Jeanne d'Arc

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
(Doorverwezen vanaf Jeanne d'Arcgroep)
Ga naar:navigatie, zoeken


Jeanne d'Arc
 Maagd van Orléans 
Geboorteplaats
Domrémy ­Frankrijk
Geboortedatum
6 januari 1412
Overlijdensplaats
Rouen ­Normandie ­Frankrijk
Overlijdensdatum
30 mei 1431
Kaart wordt geladen…


Voor groepen die zich naar Jeanne d’Arc vernoemd hebben, zie Scouting Jeanne d’Arc

Jeanne d’Arc, geboren Jehanne d’Arc (Engels: Joan of Arc) is een nationale heldin van Frankrijk. Ze werd in circa (6 januari ‘?’) 1412 geboren als boerendochter in het dorpje Domrémy in de streek Lotharingen, wat toen nog het prinsbisdom Toul in het Rooms-Duitse Rijk lag.

Periodeschets[bewerken]

Ten tijde van haar geboorte woedde de Franse burgeroorlog tussen de Armagnacs en Bourguignons (van 1410 - 1435). De burgeroorlog was een van de conflicten dat onderdeel was van de Honderdjarige Oorlog (1337 - 1453). Het betwiste doel van de 100-jarige oorlog was ’De Troon en Kroon’ van heel Frankrijk. Zeker drie adellijke huizen maaktn aanspraak op de troon, sinds het Huis van Carpet was uitgestorven. De tegenstanders in deze burgeroorlog waren de Dauphin (kroonprins) Charles, erfgenaam van het Huis van Valois en de Lancasteriaanse Engelse koning Hendrik VI. Hendrik had een bondgenoot gevonden in de hertog van Bourgondië, Filips de Goede. Als zoon van de vijf jaar eerder overleden koning Karel V, was dauphin Karel er van overtuigd dat hij aanspraak maakte op de troon. Echter lag anno 1427 de stad Reims, waar de Franse koningen gekroond werden, in het gebied dat door zijn vijanden werd bezet.

Hertog Filips’ vader, bijgenaamd Jan zonder Vrees, was in 1419 door de aanhangers van de Dauphin vermoord. De moord op Jan zonder Vrees vond plaats in de periode dat de Dauphin juist toenadering had gezocht met de Hertog om over zijn aanspraak op de Franse troon te onderhandelen. Tijdens een van hun ontmoetingen, op 10 september 1419, vermoordden aanhangers van de Dauphin de Hertog.

Het gevolg van de moord was dat de moeder van de Dauphin, Isabella van Beieren, het Verdrag van Troyes sloot. In het verslag van 21 mei 1420 werd bepaald dat haar echtgenoot, Karel (VI) de Waanzinnige, de vader van de Dauphin, opgevolgd zou worden door hun schoonzoon, Hendrik V van Engeland en hun dochter Catharina van Valois. Daarmee werd hun zoon en de broer van Catharina onterfd. De meerderheid van de Franse adel was het hier niet mee eens.

Toen Hendrik V op 31 augustus 1422 overleed en anderhalve maand daarna op 21 oktober 1422 Karel VI ook overleed, was de erflijn van de Franse troon ontregeld. De Engelsen maakten aanspraak, maar Hendrik V’s zoon, Hendrik VI, was pas 1 jaar oud en de Dauphin was ondanks alles niet zo overtuigd van zijn eigen rechten op de troon. Door het Verdrag van Troyes was hij al grote stukken land verloren en hij zag zijn situatie somber in.

Jeanne’s visioenen[bewerken]

Jeanne’s geboortedorp Domrémy lag in die tijd op de grens tussen het Anglo-Bourgondische Frankrijk en het Frankrijk van de Dauphin (Champagne, het hertogdom Bar en het hertogdom Lotharingen). Haar ouders waren Jacques d’Arc en Isabelle de Vouthon en ze noemdne hun dochter Jehanne. Als meisje van 13 ontving ze, volgens eigen zeggen, visioenen van onder andere de heiligen Catharina van Alexandrië en Margaretha van Antiochië en de Aartsengel Gabriel.

Op een middag ontving ze in de tuin een boodschap van God, zo verklaarde ze later. De boodschap luidde dat ze naar Frankrijk moest trekken en het beleg van Orléans moest verbreken. Jeanne trok in mei 1428 naar Vaucouleurs, waar ze haar verhaal deed bij garnizoenskapitein Robert de Baudricourt. Ze vroeg hem toestemming om zich aan te mogen sluiten bij de troepen van de Dauphin. De Baudricourt nam het 16-jarige meisje en haar visioenen niet serieus en stuurde haar naar huis. In januari van 1429 deed ze een nieuwe poging en trok weer naar Vaucouleurs. Ze gedroeg zich standvastig en vroom en won zo het respect van de bevolking en wist De Baudricourt er van te overtuigen dat ze geen heks was en niet krankzinnig. De kapitein stond haar toe om naar de Dauphin in Chinon te gaan. Ze kleedde zich als man en vertrok met 6 strijders op 13 februari uit Vaucouleurs. Elf dagen later arriveerde ze in Chinon, waarbij ze vijandelijk grondgebied had doorkruist. Karel was niet meteen overtuigd en wilde haar in eerste instantie niet ontvangen. Pas na twee dagen kreeg ze een uitnodiging om op audiëntie te komen. Karel wilde zeker weten dat hij niet bedrogen werd en verstopte zich tussen de hovelingen. Jeanne liep direct op hem af en vertelde hem dat ze ten strijde wilde trekken tegen de Engelsen en hem in Reims wilde brengen om te worden gekroond tot koning van heel Frankrijk. In die tijd was het niet gebruikelijk dat meisjes of vrouwen zich als soldaat bij het leger aansloten en ook nu nog zouden staatshoofden niet zomaar ingaan op het verhaal van een 16-jarig meisje. Ze werd daarom ondervraagd door de kerkelijke autoriteiten, getuige van deze ondervragingen was Jean, hertog van Alençon. Hij zag wel wat in de strijdbaarheid van het jonge meisje en stuurde haar naar Poitiers, waar ze aan meer ondervragingen werd onderworpen (verslaglegging is niet bewaard gebleven). De theologen waren erg onder de indruk van het meisje en stuurde de Dauphin een lovende conclusie. Bij de ondervragingen door de doctoren en theologen hoorde ook een onderzoek naar haar maagdelijkheid. Immers zou God volgens de theologen enkel een maagd zo'n belangrijke opdracht geven. Inmiddels hadden de vijandelijke troepen over Jeanne gehoord en zij noemden haar de hoer van Armagnacs. Om ook deze benaming te ontkrachten was het noodzakelijk om de maagdelijkheid van het meisje vast te stellen. Eveneens was het in de toen gangbare opvattingen onmogelijk dat een maagd een heks was. Karel gaf na al deze onderzoeken toestemming dat ze haar Orléans zou trekken. Meteen liet ze een schreef ze een brief naar de Engelsen dat ze bezwaar maakte tegen de aanspraak op de troon en dat ze de Dauphin zou voordragen als de Koning van Frankrijk.

Orléans[bewerken]

Met Jean d’Aulon als schildknaap, en haar broers Jean en Pierre aan haar zijde, vertrok ze naar Tours waar ze een aangepast harnas aangemeten kreeg en ze een standaard liet maken met de afbeelding van Christus en een banier met de naam van Jezus. Natuurlijk had ze ook een zwaard nodig. Jeanne vertelde dat ze dat zou vinden in de kerk van Sainte-Catherine-de-Fierbois zou vinden en zo geschiedde. Op 27 april 1429 vertrok ze met enkele honderden man sterke troepen vanuit Blois naar Orléans. De stad was bijna volledig omsingeld door de Engelsen en op 29 april hoorde ze van commandant La Hire dat iedere actie uitgesteld moest worden tot er versterking zou komen. Vijf dagen later (op 4 mei) schrok Jeanne op uit haar mijmering en kondigde aan dat de Engelsen aangevallen moesten worden. Snel trok ze haar uitrusting aan en haastte zich naar het Engelse fort in het oosten van de stad. De gevechten waren al zonder haar begonnen en het fort was al in handen van de Fransen. Opnieuw stuurde ze een brief naar de Engelsen. In de vroege ochtend van 6 mei stak ze de rivier over naar de zuidelijke oever. Ze rukte op naar een ander fort dat de Engelsen vrijwel onmiddellijk verlieten om een sterkere positie in te nemen. Jeanne en La Hire vielen aan en de volgende ochtend rukten de Fransen verder op naar fort Les Tourelles.

Jeanne raakte gewond, maar krabbelde terug op en keerde terug naar het front. Haar moed en verzet tegen de pijn motiveerden de andere soldaten en commandanten die respect kregen voor haar standvastigheid en de aanval inzetten tot de Engelsen het opgaven en zich terugtrokken. De dag erna was een zondag en daarom wilde Jeanne de aanval op terugtrekkende Engelsen niet meer inzetten.

Campagne van de Loire[bewerken]

Op 9 mei verliet Jeanne de stad Orléans en trof ze Karel in Tours. Ze moest er bij hem op aandringen naar Reims te gaan om daar gekroond te worden. Zijn raadgevers hadden hem geadviseerd om naar Normandië te gaan, maar Jeanne wist hem over te halen. Er werd echter eerst besloten om de Engelsen langs de rivier de Loire te verdrijven. Samen met haar vriend en kompaan de hertog van Alençon, die inmiddels luitenant-generaal van de Franse legers was geworden, veroverden ze Beaugency en ze wonnen de slag bij Crécy. Bij Patay vernederden de Fransen het Engelse longbowkorps volledig. Het korps is daarna nooit meer opgericht. Volgens de overlevering zouden er 2000 tot 2500 Engelse soldaten zijn gesneuveld tegen slechts 5 tot 100 Fransen. Jeannes reputatie van onoverwinnelijke vestigde zich.

Reims[bewerken]

Jeanne en de bevelhebbers trokken na deze overwinningen niet door naar Parijs, maar terug naar de Dauphin om hem ervan te overtuigen dat hij naar Reims moest gaan. Hij bleef twijfelen. Overtuigd van haar gelijk moest ze de aarzelende raadgevers van de Dauphin overhalen om haar kamp te kiezen. Bewust van de gevaren wist ze iedereen te winnen voor haar pleidooi. De reis van Gien-sur-Loire naar Reims leidde door de gebieden van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. De stad Auxerre bleef neutraal en de stad Troyes gaf zich over na een beleg van 4 dagen zonder slachtoffers. De stad Châlons-en-Champagne opende haar poorten vrijwillig. En ook de poorten van Reims openden zonder weerstand op 16 juli 1429. Een dag later werd koning Karel VII in de kathedraal gekroond en gezalfd.

Jehanne werd, in het Frankrijk waar ze was aangekomen, 'Jeanne, de Maagd van Orléans’ genoemd. Met haar reputatie voerde ze het leger nog aan in een strijd om Parijs en kreeg zelfs haar eigen troepen waarmee ze naar Saint-Pierre-le-Moûtier en La Charité-sur-Loire trok. Op 29 december 1429 werden Jeanne en haar familie in de adelstand verheven. Overigens werd in 1614 deze adelsverheffing van de familieleden door Lodwijk XIII weer teruggedraaid.

Gevangenname[bewerken]

Na haar tocht naar La-Charité-sur-Loire kreeg Jeanne het bevel op het kasteel van La Trémouille te blijven. Ze negeerde het bevel en trok naar het door de Bourgondiërs belegerde Compiègne. Tijdens een uitval vanuit de stad werd Jeanne 23 mei 1430 gevangen genomen. Hoewel in die tijd krijgsgevangenen werden vrijgekocht met losgeld, was Karel VII niet genegen zich in zetten voor het meisje dat hem op de troon had gekregen.

Ze was de gevangene van graaf Jan II van Luxemburg-Ligny, die wel een bepaald respect voor haar had en ondanks het verzoek om haar zo snel mogelijk in Parijs te berechten, werd ze onder middelmatige bewaking vastgehouden met het gezelschap van haar schildknaap Jean d’Aulon. Ze mocht bezoek ontvangen en bleef op de hoogte van de situatie in Compiègne. Echter na twee ontsnappingspogingen waren haar bewakers het beu en brachten ze haar over naar een andere locatie. De van oorspong Franse bisschop Pierre Cauchon van Beauvais wilde Jeanne van haar ‘gastheer’ kopen om haar aan de Engelsen uit te leveren. Dit was ongehoord in die tijd. Op 21 november 1430 verkocht Jan van Luxemburg haar voor 10.000 pond aan de Engelsen en Pierre Cauchon werd haar aanklager in het daarop volgende proces in Rouen.

Proces[bewerken]

Het proces was vanaf het begin gebaseerd op politieke motivaties. Jeanne had feitelijk geen oorlogsmisdaden begaan en had zich al een eerlijk strijder gedragen. De Engelsen waren van plan haar reputatie en daarmee ook die van koning Karel VII te breken. Als ze konden bewijzen dat Karel VII door toedracht van een heks en ketter op de troon was gekomen, werd zijn koningsschap ondermijnd en kon Hendrik VI van Engeland zijn aanspraak op de Franse troon weer laten gelden. Zo werd ze voor de kerkelijke rechtbank geleid. Wel werd de voorwaarden geeist dat ze bij vrijspraak weer overgedragen zou worden aan een wereldse rechtbank. De veroordeling was overigens al besloten. Rouen was op dat moment de zetel van de Engelse bezetting en was de stad waar het proces plaats zou vinden. Bisschop Cauchon was als aanklager afhankelijk van de gunst van de Engelsen en zorgde voor de aanstelling van nogal partijdige rechters. Ook rechtsbijstand werd haar ontzegd. Tussen de procesdagen verbleef ze in een wereldlijke gevangenis. Het proces begon op 9 januari 1431.

Veroordeling[bewerken]

Jeanne werd tijdens het proces meermaals gesommeerd om een verklaring te ondertekenen, waarin ze toegaf dat ze niet door God geroepen was om de legers van de dauphin te leiden. Dat ze de visioenen had verzonnen en het gezag van de Kerk zou erkennen. Ze werd ernstig ziek en het was niet duidelijke of ze nog lang zou leven. Toch werd haar de biecht en de heilige communie ontzegd. Ook haar verzoek om begraven te worden in gewijde grond werd haar niet gegund. Overwegingen om haar tot inkeer te laten komen door haar te martelen werden afgewezen.

Op 24 mei, op het kerkhof van Saint-Ouen met een opgerichte brandstapel in het vooruitzicht, zwichtte ze voor de druk en tekende ze de verklaring. Ze werd schuldig bevonden als schismatische, afvallige, leugenares, zienster, draagster van mannenkleren, verdachte van ketterij en godslasteresse. Ze werd veroordeeld tot een eeuwige gevangenschap. Bij het horen van haar lot trok ze haar verklaring in en werd haar straf omgezet naar een ter dood veroordeling. Ze werd overgedragen aan de wereldlijke autoriteiten, omdat de kerk geen doodstraf kon voltrekken.

Op de ochtend van 30 mei 1431 kreeg ze toestemming om ter biecht te gaan en de communie te ontvangen. Daarna werd ze naar de Place du Vieux-Marché geleid, waar het vonnis werd voorgelezen en door de beul op de brandstapel werd gezet. Jeanne vroeg een dominicanenbroeder om een kruisbeeld hoog te houden zodat ze het kon zien. Nadat de beul het vuur had ontstoken bleef ze volharden in haar verklaring door God gezonden te zijn en schreeuwde ze boven het gebrul van de vlammen uit om verlossing.

Nasleep[bewerken]

Twintig jaar later gaf koning Karel VII bij de intocht van Rouen de opdracht het proces te onderzoeken. Na een onderzoek van twee jaar en een opdracht van paus Calixtus III werd het vonnis herroepen en vernietigd. De 100-jarige oorlog duurde in totaal 116 jaar en nog tot 1453. Jeanne werd op 16 mei 1920 door paus Benedictus XV heilig verklaard, haar feestdag is 30 mei. Het Franse parlement verklaarde op 24 juni 1920 dat de tweede zondag van mei een jaarlijkse nationale feestdag moet zijn ter ere van haar. Haar geboortedorp draagt heden ten dage de naam Domrémy-la-Pucelle (Domrémy van de Maagd).

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.