Hugo ten Bokkel Huinink

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


ir. Hugo (Hugo) ten Bokkel Huinink
Icon boy scout.svg
De Nederlandse Padvinders klein.png
De Nederlandse Padvinders
Thorbeckegroep (Den Haag)
Geboorteplaats
Simonshaven ­Zuid-Holland ­Nederland
Geboortedatum
4 september 1902
Overlijdensplaats
's-Gravenzande ­Zuid-Holland ­Nederland
Overlijdensdatum
28 april 1976
Bezig met het laden van de kaart...

Hugo ten Bokkel Huinink was een hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat, hoofdkwartiercommissaris voor training en voor voortrekkers van De Nederlandse Padvinders en schrijver van enkele boeken over scoutingonderwerpen.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Zijn moeder was actief in de Federatie van Christelijke Vereenigingen van en voor Vrouwen en Meisjes en zijn vader was predikant[1][2]. Hij studeerde in Delft en haalde daar in de eerste helft van 1924 zijn ingenieursdiploma civiele techniek[3]. Hij ging na zijn studie werken bij Rijkswaterstaat en klom daar uiteindelijk op tot de positie van hoofdingenieur-directeur (HID) bruggen. In 1935 overleed zijn vader[4]. Door zijn werk woonde hij op vele plaatsen in West- en Midden-Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog nam hij als directeur de verwoestingen aan de bruggen over de grote rivieren voortvarend ter hand. In een hoog tempo wist hij die zodanig te laten herstellen dat er weer verkeer over mogelijk was. In 1953 overleed zijn moeder[5]. Dat hij van aanpakken wist, dat bleek wel, want hij was daarna als hoofdingenieur-directeur verantwoordelijk voor bijna alle grote bruggen van Rijkswaterstaat die tot het einde van de jaren 60 over de grote rivieren en de kanalen in Nederland werden gerealiseerd. Zo was de eerste vaste oeververbinding over het IJ bij Amsterdam in 1957 een van zijn projecten. Op 1 oktober 1967 ging hij met pensioen. Op 8 november 1968 trouwde hij in 's-Gravenzande met de weduwe Janna Maria (Mies) te Boekhorst (op dat moment 62 jaar oud). Hugo ten Bokkel Huinink overleed op 73-jarige leeftijd in 's-Gravenzande.

Scouting[bewerken | brontekst bewerken]

Hij kan gezien worden als een zeer markant persoon in de NPV. De eerste vermelding van hem in het blad De Padvinder is in 1927[6] als trainer voor Goese verkenners die hun 2e klas willen halen. Vervolgens hielp hij met de start van de 2e Goese groep[7]. Op 3 mei 1929 werd hij benoemd tot districtscommissaris voor Zeeland[8]. Hij was verkennersleider van de 1e Goese Groep en in 1931 kreeg hij een volmacht als voortrekkersleider (oubaas)[9]. Hij was leider van Kamp G op het Nationaal kamp in augustus 1932 in Wassenaar. Dat hij van zich liet horen blijkt uit een publicatie en lezing over 'vrije tijd" in de Weest Paraat van 1933. Vanaf februari 1936 werd hij vermeld als districtscommissaris in Den Haag[10] en werd hij verkennersleider bij De Jonge Verkenners[11]. Hij was in 1937 in conflict met het hoofdbestuur van de NPV over verwikkelingen rond de Wereldjamboree in Vogelenzang en leverde zijn volmachten voor leiderschap en districtscommissaris in. Na de Tweede Wereldoorlog was hij actief op landelijk niveau als hoofdkwartiercommissaris voor voortrekkers sinds 1950 en ook voor training én als schrijver van artikelen en boekjes over padvindersonderwerpen. Zo schreef hij het boekje "Het Spel van verkenners tijdens bezetting en daarna" in 1946, een revue voor de Admiraal de Ruytergroep in Den Haag in 1947, over Gilwell Ada's Hoeve in 1955 en vertaalde hij "The training of the Rover Squire" naar het Nederlands. Rond 1958 was hij de waarnemend-groepsleider van de Gilwell Ada's Hoevegroep in Ommen. Lokaal was hij actief als verkennersleider van de Thorbeckegroep in Den Haag en gaf hij trainingen aan verkenners voor de insignes houthakker, pionieren en kampeerder in het Special Trainingsteam; dat hij in 1969 overdraagt aan hopman Jaap van Loenen van de Stanley 55-groep in Den Haag. En hij was al langer betrokken bij Gilwell Ada's Hoeve, waar hij o.a. met hopman Wijnmaalen de grote totempaal plaatste. In 1970 leek het of we de laatste keer van hem horen met zijn reactie op een vergadering van het Nationaal Beraad van de X-groepen; hij schreef een ingezonden stuk aan de redactie van Weest Paraat.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken | brontekst bewerken]

  • Officier in de Orde van Oranje Nassau[12]

Hiervoor komen personen in aanmerking die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving met verdiensten met een regionale of zelfs landelijke uitstraling en betekenis.

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (28 april 1962)[12]

Hij heeft deze ontvangen voor zijn exceptionele verdiensten voor de samenleving (zijn werk bij Rijkswaterstaat), groter dan van hem of haar verwacht mocht worden.

  • Drager van de Zilveren Jacobsstaf

Uitgereikt op 23 april 1954

Hij heeft deze ontvangen voor zijn diensten van uitzonderlijk karakter aan de padvindersbeweging .

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.