Elly den Haan - Groen

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Nelia Apolonia (Elly) den Haan - Groen
Trok
Icon girl guide.svg
Het Nederlandse Padvindstersgilde.svg Nederlandse Padvindstersgilde
Geboorteplaats
Leiden
(Zuid-Holland)
Nederland
Geboortedatum
30 oktober 1918
Overlijdensplaats
Leiden
(Zuid-Holland)
Nederland
Overlijdensdatum
12 maart 1998

Mevrouw Nelia Apolonia (Elly) den Haan - Groen was presidente van het Nederlandse Padvindstersgilde van 1957 tot 1968 en een Nederlands politica van de VVD.

Ze volgde een zangopleiding en was tijdens de bezetting van Nederland door Nazi-Duits een koerierster voor het verzet. Ze was vanaf haar 18de jaar actief in de padvinderij. Van 1950 tot 1954 was ze districtscommissaresse van het Nederlandse Padvindstersgilde (NPG) in Leiden. Bij haar verkiezing in het landelijk hoofdbestuur in 1956 verkoos men haar tot presidente van het Nederlands Padvindstersgilde. Ze was een van de initiatiefneemsters tot samenwerking met de andere padvindersverenigingen waaruit het landelijk overkoepelend orgaan “Scouting Nederland” zou ontstaan. In 1968 werd “Trok”, zoals ze door haar padvindsters werd genoemd, vijftig en nam ze afscheid in de Leidse Stadsgehoorzaal. Burgemeester Van der Willigen deelde haar benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau mee en sloot zich aan bij de lovende woorden van vele sprekers: “U helpt de jeugd idealen te vormen en daarnaar te leven.” Ze gaf haar functie bij het NPG op om zich meer op het wethouderschap te kunnen richten.

Samen met wat vrienden had ze veel kritiek op het Leidse stadsbestuur waarop ze besloot om actief te worden in de lokale politiek. Ze was in 1966 kandidaat voor de VVD bij de gemeenteraadsverkiezingen en werd niet alleen gekozen maar ook meteen wethouder. Op 6 september 1966 werd zij de eerste vrouw in het college van B & W in Leiden. Zij kreeg de portefeuille voor Huisvesting, Verkeer en Bedrijven, met daarin de Reinigingsdienst, het Slachthuis en de psychiatrische inrichting Endegeest, een zeer veelzijdig en ongelijksoortig takenpakket. In 1970, na de volgende raadsverkiezingen, werd zij opnieuw in de gemeenteraad gekozen en weer werd ze wethouder. Nu kreeg ze de portefeuille Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, waardoor ze haar aandacht richtte op weer heel andere taken: bemoeienissen met onder andere het museum De Lakenhal, met K & O, met sportzaken en niet te vergeten met diverse activiteiten op het terrein van het maatschappelijk werk. Landelijk werd zij lid van de Monumentenraad. In de loop van haar tweede wethouderschap had ze het steeds moeilijker gekregen om haar goede humeur en gevoel voor humor te bewaren bij de toenemende verscherping van de politieke tegenstellingen in de Leidse gemeenteraad. Zij was meer bestuurder dan politica en een mens van goeden wille; zij kon relativeren, hield niet van ruzie en geloofde in het harmoniemodel. Daarom stelde ze zich niet meer beschikbaar voor een nieuwe periode en nam ze na acht jaar afscheid van de gemeentepolitiek. Het beroep dat men op haar deed om haar bestuurlijke gaven en ervaring in dienst te blijven stellen van de gemeenschap was niet tevergeefs. In 1974 werd zij voor de VVD lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland.

In augustus 1976 werd zij benoemd tot burgemeester van de gemeente Voorburg (Zuid-Holland) en daarmee was ze één van de eerste vrouwelijke burgemeesters van Zuid-Holland. In 1979 is ze bestuurslid van de Stichting Nationale Commissie Internationaal Jaar van het Kind. Eind 1983 ging ze met pensioen en bij haar afscheid, na zeven jaar burgemeester van Voorburg te zijn geweest, bleek hoe zij ook daar werd gewaardeerd. “Beminnelijk, menselijk en dicht bij de burger, maar ook krachtdadig, zeker als het om de belangen van haar gemeente ging”, zo werd ze gekarakteriseerd. Ze is daarvoor gehonoreerd met de gemeentelijke ere-penning van Voorburg. Tijdens dit afscheid werd zij tevens bij bevordering benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, een erkenning van haar vele verdiensten voor de samenleving. Na haar pensionering werd zij voorzitter van de Nederlandse Kankerbestrijding/Stichting Koningin Wilhelmina Fonds. Na zes jaar voorzitterschap trad ze in 1989 af. In 1998 overleed ze op 79-jarige leeftijd.

In Voorburg is het Burgemeester Den Haan-Groenpark naar haar vernoemd. Haar echtgenoot prof. D.C. den Haan (1920-2002) was hoogleraar in de huisartsgeneeskunde aan de Medische Faculteit Rotterdam.


Bronnen en referenties[bewerken]

  • Jaarboekje 1999 Vereniging Oud-Leiden
  • Wikipedia "Nelia Apolonia (Elly) den Haan-Groen"