Kaléb (Apeldoorn)

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Kaléb
Apeldoorn ­Gelderland ­Nederland
Alle geslachten
Opgericht
1 oktober 1951
Opgeheven
1 december 1955
Bezig met het laden van de kaart...
52° 12' 37.65" N, 6° 0' 2.28" E
52.210459, 6.000632

RD:196 927-469 328
32U 295082m E 5788686m N

Kaléb was een Joodse scoutinggroep in Apeldoorn.

Geschiedenis[bewerken]

Voor de oorlog bestonden er in Nederland verschillende Joodse gesloten groepen. Met de oorlog verdwenen deze groepen en een doorstart na de oorlog, was ondenkbaar. Veel leden en leiders waren gedeporteerd en vermoord. De enige groep die direct na de oorlog weer startte, was de Haagse T.O.P. groep .

Onder Joodse jeugdleiders bleef de belangstelling voor Scouting bestaan. De na de oorlog gevormde Joodse Jeugd Commissie in Amsterdam stond voor de gigantische taak om het overschot aan joodse kinderen weer samen te brengen in jeugdverenigingen. Hier konden de kinderen leren dat joods-zijn niet alleen betekent: bloot staan aan verschrikkelijke vervolgingen. In de zomer van 1946 vroeg de Jeugdcentrale aan de NPV of ze een gesloten groep mochten oprichten. De organisatie was, net als elke joodse organisatie, Zionistisch ingesteld. Ze richtte haar leden op wat toen nog Palestina heette en wilden hun belofte bij de installatie ook op die manier inrichten. Dit bleek in verband met de spelregels van de NPV niet mogelijk. De Joodse Jeugdcommissie koos er daarna voor om een padvinders-afdeling op te richten .

Het installatieteken werd een Dagen. Er werden geen insignes van de NPV overgenomen en in plaats van een hoed werd een baret gedragen. De organisatie werd Tsofioeth (Hebreeuws voor padvinderij) genoemd. De verkenners kregen de Hebreeuwse naam Tsofim en padvinders Tsofoth. Er werd eind 1947 gestart met een verkennersgroep Misjmar Tikwatenoe onder leiding van Edzard Izaks, een gediplomeerd verkennersleider . In januari 1948 werd hij formeel geïnstalleerd . Op 20 juni 1948 werd een meisjesvendel erkend met de naam Deworah . Een jaar later, in november 1948, werd een tweede verkennersgroep opgericht, Betsalel , waar Jaap Cohen Mafakeed (hopman) werd. En in februari 1949 begon bij Misjmar Tikwatenoe een welpenhorde, Oforim in het Hebreeuws.

Na de erkenning van de staat Israël door Nederland in 1949, besloot ook de Haagse TOP groep zich exclusief te gaan richten op Israël en moest daarom afscheid nemen van de NPV. De Haagse en Amsterdamse Joodse Scoutinggroepen verenigden zich in de Vereniging ‘De Joodse Padvinders in Nederland’ (JPN), een sub organisatie van de Joodse Jeugdcommissie . Er waren op dat moment drie groepen (Misjmar Tikwatenoe , Betsalel en T.O.P Groep) en twee vendels (Koningin Esthervendel en Deworah vendel) aangesloten . Ed Izaaks werd commissaris van de JPN en samen met Akela Kroon waren ze vertegenwoordigd in de Joodse Jeugdcommissie. Op 7 mei 1949 besloot het bestuur van de NPV de organisatie ‘te beschouwen als een bona fide, niet erkende organisatie, waaraan zij medewerking wil verlenen’. Ze mochten in de ScoutShop goederen betrekken, waaronder insignes, met uitzondering van installatie-, burger- en hoed-insignes. De organisatie koos voor het Israëlische padvindersinsigne, een Davidster met de Scoutinglelie .

Ook in andere plaatsen in Nederland begonnen joodse scouts zich te verenigen in groepen, die zich aansloten bij de JPN. In 1948 startte Leo Vis met een initiatief in Bussum, maar het lijkt erop dat dit bleef bij een oproep . In Haarlem begon in november 1949 de Joodse groep Dov Gruner, Het Weizmannvendel werd in december 1949 gestart in Enschede en in maart 1950 werd in Hilversum in de Rudelheimstichting groep 8 Chaim Nachman Bialik van de JPN officieel erkend.

Ook in Apeldoorn startte een groep. Naast 'moederinrichting' het Apeldoornsche Bosch lag in Apeldoorn het kindertehuis Paedagogium Achisomog voor 'diepgestoorde kinderen'. In de nacht van 21 -22 januari 1943 werden alle 1250 bewoners van het Apeldoornse Bosch en van het paedagogium, patiënten en verplegend personeel, door de Duitsers op transport naar Auschwitz gesteld. Daar zijn ze allemaal direct na aankomst gedood. Op 8 april 1946 kon het Paedagogium Achisomog heropend worden en de eerste jaren na de oorlog werden met name Joodse pleegkinderen opgenomen, van wie de ouders waren vermoord. Het aantal pupillen breidde zich uit tot 100 in 1960 .

In oktober 1951 werd met een joodse groep gestart in Paedagogium Achisomog in Apeldoorn, met steun van de NPV. Ze kreeg de naam Kaléb. Op 30 maart 1952 werd de welpenhorde onder leiding van Akela A.M. van Walen, personeelslid van de inrichting. formeel geïnstalleerd . Het was de vierde welpenhorde binnen de JPN, na Amsterdam, Enschede en Hilversum. In het voorjaar van 1952 werd met een verkennersgroep gestart en deze werd, samen met een kabouterkring, op 15 februari 1953 geïnstalleerd in aanwezigheid van scouts van de andere joodse groepen . In september 1953 werd met een meisjesvendel gestart .

In september 1953 werden naast het adres van het hoofdkwartier in Den Haag, nog maar contactpersonen van twee districten genoemd, Akela J.B. Koekoek van district Amsterdam en Akela A.M. van Walen van district Apeldoorn. Mogelijk dat op dat moment de groepen in Enschede en Hilversum opgeheven waren.

Door gebrek aan goed getrainde leiders en voldoende middelen werd in 1955 besloten om de werkzaamheden van het Tsofioeth met ingang van 1 december 1955 te beëindigen. Na acht jaar kwam een einde aan deze Joodse jeugdvereniging. De leden worden zoveel mogelijk opgenomen in andere Joodse verenigingen en er kan een aanvraag gedaan worden om overgeschreven te worden naar de NPV .


Bronnen en referenties

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.