Stadhouder Willem III groep

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Stadhouder Willem III groep
Das Cameron Erracht.png
Logo Scouting Nederland.svg Scouting Nederland
Lampe a huile.jpg Openbaar
Apeldoorn
(Gelderland)
Nederland
Icon boy scout.svg Alleen jongens
Opgericht
11 juni 2017
Opgeheven
22 november 1994
Opgegaan in
Bezig met het laden van de kaart...
52° 13' 31", 5° 56' 35"
52.2254, 5.9430194444444

RD:192 977-470 959
31U 701001m E 5790190m N

Stadhouder Willem III groep was een scoutinggroep in Apeldoorn.

Geschiedenis van oprichting tot WO II[bewerken]

Op 11 juni 1931 werd door de heren A. Pijnappel sr., L.G. van Aken, F.L. Tiethof en J. van Erven sr., de Afdeling Apeldoorn van De Nederlandsche Padvinders opgericht. De groep startte met 7 verkenners, de Houtduiven patrouille, en één vaandrig, Piet Rodenhuis. Begin september, na de zomervakantie, moest hij vanwege zijn studie de groep verlaten. De groepsleiding kwam daarna in handen van hopman F.L. Tiethof.

Eind 1931, het aantal verkenners was intussen gestegen tot 10, werd er ook een welpenhorde opgericht. Vanaf dat moment koos de groep de naam Stadhouder Willem III groep. De horde telde aan het begin zeven welpen en stond onder leiding van Baloe C.N. Donselaar. De groep groeide gestaag. Eind 1932 waren er 15 verkenners en 20 welpen. De bijeenkomsten van de groep werden gehouden in het souterrain van Huize Marialust in de Parken. Dit souterrain was ter beschikking gesteld door de Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Apeldoorn. Van het souterrain werd gebruik gemaakt tot aan de opening van het eerste troephuis van de groep in juli 1933.

Het terrein waar de groep zich kon huisvesten was een klein gedeelte van het terrein dat vroeger Kamp Links werd genoemd. Kamp Links is de naam van de oude Jachtvelden van Stadhouder-Koning Willem III. Hij had het terrein aangekocht voor het huis van Oranje, eind 17de eeuw. Het terrein was al eerder in gebruik geweest, maar dan door de Apeldoornse afdeling van de NPVVereniging "De Nederlands(ch)e Padvinders". Het was dus een bekend terrein voor de padvinders.

De groep kon vanaf juli 1932 over het terrein beschikken, waarna er veel werk verzet werd om het terrein weer gebruiksklaar te maken en te starten met de bouw van een eigen blokhut. Op vrijdag 21 juli 1933 om 15:00 uur opende de ere-voorzitter van de Afdeling Apeldoorn, burgemeester Mr. Van Roosmale Nepveu, het nieuwe onderkomen `Het Ekersnest`. Enkele weken na de opening gingen de verkenners voor het eerst op zomerkamp van 29 juli tot 5 augustus. De locatie van het zomerkamp was Het Roggeveld, dat op Gilwell Ada’s Hoeve te Ommen ligt.

De eerste jaren groeide de groep gestaag, ondanks de moeilijke periode aan het begin van de jaren dertig. Veel ouders hadden weinig geld over voor extra uitgaven, zoals een padvindersvereniging. In september 1933 werd zelfs een nieuwe voortrekkersstam met aanvankelijk 3 leden opgericht, zodat de groep naast verkenners en welpen, ook een eigen stam had. Terugkomende bekende activiteiten in deze tijd, waren de districtskampen, de Paaskampen op Joolhul en de verkenners koempoelans.

De Wereldjamboree te Vogelenzang in 1937 zorgde voor een zeer positieve invloed op het ledenaantal van de groep. De afgelopen jaren was de groep aardig gegroeid. De welpen telden inmiddels 58 leden en de verkenners ruim 40 leden. De horde werd gesplitst in twee aparte hordes, die op woensdag en zondag hun bijeenkomsten hielden.

Natuurlijk stond de Wereldjamboree centraal gedurende de eerste helft van het jaar. De groep zou ook aan deze happening deelnemen. Als voorbereiding op dit wereldse kamp werden Jamboreemiddagen gehouden. Tijdens deze middagen werd onder andere getoond hoe het troepkamp tijdens de Jamboree eruit zou komen te zien. Uiteindelijk zouden 5 voortrekkers en 30 verkenners gaan deelnemen aan dit kamp.

De Horta Stam (sinds begin 1936 werd de stam zo genoemd) groeide ook in de loop der jaren door. Net na de oprichting waren er weinig leden. Het is zelfs voorgekomen dat de laatst overgebleven voortrekker leiding werd, waardoor het ledenaantal op nul kwam te staan.

Na een aantal jaren kwam daar toch verandering in. De Horta Stam groeide naar ruim 17 leden. Op 27 februari 1938 werd de Stamhut van de “Horta’s” officieel geopend.

Vlak voor de oorlog was de groep gegroeid naar ruim 115 jeugdleden (68 welpen, 33 verkenners en 14 voortrekkers). Tot net na de Duitse inval in Nederland, hield de Stadhouder Willem III groep nog steeds haar bijeenkomsten. Toch werd de groep in april 1941 ontbonden, op straffe van de Duitse bezetter. Overigens werden alle verenigingen verboden. Op 2 april 1941 namen de Duitsers het terrein Kamp Links in beslag.

De gebouwen en het terrein werden, meteen na de Duitse bezetting, in gebruik genomen door de Jeugdstorm van de N.S.B. Gedurende de oorlogsjaren 1941 tot 1944, kwamen de leiders en leidsters van de groep gewoontegetrouw nog steeds op de verjaardagen bijeen, maar ook op Sint Joris dag en aan het einde van het jaar. Daarnaast kwamen de voortrekkers ook nog steeds bijeen en hielden zelfs een aantal kampen. De verkenners en welpen kwamen niet meer bijeen.

Van mei tot en met december 1945 verbleven de Canadese genie-troepen op ons terrein. De bevrijding van Apeldoorn vond plaats op 17 april 1945. De schade van de oorlog kon worden opgenomen. Er was veel kapot gegaan op het terrein Kamp Links. Van de voortrekkers Stamhut was niets meer over. Die heeft de Jeugdstorm laten afbranden in 1943. Het troephuis van de verkenners, het Ekersnest, was bijna geheel afgebroken. Alleen de spanten en een gedeelte van het dak stonden nog overeind. Het welpenhuis was zelfs geheel verdwenen, evenals het draadraster rondom het terrein.

Op zaterdag 21 april 1945 startte de inschrijving van de nieuwe leden voor de Stadhouder Willem III groep op het terrein Kamp Links. Er kwamen ruim 250 jongens op af. Het resultaat was dat de eerste opkomst bestond uit drie welpenhordes en drie verkennerstroepen bestaande uit vier patrouilles.

Geschiedenis van WO II tot aan de fusie[bewerken]

Direct na de oorlog werd de groep opnieuw leven in geblazen. Op zaterdag 21 april 1945 startte de inschrijving van de nieuwe leden voor Groep I, de Stadhouder Willem III, op het terrein Kamp Links. Er kwamen ruim 250 jongens op af. Het resultaat was dat er op de eerste opkomst vier welpenhordes, drie verkennerstroepen bestaande uit vier patrouilles en een voortrekkerstam, de Horta Stam, werden gevormd.

Bij het appèl ontbraken 5 verkenners die waren omgekomen door oorlogshandelingen van de Duitsers en 1 verkenner verongelukt bij een ongeval, direct na de bevrijding, met een Canadese truck. De Stadhouder Willem III groep organiseerde onder leiding van groepsleider hopman F.L. Tiethof op het kampeerterrein “Coldenhove” te Eerbeek enkele zomerkampen van 21 juli tot 28 augustus. Het waren zeer geslaagde kampen, mede dankzij het feit dat het meeste padvindersmateriaal van Groep I de oorlog goed was doorgekomen dankzij de hulp van verschillende bewoners van de Koningin Hortenselaan te Apeldoorn. De tenten en vlaggen werden tijdens de bezetting bewaard op de zolder van vaandrig Niko van der Laan aan de Tutein Noltheniuslaan.

Na de zomerkampen was het aantal leden van de Stadhouder Willem III groep zo gegroeid (er waren meer dan 100 verkenners) dat er stemmen opgingen om de groep te splitsen. Niko van der Laan besloot om met 40 verkenners en 23 welpen een eigen groep op te richten. Zo ontstond op 7 september 1945 de groep “De Rimboejagers”. De Rimboejagers zijn in 1973 gefuseerd met de meisjesgroep Maria Christina en heten sinds die tijd Berg en Bos groep. Deze groep bestaat nog steeds en heeft het clubhuis aan de Soerenseweg in Apeldoorn.

Op 1 mei 1946 werd hopman F.L. Tiethof als oudste leider benoemd tot Districts Commissaris van het District Apeldoorn. Hierdoor trad hij op 1 september 1946 als verkennersleider en op 1 januari 1948 als groepsleider van de Stadhouder Willem III groep af. In 1946 werden de eerste Districtswedstrijden van het District Apeldoorn gehouden. De Kaderpatrouille “De Meerkollen” (een meerkol is een Vlaamse gaai) van de Stadhouder Willem III groep won de wedstrijden. Eind 1946 gebeurde er iets verschrikkelijks. Er stortte een vliegtuig neer op het Christelijk Lyceum aan de Jachtlaan. 22 jongens kwamen om, waaronder één verkenner van groep I. Ondanks het geldtekort en andere problemen kon een gedeelte van de groep in 1947 naar de 6e Wereldjamboree in Moisson te Frankrijk. In hetzelfde jaar werd de herbouwde en vergrote Stamhut geopend door oûbaas van de Riet.

Drie jaar later, in 1950, werd een zomerkamp met de welpen gehouden op het eiland Vlieland. De horde heette toen de Gele Horde en stond onder leiding van Akela E. Klement. Dat in die tijd door de groep flink werd gereisd, bewijst ook het zomerkamp van de verkenners in 1950. De verkenners kampeerden te Metzeral in de Vogezen, Frankrijk. Het jaar daarop was hun zomerkamp onder de Brandaris op het eiland Terschelling. Op 10 juni 1951 werd het 20-jarig bestaan van de groep feestelijk gevierd met zwem-, atletiek- en vaardigheidswedstrijden. Het feest werd ‘s avonds afgesloten met een gezamenlijke maaltijd. Tevens werd in hetzelfde jaar het 40-jarig padvindersjubileum van hopman Tiethof op grootse wijze gevierd. De opening van het herbouwde troephuis het Ekersnest, dat in de oorlog nagenoeg geheel vernield was, vond plaats op 18 november 1952.

In 1956 werd het 25-jarig bestaan van de groep gevierd. Er was een feestelijke mars door Apeldoorn van verkenners van de Apeldoornse Groepen, voorafgegaan door de “Veluwe Band” uit Arnhem. Bij het Ekersnest was een gezellige markt ingericht waar veel verkocht werd. De APAVI’s onder leiding van oûbaas Griep luisterden met vrolijke kampvuurliedjes de avond op.

In het voorjaar van 1961 werd op de Punt een “Canada dag“ gehouden. In het Ekersnest was een Canadese tentoonstelling ingericht, waarvoor het materiaal door de padvindersgroepen van Edmonton, Canada, beschikbaar was gesteld. Aan hopman Tiethof werd een prachtige kampvuurdeken aangeboden, voorzien van alle Canadese insignes, schouderlinten, troepnaambandjes en andere badges.

Van zaterdag 21 tot en met zaterdag 28 juli 1962 maakten de verkenners en leiders van groep I, de Stadhouder Willem III groep en groep VI, de Paul Krüger groep, een grote safari te voet over de Zuid-Veluwe onder leiding van hopman E. Klement. De tocht voerde via Ugchelen, Spelderholt, Hoenderloo, Oud-Reemst, Ginkel, Heelsum naar Wolfheze en vervolgens via Warnsborn, Beekhuizen en Eerbeek weer naar Apeldoorn. De tocht was een groot succes.

In 1969 werd van 26 juli tot en met 2 augustus wederom een safari te voet over de Zuid Veluwe gehouden. De tocht werd gelopen door Groep I, Stadhouder Willem III, door Groep VI, Paul Krüger groep, en door Groep XV, De Veluwse Woudlopers. Wederom was de leiding in handen van hopman E. Klement. Het was een zeer warme tocht met temperaturen van 30˚ tot 33˚C. Per 1 november 1969 werd de Paul Krüger groep opgeheven. De groep fuseerde met de Stadhouder Willem III groep, onder welke naam de nieuwe gefuseerde groep doorging.

In juni 1971 bestond de groep al weer 40 jaar. De viering ging gepaard met een groot feest, dat 2 dagen duurde. Het hoogtepunt was de bonte avond in de grote tent. Alle oud-leden, welpen, verkenners, stamleden, leiders en ouders waren die zaterdagavond aanwezig. Het speciale bandje voorzag de avond van muziek. Tijdens het feest werd door hopman F.L. Tiethof aan hopman E. Klement het ereonderscheidingsteken de Gouden Jakobsstaf uitgereikt.


Het zomerkamp van 1976 is het vermelden waard. Onder leiding van hopman D. Boers en hopman J. van Hulsteijn fietsten de verkenners naar Geysteren (Limburg). Door een geweldige hittegolf waren er letterlijk bosbranden links en rechts van het kampterrein. De boswachter vond het wel vertrouwd dat de verkenners gewoon op houtvuur kookten. Zij waren toch immers echte padvinders!

In 1977 besloot hopman of ook wel oûbaas E. Klement, na vele jaren van “padvinderen”, afscheid te nemen van de groep. In een enkele uren durende show passeerde het padvindersleven van hopman E. Klement de revue. Bij de show waren 20 oud-leden uitgenodigd die vroeger veel met hopman E. Klement hadden samengewerkt. Hopman E. Klement werd tot Ere-hopman benoemd, de tweede na Ere-hopman Tiethof. Omdat de aanwas erg groot was, werd in de loop van 1977 een tweede welpenhorde opgericht. De hordes kregen de namen Bandarlog horde en Sionie horde. Overigens kreeg de Bandarlog horde vanaf 1978 een andere naam, namelijk Mowgli horde.

In 1979 werd de Stichting ter behartiging van de belangen van de Stadhouder Willem III groep opgericht. De reden van de oprichting waren wijzigingen in de wet die het noodzakelijk maakten om de structuur van de vereniging te wijzigen. De eerste voorzitter was de heer A.J. Band. Helaas overleed de heer Band geheel onverwacht in hetzelfde jaar op 54-jarige leeftijd. Zijn opvolger was de heer A. de Kleijn.

Vanwege ruimtekort werd er in 1981 een derde gebouw in gebruik gesteld, het Gaaiennest. In datzelfde jaar werd het 50-jarig bestaan op 13 juni uitgebreid gevierd. Kort daarna, op 22 juni, overleed Ere-hopman Tiethof. De Sioniehorde maakte gebruik van het rechtergedeelte van het Gaaiennest (tegenwoordig het magazijn) als speltakruimte. De Mowglihorde was gevestigd in het rechtergedeelte van het Ekersnest. Na het afscheid van akela J. Klement in 1984 werden de hordes samengevoegd tot één horde. Leidingtekort en het stoppen van een van de twee akela’s dwong de groep tot deze maatregel.

Vanaf de tweede helft van 1983 werden de seniorverkenners (de vroegere Gaaientroep) rowans genoemd. Hun speltakruimte was en is nog steeds het linkergedeelte van het Gaaiennest. Overigens had de groep in 1977 en 1978 ook al een rowanafdeling. Deze afdeling was opgeheven nadat de leden destijds overgingen naar de Horta Stam. In 1986 kreeg de rowanafdeling een officieel nummer toegekend, namelijk RARegionale AdmiraliteitRowan Afdeling 595. De groep is niet altijd even vooruitstrevend (geweest). In 1986 gebeurde er echter een kleine revolutie. De rowans gingen de brique (rode kleur) blouse in plaats van de khaki verkennersblouse dragen.

De blokhut van de stam was intussen zo oud en bouwvallig geworden dat eind jaren ’80 gekozen werd voor herbouw. Op 16 juni 1990 werd het gebouw officieel geopend.

In 1993 waren er nog veel meer belangrijke gebeurtenissen. Er kwam een nieuwe speltak, de bevers. De naam verkenners werd veranderd in scouts en de rowans gingen explorers heten. Het jaar daarop, 1994, was de start voor een fusering die de Stadhouder Willem III/Lady Baden-Powell geen windeieren heeft gelegd!

Cameron Erracht[bewerken]

De Koning-Stadhouder kreeg toen hij trouwde met de Engelse Mary Stuart de Schotse clan Cameron of Erracht toegewezen en deze droeg natuurlijk zijn eigen “Schotse ruit”. Er werd toestemming gevraagd aan H.M. Koningin Wilhelmina tot het voeren van de naam Stadhouder Willem III en het dragen van de groepsdas met de Schotse Cameron Erracht ruit en daarop het wapen van het Huis van Oranje (de Jachthoorn). Deze goedkeuring werd verleend.

Fusie[bewerken]

De Stadhouder Willem III groep is in 1994 gefuseerd met de Lady Baden-Powell groep tot de Stadhouder Willem III/Lady Baden-Powell groep.

Bronnen en referenties[bewerken]

  • Honders, R. & Hul, T. van den (2006) Vijfenzeventig. Apeldoorn
  • website Stadhouder Willem III/lady Baden-Powell Groepshistorie, 17 januari 2012