Oogsplits

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

De oogsplits wordt gebruikt om het einde van een touw af te werken met een lus. Ook zeer geschikt om een lijn niet kwijt te kunnen raken. Bij lelievletten en lelieschouwen zijn de voor en achterlijn vaak met en oogsplits aan het sleepoog bevestigd.

Het maken van een oogsplits gaat als volgt:

  • Draai aan het uiteinde van de tamp ongeveer 20 cm de strengen uit elkaar.
  • Maak hier met een ander touwtje een betakeling of mastworp, om verder uitdraaien te voorkomen. Dit eind wordt het "Werkend eind" genoemd.
  • Bepaal nu hoe groot het oog moet worden. En draai hier het "staand eind" wat uit elkaar. Zie figuur 1.


Figuur 1: Het staand eind en het werkend eind.


De voorbereidingen heb je nu gedaan, maar nu komt het echte werk (figuur 2):
Begin altijd met de middelste steng (B)

  • Steek nu (B) over het staande eind tegen de draairichting in onder (b) door. Deze goed aan trekken.
  • Steek nu (A) over (b) onder (a) door (tegen de draairichting in)
  • Voordat je C kunt steken, moet je eerst je oog omdraaien.
  • Steek nu C onder (c) door.
Figuur 2: Het stap-voor-stap maken van de oogsplits.

Nu heb je het lastigste stuk gehad. Steek eventueel een kousje in de lus. Ga nu zoals bij de eindsplits door met vlechten. Over-onder-over. Als je de uiteinden hebt afgeknipt, kun je de mastworp of betakeling weer weghalen.