeft van zijn leven liever een kunst gemaakt dan een loopbaan”.

Aquarel, H35 x B33

Kunstenaar[bewerken]

Hij was een geboren kunstenaar met veel belangstelling voor de aquareltechniek. Rond 1911 hield hij zijn eerste aquareltentoonstelling in de Koningsgalerij te Brussel. Hij kreeg bekendheid en waardering met zijn affiches: o.a. voor staatsleningen, propaganda, portretten, tekeningen en illustraties in allerlei tijdschriften en boeken. Vóór de eerste wereldoorlog heeft hij, op vraag van het belgisch leger en volgens de richtlijnen van Generaal Baron Wahis de verschillende legeruniformen getekend. Na de oorlog nam hij zijn artistieke weer op. Bij zijn terugkeer in Frankrijk ging hij als tekenaar werken voor de gekende porseleinfabriek Manufacture de Sèvres. Via zijn gevarieerd werk groeide zijn aanzien in Parijse kunstkringen.[5] In Frankrijk en België namen de tentoonstellingen alsmaar uitbreiding. Hij ontwierp decoratieve muurschilderingen, alsook tekeningen voor de uitgeverij Piazza. Zijn werken hebben een aparte stijl, zijn zeer herkenbaar en soms licht romantisch. In zijn vroegste werken is de tijdsgeest van de Belle Epoque duidelijk aanwezig.

Scout[bewerken]

Enkele van zijn functies
Ilustrator voor "Journal des Eclaireur"
Secretaris bij het directiecomité van de "Eclaireurs de France"
Directeur van de "Eclaireur Neutres de France"
Lid van het uitvoerende comité van de "Boy-Scouts de Belgique", 1924
Algemeen commissaris bij de "Routiers", 1930
Commisaris voor de vorming van Jeugdleiders
Algemeen commissaris voor de Nationale dienst der Kadetten van het Rode Kruis

Gewonnen voor de idealen van het scoutisme lag hij mee aan de basis van de Belgische scoutsbeweging en was medeoprichter van de pluralistische scoutbeweging[6][7]. In 1910 kreeg hij de leiding over de 4° scoutsgroep te Brussel. Later volgde zijn benoeming tot technisch commisaris kaderopleidingen. Hij wist als geen ander het scoutsleven te verwoorden en uit te beelden in verschillende tijdschriften en boeken die hij schreef. Met grote verbeeldingskracht zette hij de scouts aan tot een inventief kampleven. Het maken van allerlei kunstige– en nuttige kampeerattributen, het leven in de natuur, eerbied voor dieren, kennis van bloemen en planten, alles kwam aan bod. Hoe je een kampvuur aanmaakt met vuur door wrijving[8], was bijvoorbeeld ook een van de technische vaardigheden die hij probeerde door te geven. Tijdens de tweede wereldoorlog waren de echte scoutsaktiviteiten verboden, ook het uniform was verboden. Zijn vriend Louis C. Picalausa (1898-1969)[9] en de scoutverenigingen bekwamen van de bezetter een oplossing om de aktiviteiten verder te zetten onder de vorm van sociale werking, uitdelen van kleding en voeding. Na de oorlog hernamen de gewone scouts-activiteiten. Door zijn vriendschap met L.C.Picalausa raakte Jean Droit na de oorlogsperiode meer en meer betrokken bij het Jeugd Rode Kruis (buiten de speciale opleidingen eerste hulp bij ongevallen was het J.R.K. identiek aan de scouts werking).[10] Jean Droit was van bij het begin aktief betrokken met opleidingen en organisatie.

De Soldaat[bewerken]

Aquarel

Bij het begin van de eerste wereldoorlog werden Jean Droit en zijn broer Raoul gemobiliseerd in het Franse leger. Jean Droit vervoegde het 226e infanterie regiment te Nancy als korporaal. Hij onderscheidde zich op schitterende wijze, in het bijzonder bij Verdun.Tijdens de oorlog maakte hij tekeningen en schetsen over de ellende van de oorlog en het leven in de loopgraven en stuurde deze op naar het tijdschrift “L'Illustration”.Hij werd bevorderd tot luitenant en ontving het Oorlogskruis met palmen zowel in België als in Frankrijk. Tevens ontving hij de onderscheiding “Chevalier de la Légion d’Honneur”.Op 26 augustus 1939 werd hij opnieuw als reserve kapitein onder de wapens geroepen in Morschwiller-le-Bas nabij Mulhouse. Dit was het begin van de tweede wereldoorlog. Hij was topografisch officier in het hoofdkwartier van Generaal de Lattre de Tassigny. Voor een tweede keer zal hij het “Oorlogskruis” ontvangen en de titel “Officier de la Légion d’Honneur”.

De Kadetten van het Rode Kruis[bewerken]

Voor het Rode Kruis maakte hij verschillende tekeningen waarvan deze twee bekende, allebei gebruikt voor schoolschriftjes: de Rode Kruisridder die de zwakkere medemensen beschermt en de Rode Kruisverpleegster die de oorlogslachtoffers met haar mantel beschermt. Het is in 1947 dat de familie Boël Chevlipont, een prachtig domein met watermolen (1312)[11],vlakbij Villers-la-Ville, ter beschikking stelde aan de kadetten. Vanaf nu was dit een vaste kampplaats waar jaarlijks Nederlands-en Franstalige jongens en meisjes in augustus samen kwamen om technieken en wetenswaardigheden te leren en door te geven. In een brief uit 1956 maakt hij een opsomming van de verschillende technieken: parelwerk, hangmatten, kampeergerei, houtbewerking, raffia, knopen, afdrukken van dierensporen, pictografie, zang, volksdans, leven in de natuur en vuur door wrijving. Na de wereldoorlog, als de rust is teruggekeerd, blijft Jean Droit zich inzetten voor het scoutsleven en de jongeren in het algemeen. In 1953 vond er een internationale E.H.B.O. bijeenkomst plaats van de Rode Kruis Kadetten in het Koninklijk Atheneum te Keerbergen. Onder leiding van Jean Droit maakten de deelnemers allerlei speelgoed voor arme kinderen.

In 1961,op een rustige plaats in het bos, verzamelde hij diegenen die zijn technieken kenden en verder wilden doorgeven en gaf hun een kenteken in de vorm van een lindeblad, een symbool om in zijn geest verder te gaan. Het respect voor de natuur, dieren en planten was hem zeer dierbaar.
Belofte
De technieken en verhalen van Jean Droit leven verder in zijn boeken, tekeningen, verhalen en herinneringen. Het doel van Jean Droit was, ontwikkel je talenten en geef ze verder door.

Door de splitsing van de Kadetten van het Rode Kruis in 1972 in een vlaams- en franstalig beleid (opgelegd door de Vlaamse Gemeenschap om erkend te worden) kwam er een einde aan de Kadetten. Het was het einde van het uniform, het einde van de typische scoutsaktiviteiten, de jeugdbeweging is nu een Jeugddienst.

Jean Droit als indiaan

Belangstelling voor indianen cultuur[bewerken]

Van in zijn jeugd vertoonde Jean Droit veel belangstelling voor het leven in de vrije natuur, de pioniers, de roodhuiden van Amerika. Hij stichtte met een andere scout Paul Coze (1903-1974), Guy Arnoux, Joe Hamman en anderen in 1929 een studiecentrum voor indianen “Wakanda”. Jean Droit wijdde veel artikelen aan het leven en de cultuur van de indianen. Hij maakte verschillende gebruiksvoorwerpen van de indianen, zoals kledij met hoofdtooi in arendsveren, een tam-tam,een vredespijp, een boog e.a., alles goed beschreven in zijn boeken.

De persoon Jean Droit[bewerken]

Zangboekje, gebruikt tijdens een opleidingskamp te Chevlipont

Hij was een diepgelovig katholiek , een echte scout en overtuigd patriot. Hij vond het belangrijk deel te nemen aan bijeenkomsten van oud-strijders. In 1940 voelde hij en vele anderen zich verraden door Maarschalk Pétain en luisterde met grote belangstelling naar de toespraken van Generaal de Gaulle. Hij heeft een uitzonderlijk werk achtergelaten aan oorlogstaferelen, humoristische tekeningen, affiches voor het leger en het Rode Kruis, illustraties in boeken, tijdschriften en gelegenheidswerk. Jean Droit hield van accordeon, zong graag en kende ontelbare liedjes. Hij schreef de muziek en tekst voor het liedje : Robin der Bossen (L’Appel des Bois) In 1961 was hij voor de laatste keer aanwezig op een opleidingskamp te Chevlipont. Tot op zijn laatste kamp droeg hij met fierheid zijn scoutsuniform. Handenarbeid en technieken doorgeven onder ateliervorm of via duidelijke tekeningen in zijn boeken was een passie. Op 13 september 1961 ontving hij het Ridderkruis van de Orde van Leopold uit handen van de Heer Vanden Borre, Secretaris-Generaal van het ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur met de woorden "Er zijn namen, die door hun symbolische waarde en door de persoonlijkheid van hen die ze dragen, als een vlag in de wind wapperen. Jean Droit, gij zijt een van degenen die men beschouwt als deel uitmakende van het erfdeel der Jeugd" Waarop Jean droit diep onder de indruk, heeft geantwoord "Deze onderscheiding verleent mij als het ware een geestelijke naturalisatie, zij bevestigt de naturalisatie die ik spontaan gekregen heb op 8 jarige leeftijd". Hij is overleden in de nacht van 6 op 7 december 1961 en begraven in de gemeente l’Isle-Adam, waar hij woonde.

Jean Droit zal altijd een vriend en een meester blijven voor diegenen die het geluk hadden hem te kennen.

Bibliografie[bewerken]

Werken geschreven voor de jeugd[bewerken]
  • Du commandement et de son exécution par le scout, la patrouille, le peloton, la troupe et le groupe, Boy-scouts de Belgique, Bruxelles, 1920
  • Lointains, récits / préf. de J.-J. Bousquet, Paris : Vigot frères, 1925 Paris : Vigot frères, 1945
  • Le loup bavarde, (recueil de ses écrits indianistes), dessins de l’auteur, Alexis Rédier, Paris, 1928
  • Au grand vent, Courbevoie : Ed.La Flamme, 1935
  • Forêts légendaires, Courbevoie : Ed. La Flamme, 1935, Paris : Susse, 1943
  • Le lasso, avec 120 dessins originaux de l’auteur : Paris : Susse, 1944
  • Etoile solitaire, guerrier Dakota, Tournai, ed.Casterman, 1944
  • Les petits animaux des prés et des bois, couverture de Chas Boré, ill. de l’auteur, Paris, ed. J. Susse, 1945
  • La forêt de chez-nous, Tournai, ed.Casterman, 1945, 2 vol (Sève-Sang). (95 + 95 p.) : ill.
  • Au grand vent, Paris, ed. J. Susse, 1947
  • Guetteur-traqueur, ami des oiseaux, Paris , Éditions Arma, 1947
  • Vert-bois, Travaux manuels en forêt, ill. de plus de 200 croquis, figures et dessins de l’auteur, préface de Albert Boekholt, Paris, ed. Les Presses de l’Île-de-France. Collection "Vie Active"
  • Témoin d’outre-guerre, Éditions du Rocher, 1991. ISBN : 226801109-7
Boek illustraties[bewerken]
  • Les contes, auteur , Jacob Grimm et Wilhelm Grimm - Père Castor Flammarion, 1996
  • Lettres de Mon moulin, auteur: Alphonse Daudet - illustraties: Jean Droit, Devambez, 1927
  • Paul et Virginie, auteur: Jacques Henri Bernardin de Saint-Pierre - illustraties: Jean Droit, La lampe d'Argile, 1924
  • La Grippe du Roi de Thulé, auteur: Georges-Armand Masson - illustraties: Jean droit.
  • Mémoires de deux jeunes marines, auteur Honoré Balzac - illustraties: Jean Droit, preses de la Cité, Parijs 1946

Bronnen en referenties[bewerken]

  • Richtlijnen, informatief tijdschrift en documentatie voor leiding bij de Nationale Dienst der Kadetten van het Rode Kruis van België: speciaal nummer (10 februari 1962) ter nagedachtenis van Jean Droit, commissaris bij de Kadetten van het Rode Kruis, door Louis C. Picalausa.
  • Jeugd Dienen (februari 1962, nr.72). Tweemaandelijks tijdschrift van het Belgische Jeugd Rode Kruis (Vleurgatse steenweg 98, Brussel) Artikel: Jean Droit, groot kunstenaar, vriend van de belgische jeugd, is niet meer, blz. 11, door Louis C. Picalausa.