Totemisatie

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

De totemisatie is een ritueel binnen scouting waarbij een lid een eigen scoutingnaam krijgt. Aan de hand van je karaktereigenschappen zoeken de reeds getotemiseerde leden van je groep een dier dat dezelfde eigenschappen heeft als jijzelf. Er wordt niet van de fysieke eigenschappen uitgegaan. Er kan een tekening van het totem achter op de das gedragen worden. Het verschijnsel komt in ieder geval veel in België voor. In Nederland is de totemnaam niet gebruikelijk, hoewel er wel groepen zijn die hun jeugdleden een "speciale naam" geven, zoals bij de kabouters de kabouternaam.

Oorsprong van de totemisatie[bewerken]

Het geven van totems, dier- of natuurnamen, is een traditie die haar oorsprong vindt in de riten en gewoonten van vele natuurvolkeren, zowel bij de indianen van Noord Amerika als bij de Afrikaanse volkeren. Bij deze volkeren bestond de gewoonte, de eigenschappen (zowel fysische als morele) van een krijger te vergelijken met de eigenschappen van dieren, planten of andere natuurelementen. De kern van de totemisatie is het naamgeven van een persoon naar een dier of natuurelement met wie hij het meeste eigenschappen gemeen heeft.

Om in aanmerking te komen voor een totem moest de krijger bepaalde proeven afleggen. Hij moest bijvoorbeeld een periode in de woestijn overleven, slechts minimaal bewapend en met zo weinig mogelijk materiaal. Deze proeftijd gebeurde meestal in afzondering. De teervoet werd met zichzelf geconfronteerd, met zijn slechte en goeden eigenschappen en vaardigheden. Hij moest zich zien te redden in een vijandige natuur met de meest eenvoudige middelen. Hij was alleen aan zichzelf overgelaten en ging op zoek naar de zin van zijn bestaan: wie ben ik? Wat kan ik? Wat is mijn opdracht?

De zin van deze proeven lag hierin, dat de stam, om te overleven harde krijgsmannen nodig had. Zoals in de natuur alleen de meest aangepaste overleeft, zo probeerde de stam ook een selectie door te voeren (survival of de fittest). Met deze harde proeven kon de krijger bewijzen een waardig, d.w.z. sterk, listig... en dus nuttig lid van de stam te zijn.

Er was wel een groot verschil in de opgelegde proeven, zij werden aangepast aan de bijdrage die elk individu afzonderlijk kon leveren. In essentie was het dus ook een groepsgebeuren. De stam had nood aan verschillende vaardigheden, alle leden van de stam moesten door hun individueel kennen en kunnen bijdragen tot de ontplooiing en de instandhouding van de stam. De totemisatieproef werd dan ook gebruikt als een gelegenheid om die persoonlijke capaciteiten van het stamlid te onderzoeken en te bevestigen. De totemisatie was dus tegelijkertijd individueel en groepsgericht: aanvaarding van het individu in de groep (opname) en erkenning van de persoonlijke eigenheid van elk stamlid afzonderlijk (naamgeving).

Totemisatie en scouting[bewerken]

Tijdens zijn koloniale reizen in Afrika en Indië kreeg Robert Baden-Powell bijnamen : de Matabele noemden hem "Impeesa", de Onvermoeibare Hyena, omdat hij 's nachts lang op verkenning ging en zo de getalsterkte van zijn vijanden kon tellen aan de hand van het aantal kampvuren. De bijnaam die de Ashanti aan B.P. gaven valt makkelijk te begrijpen: "Kantakye" of de man met de grote hoed.

Het totemisatieritueel in scouting zal waarschijnlijk ook sterk beinvloed zijn door de beweging van de Woodcraft-Indians, gesticht door Ernest Thompson Seton. Deze Canadees stichtte in de Verenigde Staten een jeugdbeweging die de Indiaanse cultuur terug in ere wou herstellen, zij het sterk geromantiseerd en niet altijd waarheidsgetrouw. Scouting overvleugelde deze beweging maar nam wel verschillende elementen in haar werking over.

Ook in scouting bestaat dus de gewoonte om leden proeven te laten afleggen om hun totem te bekomen en ook hier probeert die totem de meest typische eigenschappen van iemand te beschrijven. Het ligt nu voor de hand dat binnen onze beweging niet louter wordt stilgestaan bij de fysische eigenschappen van een mens maar dat er eveneens sociale vaardigheden worden benadrukt. Deze vaardigheden zijn in onze samenleving immers net zo van levensbelang, als bijvoorbeeld lenigheid dat is in het oerwoud.

In dit verband is het dan ook logisch dat sociale accenten worden gelegd bij het totemiseren en heeft het uiteraard niet de minste zin om zeer harde fysische of vernederende proeven op te leggen. Overigens zou het vernederen van scoutsleden totaal in strijd zijn met de doelstellingen van de scoutingbeweging, en los daarvan beantwoordt zoiets totaal niet aan de wereld van de echte indiaan, die vanuit zijn cultuur, ondanks onbeschrijfelijke eigen vernederingen, grenzeloos eerbied blijft opbrengen voor medemensen. Een echt goede, waardevolle totemisatie houden, blijft echter lastig: In Frankrijk is het niet meer toegestaan omdat het daar vaak tot ontgroeningspraktijken leidde, wat daar strafbaar is. In België wordt alles gedaan om dat te voorkomen.

Totemisatie in België[bewerken]

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat men als laatstejaars jongverkenner of jonggids zijn totem kreeg, en als verkenner of gids zijn voor-totem. Tegenwoordig vindt de totemisatie typisch vanaf het tweede jaar dat je op tentenkamp meegaat (dus als Jongverkenner/Jonggids), en gaat gepaard met veelal geheime rituelen, gebaseerd op de aloude Indianentradities. Het is een intens en speciaal gebeuren.

Soms wordt er ook een kleurentotem gegeven.

Totemnaam[bewerken]

Een voorbeeldje: Trouwe Barry. Hierin is "Barry" de totem en "Trouwe" de voortotem. "Trouwe" hoeft hier niet verder uitgelegd te worden, het zegt enkel wat meer over de persoon zijn karakter. "Barry" heeft hier de volgende betekenis: Deze beroemde St.Bernardus-hond dankt zijn naam aan de werkelijk bestaande honden die in het gebergte op zoek gaan naar verdwaalde mensen. Ze zijn bijzonder sterk, scherpzinnig en uitermate trouw. Ze zijn moedig, goedaardig en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Een voortotem (ook wel "adjectief" genoemd) is niet standaard, hoewel vele scoutinggroepen hem wel gebruiken. De voortotem is een eigenschap die niet in je totem zit en zegt dus iets meer over je dierennaam en karakter. Afhankelijk van de lokale tradities van de groep krijg je je adjectief onmiddellijk het jaar erop, of pas als je leiding wordt.

Bekende Totems[bewerken]

  • Robert Baden-Powell: Impeesa (Onvermoeibare Hyena - sommigen zeggen "wolf" maar dat is eigenlijk een verkeerde vertaling)
  • Koning Boudewijn: Loyale Eland
  • Rudy Verhoeven: Kritische Eekhoorn (ex-verbondscommissaris)
  • Frons: eigenzinnige otter

Bron[bewerken]

Bron:

Meer informatie[bewerken]