Subgroepleiding

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
(Doorverwezen vanaf Topper)
Ga naar:navigatie, zoeken

Subgroepleiding oftewel het hebben van een mate van zelfbestuur binnen een subgroep is een onderdeel van het patrouillesysteem, een van de grondbeginselen van scouting. De gedachte hierachter is dat aan de ene kant de leiding ontlast wordt, en aan de andere kant dat de kinderen zelf zo meer leren over verantwoordelijkheid en samenwerking. Elke subgroep (meestal 4 tot 8 kinderen binnen een groep) wordt in het algemeen geleid door een subgroepleider en een assistent-subgroepleider. Deze twee kinderen zijn over het algemeen degenen met de meeste scoutingervaring van hun subgroep. Echte officiele criteria bestaan er niet om (assistent-) subgroepleider te worden.

In de jonge (spel)takken, zoals welpen en kabouters, hebben de subgroepleider en de assistent subgroepleider meestal vrij beperkte, vaak huishoudelijke, taken zoals de vlag hijsen en begeleiding van nieuwe kinderen in zijn/haar subgroep.

In de midden (spel)takken, zoals verkenners, gidsen en scouts, waren de subgroepleider en de assistent-subgroepleider in de oorspronkelijke opzet vrijwel volledig verantwoordelijk voor het programma van hun subgroep. Tegenwoordig ligt die verantwoordelijk grotendeels bij de leiding van de (spel)tak.

Kiezen van de subgroepleiding[bewerken]

Bij de meeste scoutinggroepen wordt de subgroepleiding door de staf van de groep gekozen. Het zijn, zoals gezegd over het algemeen degenen met de meeste scoutingervaring van hun subgroep. Vaak kijkt de staf echter ook naar zaken als hoe het kind ligt in de groep, hoeveel het van scouting weet, en of het in staat is om leiding te geven aan de andere kinderen.

Er zijn ook groepen die (vanaf scouts- of jongverkennersleeftijd) hun subgroepleiding door de subgroepen zelf laten kiezen via een democratisch systeem. De leiding wijst eerst drie personen uit de subgroep aan die verkiesbaar zijn, waarbij de subgroep zelf bepaalt wie daarvan de leider en wie daarvan de assistent wordt. De derde persoon blijft dan over als reserve, voor als één van de twee anderen er een keer niet is. Het voordeel van deze manier is dat er binnen de subgroep ook echt draagvlak is voor het luisteren naar de kinderen die gekozen zijn, omdat ze dat kiezen zelf gedaan hebben. En wie weet werkt het ook wel motiverend voor de groep als geheel, wanneer kinderen zien dat de staf ze blijkbaar verantwoordelijk genoeg vindt om zelf een goede subgroepleider te kiezen.

Subgroepleiding per organisatie[bewerken]

Hieronder volgt een duidelijk overzicht met de verschillende namen voor de (assistent) subgroepleiders bij de verschillende bewegingen en (spel)takken (klik op toon om het overzicht uit te klappen):

FOS Open Scouting[bewerken]

tak subgroep naam subgroep subgroepleider assistent subgroepleider
bevers burcht  ? n.v.t. n.v.t.
zeehonden pelsje  ? n.v.t. n.v.t.
welpen nest kleur nestleider hulpnestleider
JVG patrouille dier patrouilleleider assistent patrouilleleider
aspiranten kwartier dier kwartiermeester bootsman
VG patrouille dier patrouilleleider assistent patrouilleleider
juniors kwartier dier kwartiermeester bootsman
seniors n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
seniors (zeescouts) n.v.t. n.v.t. kwartiermeester bootsman
stam / loodsen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.


Op het uniform draagt

  • de patrouilleleider en de kwartiermeester twee witte linten op de linkerborstzak, weerszijden van het kenteken van de wereldbeweging
  • de assistent patrouilleleider en de bootsman één wit lint op de linkerborstzak, achter het kenteken van de wereldbeweging

Scouting Nederland[bewerken]

speltak subgroep naam subgroep subgroepleider assistent subgroepleider
bevers n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
dolfijnen vin kleur topper tipper
welpen nest kleur gids helper
esta's stel kleur steller assistent steller
kabouters volkje dorp in Bambilië hoofdkabouter hulpkabouter
scouts ploeg dier ploegleider assistent ploegleider
verkenners patrouille dier patrouilleleider assistent patrouilleleider
padvindsters/gidsen ronde rondeleidster assistent rondeleidster
waterscouts bak dier/kleur bootsman kwartiermeester
luchtscouts bemanning dier 1e piloot 2e piloot
explorers (rowans/sherpa's/
Matrozen ter Wilde Vaart/
astronauten)
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
pivo's/loodsen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Plusscouts n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.


Om zijn functie goed te kunnen uitvoeren is het bij waterscouting vereist voor een Bootsman een Machtiging BootLeiding (MBLMachtiging BootLeidingMachtiging BootLeiding) te hebben. Verder bestaat er (a)pl-training voor de Scouts-speltakken, waarin ze leren hoe ze goede (a)pl's kunnen zijn/worden.

Op het uniform draagt

  • de gids: twee gele linten om de rechtermouw (oorsponkelijk om de linkermouw).
  • de helper: één gele lint om de rechtermouw (oorsponkelijk om de linkermouw).
  • de topper: twee lichtblauwe linten op linkerborstzak, weerszijden van het installatieteken
  • de tipper: één lichtblauw lint op linkerborstzak, rechts van het installatieteken
  • de ploegleider twee witte linten op de linkerborstzak, weerszijden van het installatieteken
  • de assistent ploegleider één wit lint op de linkerborstzak, rechts van het installatieteken