Verkenner eerste klas

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Persoonlijke progressie

Hoofdartikel
Persoonlijke progressie

Vaardigheids-
insignes

Klasse-eisen
Installatie
oud
Derde klas
Tweede klas
Eerste klas
nieuw
Progressiematrix

Onderscheidingen
Kroonverkenner
Koorden

De scoutingprincipes van Robert Baden-Powell:

ScoutingprincipesScoutingmethodePersoonlijke progressie / ontwikkeling Verkenner eerste klas

Verkenner eerste klas, of Matroos bij de zeeverkenners was de hoogste klasse bij verkenners en padvinders. De klasse-eisen waren een methode om de basisvaardigheden die elke scout nodig heeft om het spel van verkennen te kunnen spelen aan te leren. De bedoeling was dat alle scouts aan de klasse-eisen konden voldoen. Later werden door generaties van enthousiaste instructeurs de eisen steeds hoger opgevoerd. Ondanks dat de klasse-eisen officieel afgeschaft zijn werkt ongeveer de helft van de groepen er in een of andere manier nog steeds mee[1].

Het insigne is het volledige verkennersinsigne. Het scoutingmotto werd later vervangen (na de fusie?) naar de tekst: "Scouting":


Historie[bewerken]

Eisen Verkenner eerste klas van Baden-Powell (Scouting for Boys, 1926) De eisen in Nederland, 1936, waren ongeveer hetzelfde.

Boekje over de eerste klas tocht van het Nederlandse Padvindstersgilde uit 1938
  • 46 meter kunnen zwemmen. Als dit van een dokter niet mag, dan één van de volgende insignes: ambulance, brandweerman, schutter, padvinder, seiner of spoorvolger.
  • Tenminste een shilling op de spaarbank hebben (Nederland, 1936: 2,5 gulden zelfverdiend geld)
  • Een bericht kunnen zenden en ontvangen in semafoor met een snelheid van minstens 20 letters per minuut of in morse met een snelheid van minstens 15 letters per minuut. Het gebruik kennen van het oproepsein VE en antwoord K, het algemene antwoord, het einde-berichtsein AR en het antwoord R, de alfabetische controle van cijfers en het wis-sein.
  • Loop of roei, alleen of met een andere Scout, naar een punt dat 11 km verder ligt en daarna terug, of hetzelfde met een fiets 15 km ver en terug (dus minstens 22 resp. 30 km). Schrijf een kort rapport over de tocht. De tocht moet bij voorkeur twee dagen duren.
  • Beschrijf een manier om met de volgende ongelukken om te gaan: vuur, verdrinking, auto-ongeluk, rioolgas, door het ijs zakken, elektrische schok. Verbind een gewonde patient en wek een schijnbaar verdronken persoon op. In Nederland, 1936, was dit:
    • De functies van de belangrijkste organen beschrijven
    • Ligging van slagaderen kennen en weten hoe een bloeding te stuiten.
    • Weten hoe beenbreuken te behandelen
    • Een drenkeling kunnen bijbrengen
    • Een drenkeling kunnen behandelen
    • Ongevallen
  • Kook, zo mogelijk buiten boven een kampvuur, één van de volgende gerechten: havermoutpap, bacon, jachtschotel; of vil en bereidt een konijn; of pluk en bereidt een vogel. Maak ook een "damper" van 2 ons meel of een stokbrood.
  • De tekens op een kaart kunnen lezen en teken een begrijpelijke ruwe schetskaart. Zet een kompasrichting uit met behulp van een kompas.
  • Gebruik een bijl om licht hout te hakken of snoeien, of als alternatief, maak zelf een timmerwerk of schrijnwerk of metaalwerk of maak een model van een apparaat in metaal of hout.
  • Kunnen schatten: een afstand, oppervlak, omvang, aantal, hoogte en gewicht binnen 25% fout
  • Een nieuweling inbrengen en opleiden

Bronnen en referenties[bewerken]

  1. Referentie gewenst