Jan Donner

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Mr. dr. Jan Donner
Icon boy scout.svg
De Nederlandse Padvinders klein.png
De Nederlandse Padvinders
Raad der Vereeniging
Geboorteplaats
Assen ­Drenthe ­Nederland
Geboortedatum
3 februari 1891
Overlijdensplaats
Den Haag ­Zuid-Holland ­Nederland
Overlijdensdatum
2 februari 1981
Bezig met het laden van de kaart...

Jan Donner was een Nederlandse bestuurder, president van de Hoge Raad der Nederlanden en lid van de Raad der Vereeniging van De Nederlandse Padvinders.

Levensloop[bewerken]

Hij kwam uit een familie van gereformeerde predikanten. Hij volgde het gymnasium te Amersfoort en behaalde het einddiploma op het Gereformeerd Gymnasium in Kampen. Daarna, in 1908, koos hij voor een studie rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Utrecht, waar hij 16 oktober 1912 promoveerde. In Leiden studeerde hij vervolgens staatswetenschappen en op 1 juli 1919 volgde daar zijn tweede doctorsgraad. Intussen was hij zijn ambtelijke loopbaan begonnen: in 1916 commies-redacteur bij de secretarie van de gemeente Deventer, in 1917 hoofdcommies op de secretarie van de gemeente Rotterdam en in 1920 directeur van het Centraal Bureau voor voorbereiding van ambtenarenzaken in Den Haag. Op 1 januari 1922 werd hij door minister Th. Heemskerk (1852-1932) tot raadadviseur bij het ministerie van Justitie benoemd, een opmerkelijke promotie voor een man van dertig jaar[1][2]. Op 8 maart 1926 trad hij aan in het kabinet van minister-president De Geer op het departement van Justitie. Hij kreeg daarbij de titel Kind van Staat, omdat hij al zo jong een ministerspost bekleedde. Zijn werkkracht, fabelachtig goed geheugen, helder inzicht in de werking van wettelijke maatregelen in de praktijk en virtuositeit in het vinden van oplossingen werden alom geprezen. Op 31 juli 1933 volgde Donners benoeming tot raadsheer in de Hoge Raad, waar hij deel uitmaakte van de strafkamer en van de belastingkamer. Daarnaast aanvaardde hij in 1933 het curatorschap van de Rijksuniversiteit Utrecht. Na de Duitse inval in 1940 groeiden Donners betekenis en invloed, vooral binnen eigen partij en kerkelijke kring. Hij stelde zich op het standpunt dat 'principieel ieder contact met de Duitsers uit den boze' was. Zijn vastberaden afwijzing van de maatregelen tegen de joden en tegen levensbeschouwelijke instellingen, zoals caritatieve en het bijzonder onderwijs, leidde in maart 1941 tot zijn arrestatie. Hij werd vrijgelaten en nog enkele malen gearresteerd om uiteindelijk als gijzelaar gevangen gehouden te worden tot april 1943, achtereenvolgens in Schoorl, Buchenwald, Haaren en Sint-Michielsgestel (klein seminarie 'Beekvliet'). Na zijn vrijlating nam Donner met enige aarzeling - de Hoge Raad was in veler ogen te lijdzaam geweest tegenover vele maatregelen van de bezetter -zijn plaats weer in als raadsheer. Op 4 februari vroeg hij vervolgens ontheffing van zijn ambt. Hij werd daarop door de rijkscommissaris Seyss-Inquart uit al zijn openbare functies ontslagen. Na de Tweede Wereldoorlog accepteerde hij het voorzitterschap van de Centrale Raad voor de Zuivering van het Bedrijfsleven. Hoewel hij zeer principieel was in de beoordeling van onvaderlands gedrag, ging zijn zorg vooral uit naar het vermijden van excessieve straffen en naar het toepassen van clementie. Aan de slepende discussie over de houding van de Hoge Raad in de oorlog kwam in november 1946 een einde, toen Donner - als verzetsfiguur voor alle partijen aanvaardbaar - met voorbijgaan van oudere leden tot president van de Hoge Raad werd benoemd. Eind februari 1961 ging hij met pensioen. Tot op hoge leeftijd bleef Donner werkzaam als bestuurder van talrijke algemene instellingen en vooral antirevolutionaire of gereformeerde organisaties. Ook ten behoeve van het bedrijfsleven en het overheidsbeleid werd veelal op Donners bestuurs-bekwaamheid een beroep gedaan. In het bedrijfsleven was hij actief als president-commissaris (1955 - 1967) van de Nationale Nederlanden. Van vele regeringscommissies en -raden maakte hij deel uit, zoals de Kiesraad (vanaf 1945 lid, van 1966 tot 1976 voorzitter).

Scouting[bewerken]

Hij was lid van de Raad der Vereeniging van De Nederlandse Padvinders.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken]

  • Minister van Staat (Koninkrijk der Nederlanden, 1971)
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw (Koninkrijk der Nederlanden)
  • Grootkruis in de Orde van Oranje-Nassau (Koninkrijk der Nederlanden)
  • Grootkruis in de Orde van de Eikenkroon (Groothertogdom Luxemburg)

Bronnen en referenties

Category stub nl.svg Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.