Kimspel

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

Een kimspel is een verzamelnaam voor allerlei spellen waarbij je je zintuigen moet gebruiken. Het is vernoemd naar ene Kimball O'Hara, uit een boek van Joseph Rudyard Kipling. Deze Kimball, roepnaam Kim, werd opgeleid om spion te worden. Een onderdeel van z'n opleiding was observeren en onthouden. Er zijn veel spellen rondom dit verhaal en deze persoon te verzinnen. Afhankelijk van hoe moeilijk of makkelijk je het maakt, kan een kimspel gebruikt worden voor alle denkbare leeftijdsgroepen. Afzonderlijke kimspellen kunnen ook gebruikt worden als postenspel.

Zintuigen[bewerken]

Om als welp, scout enzovoort altijd paraat te zijn in de wereld om je heen, dien je goed te weten wat er om je heen gebeurt. Je zintuigen zijn daarbij superbelangrijk. Met je zintuigen neem je waar wat er in de omgeving gebeurt. Met de zintuigen leg je contact met je omgeving, en neem je de omgeving in je op.

De vijf "gewone" zintuigen zijn: zien, horen, ruiken, proeven en voelen (door middel van tasten). Daarnaast zijn er nog drie andere manieren om dingen waar te nemen: evenwicht, temperatuurgevoeligheid en pijnervaring. Er wordt ook wel eens gesproken over een zesde zintuig. Hiermee wordt dan gedoeld op bovennatuurlijke gaven, of op intuïtie of (bij dieren) instinct.

Category games nl.svg
Kimspel
Ontwikkelingsgebied:
Doelstelling:
Plaats: buiten, binnen,
Soort:
Leeftijdsgroep: 7 jaar en ouder
Aantal spelers: onbeperkt
Voorbereidingstijd:
Duur van het spel: 5 minuten tot een uur, afhankelijk van het soort kimspel en de invulling die eraan gegeven wordt
Nodig: afhankelijk van welk soort kimspel er gespeeld wordt

Suggesties voor kimspellen[bewerken]

Algemeen[bewerken]

In een ruimte worden allerlei posten neergezet, deze zijn met elkaar verbonden met een lint. Dat lint wordt door de deelnemers geblinddoekt gevolgd. Bij iedere post wordt een zintuig geprikkeld. Bijvoorbeeld proeven: drie smaken, zout, chocolade en boter. Kiest een kind de verkeerde als chocolade, dan zal het kind een lint gaan volgen dat dood loopt. Kiest het de juiste als chocolade, dan volgt het een lint naar de volgende post. Hier krijg je een nieuwe opdracht.

Voelen[bewerken]

De meest simpele variant is gebaseerd op een voorwerp dat in een doos of onder een kleedje ligt. Laat de scouts hun hand in de doos of onder het kleedje steken, en raden wat het is dat ze voelen. Neem voor de jongste leeftijdsgroep bij voorkeur iets dat zacht en pluizig is.

Vul een waterdichte vuilniszak met spekjes en doe er een beetje water bij, zodat de spekjes lekker vochtig worden. Stop er nu enkele voorwerpen tussen. Laat de scouts er nu op de tast achter komen wat er in de zak zit (behalve de spekjes). Let op: sommige soorten spekjes worden onwijs kleverig, en als het buiten heel warm is helemáál. Dus dan is het wat minder geschikt om te doen.

Hang 10 sokken aan een lijntje, met in elke sok een voorwerp. Kunnen de scouts voelen wat erin zit?

Blinddoek iemand en breng hem naar een boom in het bos. Laat hem de boom uitgebreid betasten en besnuffelen. Breng de geblinddoekte daarna weer terug naar het centrale punt en laat hem de blinddoek afdoen. Kan hij de boom terugvinden?

Proeven[bewerken]

Laat de scouts geblinddoekt proeven van allerlei verschillende dingen, bijvoorbeeld chocoladehagelslag, anijshagel, basterdsuiker, kaneel, zout, jam, ketchup, vla, pindakaas, stroop... wat proeven ze? Voor gevorderden kun je ook drie merken cola nemen: welk bekertje is welke cola? Een variatie hierop is dat je de ene helft van de groep blinddoekt, die door de andere helft van de groep gevoerd wordt.

Zie ook smaaktest en (voor 18+) Whiskyproeven

Let op:

  1. Probeer rekening te houden met eventuele allergieen van kinderen
  2. Doe je dit op een postenspel bij grote groepen (>100 personen), dan kun je je het best beperken tot de "vaste stoffen", zoals hagelslag en suiker. Dit kun je op de hand van de kinderen strooien en hoeft niet van een lepeltje geslikt te worden.

Ruiken[bewerken]

Doop lapjes in b.v. azijn, koffie, afwasmiddel, doucheschuim, dropsiroop e.d. hang ze op rond het clubhuis. De kinderen gaan ze zoeken en noteren welke geurtjes ze denken te hebben gevonden. Je zou dit ook kunnen combineren met een geursporentocht.

In de natuur kun je allerlei geuren aantreffen. Die kun je mengen tot een prachtig parfum. De deelnemers krijgen een beker met gekleurd water. Zoek in de natuur materialen (of krijg natuurlijke materialen van de leiding aangereikt) en maak daar een heerlijk parfum van. Vervolgens mag iedere deelnemer zijn eigen parfum aanprijzen, en gaat de parfum de kring rond (eventueel met de ogen dicht): kunnen de makers van de parfums hun eigen parfum nog herkennen?

Zie ook geursporen

Horen[bewerken]

Geef de kinderen een cassettebandje mee en geef ze de opdracht om de komende week allerlei geluiden op te nemen. Draai tijdens de opkomst erna op een meegebrachte cassetterecorder de bandjes af. De andere kinderen moeten raden waarvan de geluiden afkomstig zijn. Je kunt de geluiden natuurlijk ook zelf opnemen. Voorbeelden van geluiden zijn: dichtslaande deuren, een auto, een doorgetrokken WC, een telefoon, een miauwende kat. Je zou dit kunnen afwisselen met bijvoorbeeld (kinder)liedjes.

Laat iemand geblinddoekt en op het gehoor een route afleggen met behulp van geluid. Voor welpen kun je dit spel ophangen aan vleermuis Mang uit het jungleboek, die blind is en zijn weg zoekt door de rimboe met behulp van geluid. In een Wie is de mol?-thema (een mol is ook blind) kun je iets soortgelijks doen. Beide ideetjes passen ook prima in een nachtprogramma.

Spelers zitten in een kring. Een speler gaat in de kring zitten en krijgt blinddoek om. Daarna wijst de begeleider een andere speler aan. Die gaat stilletjes achter de geblinddoekte speler staan en tikt hem om de schouder met de tekst "tik tik tik, wie ben ik?". De geblinddoekte probeert dan te raden wie het is. De kinderen zullen al snel hun stem gaan verdraaien, wat het spel vanzelf moeilijker (en leuker) maakt.

Onthouden[bewerken]

Verdeel de hele groep in tweeën. Deze twee groepen gaan tegenover elkaar zitten (niet in twee rijen), met de gezichten naar elkaar toe. Voor hen liggen hun petten of dassen, met daaronder een voorwerp. Op een teken tillen alle kinderen hun petten op en kijken goed wat de andere partij eronder heeft liggen. Dan gaan de petten weer over de voorwerpen. Nu mag de ene partij beginnen te vragen om voorwerpen, ze moeten ook zeggen van welke kind ze dat voorwerp willen hebben. Hebben ze het niet goed onthouden, dan mag de andere partij verder gaan met vragen.

Leg 10 voorwerpen op de grond, laat iedereen er even naar kijken en leg er een doek overheen. Wie heeft de meeste voorwerpen onthouden? Je kunt de voorwerpen ook één voor één laten zien, of - als je geen voorwerpen bij de hand hebt - zelf 10 woorden opnoemen.

Twee spelers zitten tegen over elkaar. Ze bekijken elkaar goed. Dan draait de ene zich om en de ander verandert iets aan zijn kleding of gaat in een andere houding zitten. De omgedraaide keert terug en probeert er achter te komen wat er is veranderd.

Zien[bewerken]

FragmentZakmes.jpg

Laat de scouts verschillende foto's zien van sterk uitvergrote objecten. Wat zien ze? (zie voorbeeld hiernaast)

Wij kijken altijd vanuit een bepaald perspektief naar de wereld. Recht vooruit op ongeveer een driekwart meter hoogte. Eekhoorns bekijken de wereld vanuit de boomtoppen, en soms op de kop. Hoe zou dat eruit zien ? Met spiegeltjes doe je een paar oefeningen.

Meestal lopen we al pratend met elkaar door het bos. Dan mis je veel. Nu proberen we in stilte door het bos te lopen, en om van je zintuigen gebruik te maken. Ondertussen kun je elkaar op dingen wijzen (zonder woorden).

Bronnen en referenties[bewerken]


Externe link[bewerken]