Corbulo

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Corbulo
Scheepstype
Kempenaar 
In gebruik als
 Wachtschip 
Voortstuwing
 Diesel 
Merk Hoofdmotor
 MAM 
Vermogen Hoofdmotor
 150 PK 
Lengte
 50 m 
Breedte
 6,6 m 
Grootste diepgang
 1,05 m 
Europees scheepsidentificatienummer (ENI)
 02300411 
Bouwjaar
 1923 
Werf
 De Haan en Oerlemans - Heusden 
Gesloopt in
 2025 
Eigenaar
Thuishaven
Delft ­Zuid-Holland ­Nederland
Website

De Corbulo was het tweede wachtschip en clubhuis van Waterscouting Nautilus Delft

Geschiedenis[bewerken]

Bouw en eerste gebruik[bewerken]

Het schip werd in 1923 gebouwd als sleepkempenaar bij De Haan & Oerlemans in Heusden, in opdracht van de Delftse familie Tetteroo.

De eerste reis werd het leeg naar Rees gesleept waar een lading zand werd geladen voor Delft. Van 1 oktober 1929 tot 1 februari 1931 werd voornamelijk op de Rijn gevaren en ook via de Zeeuwse wateren naar Antwerpen en Gent, daarna meer naar het Luikse industriegebied waar de kempenaar toen het grootste schip was dat die stad kon bereiken. In de opvaart vervoerde het graan en stukgoed en afvarend vanaf Amöneburg (bij Mainz) balen cement voor diverse Nederlandse bouwhandelsbedrijven. In die periode werd het bevracht door het Nederlandse bevrachtingskantoor Damco. In augustus 1933 werd een opduwer aangeschaft, met een roefje waarin een 2 cilinder MWM diesel van 24 pk. stond. Als het schip geladen was werd er geduwd, maar leeg werd het gesleept.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Bij de inval van de Duitsers in Nederland op 10 mei 1940 lag de Corbulo op de Maas in Lith. Eind juni kon er weer gevaren worden en werden nog twee reizen gedaan: een met kolen van Stein voor de centrale in Nijmegen en een reis zand van Wellerlooi (aan de Limburgse Maas) naar Amsterdam. Daar werd op 28 augustus 1940 het schip door de Duitse bezetter in beslag genomen, zonder de opduwer. Bij de werf van de Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord werd de kop er afgebrand en een soort laadklep aangebracht. In het ruim kwam een betonnen vloer om tanks en ander legermateriaal op de plaatsen. Bedoeld voor een invasie op de Engelse oostkust.

Toen die werd afgelast werd in 1943 het schip weer min of meer in oude staat terug gebracht, de betonnen vloer er uit en een soort van 'noodkop' aangebracht. Voor wat kleinere reparaties werd het schip naar scheepswerf Figee aan de Oude Haven in Vlaardingen gesleept. Daar heeft men de reparatie een jaar weten te rekken. Kort voor de bevrijding werd het schip gevorderd door de Kriegsmarine en is het op 1 oktober 1944 naar Emden vertrokken met allerlei materiaal afkomstig van een scheepswerf of machinefabriek.

Bij de bevrijding van de noordelijke provincies in april 1945 lag het in Leeuwarden vlak bij de Oldenhove. De eerste naoorlogse reis was met cokes van Stein naar IJmuiden voor de Hoogovens. In 1951 werd een nieuwe motorvlet besteld van 9 bij 3 meter met een 72 pk. MWM, waarmee de snelheid leeg van 7 naar 12 km p/u en geladen van amper 5 naar 10 km werd opgevoerd.

Motorisering[bewerken]

In 1955 werd besloten om tot motorisering van het schip zelf over te gaan. In de zomer van dat jaar is er toen bij de Scheepswerf van H. Boot & Zn. in Delft een 6 cilinder MAN diesel van 150 pk geplaatst, waarmee op de proefvaart op 14 september een snelheid van 15 km werd behaald. Eenmaal geladen, bleek er op diep water 11,9 km behaald te worden. Ook werd bij die werf aan elk roer een scheg gezet volgens patent A. de Haan Scheepswerf Heusden Octrooi no. 58546.

December 1986 werd besloten van de toen geldende saneringsregel gebruik te maken, waarbij het schip uit de commerciële vaart diende te vertrekken. Het betekende slopen of verkopen voor de recreatie. Na een winterstillig-periode werden in 1987 nog acht reizen gedaan en op 9 november arriveerde het schip in Delft, weer bij de werf van Boot.

Als wachtschip[bewerken]

Op 11 maart 1988 werd het schip gekocht door waterscouting Nautilus in Delft, die het ombouwde tot wachtschip. In het ruim werd sanitair en een keuken aangelegd, en kwamen er meerdere lokalen waarin het scoutingspel gespeeld kon worden, en waarin er onderhoud aan de lelievletten kon worden uitgevoerd. Het varende clubhuis, dat inmiddels in het Register Varend Erfgoed Nederland was opgenomen als historisch bedrijfsvaartuig, bleef in de vaart. Zo voer het vanaf 1989 elke vier jaar naar het NaWaKa, fungeerde het in 1990 en 95 bij Sail Amsterdam als logiesschip voor het bewakingspersoneel gebruikt, en voer het elk jaar in mei naar de Kagerplassen voor de jaarlijkse regionale scoutingzeilwedstrijden.

Het einde[bewerken]

In 2018 werd er bij de werfbeurt vastgesteld dat ca. 80% van de spanten gescheurd waren. Er werd nog een CVO uitgegeven, maar voor de volgende keuring moesten de spanten gerepareerd worden. De groep heeft hierop het moeilijke besluit moeten nemen afscheid te gaan nemen van de Corbulo. Terwijl zij in 2023 nog honderd mocht worden, werd er door groep hard gezocht naar een koper voor de Corbulo en en vervanger.

In 2024 werd de Flora aangekocht als nieuw wachtschip voor de groep, en was deze weer voorzien van een nieuw schip voor de toekomst.

Helaas werd er voor de Corbulo geen koper gevonden. In het najaar van 2025 heeft de groep de Corbulo weggebracht naar Haarlem om bij treffers gesloopt te worden.

Inrichting[bewerken]

Ruim[bewerken]

Het ruim van de Corbulo was ingericht als clubhuis van de groep, hier waren van voor naar achter te vinden:

  • Het "Voorste Ruim": werkplaats en activiteitenruimte. In de winter kon hier aan vier boten tegelijkertijd onderhoud gepleegd worden. De rest van het jaar was de ruimte in gebruik voor verschillende activiteiten van de groep. In het voorste ruim werd ook het Bootfeest gehouden.
  • De gang verschillende ruimtes in het centrale deel van het schip.
    • De keuken: Een professionele horeca-keuken met 6 gaspitten, oven, dubbele koelkast en vaatwasser.
    • Voorraadkast: opslag van allerhande verbruiksartikelen aan boord.
    • WC's: 2 urinoirs en 2 zit-wc's.
  • Dolfijnenlokaal: Opkomstruimte voor de Dolfijnen. Buiten de opkomsttijden van de Dolfijnen werd de ruimte ook door andere speltakken gebruikt. De ruimte was voorzien van een laminaatvloer (in de gang, voorste ruim, en Zeeverkennerslokaal lag nog de originele ruwhouten vloer) en had een opstelling met tafels en stoelen.
  • Zeeverkennerslokaal: Opkomstruimte voor de Zeeverkenners. In het Zeeverkennerslokaal werd ook het houtwerk opgeslagen en onderhouden. In het zomerseizoen verviel het lokaal meestal in een extra opslagruimte.

Voorpiek en Vooronder[bewerken]

Onder het voordek lagen de voorpiek en Vooronder. Hier lagen spullen voor het onderhoud en beheer van de Corbulo en Energie, en spullen die de groep niet vaak nodig had.

Roef en Theehut[bewerken]

Voor de stuurhut lagen de theehut en roef. De entree was via de theehut. Deze was in gebruik als opslag voor de Wilde Vaart en vaarstaf.

Vanuit de theehut kon men per trap naar de roef (oude schippers woning). Dit was de opkomstruimte van de Wilde Vaart, en werd ook gebruikt door de Loodsen en Plusscouts als hangplek. De roef was ingericht als woonkamer, er stonden salontafels en banken, en er was een bar. De oude badkamer van de roef was in gebruik als opslag. Via een trap kon men naar "De Kelder", een ruimte naast de machinekamer, waar vanuit de kleding verkoop werd gedaan.

Trivia[bewerken]

  • De Corbulo was tot de komst van de Flora het grootste wachtschip binnen Scouting Nederland.
  • Waterscouting Nautilus Delft heeft als enige groep in Nederland twee wachtschepen, maar had van december 2024 tot september 2025 drie wachtschepen.
  • Door de lengte van de Corbulo mocht er alleen gevaren worden als er beroepsschippers aan boord zijn, het groot pleziervaarbewijs is ontoereikend.
  • Een aanzienlijk deel van de voormalige inboedel van de Corbulo is bewaard gebleven, en zal in de Flora hergebruikt worden.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.