Johan Moret

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Johannes Jacobus (Johan) Moret
Icon boy scout.svg
De Nederlandse Padvinders klein.png De Nederlandse Padvinders
Raad der Vereeniging
Geboorteplaats
Rotterdam  
(Zuid-Holland ) 
Nederland  
Geboortedatum
29 september 1880
Overlijdensplaats
Bergen Belsen (vermoedelijk)  
Duitsland  
Overlijdensdatum
31 mei 1945

Johan Moret was accountant en directeur/partner van de Accountantskantoren Moret & de Jong en Gelton & Moret. Hij was lid van de Raad der Vereeniging van De Nederlandse Padvinders.

Levensloop[bewerken]

Hij was de zoon van Barend Moret, accountant te Rotterdam. Hij was in 1909 getrouwd met Elisabeth Frenk, zij overleed in 1928, zij schonk hem twee kinderen: Barend Johan (1912) en Elisabeth (19170. Hij trouwde voor de tweede maal in 1932 met Hendrika Petronella Esser. Hij begon zijn loopbaan bij de Marine: in 1897 werd hij adelborst bij het Koninklijk Instituut van de Marine, in 1901 aangesteld tot officier en in 1904 luitenant-ter-zee der 2e klasse. In 1906 ging hij op eigen verzoek in die rang bij de Koninklijke Marine Reserve. Van 1906 af legde hij zich op de accountantsstudie toe, terwijl hij als assistent werkte op het kantoor van zijn vader. In de jaren 1909/10 maakte hij met schout-bij-nacht S. P. I'Honoré Naber, als vertegenwoordigers van de Republiek Liberia (Westkust van Afrika), deel uit van de commissie tot regeling van de grenzen tussen die republiek en Frans-Guinea. In 1912 slaagde hij voor het diploma van het Nederlands Instituut van Accountants. Eerst samen met zijn vader en na diens overlijden in 1915 alleen, oefende hij de praktijk van het accountantskantoor uit. Van zijn hand verscheen een aantal artikelen over Liberia in samenwerking met S.P. I'Honoré Naber en een boek over bovenvermelde expeditie in Afrika: "Op Expeditie met de Fransen". Bij een verblijf van enige maanden in Zweden in 1917, ontwierp hij een voorstel voor een valutakrediet van dit land aan Nederland, welk voorstel door de beide landen werd aanvaard; hier mede kwam een einde aan de destijds zo sterke stijging van de Zweedse Kroon, terwijl de invoer uit Zweden in ons land belangrijk verbeterde. Overste bij de Marine-reserve gaat hij gedurende de mobilisatiejaren van 1939 en het begin van 1940 in actieve dienst, eerst op de rivieren aan de Duitse grens, daarna bij de Generale Staf, afdeling comptabiliteit en tenslotte aan het Munitiebureau, waarvan hij secretaris was. Hij was enige jaren bestuurslid van het Nederlands Instituut van Accountants.

Scouting[bewerken]

Hij was tot 19 november 1936 de penningmeester van de Raad der Vereeniging van De Nederlandse Padvinders (NPV) en had ook zitting in de stichting die verantwoordelijk was voor de organisatie van de wereldjamboree 1937. Vanuit zijn rol in die raad was hij ook hoofdkwartiercommissaris voor de Uitrustingen en Uniformen. Hij trad af naar aanleiding van de conflicten die ontstonden tijdens de afwezigheid wegens ziekte van de hoofdverkenner Rambonnet in de periode voor de jamboree.

Verzet[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zet hij zijn kantoor voort (met grote opdrachtgevers zoals de Staatsmijnen). Hij begeeft zich al gauw in het verzet en is lid van de Stijkelgroep (zie ook bij Rein Renkema, Kees Wolzak en Cor Wolzak). Hij wordt al in het voorjaar van 1941 gearresteerd op verdenking van verzetsactiviteiten. In het Oranjehotel gezeten van 19 april 1941 tot maart 1942, cel 612. Op transport gesteld naar Berlijn, waar hij door de krijgsraad ter dood veroordeeld wordt. Bij wijze van gratie onbepaald uitstel van executie gekregen. Najaar 1943 als Nacht und Nebel-Gefangene vervoerd naar Küstrin en vervolgens naar Oraniënburg. Vermoedelijk februari of maart 1945 naar Bergen-Belsen, verder niets bekend.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken]

  • Officier in de Orde van Oranje-Nassau
  • Verzetsherdenkingskruis (postuum)
  • Ridder van het Legioen van Eer (Frankrijk)
  • Commandeur in de Human Order of the Redemption of Africa (Liberia).

Bronnen en referenties[bewerken]