Hugo ten Bokkel Huinink

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


ir. Hugo (Hugo) ten Bokkel Huinink
Icon boy scout.svg
De Nederlandse Padvinders klein.png De Nederlandse Padvinders
Geboorteplaats
Simonshaven  
(Zuid-Holland ) 
Nederland  
Geboortedatum
4 september 1902
Overlijdensplaats
's-Gravenzande  
(Zuid-Holland ) 
Nederland  
Overlijdensdatum
28 april 1976

Hugo ten Bokkel Huinink was een hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, hoofdkwartiercommissaris voor training van De Nederlandse Padvinders en schrijver van enkele boeken over scoutingonderwerpen.

Levensloop[bewerken]

Hij gaat na zijn studie werken bij Rijkswaterstaat en klimt daar uiteindelijk op tot de positie van hoofdingenieur-directeur (HID) bruggen. Door zijn werk woont hij op vele plaatsen in west- en midden-Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog neemt hij als directeur de verwoestingen aan de bruggen over de grote rivieren voortvarend ter hand. In een hoog tempo weet hij die zodanig te laten herstellen dat er weer verkeer over mogelijk is. Dat hij van aanpakken wist, dat blijkt wel, want hij is daarna als hoofdingenieur-directeur verantwoordelijk voor bijna alle grote bruggen van Rijkswaterstaat die tot het einde van de jaren 60 over de grote rivieren en de kanalen in Nederland zijn gerealiseerd. Zo is de eerste vaste oeververbinding over het IJ bij Amsterdam in 1957 een van zijn projecten. Op 1 oktober 1967 gaat hij met pensioen. Op 8 november 1968 trouwt hij in 's-Gravenzande met de weduwe Janna Maria (Mies) te Boekhorst (op dat moment 62 jaar oud). Hugo ten Bokkel Huinink overlijdt op 73-jarige leeftijd in 's-Gravenzande.

Scouting[bewerken]

Hij kan gezien worden als een zeer markant persoon in de NPV. De eerste vermelding van hem is in het begin van de jaren 30 als hij districtscommissaris van de NPV in Goes. Dat hij van zich laat horen blijkt uit een publicatie en lezing over 'vrije tijd" in de Weest Paraat van 1933. Kort daarop wordt hij vermeld als districtscommissaris in Den Haag; hij is in conflict met het hoofdbestuur van de NPV over verwikkelingen rond de Wereldjamboree in Vogelenzang. Na de Tweede Wereldoorlog is hij actief op nationaal niveau als hoofdkwartiercommissaris (o.a. voor training) en als schrijver van artikelen en boekjes over padvindersonderwerpen. Zo schrijft hij het boekje "Het Spel van verkenners tijdens bezetting en daarna" in 1946, een revue voor de Admiraal de Ruytergroep in Den Haag in 1947, over Gilwell Ada's Hoeve in 1955 en vertaalt hij "The training of the Rover Squire" naar het Nederlands. Lokaal is hij actief in Den Haag (trainingen aan verkenners voor de insignes houthakker, pionieren en kampeerder) in het Special Trainingsteam; dat hij in 1969 overdraagt aan hopman Jaap van Loenen van de Stanley 55-groep in Den Haag. En hij is al langer betrokken bij Gilwell Ada's Hoeve, waar hij o.a. met hopman Wijnmaalen de grote totempaal plaatst. In 1970 lijkt het of we de laatste keer van hem horen met zijn reactie op een vergadering van het Nationaal Beraad van de X-groepen; hij schrijft een ingezonden stuk aan de redactie van Weest Paraat.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken]

  • Ridder in de Orde van Oranje Nassau

Hiervoor komen personen in aanmerking die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving met verdiensten met een regionale of zelfs landelijke uitstraling en betekenis.

  • Officier in de Orde van de Nederlandse Leeuw (28 april 1962)

Hij heeft deze ontvangen voor zijn exceptionele verdiensten voor de samenleving (zijn werk bij Rijkswaterstaat), groter dan van hem of haar verwacht mocht worden.

Hij heeft deze ontvangen voor zijn diensten aan de padvindersbeweging van uitzonderlijk karakter.