Begrippen uit het Jungleboek

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

In deze lijst van begrippen uit het Jungleboek vind je allerlei namen, plaatsen en andere woorden die voorkomen in het Jungleboek van Joseph Rudyard Kipling, dat gebruikt wordt voor het themaverhaal van de welpen.

Ahoewora[bewerken]

Strijdkreet van Baloe. Het geluid droeg erg ver in de jungle. De andere bewoners sidderden als zij deze kreet hoorden. Ze wisten wat het betekende als je je de woede van Baloe op de hals had gehaald.

Akela[bewerken]

Grote, grijze, eenzame wolf. Leider van de Sioniehorde die leefde in de Sionieheuvels (betekent: het vrije volk). Mowgli was ongeveer 12 jaar oud toen Akela voor het eerst zijn prooi miste (een Sambhur). Dat betekende dat zo'n wolf dan gedood werd door de andere hordeleden. Zo'n wolf werd dode wolf genoemd. Shere Khan bleef maar zeuren onder de Raadsrots dat Akela gedood moest worden toen Mowgli het zat werd en Shere Khan met een brandende tak (Rode Bloem) op zijn kop sloeg. De tijger vluchtte met zijn trawanten (de jakhalzen) en zwoer wraak.

Ankus[bewerken]

De gouden ankusstaf (olifantendrijvers gebruikten deze stokken) die Mowgli mee wilde nemen uit de kelders van de Koele Holen. Hij was 2 voet lang, de kop bestond uit een grote schitterende robijn en over een lengte van 15 tot 20 centimeter daaronder vlak tegen elkaar aan liggende ruwe turkooizen. Daaronder een ring van nephriet, waaromheen een bloemenrank slingerde waarvan de bladeren smaragden waren en de bloemen robijnen. De rest van de steel was van massief ivoor. De punt en de haak waren van staal, ingelegd met een gouden voorstelling van een olifantenjacht. Omdat er bloed kleefde aan de Ankus wierp Mowgli hem weg. Later is de Ankus gevonden door een man en meegenomen. Deze man stierf en diegene die hem daarna in handen kreeg stierf ook. Deze Ankus is inderdaad de dood sprak Mowgli.

Bagheera[bewerken]

De zwarte panter. Slim, stoutmoedig en roekeloos. Hij kocht Mowgli vrij zodat deze bij de horde mocht blijven voor de prijs van een wilde stier, die hij aan de Sioniehorde gaf. Toen hij Mowgli had vrijgekocht, voorspelde hij het volgende: "Ja, brul maar Shere Khan, de tijd zal komen dat dit naakte ding, deze kikvors (Mowgli) je op een heel andere toon zal laten brullen, of ik weet niks van mensen af". Baghera had in zijn nek een kleine naakte plek, het teken van de halsband. Bagheera is namelijk geboren onder de mensen in Oodeypoer. Op een dag sloeg hij met een slag van zijn poot het slot van zijn kooi stuk en ontsnapte. Hij kende de manieren van de mensen daardoor erg goed en dat maakte dat heel de jungle hem vreesde. Mowgli mocht hem 'broertje' noemen.

Baloe[bewerken]

De lome bruine beer. Gaf de jonge wolven les in de wetten van de jungle. At alleen noten, wortels en honing. Mocht als enige buitenstaander de wolvenvergaderingen op de Raadsrots bijwonen.

Bandar-log[bewerken]

Het apenvolk. De grijze apen, volk zonder wet. Dieren die alles eten en geen eigen taal hebben. Ze gebruiken gestolen woorden die ze afgeluisterd hebben vanuit de toppen van de bomen. Willen graag opgemerkt worden en als dat niet lukt, gooien ze takken, noten, vruchten, ja zelfs hun eigen uitwerpselen naar beneden. Ze staan elke dag op het punt om hun eigen wetten en grote dingen in de jungle uit te voeren, maar de dag erna zijn ze alles weer vergeten. Junglebewoners zullen nooit eten, drinken, lopen of slapen daar waar apen geweest zijn. De apen hebben zelfs een aanmatigend gezegde: "Wat de Bandar-log nu denkt zal de jungle later denken". Op een dag ontvoerden ze Mowgli omdat ze wilden dat hij hen leerde hoe je van stokken en riet matten en nesten kon vlechten om zo beschermd te zijn tegen de kou.

Noot: Koning Louis, de apenkoning die voorkomt in de Disneyfilms, komt niet in het boek voor.

Boeldeo[bewerken]

De dorpsjager. Bezat een heel oud geweer. Hij was degene die de meest sterke verhalen vertelde over de jungle. Mowgli moest zich dan inhouden om hem niet uit te lachen. Op een keer maakte Boeldeo het zo erg dat Mowgli ingreep en de dorpsbewoners vertelde dat Shere Khan hinkte omdat hij zo geboren was, en niet omdat de geest van een oude geldwoekeraar in hem zou wonen. Boeldeo snauwde toen: "Als jij zoveel weet mannetje, waarom breng je de huid van Shere Khan niet naar Khanhiwara, het Gouvernement heeft een premie uitgeloofd van 100 roepie voor wie die de huid brengt. Maar beter nog is het om te zwijgen wanneer ouderen spreken!"

Bijenrots[bewerken]

Woonplaat van het Kleine Volkje, de zwarte wilde bijen van India. Deze stond boven het diepe Rotsmeer. Alle dierenpaden bleven minstens een halve mijl van hun woonplaats vandaan.

Chil[bewerken]

De Rode Wouw die de boodschap van Mowgli overbracht. "Op, op! Op! Hillo! Illo! Kijk naar boven, Baloe van de Sionie wolfsstam. Ik heb Mowgli gezien bij de Bandar-Log. Hij verzocht mij U dat te vertellen. Ik heb hen bespied. De Bandar-Log hebben hem meegenomen tot over de rivier, naar de apenstad, naar de Koele Holen. Misschien blijven ze daar een nacht, of tien nachten, mogelijk ook maar een uur. Ik heb de vleermuizen opgedragen gedurende de duisternis de wacht te houden. Dat is mijn boodschap voor U allen daar beneden". Als antwoordt gaf Baghera: "Een stevig maal en een diepe slaap wens ik je toe, Chil, Ik zal je bij mijn eerstvolgende jachtbuit gedenken en een kop voor jou alleen bewaren, jij beste van alle Wouwen"."Geen dank, geen dank! de jongen kende het levenswoord. Ik had niet minder kunnen doen!"

Dekkan[bewerken]

Stam van wilde honden. Rood van kleur met afhangende staarten en zeer ongemanierd. Zij drongen de jungle binnen en Mowgli lokte hen in de val. Hij pakte hun aanvoerder beet en sneed hem de staart af. Vervolgens liep hij langs de woonplaats van de Wilde bijen en stortte zich van de rotsen af het water in. Kaa ving hem daar op. De Zwarte bijen stortten zich op de honden en staken ze dood. De paar overgebleven honden dreven met de Waingoenga mee en werden door de wolven opgewacht en verscheurd. Toen dit gebeurde was Mowgli ongeveer 15 jaar oud.

Dewani[bewerken]

De dolheid (hydrophobia). Tabaqui de jakhals had wel eens last van aanvallen van Dewanie. Dewanie was ook overdraagbaar wanneer je door Tabaqui of een besmet dier was gebeten.

Dhak-boom[bewerken]

Midden in de vlakte in het ravijn staat de Dhak-boom. Hij is het gehele jaar bedekt met geelrode bloemen.

Dolle olifant van Mandla[bewerken]

Mowgli ontkwam op het nippertje aan deze dolle olifant die 22 ossen had gedood, die karren met gemunt zilver naar de Gouvernements-schatkist brachten.

Dodenzang[bewerken]

Zong Mowgli toen vader en moeder wolf gestorven waren. Mowgli rolde daarna een grote zware steen voor het hol en sloot het zodoende af.

Gidoer-log[bewerken]

Het jakhalzengeslacht.

Gisborne[bewerken]

Engelsman, opzichter in dienst van het Gouvernement. Hij verbaasde zich steeds meer over de spoorzoekers- en junglegidskwaliteiten van Mowgli. Op zekere dag vroeg Gisborne aan Mowgli om een antilope uit het bos en op een bepaalde manier langs zijn huis te drijven. Mowgli voldeed aan dit verzoek. Gisborne wilde een boswachter maken van Mowgli.

Gonda's[bewerken]

Naam van de stam die in het mensendorp woonde.

Grauw-broeder[bewerken]

De oudste zoon van moederwolf Raksha. Hij was degene die Tabaqui de rug brak in een gevecht.

Hathi[bewerken]

De olifant, heerser der jungle. Hij leefde meer dan honderd jaren en had de bijnaam "De Zwijger". Heeft drie zoons en doet nooit iets voor de tijd ervoor rijp is. Dat is een van de redenen waarom Hathi zo lang leefde. Toen de jungle getroffen werd door de grote droogte (dat gebeurde eens in de 50 jaar) zag hij de blauwachtige rotsen in de Waingoenga-rivier boven water uitkomen: de vredesrots. Hierop riep hij de watervrede uit. De watervrede hield in dat alle dieren die kwamen drinken niets van elkaar te duchten hadden. Jagers en hun prooi dronken naast elkaar van het weinige water. Vroeger is Hathi eens in een val van de mensen gelopen en daarbij gewond geraakt door een scherpe staak. Toen de mensen probeerden hem uit de val te halen is hij ontsnapt en na de genezing van de wond nam hij wraak. Op het commando: "Lijf dit mensendorp (Bhurtpoer) in bij de jungle!" trokken Hathi en zijn drie zoons naar het mensendorp en vernielden de huizen en ploegden de akkers om. Toen trokken zij de jungle in en verzamelde alle dieren en vraten de akkers leeg. Na de regens begonnen de planten weer te groeien, maar Hathi en de junglebewoners vraten alles weer kaal. De overgebleven bewoners vluchtten en na 6 maanden was er niets meer te zien van het dorp.

Honden-dood[bewerken]

Deze naam gaf Mowgli aan de dood van Shere Khan.

Jachtroep der wolven (JALAHI)[bewerken]

"Geef mij toestemming hier te jagen, want ik heb honger" Als antwoord krijgt men dan: "Jaag dan om voedsel te verkrijgen, maar niet voor vermaak!"

Jachtspreuk[bewerken]

"Voeten die geen sporen nalaten, ogen die zien in het donker, oren die de winden in hun holen kunnen horen en scherpe witte tanden. Al deze dingen zijn de kentekenen van onze broeders, behalve van Tabaqui de jakhals, welke wij haten"

Jacala[bewerken]

De krokodil. Tijdens een gevecht dat Mowgli met hem leverde in de moerassen van het noorden brak zijn mes af op het harde rugpantser.

Kaa[bewerken]

Tijgerpython. Door de Bandar-Log spottend "Gele Aardworm Zonder Poten" genoemd. Toch vreesden zij Kaa als geen ander. Kruipend over de grond kon Kaa Baghera makkelijk bijhouden toen deze een halve nacht moest rennen naar de Koele Holen om Mowgli te bevrijden. Kaa gebruikte zijn kop als stormram en verpletterde er vele apen mee.Als dank voor zijn bevrijding sprak Mowgli tegen Kaa: "Wij zijn van één bloed, gij en ik. Ik ontvang deze nacht mijn leven van u. Mijn voedsel zal het uwe zijn wanneer gij ooit honger mocht hebben, o Kaa" Zo sloot Mowgli ook met Kaa vriendschap voor het leven en zij stoeiden dan ook vaak met elkaar of gingen baden in de diepe poel, omringd door rotsen en gezonken bomen.

Kamya[bewerken]

Jongen uit het mensendorp die de koeien wijdde, zoals Mowgli met de buffels deed.

Kanyerivier[bewerken]

Loopt in het uiterste oosten van de jungle.

Kanhiwara[bewerken]

De stad waar de Engelsen gelegerd waren.

Ko[bewerken]

De kraai. Zat in een tamarindeboom en zong een doodszang voor de drie mannen die in de schaduw van de boom waren gestorven door een vergiftiging van hun brooddeeg (gebeurde met de doodsappel, oftewel doornappel of Dhatoera). En dat allemaal vanwege de Ankus.

Koele Holen[bewerken]

Een oude verlaten stad, eenzaam begraven onder jungleplanten, gelegen in het noordoosten van de jungle. Woonplaats van de Bandar-Log, voor zover je van een vaste woonplaats kan spreken bij de apen. De junglebewoners meden deze stad, omdat er mensen hadden gewoond. Alleen het wilde zwijn kwam er wel, de jagende dieren nimmer. In gevallen van grote droogte wilden de junglebewoners wel eens gebruik maken van de waterplassen die bleven staan in de koele reservoirs rond de stad. Toch bleef elke zich zelf respecterende junglebewoner minimaal op gezichtsafstand van de Koele Holen. De stad is gebouwd door Koning Salomahi, zoon van Chandrabija, zoon van Viyeja, zoon van Yegasoeri, die de stad bouwde in de tijd van Bappa Rawal. In de loop der jaren hadden de vorsten hun schatten die zij vergaarden in de kelders opgeslagen en Nag de Cobra aangesteld als bewaker. Doordat Nag nimmer in het daglicht kwam, verkleurde hij tenslotte en werd wit. Toen de mensen de stad ontvluchtten (de juiste reden waarom is nimmer achterhaald ) bleef Nag achter. In de loop der jaren hebben velen geprobeerd de schatten te roven, maar alle werden het slachtoffer van Nags giftanden.

Lahinis[bewerken]

Vrouwelijke wolven.

Lente-Oog[bewerken]

Klein, trompet-vormig, wasachtig, rood bloempje dat overal in de jungle groeide.

Levenswoorden (ook wel Meesterwoorden)[bewerken]

Voor de jagende volken: "Want gij en ik zijn van één bloed" Gesproken met een beren-accent. Voor de vogels: gesproken met het gefluit van de Wouw. Voor de slangen: gesproken met slangengesis.

Maharadja[bewerken]

Was de uitdrukking die Boeldeo gebruikte voor Mowgli nadat hij door Akela tegen de grond was gegooid. Boeldeo wilde de wenkbrauwen van Shere Khan afschroeien om zo te voorkomen dat de geest van de tijger zou komen spoken. Mowgli verbood hem dat, maar Boeldeo wilde niet luisteren. Op commando van Mowgli greep Akela in. Door het bijgeloof en door de verhalen die Boeldeo vertelde over het doden van Shere Khan scholden de dorpsbewoners Mowgli uit voor heksenmeester. Mowgli ontstak in woede en samen met Akela dreef hij de buffels op hol het dorp in.

Mang[bewerken]

Vleermuis (eigenlijk vliegende hond) die van Chil de opdracht kreeg Mowgli in de gaten te houden toen hij gevangen werd gehouden door de Bandar-Log in de Koele Holen. Bracht ook verslag uit van het gevecht dat Bagheera, Baloe en Kaa leverden met de apen.

Mensenjong[bewerken]

"Een mensenjong is nu eenmaal een mensenjong, en hij moet de gehele wet van de jungle leren". Uitspraak van Baloe, nadat hij Mowgli een draai om zij oren had gegeven omdat hij niet wilde luisteren.

Messoea[bewerken]

De vrouw van één van de rijkste dorpsbewoners. Haar zoon was door een tijger weggenomen en zij nam Mowgli aan om hem op te voeden. Zij gaf Mowgli de naam "Nathoe". Nadat Mowgli was weggejaagd door de mensen, vanwege zijn 'natuurkrachten', werden Messoea en haar man opgesloten in hun hut. De bevolking wilde hen martelen en zo laten bekennen dat ze heksen of zo waren, zodat ze gedood konden worden. Hun dood zou aan de Engelsen worden gerapporteerd alsof zij aan slangenbeten waren gestorven.

Mohwa-boom[bewerken]

De boom waar Baloe verzot op was.

Mor[bewerken]

Witte pauw, een echt pronkziek dier.

Mowgli[bewerken]

Betekent kikvors. Zijn bijnaam was 'Mowgli de vors'. Mowgli kwam er al gauw achter dat wanneer hij de dieren strak in de ogen keek zij het hoofd afwendden. Na een ruzie met Tabaqui pakte hij hem bij de staart en slingerde hem een paar maal tegen een boom aan om hem manieren te leren. Mowgli joeg samen met Grauw Broeder de kudde buffels door het ravijn van waaruit Shere Khan niet meer kon ontsnappen, wat de dood van Shere Khan betekende. De dorpsbewoners verjoegen Mowgli uit het dorp door met stenen naar hem te gooien.

Mysa[bewerken]

Aanvoerder van de kudde wilde buffels.

Nag[bewerken]

Een witte Cobra, bewaker van de schatten van de kelders van de Koele Holen, vader van alle cobra's. Door het langdurige verblijf in de donkere kelders was Nag wit geworden. Nag nodigde Mowgli uit de kelders te komen bekijken, omdat Mowgli de meesterwoorden kende. Toen Mowgli de gouden Ankusp-staf wilde meenemen, wilde Nag hem dat beletten. Kaa wierp zich echter op Nag en hield hem vast terwijl Mowgli probeerde de giftanden van Nag te breken. Dat bleek echter niet nodig te zijn, de tanden van Nag waren "Thuu", opgedroogd. Nag was hierdoor zo beschaamd dat hij wilde dat Mowgli hem doodde. Tevens waarschuwde hij Mowgli dat de Ankus-staf "De dood" was. Dat hebben Mowgli en enkele na hem ondervonden.

Nathoe[bewerken]

De naam die Messoea Mowgli had gegeven.

Pagodeboom[bewerken]

De boom die midden op het dorpsplein stond.

Phao[bewerken]

Zoon van Phaona. Is later de nieuwe leider van de Sioniehorde geworden.

Phaona[bewerken]

moeder van phao vrouw van de grijzen spoorzoeker

Pheeal[bewerken]

Soort gillende schreeuw die de jakhals uitstoot wanneer hij achter de tijger jaagt of een andere grote prooi tegenkomt.

Priester[bewerken]

De dorpspriester sprak tegen Messoea de woorden: "Wat de jungle genomen heeft, heeft de jungle weer teruggegeven. Neem de jongen in uw huis, zuster, en vergeet niet de priester te eren die zo diep in de levens der mensen blikt"

Raksha[bewerken]

Wolvenpleegmoeder van Mowgli. Vanwege het feit dat zij in haar eentje een Sambhur (wilde buffel) doodde, noemde de horde haar duivelin.

Rama[bewerken]

De grote lei-blauwe buffelstier, leider van de kudde buffels uit het dorp. Behoorden tot het ras van de Blauwe Nilghaikoeien.

Rode Bloem[bewerken]

Het vuur dat in het mensendorp brandde. Bagheera gaf Mowgli opdracht dat te halen. Alle dieren zijn daar doodsbang voor. Mowgli moest het vuur bij zich houden, klaar om het te gebruiken wanneer dat nodig was. Mowgli gebruikte het op de Raadsrots, hij wierp de vuurpot in het midden en verdreef zo Shere Khan met zijn afvallige wolven. Mowgli sprak toen tegen de horde: "Ik zal terugkomen, ik zal zeker terugkomen en als ik terugkom, dan zal het zijn om Shere Khan's huid uit te spreiden op de Raadsrots. Vergeet mij niet en zeg tegen allen in de jungle dat zij mij nooit moeten vergeten".

Rukh[bewerken]

Het bos van de jungle.

Sag[bewerken]

Scheldnaam voor honden.

Sahi[bewerken]

Het stekelvarken. Geducht om zijn vermaarde stekels. Heeft echter de nare gewoonte om verhalen die hij maar half gehoord heeft ook nog eens slecht door te vertellen.

Salboompjes[bewerken]

Jonge aanplant waar de dieren graag in uitrustten.

Shere Khan[bewerken]

De tijger die aan de Waingoengarivier woonde. Zijn moeder noemde hem Loengri, de lamme. Vanaf zijn geboorte was hij aan één poot lam. Hij heeft door deze handicap nooit kunnen jagen en alleen vee kunnen doden.

Sionieheuvels[bewerken]

In deze heuvels lag het wolvenhol en de Raadsrots.

Sambhur[bewerken]

De wilde bok.

Shikarri[bewerken]

Betekent: "Vandaal". Scheldnaam voor de junglegidsen.

Spreekwoord (van de Sioniehorde)[bewerken]

In het noorden is het ongedierte, in het zuiden de luizen. Wij, wij zijn de jungle.

Tabaqui[bewerken]

Betekent: Kliekjesgast. De jakhals eet afval en oud leer van de vuilnishopen in en rond het mensendorp. Hij heeft wel eens last van Dewanie (dolheid). Dit is wel het schandelijkste wat een junglebewoner kan overkomen. Grauw Broeder heeft in een gevecht zijn rug gebroken.

Tha[bewerken]

Eerste der olifanten die de jungle heeft gemaakt.

Vader Wolf[bewerken]

De pleegvader van Mowgli. In het jungleboek staat niet duidelijk aangegeven hoe hij precies heette.

Vergift Volk[bewerken]

Zo werden de cobra's genoemd. Zij leefden voornamelijk in de kelders van de ruine's van het zomerpaviljoen. De apen gooiden Mowgli hierin toen Baghera en Kaa hen aanvielen.

Waingoenga[bewerken]

Rivier die door de vallei vanuit het zuidwesten naar het noordoosten stroomt.

Watervrede[bewerken]

Door Hathi afgekondigd toen hij de rotsen boven water zag komen (gebeurde meestal eens in de 50 jaar) tijdens de grote droogtes. Tijdens de watervrede mochten de jagers niet jagen tijdens het drinken van de dieren. De rotsen liggen ongeveer 20 mijl ten noordwesten van het wolvenhol.

Wontolla[bewerken]

Alleenstaande wolf, die alleen voor zijn eigen wijfje en jongen zorgde. Hij moest vluchten voor de Dhole (Rode honden) nadat die zijn wijfje en jongen hadden gedood. Omdat een wolf alleen niet tot een horde behoort, werd Wontolla ook wel de verstotene genoemd. De Sioniehorde nam hem tijdelijk op om hem in staat te stellen zijn bloedschuld te kunnen innen.

Bron[bewerken]

  • Begrippen: boekje Katwijkse Zeeverkenners