Kinderen laten eten

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Koken
Camp Hunters Fire.svg

Hoofdartikel
Koken

Koken voor groepen
Boodschappenlijstje
Keukenmateriaal
Recepten voor groepen
Kampmenu-tips
Lust ik niet!

Jeugdleden koken
Eet- en drinkspellen
Kookinsigne

Primitief koken
Koken op kampvuur
Koken in kampvuur
Hooi- of dekenkist
Eenpansgerechten

Omgaan met kinderen

Hoofdartikel
Omgaan met kinderen

Kleine problemen
Speluitleg
Kinderen laten eten
Heimwee
Bedplassen
Zie ook "EHBO" >>

Grote problemen
Probleemkinderen
Straf

Achtergrond
Omgaan met emoties

Officiële regels
Roken, drugs- en alcoholgebruik
Relatie jeugdlid-leiding

Sommige kinderen zijn tijdens kamp maar moeilijk aan het eten te krijgen. Behalve de “eten wat de pot schaft”-techniek worden er bij verschillende scoutinggroepen in Nederland ook verschillende andere trucs toegepast. Maar vergeet niet dat de kinderen er voor hun eigen lol zijn en dat ze die ene week ook prima overleven op één goede maaltijd per dag. De trucs zijn meer om een epidemie van “lust ik niet” te voorkomen.

Lust ik niet-bonnetjes[bewerken]

Aan het begin van het kamp krijgen kinderen één of twee “lust-ik-niet-bonnetjes” of "Bah-Bon" die ze bij elk avondeten kunnen besteden. Als ze een bon inleveren bij de leiding, mogen ze in plaats van het avondeten gewoon een boterham of zo voor zichzelf smeren. Om de kinderen te stimuleren om hun bonnetjes bij zich te houden, kunnen de kinderen die op het eind van het kamp hun bonnen nog hebben, deze inleveren in ruil voor een verrassing (een snickers of een mars of zo). Een variatie op deze bonnen kan als volgt: Hang hoog in de eetzaal een waslijn met daaraan voor ieder kind een snoepzakje (stuk of 3 snoepjes). Als een kind iets niet lust, hoeft hij/zij dat niet te eten, maar dan wordt er wel een snoepje uit zijn/haar snoepzakje gehaald. Op het eind van het kamp krijgt ieder kind zijn eigen snoepzakje.

Voor hen die liever geen snoep in de strijd willen gooien. Vindt uit wat het kind echt niet lekker vindt en spreek de woorden "je zult zien dat we dat morgen of misschien wel overmorgen eten." of vertel dat er morgen misschien wel spruitjes op het menu staan. Dit risico willen ze niet lopen en houden de bon voor de zekerheid toch nog maar een dagje bij.

Het zal niet bij elke groep zo goed werken maar met een beetje overredingskracht krijg je jaren lang geen bon terug.

Bonnen verdienen? Je kunt er ook een ‘challenge’ van maken voor de moeilijke eters; eet je toch drie happen dan verdien je een bon!

Drie happen[bewerken]

Of de kinderen het nou lusten of niet, ieder kind moest vroeger minstens drie happen van ieder onderdeel van de maaltijd nemen. De leiding zag toe of ze daadwerkelijk wat aten. Niet alleen krijgen ze zo wat binnen en leren ze te eten wat de pot schaft, zo vond men, soms kwamen ze er ook achter dat het niet eens zo vies was als ze wel dachten.

Uit recent wetenschappelijk pedagogisch onderzoek is gebleken dat voorgaande advies onverstandig en zelfs onwenselijk is. Door eten in te zetten als straf of beloning ontwikkelen kinderen een negatieve relatie met eten wat kan leiden tot eetstoornissen op latere leeftijd. Ook kan het al bestaande eetstoornissen verergeren. Daarbij dienen scouts, comform de richtlijn van Baden-Powell, uit te gaan van het individu (en diens eigen verantwoordelijkheid) en respect te hebben voor ieders persoonlijke grenzen. Individuen, en dus ook kinderen, te dwingen wat ook te doen past niet binnen de normen en waarden van scouting. Natuurlijk willen we dat iedereen zich aan de regels houdt die we samen afspreken. Overtreding heeft consequenties, maar dat is niet het zelfde als iemand dwingen iets te doen tegen haar of zijn zin. Wat dan wel? Heldere regels over wanneer er gegeten wordt en wat. Als een kind een keer niet eet dan is de consequentie dat het honger heeft. Leerzaam voor het kind dat een groeiend besef van eigen verantwoordelijkheid zal krijgen. Zoals in de inleiding staat, laat kinderen vooral plezier maken. Maak het overslaan van een maaltijd of bepaald soort eten niet groter dan het is want op één goede maaltijd doen kinderen het voor een dag ook prima en als ze honger hebben wordt er vanzelf gegeten. Zet het niet etende kind wél aan tafel met de rest zodat het onderdeel blijft van de gezamenlijke maaltijd, ook al eet het niet of weinig. Signaleer als leiding goed als kinderen niet eten en meld het later altijd bij ouders/verzorgers. Bij het overslaan van meedere maaltijden achter elkaar moet men zich natuurlijk wél zorgen maken en contact opnemen met ouders/verzorgers.

Laat kinderen overigens niet alleen aan tafel zitten om hun bord leeg te eten (voor straf). Dit leidt tot uitsluiting, iets wat we binnen scouting juist niet willen.

Koken leuk en lekker[bewerken]

Een beetje lol tijdens het eten kan geen kwaad en werk mee aan een goede sfeer aan tafel. Rond veel kampeer boerderijen zijn genoeg boeren die verse en goedkopere producten verkopen. Hou het simpel, te veel kruiden of ingrediënten maakt het eten vaak onbekend en dus niet lekker (wat de boer niet kent....). Chili kan heel lekker zijn als hij maar niet te pittig is, liever wat zoeter. Als er meerdere moeilijke eters zijn serveer dan, bij de hele groep, eerst de groente en de aardappelen en pas als het merendeel op is het vlees.

Houd een kind nooit alleen aan tafel terwijl de rest mag gaan spelen, eten wordt dan alleen maar een grotere stressfactor. Pas je kampmenu aan kinderen aan!!! ''''

Soms kom je kinderen tegen die (zeer) moeilijk eten. Overleg met ouders/verzorgers en probeer afspraken te maken vóór eventuele problemen zich voor doen, dus bijv. voor een kamp, weekend etc. Afspraken maken met ouders/verzorgers tijdens een lopend kamp geeft soms spanningen en kan verstorend zijn. Stel de volgende vragen: Wat mag een kind eten? (allergieën, intoleranties, religieuze voorschriften etc.) Wat kan een kind eten? (Medische of psychische beperkingen/stoornissen).

In goed overleg kan er veel mits dit niet te verstorend is in de groepsdynamiek van samen zorgen voor het eten. Uitgangspunt is plezier, samen doen en ontdekken én respect voor de verschillen. Als leiding ben je geen ouder/opvoeder en andersom hoeft de ouder ook niet op de stoel van de leiding te gaan zitten.

Zie ook[bewerken]