Deworah
Deworah was een scoutinggroep in Amsterdam.
Geschiedenis[bewerken]
Voor de oorlog bestonden er in Nederland verschillende Joodse gesloten groepen. Met de oorlog verdwenen deze groepen en een doorstart na de oorlog, was ondenkbaar. Veel leden en leiders waren gedeporteerd en vermoord. De enige groep die direct na de oorlog weer startte, was de Haagse T.O.P. groep .
Onder Joodse jeugdleiders bleef de belangstelling voor Scouting bestaan. De na de oorlog gevormde Joodse Jeugd Commissie in Amsterdam stond voor de gigantische taak om het overschot aan joodse kinderen weer samen te brengen in jeugdverenigingen. Hier konden de kinderen leren dat joods-zijn niet alleen betekent: bloot staan aan verschrikkelijke vervolgingen. In de zomer van 1946 vroeg de Jeugdcentrale aan de NPV of ze een gesloten groep mochten oprichten. De organisatie was, net als elke joodse organisatie, Zionistisch ingesteld. Ze richtte haar leden op wat toen nog Palestina heette en wilden hun belofte bij de installatie ook op die manier inrichten. Dit bleek in verband met de spelregels van de NPV niet mogelijk. De Joodse Jeugdcommissie koos er daarna voor om een padvinders-afdeling op te richten .
Het installatieteken werd een Dagen. Er werden geen insignes van de NPV overgenomen en in plaats van een hoed werd een baret gedragen. De organisatie werd Tsofioeth (Hebreeuws voor padvinderij) genoemd. De verkenners kregen de Hebreeuwse naam Tsofim en padvinders Tsofoth. Er werd eind 1947 gestart met een verkennersgroep Misjmar Tikwatenoe onder leiding van Edzard Izaks, een gediplomeerd verkennersleider . In januari 1948 werd hij formeel geïnstalleerd . Op 20 juni 1948 werd een meisjesvendel erkend met de naam Deworah . Een jaar later, in november 1948, werd een tweede verkennersgroep opgericht, Betsalel , waar Jaap Cohen Mafakeed (hopman) werd. En in februari 1949 begon bij Misjmar Tikwatenoe een welpenhorde, Oforim in het Hebreeuws.
Na de erkenning van de staat Israël door Nederland in 1949, besloot ook de Haagse TOP groep zich exclusief te gaan richten op Israël en moest daarom afscheid nemen van de NPV. De Haagse en Amsterdamse Joodse Scoutinggroepen verenigden zich in de Vereniging ‘De Joodse Padvinders in Nederland’ (JPN), een sub organisatie van de Joodse Jeugdcommissie . Er waren op dat moment drie groepen (Misjmar Tikwatenoe , Betsalel en T.O.P Groep) en twee vendels (Koningin Esthervendel en Deworah vendel) aangesloten . Ed Izaaks werd commissaris van de JPN en samen met Akela Kroon waren ze vertegenwoordigd in de Joodse Jeugdcommissie. Op 7 mei 1949 besloot het bestuur van de NPV de organisatie ‘te beschouwen als een bona fide, niet erkende organisatie, waaraan zij medewerking wil verlenen’. Ze mochten in de ScoutShop goederen betrekken, waaronder insignes, met uitzondering van installatie-, burger- en hoed-insignes. De organisatie koos voor het Israëlische padvindersinsigne, een Davidster met de Scoutinglelie .
Door gebrek aan goed getrainde leiders en voldoende middelen werd in 1955 besloten om de werkzaamheden van het Tsofioeth met ingang van 1 december 1955 te beëindigen. Na acht jaar kwam een einde aan deze Joodse jeugdvereniging. De leden worden zoveel mogelijk opgenomen in andere Joodse verenigingen en er kan een aanvraag gedaan worden om overgeschreven te worden naar de NPV .
Speltakken[bewerken]
De groep had de volgende speltakken:
