Levend cluedo (rollenspel)

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Voor andere versies van levend cluedo, zie levend cluedo

Deze versie van Levend Cluedo is een combinatie van 'misdaad oplossen', vossenjacht en overtuigend toneelspel. Door het combineren van aanwijzingen kunnen de spelers erachter komen wie van de getuigen de dader is. Afhankelijk van de leeftijd van de deelnemers en het gemak waarmee ze zijn af te leiden, kun je het spelen in een druk stadscentrum, of toch beter in een rustig bos.

Category games nl.svg
Levend cluedo (rollenspel)
Ontwikkelingsgebied: Intellectueel
Doelstelling: ontwikkelen van inzicht in verbanden tussen zaken.
Plaats: in het bos, in stad of dorp,
Soort: rollen-/toneelspel,
Leeftijdsgroep: 11 jaar en ouder
Aantal spelers: Groepjes van minstens 3 personen
Voorbereidingstijd: Een goed verhaal verzinnen en verdachten en getuigen optrommelen
Duur van het spel: 1 a 2 uur (afhankelijk van de grootte van het terrein en het aantal verdachten/getuigen)
Nodig: Een misdadige geschiedenis, papier, pennen, plattegrondjes, eventueel verkleedkleren en potentiële moordwapens

De kinderen worden groepen verdeeld, van rond de 4 spelers. Het doel van deze groepen is, om door middel van speurwerk en het 'ondervragen' van 'getuigen' een moord op te lossen.

Het spel wordt gespeeld vanuit de centrale post; het 'politie-bureau'. Hierin bevindt zich de hoofdcommissaris van politie. Bij het begin van het spel wordt aan al de groepen verteld dat ze zijn ingehuurd om een verschrikkelijke moord op te lossen die zéér recentelijk hier in de buurt is gepleegd. Bepaalde details worden gegeven, en elke groep krijgt een plattegrondje van de wijk, waar ongeveer de posities staan aangegeven van bepaalde 'getuigen' c.q. 'verdachten'. Ook krijgen ze papier, schrijfgerei en eventuele aanwijzingen die nodig zijn bij het oplossen van de moord.

Vervolgens gaan de groepen op zoek naar de genoemde personen, om deze te ondervragen. Elke getuige vertelt iets over zichzelf, en wat hij denkt te weten over de dader. Indien een groep de oplossing van het mysterie gevonden denkt te hebben, gaan ze naar het politie-bureau en vertellen hem aan de commissaris. Hierbij moet alles gemotiveerd zijn; wie heeft het gedaan, waarom, waarmee enzovoort Als een groep de juiste oplossing heeft (die de commissaris dus weet), hebben ze gewonnen, maar kan het spel verder gaan voor het zilver en brons.

Belangrijk bij dit spel is het maken van een spannende maar vooral kloppende geschiedenis. Het verhaal moet zo in elkaar zitten, dat de groepen de 'verhalen' van de verschillende getuigen met elkaar in overeenstemming kunnen brengen, en dader niet al te makkelijk is te achterhalen. Het is aan de getuigen en de commissaris om mooi toneel te spelen, zodat de kinderen het bijna echt gaan geloven.

Variatie: Wie is het?[bewerken]

Vind je het lastig om een goed scenario in elkaar te zetten, ga dan voor de "wie is het?"-versie, gebaseerd op het gelijknamige bordspelletje. Laat de getuigen er allemaal bijna hetzelfde uitzien, maar zorg dat ze steeds op een paar kleine punten verschillen. Ze hebben bijvoorbeeld allemaal een baard, maar één heeft een snor. Door vragen te stellen aan de getuigen kunnen de deelnemers aanwijzingen krijgen. Zo'n aanwijzing luidt bijvoorbeeld: "De dader heeft een baard". Wie alle aanwijzingen verzameld heeft, en alle getuigen heeft gezien, weet uiteindelijk wie de dader is.

Een voorbeeld: In het bos lopen drie figuren rond. Nummer 1 heeft een baard, een hoed en een knapzak. Nummer 2 heeft een baard, een hoed en een rugzak. Nummer 3 heeft een snor, een hoed en een knapzak. De drie aanwijzingen die door de getuigen zijn gegeven, zijn de volgende:
  • "De dader heeft een baard." --> hierdoor valt nummer 3 af, want die heeft een snor
  • "De dader heeft een hoed." --> hierdoor valt niemand af, want ze hebben allemaal een hoed
  • "De dader heeft een knapzak." --> hierdoor valt nummer 2 af, want die heeft een rugzak
Uit aanwijzing 1 en 3 volgt dat nummer 1 de echte dader is. Hier is ook te zien dat er soms aanwijzingen zijn waar je verder niks aan hebt. Dat betekent dus dat je niet alle aanwijzingen nodig hoeft te hebben om erachter te komen wie de dader is.

Elke getuige heeft maar één aanwijzing. Verzin een manier om de deelnemers die aanwijzing los te laten peuteren. Dit kan bijvoorbeeld door bij iedere getuige een opdracht te laten doen, voordat ze een aanwijzing verdiend hebben. Als je vindt dat dat te lang duurt, of voor de leeftijdsgroep te ingewikkeld wordt, is het ook voldoende dat ze de aanwijzing meteen geven zodra ze gevonden zijn.

Aandachtspuntje: Probeer je aanwijzingen zo te kiezen, dat er niet per ongeluk een aanwijzing tussen zit die in zijn eentje al het antwoord verklapt. Als één van je aanwijzingen luidt "de dader is een vrouw" en je hebt maar één vrouwelijk staflid, dan is het spelletje natuurlijk gauw afgelopen.


Bronnen en referenties[bewerken]

  • Op zoek naar..., spelletjesbundel Scouting Nautilus Delft, oktober 2006
  • Complexe groepsspellen, verzameld door Ivo van Scouting Sint Werenfridus in Elst