Driehoeksmeting

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Een driehoeksmeting is een meting waarbij men gebruik maakt van de eigenschap van een driehoek dat de driehoek volledig is bepaald wanneer we een zijde (de basis) en de aanliggende hoeken kennen.

Triangulation.png

Als voorbeeld een zeilboot die wordt waargenomen vanaf twee punten op het strand. De onderlinge afstand b is bekend, of kan worden berekend uit de coördinaten van A en B en vormt de basis van een driehoek met de zeilboot als derde punt. De waarnemers in A en C meten elk de hoek waaronder ze de zeilboot waarnemen. Met deze drie gegevens kan de positie van de zeilboot in de driehoek worden berekend. De waarnemers kunnen nu ook de lengtes van de twee andere zijden uitrekenen en dus de afstand van elk punt tot de boot. De lengte van elke zijde kan weer dienen als basis voor een nieuwe driehoeksmeting.

Dit wordt insnijding genoemd. Insnijding kan op twee manieren:

Achterwaartse (in)snijding[bewerken]

Achterwaartse (in)snijding is het bepalen van de coördinaten van het punt van de waarneming, door enkel hoekmetingen te verrichten naar ten minste drie andere in coördinaten bekende punten. Het wordt gebruikt bij landmeten en bij driehoeksmeting. De hoeken worden doorgaans gemeten met een theodoliet.

Samengevat: Je eigen positie bepalen aan de hand van 3 andere bekende punten/richtingen.

Bij Scouting gebruik je meestal een kompas, je eerste punt is dan de magnetische noordpool en hoef je dus nog maar twee opvallende punten in je zicht te vinden die je ook op de kaart kunt terug vinden.

Voorwaartse (in)snijding[bewerken]

Voorwaartse (in)snijding is het door hoekmetingen vanuit minstens twee (in coördinaten) bekende punten, het berekenen van de coördinaten van een afgelegen punt, zonder in dat punt metingen te verrichten.

Samengevat: Gegevens van een nieuw punt bepalen aan de hand van minstens 2 bekende punten.