Brander

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Een brander is een draagbaar en licht ontworpen kookstel, bijvoorbeeld te gebruiken tijdens een hike. De verdeling van branders in verschillende categorieën is gebaseerd op het soort brandstof dat wordt gebruikt.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste draagbare brander volgens hetzelfde principe als een verfbrander werd door F.W. Lindqvist gemaakt in 1891 en had petroleum als brandstof. Alcoholbranders vergelijkbaar met de hedendaagse Trangia werden gebruikt in Engeland vóór 1917. Berg- en poolexpedities gebruikten al eerder draagbare branders.

Vroege branders waren vergelijkbaar met kookstellen en maakten koken gemakkelijker dan het gebruik van kampvuren. Door hun grootte en relatief hoge gewicht waren ze moeilijk te vervoeren; ze werden vooral gebruikt in vaste kampen, zoals jachtkampen of basiskampen. Dit soort kookstellen met meerdere branders is vooral handig voor kamperen met een auto of met groepen.

Het wijdverbreide gebruik van lichtgewicht draagbare branders voor rugzakkamperen begon met een groter bewustzijn van de milieu-impact die rugzaktoeristen hebben op de terreinen. Voorafgaand aan het gebruik ervan, was de gebruikelijke praktijk de bouw, voor het koken, van een kampvuur met de beschikbare materialen. De brandplekken op de grond bleven twee of drie jaar duidelijk zichtbaar tot de plek weer begroeid was. De opeenhoping van brandvlekken in populaire gebieden verschilde van de ongerepte verschijning die rugzaktoeristen verwachten, wat leidde tot een groter gebruik van branders.

Principes[bewerken]

Het principe van een brander bestaat uit een brandbare stof, die al dan niet met tussenkomst van mechanische attributen door ontsteking een vlam produceert, die het mogelijk maakt vloeistoffen of voedingsmiddelen te verwarmen. De indeling van branders in soorten op basis van brandstof houdt ook in, dat die indeling de techniek om tot ontbranding van de brandstof te komen verschillend is per categorie.

Branders voor vaste brandstoffen[bewerken]

Met vaste stoffen kan een brander gebruikt worden voor het verwarmen van vloeistoffen en voedingsmiddelen. Deze branders zijn eenvoudig van vorm en bevatten eigenlijk geen mechanische onderdelen. Het gaat meestal om een cilindrische of vierkante bak met beluchtingsgaten, waarin vaste brandstoffen worden gelegd en vervolgens aangestoken. De branders hiervoor zijn houtbranders en esbitbranders. Voorbeelden van vaste brandstoffen zijn:

  • Hout: dat kunnen takken zijn of op maat gezaagde/gehakte houtstukken
  • Esbit: een witte vaste chemische stof in de vorm van een tablet, die met een lucifer kan worden aangestoken[1]
  • Meta: witte, sterk ruikende, vaste witte kristallen in de vorm van een tablet, die die met een lucifer kan worden aangestoken[2].
  • Kool: kool in de vorm van steenkool, briketten of antraciet worden zelden gebruikt als brandstof in branders, vanwege het ongemak van het grote volume en de zwarte stofdelen van deze brandstoffen

Branders voor niet-vluchtige brandstoffen[bewerken]

Niet-vluchtige brandstoffen zijn minerale of plantaardige oliën, diesel of petroleum. Kenmerk is dat deze brandstoffen niet direct gaan branden door aansteken met een lucifer. Deze vloeistoffen zijn te weinig vluchtig om op kamertemperatuur een damp te produceren die dicht genoeg is om ontstoken te kunnen worden. Daarmee zijn deze brandstoffen ook betrekkelijk veilige vloeibare brandstoffen. Deze brandstoffen hebben een licht prikkelende en soms zoetige geur en laten na verdamping meestal geur en vettig residu na. In branders moeten deze vloeistoffen eerst onder druk worden gezet en vervolgens tegen of door een verhit object geleid worden om voldoende brandbare damp te produceren. Door de druk uit het voorraadvat en de geforceerde dampvorming ontstaat een zeer dichte en brandbare damp die meestal via een vlamverdeler een zeer hete gasblauwe vlam oplevert die geschikt is om op te koken. Branders voor deze brandstoffen bevatten mechanische delen om tot een bruikbare brandervlam te komen. Meestal is bij deze branders sprake van een drukvat met een pomp en een voorverwarmde buis om de vloeistof mee te verdampen en tot slot een vlamverdeler om tot een bruikbare brandervlam te komen. Dit soort branders kunnen diverse branderkoppen hebben:

  • Zeer luidruchtig: de brandstof wordt direct uit de tank tegen een plaat versproeid die door de vlam heet wordt gehouden, vaak een oranje vlam met een laag rendement, brandt vaak alleen op benzine, branderkop wordt snel vuil, maar heeft weinig onderhoud nodig.
  • Luidruchtig/ruisend: De brandstof wordt eerst via twee pijpjes naar boven door een kruisvormig kanaal in de branderkop geleid. De branderkop is heet, waardoor de brandstof tot ruim boven zijn kookpunt en vaak ook ontledingspunt verwarmd wordt. Via twee dalende kanalen komt de brandstof, nog steeds heet, bij de spuitopening. Het brandstofgas mengt zich vervolgens in het midden van de brander met lucht en brandt met een oranje tot blauwachtige vlam die de branderkop weer verwarmt, waardoor nieuwe brandstof op de juiste temperatuur gebracht wordt. Redelijk rendement, brandt op verschillende brandstoffen, bij goed gebruik wordt de branderkop niet snel vuil en heeft weinig onderhoud nodig. Het vlamfront is niet absoluut stabiel. De steeds wisselende plek van de vlam leidt tot een grote hoeveelheid "ruis".
  • Geruisarm: Verbetering van de ruisende kop. De verbetering bestond onder andere uit het vervangen van de oorspronkelijke ring rond "C" door een kap met gaatjes. Het brandstof/luchtmengsel wordt nu tegen de onderkant van de kap gespoten, waarna het via de gaatjes kan ontsnappen. Pas nadat het mengsel door de gaatjes is gepasseerd, kan de snelheid van het vlamfront in evenwicht komen met de gassnelheid. Er ontstaat een groot aantal kleine vlammetjes, die veel minder lawaai maken.

Een voorbeeld van de eerste is een Svea 123. De laatste twee worden een petroleumvergasser of in de volksmond Primus genoemd.

Branders voor vluchtige brandstoffen[bewerken]

Vluchtige brandstoffen zijn alcoholen (waaronder spiritus) en benzines (kookpunt- en was-)benzines en autobenzines). Kenmerk is dat deze brandstoffen direct gaan branden door aansteken met een lucifer. Deze vloeistoffen zijn (zeer) vluchtig en vormen op kamertemperatuur een brandbare damp die dicht genoeg is om ontstoken te kunnen worden. Daarmee zijn deze brandstoffen ook betrekkelijk onveilige vloeibare brandstoffen. Deze brandstoffen hebben meestal een sterke prikkelende geur en die weinig geurt nadat deze zijn verdampt. Na verdamping laten deze vloeistoffen geen residu achter. In branders voor benzines worden deze vloeistoffen eerst onder druk worden gezet en vervolgens wordt de brandstofdamp via een vlamverdeler geschikt om op te verhitten of te koken. De druk het voorraadvat ontstaat door de warmte van de vlamverdeler of door een pomp op het drukvat. In de vlamverdeler ontstaat een zeer hete gasblauwe vlam die geschikt is om op te koken. Branders voor deze brandstoffen bevatten enkele mechanische delen om tot een bruikbare brandervlam te komen. Meestal is bij deze branders sprake van een drukvat (meestal zonder een pomp) en een vlamverdeler met stelschroef om tot een bruikbare brandervlam te komen. De brandervlam veroorzaakt door de vlamverdeler over het algemeen een suizend of scherp sissend geluid. Voorbeeld van deze branders is de benzinebrander. In branders voor alcoholen worden deze vloeistoffen niet onder druk naar een vlamverdeler geleid, maar is de werking te vergelijke met die van een petroleumlamp. Een lont in de brandstof voert de brandstof op naar een vlamverdeelpunt, waar de damp van de vloeistof aangestoken kan worden. Door de toevoer van lucht naar het vlampunt te regelen met een schuifje kan een blauwe vlam verkregen worden waarop gekookt of verhit kan worden. Branders voor alcoholen bevatten nauwelijks mechanische delen om tot een bruikbare brandervlam te komen. Meestal is bij deze branders sprake van een voorraadvat (zonder een pomp), een opvoerlont en een vlamverdeler met stelschuif om tot een bruikbare brandervlam te komen. De brandervlam van dit soort branders is nagenoeg geruisloos. Voorbeeld van deze branders is de spiritusbrander of in de volksmond een Trangia.

Branders voor gassen[bewerken]

Gassen voor branders zijn propaan, butaan of mengsels ervan. Op kamertemperatuur zijn deze brandstoffen gasvormig. Over het algemeen zijn deze gassen zeer brandbaar en kunnen al met een vonk uit een lichtschakelaar ontbranden mits daarvan in voldoende hoeveelheid in een gesloten ruimte aanwezig is. In natuurlijke vorm zijn deze gassen reukloos; fabrikanten voegen vaak een geurstof aan het gas toe om stil lekkend gas te kunnen opmerken. Branders voor deze brandstoffen bestaan altijd uit een drukvat met met sluitschroef, daarop of -aan een drukverdeler en een branderkop met stelschroef. Soms is de verbinding tussen drukvat en branderkop een gasslang of -leiding. De brandstof bevindt zich in het drukvat in de vorm van een vloeistof. Door de sluitschroef van het drukvat én de stelschroef van de branderkop te openen ontsnapt sissend of ruisend een gas, dat eenvoudig met een lucifer ontstoken kan worden. de brandstoffen branden met de bekende blauwe vlam. Branders voor gassen bevatten over het algemeen weinig mechanische delen, maar wel een sluitschroef voor het drukvat en een drukverdeler. De brandervlam veroorzaakt een rustig ruisend, suizend geluid. Voorbeeld van deze branders is de gasbrander of de Campingazbrander.

Gebruik[bewerken]

  • Zet een brander in elkaar en zorg voor voldoende en juiste brandstoffen voordat je de voorbereidingen voor koken of verwarmen gaat doen
  • Vul de brander met de geschikte brandstof en controleer de werking van bewegende of mechanische delen van de brander
  • Stel een brander op in een goed geventileerde ruimte en het liefst in de open lucht. Zorg ervoor dat de brander op ruime afstand staat van brandbare objecten (tenten, gordijnen, reservebrandstof, enz.); kom ook niet in de buurt van een brander met loszittende en brandbare (kunststof) kleding.
  • Zorg ervoor dat de brander stevig staat en niet kan omvallen, ook als een pan met inhoud erop staat.
  • Ontsteek alleen een brander als je ook alle benodigdheden voor het verhitten van dranken of maaltijden hebt klaargemaakt. Dat spaart brandstof en is veiliger. Uitzondering is de houtbrander die eerst een tijdje branden moet om voldoende warmte te kunnen genereren.
  • Laat een brander nooit onbeheerd branden. Zorg voor competent toezicht.
  • Zodra de werkzaamheden met de brander klaar zijn, doof de brander en laat deze afkoelen tot deze met blote handen aangepakt kan worden.
  • Maak de brander schoon na gebruik. Verwijder eventueel etensresten of aanhangend vuil. Sluit stel- en sluitschroeven.
  • Als de brander niet meer gebruikt wordt, demonteer deze en leeg het voorraad- of drukvat (behalve bij gassen) in een opslagvat.
  • Zorg voor een veilige, droge en stofvrije opslag van petroleumvergassers en benzine- en gasbranders.

Bronnen en referenties

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.