Christelijke Padvinders Organisatie
De Christelijke Padvinders Organisatie (CPO) was een Nederlandse scoutingorganisatie.
Geschiedenis[bewerken]
In 1914 richtte de afdeling Utrecht van het Nederlandse Jongelingsverbond een afdeling van de Christelijke Padvindersorganisatie op, uitsluitend voor leden van het Nederlandse Jongelingsverbond. De CPO had op dat moment al meerdere afdelingen[1]. In juli 1920 had de CPO groepen in: Amersfoort, Amsterdam, Delft, Doesburg, Enschede, Goes, Middelburg, Rotterdam, Vlissingen en Zaandam[2]. Rond 1922 werd er federatief samengewerkt met de Nederlandsche Padvindersorganisatie[3]. In 1926 werd het Technische Reglement aangevuld en gewijzigd in verband met het Centraal Magazijn op de Langestraat 82 te Amersfoort, Meisjestroepen en Voortrekkers[4]. In april 1928 werd besloten de organisatie op te heffen[5].
Uniform[bewerken]
Alle leden van de CPO droegen een padvindersuniform, bestaande uit een groene blouse, een donkerblauwe of manchester broek en een padvindershoed. Het onderscheidingsteken van de CPO zat op linker bovenmouw, bestaande uit: zwart op rood wol geborduurde padvinderslelie met onderschrift C.P.O. Een bandje met plaatsnaam van de afdeling gaf de plaats aan waar ze ingedeeld waren; zij droegen dit op de rechter bovenmouw. Leiders van de CPO droegen de CPO-padvinderslelie vóór op de hoed. Patrouilleleiders enzovoorts droegen geen insigne op de hoed. Leiders hadden in plaats van een groen, een wit signaal fluitkoord. Elk padvinder van de CPO was voorzien en verplicht bij zich te hebben een legitimatiekaart, ondertekend door het Hoofdbestuur en de Secretaris van het afdelingsbestuur van de CPO[6].
Belofte[bewerken]
De padvinder legde bij zijn installatie geen belofte af, maar werd gewezen op het tweeledige gebod in Mattheüs 22:37-39 (En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.)[7].
Hoofdbestuur[bewerken]
- 1920[2]
- Joh. de Vries, Bootenmakerstraat 56, Zaandam
- I. van Noppen, Bouwen Ewoudstraat 30, Vlissingen
- A. van Teijlingen, Da Costastraat 38E, Rotterdam
- 1923[6]
- G. ter Horst, Enschede, voorzitter[8]
- L. Schuman, Tienhoven (U.), secretaris
- A.W.F. Schmal, Enschede, penningmeester
- J.H. Muijsert, Barlo (Aalten), commissaris
- Ph.J. Hoedemaker, Doesburg, commissaris
- 1926[4]
- L. Schuman, Zoeterwoude, secretaris
- afgetreden:
- J.H. Muijsert, Aalten
- Ph.J. Hoedemaker, Utrecht
- aangetreden:
- G.B. Pellikaan, Almelo
- P. J. A. Verweij, Leiden
- 1927[9]
- Gijsbert ter Horst, voorzitter, Enschede, Haaksbergerstraat 126.
- L. Schuman, secretaris, Hillegom.
- A. W. F. Schmal, penningmeester, Enschede, Wooldriksche weg 27.
- G. B. Pellikaan, lid, Almelo, leeraar M.O.
- P. J. A. Verweij, lid, Leiden, Kraaierstraat 2.
- Adviserende Hoofdbestuursleden:
- Joh. de Vries, Rotterdam, Mathenesserplein 21
- Christiaan Stokhuijzen, Rijn en Schiekade 6, Leiden
- Gewest-secretariaat I, Friesland, Groningen. Drenthe en Overijssel: A. W. F. Schmal
- Gewest-secretariaat II, Gelderland. Utrecht, Noord-Brabant en Limburg: vacant
- Gewest-secretariaat III, Noord-Holland. Zuid-Holland en Zeeland: P. J. A. Verweij (tijdelijk)
- Bij opheffing[5]
- Chr. Stockhuijzen, Rijn en Schiekade 40, Leiden, secretaris
Bronnen en referenties
- ↑ De Stichtsche Courant, 19 oktober 1914
- ↑ 2,0 2,1 De Standaard, 14 juli 1920
- ↑ Vlissingsche Courant, 15 september 1922, pagina 3
- ↑ 4,0 4,1 De Nederlander, 09 juli 1926
- ↑ 5,0 5,1 De Amsterdammer, 23 april 1928
- ↑ 6,0 6,1 Nieuwe Apeldoornsche Courant, 16 juni 1923
- ↑ Het Weekblad, Christelijk Orgaan voor de Zaanstreek, 19 maart 1921, pagina 1
- ↑ De Standaard, 7 april 1923
- ↑ Lichaamsoefening, 9 februari 1927
