Lischgroep

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Lischgroep
Logo Lischgroep.jpg
Logo Scouting Nederland.svg Scouting Nederland
Regio Rond de Rotte
Admiraliteit van de Maze
nr.
2031 (oud: 210127, nog ouder: 1)
Lampe a huile.jpg Openbaar
Rotterdam
(Zuid-Holland)
Nederland
Icon girl guide.svgIcon boy scout.svg Meisjes en jongens
Leden
50
Opgericht
5 januari 1911
Opgeheven
9 december 2014
Website
Bezig met het laden van de kaart...
51° 57' 19", 4° 28' 54"
51.955327777778, 4.4816611111111

RD:92 754-441 153
31U 601815m E 5757106m N

De Lischgroep was een gemengde scoutinggroep in Rotterdam Schiebroek aan de Bergse Achterplas.

Speltakken[bewerken]

De groep had de volgende speltakken:

Geschiedenis[bewerken]

BPBaden-Powell op een sokkel in het Park

Het allereerste begin[bewerken]

In de kerstvakantie van 1910/1911 kwamen een stel jongens bij elkaar in het park bij de Euromast. Zij hadden geruchten gehoord over een nieuwe jeugdbeweging in Engeland. Ene generaal Robert Baden-Powell had een boekje geschreven waarin verschillende technieken beschreven stonden die de verkenners in het leger vaak gebruikten. Zoals knopen, sporen zoeken, kompas lezen, seinen en vele andere dingen. De jongens vonden dit erg interessant en gingen die technieken zich eigen maken. Een prieel bij tollens werd gebombardeerd tot vergaderpunt en uitgangspunt. Ze gingen op hun manier oefenen, nu eens kwam de een en dan weer de ander met gegevens, die ijverig werden bekeken en dan zo goed mogelijk in de praktijk gebracht. Ze zochten echter een leider die hun kon begeleiden. Plotseling passeerde een ruiter, die naar hen toe kwam. Er ontspon zich een gesprek en onverwachts bezaten deze jongens een leider. Deze leider was De heer de Hoedt van de Heemraadsingel. Dit was het eerste begin van de padvinderij in Rotterdam. Er werden vier patrouilles gevormd met de patrouilleleiders van der Schaaf, Hackeng, Zijlstra en Voogt. De 1e kwam uit West, de 2e en 3e uit Noord en de 4e uit Oost. Op een of andere manier kwamen ze in contact met de zoon van een amanuensis van het Erasmiaans Gymnasium.

Nu brak voor de jongens een mooie tijd aan. Deze heer Strasters kende de natuur op zijn duimpje, wist met kompas en kaart om te gaan en leerde hen allerlei wetenswaardige dingen. Ze waren enthousiast. Het aantal groeide snel. De troepen werden gevormd; tamboers en hoornblazers kwamen.De eerste troep werd de groendassen. De tweede had rode dassen en zo gingen ze verder. Zondags werd van 9 uur tot 2 a 3 uur geoefend. Dit werden grote oefeningen in behendigheid, slimheid, vindingrijkheid en geoefendheid. Spelenderwijs werd het hun bijgebracht. Zaterdags hadden o.a. op het land van Tussenbroek de patrouilleoefeningen plaats. De patrouillewedstrijden kwamen hieruit te voorschijn. Kampeeroefeningen werden gehouden en toen kwam de grote gebeurtenis in het padvindersleven: "Het eerste Kamp" in Oostvoorne.

Verder[bewerken]

Na verloop van tijd moesten ze de heer Strasters missen, doordat deze een betrekking kreeg bij de rijksplantentuin in Indië. De heer Brus heeft het toen overgenomen. Op een gegeven moment werd de heer Zijlstra vaandrig. Onder zijn leiding lukte het om een clublokaal te bemachtigen en in te richten in een sousterain in de Vrijenbanschestraat. De inrichting was aardig en eenvoudig. De onkosten konden ze bestrijden en de stemming en saamhorigheid groeide. Na een oproep voor de militaire dienst moest de heer Zijlstra zijn functie neerleggen en werd opgevolgd door luitenant Bouwier. (1915 - 1917)

De Koedood[bewerken]

Koedood.jpg

In de jaren hierna zijn er verschillende leiders geweest. En een ieder had weer zijn oplossing voor een onderkomen. De spelen en oefeningen werden in het begin voornamelijk buiten gedaan. Het gebied verschilde nogal Van het land van Tussenbroek waar de eerste spelen begonnen tot en met de Koedood, een gebied wat nu Pernis genoemd wordt. Ook werden terreinen genoemd zoals Rhoon/Poortugaal,Sterrebos Schiedam en Kethel/Spaland. Een anekdote dat in de geschiedenis speelt is dat de troep op een keer wilden gaan pionieren met als doel een brug te slaan over de Koedood. Pioniermateriaal hadden ze genoeg. Maar hoe te vervoeren was de grote hamvraag. Geen nood, ze droegen het materiaal ernaar toe. Zo kon men op zondagochtend groep 1 bewonderen in een lange optocht van de Berkelse laan via tunnel Beukelsdijk naar Schiemond en toen verder naar de Koedood, allemaal netjes twee aan twee met een paal over hun schouder. Het doel was bereikt en aan het eind van de dag stond er netjes een brug over de Koedood. En een goede brug ook vlak voor de Molen. Maar 's middags ontbrak de fut om de palen weer mee terug te nemen. Gelukkig kwam er een op het lumineuze idee om de palen zolang onder de grond te stoppen en het de volgende keer weer te gaan halen. Zo gezegd zo gedaan, alles werd netjes begraven, niet te diep natuurlijk en de juiste plaats werd genoteerd..... Als je nog palen nodig hebt dan, kan je het nu nog gaan halen want het ligt er nu nog??????

De welpenhorde[bewerken]

Echt noemenswaardige feiten zijn er niet te vertellen. Tot in 1923, toen deed de eerste welpenhorde zijn intree in de groep. De Horde werd geleid door Akela Emmie Erwich.

Welpen.jpg

Een eerste onderkomen vonden zij in een sousterrain in de Berkelse Laan. In 1924 kwam er weer een tak erbij. De stam werd toen opgericht onder leiding van vaandrig de Jong. De naam van deze stam is waarschijnlijk de "Grizllie's" geweest. In 1933 ging Groep 1 zich de Lischgroep noemen naar het Lischwater, wat nu een vijvertje tussen de Bergse Laan en de Gordelweg is. In 1937 was de wereldjamboree in Nederland. Deze werd gehouden in het Noord-Hollandse plaatsje Vogelenzang. Op dit evenement was ook de Lischgroep vertegenwoordigd.

Zeesloep.jpg

Van 1926 tot 1938 huisde de groep op een zolder in de voorhaven 77. De Voortrekkersstam werd in deze tijd opgericht. Dit zijn dan de oudere verkenners. Zij gingen zich interesseren voor het waterwerk en schafte een grote zeesloep aan. Dit schip werd al gauw van de hand gedaan en werd er een kleinere zeilsloep gekocht. Helaas bleek de boot toen zij de helling opging in zo'n slechte staat, dat de patiënt voor de operatie overleden is.

De 2e wereldoorlog[bewerken]

In 1940 brak de 2e wereldoorlog uit. In het begin kon de groep nog wel doordraaien, maar in april 1941 werd de padvinderij door de Duitsers verboden. En vele leiders werden gearresteerd.Vele leden konden hun mannetje staan tijdens de oorlog. Er zijn Lischgroepers geweest, die 24 uur en langer hun toevertrouwde posten hebben bezet. Ordonnansdiensten die niet zonder levensgevaar waren, werden uitgevoerd. Tijdens de bombardementen werd er overal de helpende hand toegestoken. Ook werd het clubhuis aan de Mathenesserdijk verzegeld. Maar dit kon niet verhinderen dat nog vele eigendommen van de groep door onder andere de heer Snoek uit het pand werden gehaald. Gered werden onder andere de tenten en het groepsvaandel. In de jaren van de oorlog kwamen leden bij elkaar in de Eudokiawacht, waar zij samen met de leden van groep 2, 5, 6, 7, 9, 16 en 19 de brandwacht vormden. Tijdens de bezetting werd het contact in de groep onderhouden zodat het mogelijk was een behoorlijk aantal jongens op de been te brengen na de capitulatie van de Duitse legers. Ruim voordat dit officieel bekend was trokken de Lischgroepers en andere groepen er opuit om te helpen bij de Voedseldistributie, tolk, gids, verkeerspolitie, straatpolitie, kampwacht bij de Canadezen, enz, enzovoort

Na de oorlog[bewerken]

Na de bevrijdingsroes werd vlug begonnen met de wederopbouw van de groep. De Lischgroep begon in een nieuw troephuis aan de Aelbrechtskolk. Een periode van bloei volgde en in 1946 werd er weer een eerste kamp gehouden in Aalten. Het 35 jarig bestaan werd in 1946 gevierd door het organiseren van een grote wandelmars, die vanaf die tijd een aantal jaren werd gehouden. In ditzelfde jaar gaf de toenmalige hopman de Heer Mooser het roer over aan de heer Snoek, wat hij tot 1955 heeft gehouden. Het 40 jarig bestaan in 1951 werd gevierd met een feestavond.

1956 De omslag naar het waterwerk[bewerken]

Vanaf het ontstaan van de groep was zij altijd een vereniging voor landverkenners geweest. Het oefenterrein lag 's zaterdags op het land van van Nelle, hoge bomen. Dat is ongeveer waar nu de Merwehaven is gegraven. En 's zondags ging de groep naar de hiervoor al beschreven "Koedood." Steeds meer groengebieden werden volgebouwd. En steeds kleiner werden de terreinen om het verkennen uit te oefenen. Wat er nog wel was gebleven was water. Heel veel water. Op 10 oktober 1956 werd de Lischgroep officieel een zeeverkennersgroep onder leiding van schipper Kerkmans.

De vloot bestond in die tijd uit:

  • 1 Surinaamse korjaal
  • 2 kano's in aanbouw
  • 1 Noorse jol.

Groen zonder watermerk staat een watergroep niet. Daarom kwam er op 24 november 1957 een boei op de das.

1958-1965[bewerken]

De Piet Hein op de werf

Het is (nog) niet bekend wat er met die korjaal, kano's en jol is gebeurd. Maar een jaar of wat later bestond de vloot weer uit:

  • twee lelievletten, een Beenhakker en een Ouwens (die laatste zeilde beter),
  • Twee rondspantvletten, de Kolenboot (die eigenlijk Archibald Nero heette) en de Argonaut, waar je nog net niet doorheen kon kijken en die met veel beton op het vlak toch nuttig waren. In de Kolenboot of Argonaut leerde je wrikken, omdat die een heel diep wrikgat hadden.
  • een overnaadse zeilsloep, de Piet Hein, 7,60 x 2 meter en 35 m2 zeil, die door de stam gebruikt werd.

1958 werd een luidruchtig jaartje. De groep vond zichzelf zo muzikaal dat er een eigen band werd opgericht. De band luisterde naar de naam "De Boatswains". In deze tijd had de horde zijn onderkomen in een gymnastiekzaal aan de Korfmakersstraat en de verkenners in de Pupillenstraat. De boten lagen aan een eigen T-steiger aan de Rottemeren, wat 's zaterdags een heel eind fietsen was. Aan de andere kant van de dijk was een stukje land gehuurd van boer Voorthuizen, waar de vletten werden onderhouden.

Schipper Brendel gaf er de leiding en werd later opgevolgd door schipper Ripmeester. In 1961 werd de stam eigenlijk te klein om met de sloep te kunnen blijven varen. De Willem de Zwijgergroep had in die tijd helemaal nog geen boten en de stam van die groep maakte van de gelegenheid gebruik om naar de Lischgroep over te stappen. In 1965 werd de sloep toch verkocht.

Vermeldenswaard zijn nog de twee Seagull motoren van 6 pk en de Scott van 14 pk. Men kan zich voorstellen wat het gebruik van die motor op een vlet betekende.

1966-1979 De jaren van de Baukje[bewerken]

De Baukje in de Biesbosch

In 1966 was de groep weer gedwongen om zijn pand in de Pupillenstraat te verlaten en een nieuw onderkomen te zoeken. Vele acties werden ondernomen om een nieuw groepshuis te vinden, die helaas alle mislukten. In die tijd werd er in binnenvaart stevig gesaneerd en kwamen er kleine binnenschepen op de markt, die niet meer rendabel geëxploiteerd konden worden. Schipper Ritmeester kwam op het idee om zo'n schip aan te schaffen en als wachtschip te gebruiken. Er werd naarstig gezocht en op 24 januari 1966 kon een schip worden gekocht van het type Hasselteraak. 20,66 m lang, 4,64 m breed, met een Lister-Blackstone dieselmotor van 28 pk. Gebouwd in 1904 te Zwartsluis. Het schip droeg de naam Baukje.

De ligplaats van het schip werd het Boerengat in Rotterdam. Daarvandaan vertrok het schip vaak richting de Brabantse Biesbosch. Dan werd - meestal met twee man - de motor aangeslingerd en aan de buren gevraagd mee te werken aan het vertrek. Omdat in die tijd het Boerengat nog vol met schepen in de beroepsvaart lag, was de truuk om een staaldraad van de buurman onder het schip door te halen en op de wal vast te zetten. Als de Baukje daar overheen was gevaren en onder de Boerengatbrug doorvoer, kon de buurman bijhalen door de staaldraad weer aan te trekken.

Er werd ook rustig 's nachts naar de Biesbosch gevaren via de Nieuwe Maas, Noord, Oude Maas, Dordtse Kil en Hollandsch Diep. In het voor- en naseizoen wilde het op de Kil nog wel eens misten. Het is voorgekomen dat de bemanning geen hand meer voor ogen zag, op de tast naar de dijk bij 's Gravendeel scharrelde, ankerde en daar keurig volgens het BAR de bel luidde, als ze weer een schip aan hoorden komen. Die schepen voeren met radar en konden doorvaren. Tegenwoordig wordt er zeker veiliger gevaren. Al doende leert men.

De vletten verhuisden in die periode van de Rottemeren naar de Strekkade aan de Bergse Plas. Als er een kamp met de Baukje werd gehouden, moesten de vletten eerst met buitenboordmotoren (Seagulls, een Seabee en de grote Scott) worden rondgevaren, via de Rotte, Leuvesluis en binnendoor via Leuve- en Scheepmakershaven en Haringvliet naar het Boerengat. Men organiseerde dat na een kamp de sluis een dag later dan formeel toegestaan de vletten nog schutte. Op dat moment stonden de zandwagens al op de Leuvesluis en die werd aansluitend aan die laatste schutting gedempt. Na die tijd moest er door de bootslieden via de Rotte, het Noorderkanaal, Schie, Kleine Parksluis, Parkhaven en Nieuwe Maas gevaren worden, wat uiteraard veel enerverender maar ook gevaarlijker was.

In 1969 kwam er een vrouwelijk element bij de groep. Dit kwam door de samenwerking met de senior meisjes van de Wetro-groep, die wat aan waterwerk wilden gaan doen. Dit werd een hele verandering, maar toch zo gunstig dat de stam, toen de samenwerking met de Wetro-groep beëindigd werd, nog een tijd gemengd bleef.

De groep werd gedwongen om de welpenhorde stop te zetten. Voornamelijk omdat ze geen onderkomen meer hadden voor de welpen.

De Audacia

In 1971 - het jaar van het zestigjarig bestaan - werd een heel bijzonder uitstapje gedaan. Het zomerkamp aan het Decoy Broad bij Woodbastwick en een paar dagen in Great Yarmouth te gast bij de fam Macleod in Burgh Castle aan de Norfolk Broads, aan de oostkust van Engeland. De hele vloot, behalve de Baukje, ging mee op kamp. Die was te hoog, zou niet onder de brug bij Lowestoft door hebben gekund. Dit hield in dat 6 lelievletten, 1 motorvlet en 2 wrik- en speelvletjes op de Nieuwe Maas op een coaster werden geladen en overgevaren. Dit werd mogelijk gemaakt doordat de schipper reder van beroep was en via zijn werk schepen kon regelen, heen op de Provincia, terug op de Audacia. Veertien dagen rondvaren met de voor Engelse scouts onbekende stalen vletten maakten op de deelnemers een onvergetelijke indruk. Uiteraard kwam op het kamp ook Neptunus langs. Aansluitend nog een paar dagen naar Londen, waar in het Gilwell house werd geslapen. Scouting, nietwaar. De troep voer met de normale veerboot naar Hoek van Holland. Menigeen heeft nog steeds een bierpul die ter gelegenheid van dat kamp resp. 60-jarig bestaan van de groep verkocht werd.

Uit die tijd stammen ook de voor de Lischgroepvletten karakteristieke kluisgaatjes, kikkers en bolders op de vletten. Nuttig en nodig bij het slepen op groot water. De Lischgroep gebruikte minimaal duimse sleeplijnen, want elke vlet kon nu eenmaal in een sleep als eerste vlet fungeren en alle kracht komt dan op de sleeplijn van die eerste vlet. Het bleek vaak hard nodig op het grote water, waar de beroepsvaart nu eenmaal flink doorvaart en vaak grote golven trekt. In die periode werden de vletten door de bootslieden ook van boegsprieten voorzien, oude fokken fungeerden als kluiver. Je herkende een Lischgroepvlet altijd, ook al door de stalen masten waarmee toen werd gevaren. Houten masten waren veel duurder. Die stalen masten kon je zelf maken, er was met het verbouwen van de Baukje veel expertise opgedaan met het lassen. De houten luiken waren vervangen door een stalen dek met vluchtluiken.

De insteekhaventjes van het Buizengat

In 1972 werd de horde opnieuw opgericht met als akela Tineke Hoek. Als onderkomen konden ze terecht in een gymnastiekzaal. Wederom begon weer een periode van verschillende gymzalen tot ze in 1974 een eigen onderkomen konden krijgen. Er werd toestemming gegeven een bouwkeet te gebruiken in Oud Verlaat. Helaas was de feeststemming van korte duur. De toestemming bleek niet zo officieel en in 1975 was het weer terug naar de gymnastiekzaalperiode. Ook voor de verkenners was het niet zo'n goed jaar. Het Landje aan de Strekkade waar de groep al 10 jaar te gast waren kreeg een andere bestemming. De groep was gedwongen een ander onderkomen te zoeken. Een paar jaar van omzwervingen volgden met als terugvalmogelijkheid "De Baukje".

Vergeleken met de tegenwoordige wachtschepen was alles nog vrij primitief. De wc was bijvoorbeeld een chemisch toilet, niet meer dan een emmer met een WC bril erop. Die emmer moest dagelijks geleegd worden. De wc was aan stuurboord naast het kabelgat tegen het vooronder onder de trap, dus benedendeks. Als er corvee was dan was een van de vele taken het toilet legen. Dat moest langs het verticale trapje naar boven worden gesleept. Meestal ging dat goed, maar het is ook een keer verkeerd gegaan. Het is gebeurd dat de ton naar beneden stortte en de inhoud zich netjes verdeelde over de persoon die onder aan de trap stond. Volgens een betrokkene gooide die met de hand de ton weer vol ........

De regulateur werd flink opengetrokken om de Stella Maris te kunnen oplopen.

Met het wachtschip ging de groep op kamp en bevoer de wateren van Nederland. Het is voorgekomen dat de Baukje ook weer eens onderweg was naar Friesland voor een zomerkamp. Helaas werd er lekgevaren op een zandplaat bij Urk. Er kwam een gat onder de waterlijn, waardoor nogal wat water binnen kwam. Hierop sprong een der leden van de stam met duikuitrusting overboord om te kijken waar het gat zat. Het bleek dat het gat tussen twee platen lag. Het moest wel gedicht worden. Zoals een goede scout betaamt werd er naar een oplossing gezocht en het liefst een originele. Het idee deed zich voor om het gat te dichten met frituurvet. Frituurvet is vloeibaar maar stolt als het koud wordt en het is goed waterdicht. Aldus geschiedde en het lukte nog ook. Het schip werd naar Lemmer gevaren en via via werd er geregeld dat de kop van het schip volgegooid kon worden met Superbeton om het gat te dichten. Hiernaast zie je de Baukje bij Willemsdorp op de Dordtse Kil.

In 1978 kwam er een eind aan de omzwervingen. De mogelijkheid deed zich voor om een oud clubhuis met terrein van de Benedictus groep over te nemen. De groep vond een nieuw onderkomen in de Ringwaard. Hierdoor ontstond er wat rust bij de verkenners. De groep groeide en had zijn topjaren in deze tijd wat de groei van de leden betrof. Er werd een meidenbak geformeerd. Het gevolg was dat "De Baukje" te klein werd. Daarom werd er weer gezocht naar een ander wachtschip. Bovendien werd de staat van het schip steeds slechter. De gangboorden werden slecht. De motor was verouderd, je moest hem nog steeds met twee man aanslingeren. Men wilde ook met de tijd meegaan. Alom het werd tijd voor een nieuw schip. In 1979 werd de Baukje te koop gezet en verkocht voor f18000,=

Andere schepen in die tijd[bewerken]

  • Maatje en Binkie. Twee kleine stalen wrik- en speelvletjes, waar menigeen dierbare herinneringen aan heeft.
  • de Wammes Waggel. Een verder open klein motorbootje met een voorkajuitje erop. Er stond een motor in die minstens twee keer zo sterk was als die van de Baukje. De Wammes moest elektrisch gestart worden en tegelijkertijd diende ether in de luchtinlaat te worden gespoten. Dit scheepje was bij de groep een kort leven beschoren. Het is in 1973 aan z'n eindje gekomen door de klassieke fout het scheepje met hoog water af te meren bij de werf en er toen het water viel niet bij te zijn...
  • de Janny. Deze stalen zeilschouw van 7,50 meter met 40 m2 zeil werd voor de groep ontworpen door B. van Wijk en gebouwd door de Bedrijfsschool van de N.V. Scheepswerf voorheen De Groot & Van Vliet, in Slikkerveer. De werf zat op het hoekje van de Nieuwe Maas en de Noord. Gedoopt door mevrouw Janny Ripmeester-Lautenbach en tewater gelaten op
    30 oktober1971. De stam en later de wilde vaart maakten er gebruik van. De schouw werd verkocht in 1977.
  • een spiegelsloep, die mocht worden opgehaald uit Slikkerveer.
    Parachutespringers opvissen
  • een reddingssloep van de Fiducia 2. Dat was een coaster die op de Zuiderpier van de Nieuwe Waterweg was gelopen en onder de Wrakkenwet was geplaatst. De sloep werd onder eigen tuig van de Berghaven in Hoek van Holland naar de Strekkade aan de Bergse Plas gezeild. Ze werd onder andere nuttig gebruikt bij het uit het water ophalen van parachutespringers. Een aantal jaren werd namelijk met het Pinksterkamp boven het Noordergat van de Visschen in de Biesbosch gesprongen door "The Flying Dutchmen" van vliegveld Zestienhoven. Als target fungeerde een skippybal of rubber bootje, die dan tussen de Baukje en de Stella Maris waren gelegd.

1980-2014 De jaren van De Tijd Zal 't Leren[bewerken]

In 1980, 14 juli om precies te zijn, werd voor ƒ 40.000 een nieuw wachtschip aangekocht om de uitbreiding van de groep op te vangen en de Baukje te vervangen. De Tijd Zal 't Leren kwam in het leven van de Lischgroep. Een open zandschip van 37,8 meter lang en 5,43 meter breed. Met een motor van 174 PK. Ook hiermee ging de groep op kamp. Het eerste kamp was het nationaal waterkamp op de Kaag. Het voordeel van dit schip was dat je de vletten aan dek kon hijsen. Hoewel aan dek, het eerste jaar zat er nog geen dek op. Dat kwam pas later. De vletten werden dan in het ruim gezet. In ieder geval je hoefde niet meer met de vletten achter het schip te slepen.

Nog in originele staat

Bij een van de bruggen werd "De tijd" te hoog bevonden en kon er niet onder. Maar ook hier kwam de roemruchte scoutingoplossing naar boven. Een heel origineel idee kwam er weer aan. Het ruim werd met water volgegooid tot een meter hoog,waardoor het schip meer ballast kreeg en dieper kwam te liggen. De vletten die in het ruim lagen kwam op een gegeven moment te drijven. Heb je het ooit zo zout gegeten. Met alle moeite werden de vletten aan boord gehesen om niet te hoeven slepen. En dan gaan ze er nog een beetje water in het ruim laten om de vletten te laten drijven. Maar het kamp was in ieder geval geslaagd.

Aanvaring.jpg

In 1982 werd de Lischgroep betrokken bij een aanvaring. De zeeverkenstersbak werd overvaren op het Veerse meer door een rijnaak. Persoonlijke ongelukken deden zich niet voor. De vlet waarin vijf meisjes zaten, werd beschadigd maar zonk niet vanwege de luchtkasten.

Ook "De Tijd" was aan onderhoud en uitbreidingen onderhevig. In 1983 werd er een nieuwe kraan aan boord gezet. De oude kraan werd te licht bevonden en men wou een zwaardere kraan. Met een vrachtauto is de nieuwe kraan vanuit Zwolle naar de Wijnhaven vervoerd. Met behulp van de oude kraan werd de nieuwe kraan aan boord gezet en geïnstalleerd en met de nieuwe kraan werd de oude kraan afgebroken en van boord gehesen. Een kwestie van efficiënte logistiek, nietwaar?

De vloot rond 2007/2008[bewerken]

Tijd.jpg

Eindelijk bij elkaar[bewerken]

Met de Benedictusgroep, waarvan de groep de Ringwaard huurden, ging het niet goed en werd op den duur opgeheven. Toen werd het vrijspel voor de groep en werd er een tweede clubhuis gebouwd voor de horde. Op 19 mei 1984 kwam de horde vanuit Ommoord over naar hun nieuwe onderkomen."de Raadsrots"

In 1985 kwam er een nieuw onderdeel erbij. Scouting Nederland had een nieuwe speltak opgericht voor de leeftijd van 5 tot 7 jaar. De bevers. Ook zij hadden de weg gevonden naar het landje. Aangezien de Lischgroep zijn vaste stek heeft gevonden is er verder weinig te vertellen over de dwalingen van de groep.

Deze periode is er veel aandacht geweest voor de verbouwingen en uitbreidingen hetzij voor het landje, hetzij voor de Tijd. Zo valt te vermelden dat de vletten eerst met een wagentje op rails uit het water werden gehaald. Later zijn de rails wegens slijtage en doorroesten verwijderd en is er een soortement van een kraan op het landje gekomen.

1986, Groot feest, de Groep vierde zijn 75 jarig bestaan. Dit heugelijk feit werd gevierd met een reis naar Duitsland, Brexbachtal. Op de bevers na zijn alle speltakken meegegaan.

1995, De wereldjamboree is na 58 jaar weer terug in Nederland. Het jaar ervoor was een oefenkamp in Dronten met een Europese jamboree. Hier deed de Lischgroep niet aan mee. Met de wereldjamboree deed de Lischgroep wel mee in zoverre dat M.S. "De Tijd zal 't Leren" met de bemanning werd ingezet om gasten een rondvaart te geven van Lelystad naar Enkhuizen.

Brandschade.jpg

1998 De grote brand[bewerken]

1998, de groep beleefde een drama. Na een terugkomst van het herfstkamp bereikte de groep een woensdagmorgen omstreeks 06.00 uur een bericht. Het groepshuis staat in de brand. De Raadsrots werd tot de grond toe afgebrand. De Ringwaard had grote brandschade en diverse aanhangwagens waren ook afgebrand. Daar kwam nog bij dat uit de container een buitenboordmotor werd ontvreemd. Het werd daarna twee jaar hard werken door de groep.

1999 tot 2014[bewerken]

Eerst werd de Ringwaard gesloopt. Het terrein werd schoongemaakt en vervolgens een meter opgehoogd om vervolgens plaats te maken voor een nieuw clubhuis. Ook hier staat een scout niets in de weg. De Lischgroep kreeg geen toestemming om de units door het park te vervoeren of ze moesten zoveel rijplaten huren door het hele park heen. Dit bleek veel te duur. De Lischgroep is niet voor niets een waterwerkgroep geworden. Dus werden de nieuwe units over het water naar het Landje vervoerd. De units werden met een vrachtwagen naar de Straatweg gebracht . Hier werden ze op een ponton geladen en naar het Landje vervoerd. Geen twee clubhuizen maar een groot gebouw. Het gebouw bestond uit 10 aan elkaar geschakelde kantoorunits. Hierin werden lokalen gemaakt voor alle speltakken. Welpen, Verkenners en Wilde Vaart met een apart lokaal voor de keuken en leidingverblijf. Met man en macht werd gewerkt. Speciale commissies werden in het leven geroepen. Uiteindelijk werd dat wel minder met een vaste kern die daar hard aan werkte. Maar het resultaat kwam. Op 16 juni 2001 werd het nieuwe clubhuis officieel geopend met de naam "De Thuishaven".

In het jaar 2001 is de groep begonnen met de overschakeling van welpen naar dolfijnen.

In 2014 werden de activiteiten beëindigd en het wachtschip te koop gezet.

De groepsdas[bewerken]

Wanneer men in Rotterdam is begonnen met het dragen van een uniform is niet meer te vinden. Wel is bekend waar de kleur vandaan komt. Op het moment dat die groepsdas werd ingevoerd moeten er al meerdere groepen in Rotterdam zijn geweest. Afgesproken is toen om de kleur te nemen, die door de Rotterdamse trams met dat nummer werden gebruikt. Lijn 1 had een groen kenmerk en dat werd ook de kleur van de groepsdas van Groep 1. Bij de overgang van verkennen naar zeeverkennen is op 24 november 1957 een boei op de das gekomen, met daarin het jaartal van oprichting. Zie bovenaan.

De clubbladen[bewerken]

Clubbladen.jpg

De Lischgroep heeft door de jaren vele pogingen gedaan om een clubblad op te starten. Dit was natuurlijk vaak afhankelijk van mensen die er aardigheid in hadden. Door de oorlog en de vele verhuizingen is niet alles bewaard gebleven en al helemaal niet centraal op één punt. Daarom kan hier niet vermeld worden wanneer welk groepsblad heeft bestaan. In het begin werden er weekberichten door een paar jongens afgedrukt. Dit werd eerst voorgeschreven met hectografeerinkt op een papier geschreven en dan afgedrukt op een z.g. hectografeerbak. Dan was het nog vaak moeilijk om voldoende leesbare afdrukken te maken. Na 1925 is de groep "moderner" geworden door de foliovellen te stencillen. Of dit met de hand geschreven of met een typemachine werd gedaan is niet meer te achterhalen. In 1938 werd er voor het eerst melding gemaakt van een maandblad. De naam van dit blad was "Lischnieuws". Later zijn er vele andere namen gekomen zoals "de pupil", "de scheepspraet", "maandblad van de eerste Rotterdamse groep van de vereniging der Nederlandse padvinders", "De Lischgroep", "De Zeeverkenner" De "Lischcourant" en ook nog "De Hordepraet" bij de welpen. Tegenwoordig is het "De Achterplascourant", wat veel moderner klinkt en het blad kan met behulp van de computer gemaakt worden. Net als tegenwoordig hebben de clubbladen maar één gebrek door alle jaren heen gehad: gebrek aan kopij.

De stichting[bewerken]

De stichting werd opgericht met als doel om de geldmiddelen van de groep te beheren. De huidige naam van de stichting is Stichting Lischgroep EAExplorer Afdeling. Dat "Stichting Lischgroep" is wel duidelijk. Maar waar staan die letters EAExplorer Afdeling nu voor ? Die zijn er later aan toegevoegd. In 1978 was de Lischgroep weer eens op zoek naar een terrein, clubhuis of onderkomen. Het toeval wilde dat een der bestuursleden van de groep een wandelingetje maakte in het Berg en Broekpark. Al wandelende kwam hij bij een soort huisje met sporen van Scounting en waar zo te zien verder niets mee gedaan werd. Navraag op het steunpunt leerde dat dit terrein oorspronkelijk van een Scoutinggroep was, de Benedictusgroep. Die groep was opgeheven, maar een paar ouders gebruikten dit verblijf voor zichzelf als buitenhuis. Het bestuur heeft toen contact gezocht met degene, die nog ingeschreven stond als schipper en bevoegd was. Samen hebben ze toen de stichtingstatuten van de Lischgroep gewijzigd en de stichting een andere naam gegeven. De Letters EAExplorer Afdeling werden toegevoegd en staan voor En Andere groepen. De Benedictusgroep en Lischgroep werden toen formeel samengevoegd. Nu dit eenmaal weer juridisch geregeld was, had dit terrein daarmee zijn oorspronkelijke bestemming weer terug en moesten die ouders hun "buitenverblijf" opgeven.

Adres[bewerken]

Thuishaven.jpg

Hoofdlocatie:
Ringdijk 50
3052 KS ROTTERDAM

Locatie wachtschip:
Coolhaven, westzijde

Contact:

E-mail : info@lischgroep.nl

Externe links[bewerken]

Bron[bewerken]