Knopen

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Knopen
Knot square simple.svg

Knopen (Engels: bends of knots) of steken (Engels: hitches) worden gebruikt om touw aan elkaar te knopen of ergens aan te bevestigen en zijn een onderdeel van het schiemanswerk. Voor vergelijking met de Engelse Scouting-literatuur zijn waar mogelijk ook de Engelse namen vermeld. Door een knoop te leren kunnen we hem niet allen maken maar ook ontknopen.

Zie ook de lijst van knopen met hun Engelse naam

Knopen aanleren[bewerken]

Om het leren van nieuwe knopen leuk te maken, kun je bijvoorbeeld het volgende doen:

  • Het maken van een mooi knopenbord. Maak met de kinderen een echt mooi bord wat kinderen thuis boven hun bed kunnen hangen, bijvoorbeeld van hout waar met een soldeerbout de namen van de knopen zijn ingekrast, .
  • Dropveterknopen: Iedereen krijgt een dropveter. De spelleider geeft aan welke knopen gelegd moeten worden. Wie het goed doet mag de dropveter opeten.
  • Ga knopen met slierten gekookte spaghetti. Wellicht kun je na afloop ook nog spaghetti gaan eten met de kinderen. Ze mogen natuurlijk niet knoeien met het eten, behalve als ze de zojuist geleerde knopen gaan oefenen...
  • Knopenkim: Laat eerst een aantal knopen zien. Daarna dek je het weer af en laat je de scouts opschrijven welke ze hebben gezien en welke dus onthouden. Daarna blinddoek je de scouts. Geef elke scout een lijn waarin een knoop is gelegd. Laat ze daarna de lijnen weer inleveren en opschrijven welke knoop ze gevoeld hebben.
  • Ga mini-pionieren (zorg wel voor een spectaculair voorbeeld)
  • Levend knopen: Ga in een lijn staan met de handen vast. Met z'n allen ga je dan bijv. een achtknoop maken.
  • Touwtrekken met autoband: In het midden van het veld ligt een autoband. Maak een aantal groepen en zet ze op gelijke afstand van elkaar en van de autoband. De spelleider gaat bij de band staan en noemt een knoop. Eén van de kinderen uit de groep rent richting autoband en knoopt zijn/haar touw vast aan de band. Zodra de knoop is goedgekeurd mag er getrokken worden. De sterkste wint.
  • Doe na afloop van een korte stoomcursus knopen leggen een spel waarin je de knopen laat terugkomen, bijvoorbeeld Annemaria knoopje.

Leer in elk geval geen knopen aan "om het knopen" - althans niet met de jongere leeftijdsgroepen, maar probeer die kennis daarna altijd nuttig toe te passen. Bij enkele knopen op deze site vind je een suggestie om deze specifieke knoop op een leuke manier aan te leren.

Benamingen[bewerken]

  • Lijn, touw, koord, draad, garen, band, ketting, etc.: het materiaal waarin een knoop gelegd gaat worden.
  • Eind, end, tamp: een uiteinde van het touw.
  • Vast~, staand~ deel of eind, lengte van het touw: dat deel van het touw waarover men niet kan beschikken voor het maken van een knoop.
  • Los~, vrij~ of lopend~ deel of eind: dat deel waarvan men het uiteinde beschikbaar heeft.
  • Rondtorn (round turn), lus, slag: een rondje gemaakt door een touw weer langs zichzelf te leggen vaak ergens omheen. Een lus wordt ook gebruikt voor een vouw in de lijn, een heen en een weergaand deel waarbij de lijn parallel langs zichzelf ligt.
  • Kink of valse slag: een knik in het touw veroorzaakt door een strakgetrokken lus.
  • Bundel, bussel, bos, etc.: meerdere lussen even groot en met dezelfde slag.
  • Slag van het touw: iedere lijn heeft een neutrale houding, dat wil zeggen dat het vrij liggend geen lussen zal vormen. Bij het opschieten zal men slagen in het touw geven, waardoor het in een regelmatige bundel komt.
  • Streng of kardeel: de bundels vezel waaruit een geslagen touw is opgebouwd.
  • Tier: de ruimte tussen de strengen.

Opschieten[bewerken]

Een touw opschieten is de allerbelangrijkste knoop. Deze wordt gebruikt om het touw op te slaan en bij gebruik snel weer beschikbaar te hebben.

Achtergrond[bewerken]

De basis van de diverse knopen is dat ze goed vast moeten zitten maar tegelijk snel, makkelijk en zonder gevaar weer zijn los te halen.

Vastgetrokken knoop[bewerken]

Voor de meeste knopen geldt dat, zolang alleen het lange vaste eind belast wordt, de knoop er weer redelijk makkelijk uit te krijgen is. Echter bij sommige knopen kan een tweezijdige belating resulteren in het echt vast komen te zitten van de knoop. Dan is men aangewezen op hulpmiddelen. Zo is er de houten hamer waarmee men de knoop op een harde ondergrond middels lichtjes kloppen kan masseren. Vaak komt een lus dan wat losser te zitten. Meer kwetsend voor de lijn is een priem die tussen de lus en het eind gestoken kan worden om zo het eind los te lepelen. Dit kost vaak vezels, deze breken door de puntbelating en de sterkte van de lijn is ernstig aangetast. De laatste optie is een mes, zaag of bijl, het mag duidelijk zijn dat de lijn hierna niet meer de oude is.

Knopen of Steken?[bewerken]

Het is onduidelijk wat het verschil is tussen steken en knopen. De meeste boeken hebben hun eigen indeling. Je mag een knoop een steek noemen en andersom. De namen proberen we wel goed te gebruiken.

Onderscheid wordt gemaakt in:

  • Of het eind of midden van een lijn gebruikt wordt
  • Of er één lijn gebruikt wordt of meerdere
  • Of de lijn aan een niet lijn gezet wordt
  • Het materiaal van de lijn

Denk er hierbij aan dat lijn voor iets staat dat flexibel genoeg is om er enige vorm van verstrengeling mee uit te voeren.

Verkeerde knopen[bewerken]

Verkeerd gelegde knopen werden aan boord van een schip een boer of oud wijf genoemd. Ook scoutinggroepen kennen deze term nog wel. Een onontwarbare knoop wordt een gordiaanse knoop genoemd.

Andere sites[bewerken]