Sint Joris en de Draak

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Het verhaal van Sint Joris en de Draak gaat over de held Sint Joris die bij Scouting ieder jaar herdacht wordt. Een échte scout verzint zijn versie van het Sint-Jorisverhaal natuurlijk zelf, maar als je écht geen inspiratie hebt, kun je altijd een van onderstaanden verhalen erbij pakken.

Meest gebruikte verhaal[bewerken]

Het verhaal zoals het hieronder staat, is geschreven door Kees-Jan Westra van Scouting Lunteren en verscheen in de brochure "Speltips St. Jorisdag" voor de Bevers van Scouting Nederland, het is ook goed bruikbaar voor de wat oudere speltakken.

Lang, lang geleden gebeurde er elk jaar iets vreselijks in een land hier ver vandaan. In het land waar dit verhaal over gaat, leefde een hele enge draak. Een draak met wel vier koppen en een vreselijke adem... Deze draak wilde elk jaar een mooi jong meisje om haar lekker op te peuzelen. Elk jaar waren de bewoners bang; welk meisje zou het lot dit keer aanwijzen? Ook nu kwam de draak weer te voorschijn en eiste een mooi, jong meisje. Op een vol plein bij het kasteel trok de koning het lot…

Hij schrok zich een hoedje, want op het lot stond de naam van zijn dochter, de prinses. Wat nu? Hij kon niet snel een nieuw lot pakken, want iedereen was aan het kijken. Hij moest zijn dochter wel cadeau doen aan de draak. Wat vreselijk! Hoe moest hij dat de koningin vertellen? Zijn vrouw wou er niets van weten en vroeg de koning een oplossing te bedenken. Al ijsberend door het kasteel bedacht hij iets. "Ik zal alle ridders de uitdaging geven de draak te doden en als beloning mag de ridder die de draak doodt met onze dochter trouwen." Zo gezegd, zo gedaan. Een boodschapper ging het land door op zoek naar dappere ridders, die de draak wel wilden doden. Maar niemand durfde.

Er was één man in het land die de draak wel durfde doden, maar hij was maar een gewone schildknaap en geen ridder. Die man heette Joris. Joris meldde zich toch maar bij de heraut. "Ik wil die draak wel doden!" zei Joris. De heraut ging terug naar de koning en vertelde hem wat Joris had gezegd. De koning vond het goed en al snel ging het in het hele land rond, dat Joris zijn leven ging wagen voor de dochter van de koning en al die mooie jonge meisjes, die de draak de jaren erna nog zou opeisen. Joris had echter een probleem: omdat hij geen ridder was, had hij helemaal geen ridderuitrusting. Hij had geen zwaard, geen schild, zelfs geen paard. De koning leende hem zijn spullen uit en gaf hem raad. Onder applaus van de mensen uit het land ging hij op zoek naar de draak.

Joris dwaalde op het paard van de koning rond op zoek naar de draak. Opeens stopte het paard met lopen en Joris zat ineens stokstijf stil. In de verte hoorde Joris de draak brullen en grommen: 'Waaaaauuuuw!' Joris was een stoere held, maar werd nu toch wel bang, toch dacht hij er niet over om nu terug te keren naar de koning en te melden dat hij niet durfde. Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Joris gaf zijn paard de sporen en het galoppeerde in de richting waar het geluid vandaan kwam. Plotseling stopte het paard, Joris keek tegen het grote, lompe lichaam van de draak aan. De draak spuwde vuur en probeerde Joris van zijn paard te stootten. Joris pakte zijn zwaard stevig in de hand en zwaaide er driftig mee rond. Een hevige strijd begon. Zowel Joris als de draak leverden een zware strijd. Joris liep verwondingen op, maar vocht dapper door, daardoor raakte de draak op een gegeven moment ook gewond. Joris vocht voor zijn leven en voor het paard van de koning.

Na een paar uur strijd bracht Joris de draak de genadeklap toe en de draak viel kreunend en steunend dood neer. Joris had gewonnen. De koning had als eis gesteld dat Joris één van de hoofden van de draak zou meenemen als bewijs dat de draak echt dood was. Joris' zwaard doorkliefde het hoofd van de draak, Joris nam het mee naar de koning.

Toen de mensen in de stad Joris aan zagen komen, ging een luid gejuich op. "Lang leve Joris" riepen de mensen. De koning kwam zijn paleis uitrennen, gevolgd door de koningin en de prinses. Joris gaf het hoofd van de draak aan de koning. "Gefeliciteerd!" zei de koning, "jij bent een echte held! Nu mag je met mijn dochter trouwen en ben je voortaan een echte ridder." De koning sloeg Joris tot ridder en vanaf toen heette Joris Sint Joris. Hij trouwde niet met de dochter van de koning, want hij was teveel gehecht aan zijn vrijheid. Maar hij leefde nog wel heel lang en gelukkig…!

Externe link[bewerken]

Minder gebruikt verhaal[bewerken]

Het is in de omgeving van Silena in Palestina. Een fraaie stad, omgeven door heuvels en aan de westkant een groot mooi meer. Silena is ook een welvarende stad. Er is een levende handel en er wordt goed geld verdiend door veel mensen. Die leven er maar op los. Natuurlijk zijn er ook mensen die het niet goed gaat; die niet kunnen profiteren van de welvaart.

Op zekere dag blijkt het meer een reusachtige draak te herbergen. Niemand weet waar hij vandaan komt. De meest wilde verhalen doen de ronde:. dat er enorme vlammen uit zijn muil komen; . van poten die dikker zijn dan de boomstammen van de grootste cederbomen; . van een start waarmee hij de zwaarste bomen velt als lucifers.

De ongelukstijding wekt paniek in de stad. Alle inwoners verschansen zich achter de zware stadsmuren waarvan de poorten gesloten worden. In spanning wacht men af.

Het gruwelijke monster intussen, vreet alles op wat zijn op zijn weg komt. Dat is niet veel, want men heeft ook de dieren binnen de stadsmuren in veiligheid gebracht.Na enkele dagen verschijnt het monster voor de stadspoort. Een verstikkende zwavellucht verpest de atmosfeer. Alle inwoners sidderen en beven. Om het directe gevaar te keren besluit men twee schapen aan touwen over de stadsmuur neer te laten. Het monster verslindt de dieren met huid en haar en verdwijnt weer naar het meer. Iedereen haalt opgelucht adem.

Men vergadert en besluit om elke dag twee schapen naar de omgeving van het meer te brengen om het gedrocht op afstand te houden. Het werkt, maar de spanning in de stad wordt er niet minder om. Er worden plannen gesmeed om het ondier te doden, maar uiteindelijk waagt niemand het om de strijd tegen het dier op te nemen.De kudde schapen slinkt zienderogen. Men is ten einde raad en raadpleegt het orakel. Dat antwoordt dat men de draak mensenoffers moet brengen en het lot moet bepalen wie ten dode wordt opgeschreven.

De koning looft een grote beloning uit voor degene die het monster doodt. Natuurlijk komen daar moedige ridders op af, maar zodra ze het afschuwelijke monster ook maar van afstand zien, slaan ze op de vlucht.

Op een dag valt het lot op Cleolinda, de dochter van de koning. De koning weigert zijn dochter af te staan. Maar dat neemt het volk niet. Waarom hun kinderen wel en de prinsen niet? De bevolking wordt oproerig en dreigt het paleis van de koning in brand te steken. De koning moet wel toegeven. In prachtige kleren leidt men haar in de richting van het meer. Door tranen overmand leunt zij tegen een rotswand en wacht ze op het afschuwelijke dat komen gaat.

Maar zie. Langs de rotsen komt een fiere ridder te paard het pad af, … Joris. Hij ziet de huilende prinses, springt van zijn paard en vraagt de reden van haar verdriet. Prinses Cleolinda vertelt hem alles. Joris blijft aan haar zijde.

Plotseling begint het water te koken. De draak kronkelt eruit, doorklieft de golven. Huiveringwekkend gesis vervult de lucht. Stinkende geuren verpesten de omgeving. Het meisje stoot angstschreeuwen uit. „Vreest niet”, zegt Joris, roept God aan en stort zich met zijn machtige lans op het monster. Hij stoot toe. Het monster verheft zich en stoot afschuwelijke geluiden uit. Joris stoot opnieuw en dan stort de draak met een alles doordringende schreeuw ineen.

Vanaf de stadsmuur hebben de bewoners van Beiroet alles zien gebeuren. In de hele stad breekt gejuich en een feestvreugde los. Als een held wordt Joris de stad binnen gehaald. Maar Joris zegt: „Het is God die jullie van het monster heeft verlost” en hij vertelt van de God van de christenen. Dan laten de koning en vijftienduizend andere mensen zich dopen. De koning wil Joris met geschenken overladen. Maar die laat alles wat men hem wil geven verdelen onder de armen en zegt tegen de mensen van de stad dat ze zich in moeten spannen om iedereen in de stad gelukkig te maken. En dan gaat hij naar zijn eigen land terug.

Bron[bewerken]