Lelievlet

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
De lelievlet

De lelievlet is de meest gebruikte stalen zeil-, roei- en wrikboot bij waterscouting. In 1956 is de eerste lelievlet gebouwd bij botenbouwer Teunis Beenhakker. De naam is afgeleid van het traditionele scoutinglogo, de pijlkop, die sterke overeenkomsten vertoont met een Franse lelie. De lelievlet wordt gebruikt door alle waterscoutinggroepen van Scouting Nederland, een aantal Vlaamse zeescoutgroepen en het National Water Activities Centre(NWAC) van Scouting Ireland.

Geschiedenis[bewerken]

Het zeilteken

Tot in de jaren veertig werden door zeeverkennersgroepen verschillende boten gebruikt. Vaak waren dit afgedankte reddingssloepen van zeeschepen of andere soorten roeisloepen. Deze boten waren bijna altijd van hout, waardoor het onderhoud veel tijd en geld kostte. Ook was het moeilijk om onderdelen te vervangen, omdat de boten verouderd waren. Door de sterke groei van het aantal zeeverkennersgroepen was er behoefte aan beter en gestandaardiseerd materieel.

Op de Dordtse scheepswerf Gebroeders Bezemer werkte schipper van Keulen. Hij ging met zijn hoogaars regelmatig varen met de jongens van de katholieke Dordtse Karel Doormangroep. Hij kwam op het idee om stalen vletten geschikt te maken voor de zeeverkenners en besprak het idee met schipper Stockman van de Titus Brandsmagroep uit Breda, hoofdkwartier commissaris bij de katholieke zeeverkenners, die aan het experimenteren sloeg met stalen vletten. Hij maakte een vlet die ook als zeilboot gebruikt kon worden. Er kwamen onder andere een mast, een midzwaard en twee luchtkasten in. Er kwam echter nog niet veel schot in de zaak, want de hoofdkwartiercommissaris zeeverkenners van het N.P.V. zag niets in het plan. Vooralsnog hield de NPV vast aan de schouwen en roeivletten. De NPV was erg kritisch over de vletten: te klein, hadden geen bergruimte, waren lomp en slecht aan de wind zeilend. Zonder medewerking van het N.P.V. was er geen grote order mogelijk en kan geen scherpe prijs gerealiseerd worden.

Schipper Frits Koopman van de Dordtse Johan en Cornelis de Wittgroep was bevriend met schipper van Keulen en was eigenwijs genoeg om zich niets aan te trekken van het N.P.V. hoofdkwartier. Hij overtuigde een andere vriend, Thijs Schless, schipper van de Karel Doormangroep om mee te doen. Thijs Schless was zoon van de directeur van rederij Schless en Fits Koopman was betrokken bij scheepswerf Koopman. Samen gingen ze het gesprek aan met scheepswerf Beenakker en overtuigden hen dat er business in deze vletten zit. Dat zowel rederij Schless als scheepswerf Koopman regelmatig bijbootjes kochten, zal zeker geholpen hebben om Beenhakker te overtuigen om een scherpe prijs te offreren. De door hen gebouwde vletten waren te koop voor 1400 gulden inclusief tuig en zes riemen, maar je moest ze wel zelf schilderen. De Johan de Wittgroep bestelde direct twee vletten. In 1956 verscheen de eerste Beenakker vlet op de Dordtse wateren en dat trok de aandacht. De Sint Jorisgroep uit ’s Hertogenbosch kwam ze bekijken en bestelde er meteen twee, en later het jaar nog twee. De Willem de Zwijgergroep en de Karel Doormangroep kochten er elk vier.

De invoering van de lelievlet bij de NPV was uiteindelijk te danken aan de Rijswijkse internist dr. Bert van der Burg (1914 - 2002). Als landelijk bestuurslid van de NPV was hij van 1957 tot 1964 belast met zeeverkennerszaken. Na een bezoek in 1958 aan de Dordtse scouts, inclusief een proefvaart met een zeilvlet, werd alsnog besloten ook de vlet als standaardboot te gaan gebruiken. De populariteit van de lelievlet zou daarna sterk stijgen. Binnen twee jaar voeren er dankzij het lobbywerk van schippers Schless bij de Katholieke Verkenners en schipper Koopman bij het N.P.V. bijna 100 vletten rond. Bijna allemaal met het kenmerkende lelievletteken, alleen in Dordt werd het zeilteken ZV gebruikt, dat ook voor andere boten gebruikt werd. Tot 2006 zijn in Nederland zo'n 1550 lelievletten gebouwd. Lelievlet nummer '1' bestaat nog steeds en vaart onder de vlag van de Titus Brandsmagroep. Niet alleen scouting maakt gebruik van de lelievlet, ook het Zeekadetkorps Nederland.

Aan het begin van de 21ste eeuw startte er vanuit de maritieme technieksector een project, genaamd Vletten op de Maas. Dit had als doel om jongeren warm te maken voor de scheepsbouw, door middel van het zelf bouwen van lelievletten.

Beschrijving[bewerken]

Klik op de afbeelding voor een onderdelenoverzicht van de lelievlet

Een lelievlet is een zogeheten "knik-spantvlet" met midzwaard, sloeptuig en twee luchtkasten voor en achter. De vlet is ondertuigd. Dat wil zeggen dat het minder zeil heeft dan de boot hebben kan. Hiervoor is gekozen vanwege de veiligheid, maar een voordeel is dat er ook met hogere windkracht mee gezeild kan worden. Onder zeil hebben ze dezelfde prettige onhebbelijkheden die ook de schouw en in feite iedere platbodem heeft: gevoelig voor de gewichtsverdeling aan boord en dankbaar voor een goede behandeling van de fok. Er is plaats voor zes roeiers en er is een wrikgat aan stuurboord in de spiegel. De afmetingen van een lelievlet zijn:

  • Lengte: 5,60 m
  • Breedte: 1,80 m
  • Hoogte: 5,60 m (vanaf waterlijn) 5,70 m (getuigd)
  • Gem. gewicht: 650 kg
  • Gem. gewicht: 650 kg (casco)
  • Gem. gewicht: 900/1000 kg (voltuig)
  • Zeiloppervlak: 12,15 m²
  • Diepgang: 0,30 m (zonder zwaard)
  • Diepgang: 0,80 m (met zwaard)

Benamingen[bewerken]

Een vlet is geen boot, het is een schip.
De voorkant van het schip noemen we de boeg, de achterkant heet de spiegel. De zijkanten zijn de boorden hierop zijn net achter de mast puttings gemaakt voor het want. Het voorste vlakke puntje van de vlet is de plecht, hierop zit de hanekam. Het grote vlak voorop is het voordek, dit is de bovenkant van een luchtkast. Het diepe deel is de kuip. De bodem van de kuip bestaat uit de bodemplaten, samen het vlak. De hoekijzers waar de vlonders op liggen zijn de buikdenningen. Voorin de kuip in het midden bevind zich de zwaardkast met daarop de mastkoker. De schuine zijwanden van de vlet zijn de kimmen. Het grote vlak achterop is het achterdek, dit is ook de bovenkant van een luchtkast. De achterkant van de vlet is de spiegel.

Tuigage[bewerken]

Losse Onderdelen[bewerken]

Optionele onderdelen[bewerken]

  • Hoosvat

Drijvend bakje waarmee water van de buik van de vlet geschept kan worden. Past meestal onder de kuipvlonder voor de mast Dit is ook het diepste punt dus een van deze vlonder moet toch van zijn plaats om te kunnen hozen. Er bestaan commerciële hoosvaten, een plastic limonade~ of melk~pak en een schaar werkt ook.

  • Dweil

Om het laatste restje water, modder en bladeren op te nemen.

  • Stootwillen

Kleine buigzame buisvormige of druppelvormige ballen met een of meer ogen. Deze worden met behulp van korte lijntjes aan een ophangoog voor de stootwil bevestigd. Eigenaren van witte polyester jachten worden niet blij van teer of bitumen, houd de stootwillen schoon.

Een huik die vastzit over het voordek en kan worden uitgelegd over de kuip en achterdek.

Optioneel maar zeer nuttig onderdeel bij een vlethuik.

Met behulp van slaapvlonders, huikophouder en een goede vlethuik kan men ruim met zes personen op een vlet kamperen.

Lange houten stok om te bomen, of om de reikwijdte buitenboord te vergroten.

  • Windvaan

Kan helpen bij bepalen van de zeilkoers of schijnbare windrichting. Staat leuk bovenop de mast, maar is wel erg kwetsbaar, bijvoorbeeld een gestreken mast, bij laag hangende takken, of onder een brug.

Om aan boord het grootzeil bij elkaar, droog en schoon te houden.

De bergplaats voor losse dingen die geen andere plek hebben zoals een vuilniszak.

Mogelijkheden - Basis voor spel activiteiten[bewerken]

Behalve zeilen kun je je met een lelievlet ook voortbewegen door te roeien, wrikken, jagen en te bomen. Je kunt soms ook een sleepje krijgen.

Ankeren, aanleggen

Overnachten.

Spelletjes[bewerken]

Het oefenen in het voortbewegen kan eenvoudig in spelvorm (wedstrijd) gebracht worden. Dit is dan eigenlijk niet meer dan een overkoepelend verhaal, toch brengt het wat afwisseling in doelloos rond varen.

Tikkertje

  • waarbij een bal (willetje) in het grootzeil van de ander gegooid moet worden.
  • Vlaggeroof erg letterlijk nemen en elkaars vlag proberen te 'stelen'.

Puzzel tochten, hierin kan men onzeilbare slootjes verwerken, zodat de bemanning moet roeien, wrikken, bomen of jagen. Het tuigage leren kennen word ook geoefend door sluizen en lage bruggen in een route op te nemen.

Zeil experimenten[bewerken]

Een zeiler probeert zijn schip optimaal te benutten bij een vlet kan men zeer voorzichtig met zeilen experimenteren.

Probeer dit soort zeil experimenten alleen in overleg met leiding / materiaal meester.

Zeeanker / Drijfanker

Waterboarden

Aanschaf[bewerken]

Wil je een lelievlet kopen, dan moet je flink in de buidel tasten. Een casco vlet kost rond de € 5.050. Je hebt dan enkel de boot zelf, dus zonder beslag, touw, zeil en dergelijke Zeilklaar kost een vlet ongeveer € 7.580. Meer info is te verkrijgen bij de bouwers van de vletten:

Of wat organisatie en commerciele studie promotie

  • Op 17-04-2015 is Botenbouw Tukker B.V. te Gorinchem (Zuid-Holland) door de rechtbank in Rotterdam failliet verklaard. Als curator is aangesteld mr. E. Hoogendam. Het insolventienummer van deze zaak is F.10/15/300. De (hoofd)activiteit van Botenbouw Tukker B.V. is vervaardiging van overige transportmiddelen.
  • De Stichting Trix is opgeheven.

Externe links[bewerken]

Bronnen en referenties

  • Bovenstaand artikel of delen daarvan is geheel overgenomen van De lelievlet 8e druk
  • Cees van Romburgh, "Een varende Jamboree. Het Nationaal Waterkamp van 1961" in: Tijdschrift voor Zeegeschiedenis jaargang 31-2 p. 72-79 (2012); een bewerking van dit artikel staat bij de geschiedenis van het Nawaka.
  • Henne van Heeren, "Er moet gevaren worden", 2013, Jubileumboek Willem de Zwijgergroep.


Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.