Lodewijck van Praetgroep

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Lodewijck van Praetgroep
Lampe a huile.jpg Openbaar
Mijnsheerenland ­Zuid-Holland ­Nederland
Icon girl guide.svgIcon boy scout.svg Meisjes en jongens
Leden
100  
Opgericht
11 augustus 1946
Website
Bezig met het laden van de kaart...

Lodewijck van Praetgroep is een waterscoutinggroep in Mijnsheerenland.

Geschiedenis[bewerken]

Eerst de meisjes[bewerken]

In het jaar 1946 is het idee ontstaan een meisjespadvinderij op te richten in Mijnsheerenland[1]. De heren Hazelaar (directeur ziekenfonds) en Dirkse (leraar op een ambachtsschool), benaderden Miep Landheer en Mart Dirkse, met de vraag of zij zin hadden de meisjespadvinderij op te richten. Miep Landheer heeft toen een cursus gevolgd in Rotterdam. “Ik moest daar zes weken lang één avond per week naar toe”. Miep Landheer was toen zelf negentien jaar. Hierna wist zij elf meisjes op te leiden tot padvindster. De leeftijd van deze groep was tussen de twaalf en achttien jaar. Het clubhuis was toen in de garage van de Pastorie. Op 16 november 1946 werden de elf meisjes geïnstalleerd en had Mijnsheerenland een officiële meisjespadvinderij, de Elisabeth van Loongroep, groep 363 van het Nederlandse Padvindstersgilde. In de zomer van 1953 werd een kabouterkring opgericht, door de achttienjarige Aagje. Bij de oprichting van de padvindstersgroep in 1946 was Aagje al direct lid geworden. Sinds 1951 was zij al assistente van Miep Landheer. Aagje heeft een opleiding gevolgd voor het leiden van kabouters in Klaaswaal. De kabouters was een groep van alleen meisjes, in de leeftijd van zeven tot elf jaar. De startende groep bestond toen uit ongeveer negen meisjes. Op 19 september 1953 werden de eerste kabouters geïnstalleerd.

Toen pas de jongens[bewerken]

De ideeën voor een padvindersgroep zijn ontstaan als uitvloeisel van bijeenkomsten van een debatclub genaamd Ad Vitam. Een aantal leden stond zeer positief tegenover het idee een padvindersgroep op te richten. Via contacten met onder meer de kantonrechter mr. Konijnendijk te Oud-Beijerland kwam C.D. Tiggelman (de initiatiefnemer van het idee) in contact met een oubaas. Mr. Konijnendijk heeft de doelstellingen van de padvinderij toegelicht en geholpen met het leggen van contacten met andere padvindersgroepen, onder andere die van Klaaswaal. De benodigde opleidingen werden gevolgd door de aankomende leden/leidinggevenden, onder andere mevrouw A. in het Veld en de heer C. Kruidenier. Een onderkomen voor de padvinders werd door de heer Van der Erve ter beschikking gesteld in de vorm van een schuur. In 1953 waren de eerste installaties zijn een feit en was de Lodewijck van Praetgroep opgericht.

In 1971 gingen de twee groepen verder onder de naam Lodewijck van Praet. Het is niet bekend wanneer de groep overstapte naar het waterwerk.

Groepshuis[bewerken]

Alle groepen stonden nog los van elkaar in verschillende onderkomens. Tijdens een wandeling langs de Binnenmaas van de heer Tiggelman met de heer Van der Erve begon Van der Erve over de plannen van de heer Tiggelman om de groepen samen onder te brengen in een groepshuis. Van de Erve besloot een stuk land aan de padvinderij te geven voor de bouw van een groepshuis voor alle groepen. Voor de tekeningen was een architect nodig. A. Kooyman en Jan Blok hebben samen al het tekenwerk pro deo verzorgd. Kenmerkend voor het gebouw zijn de houtconstructie van het dak, de zeskantige vorm van het basisgebouw en de verschillende uitlopers vanuit drie zijden. Veel is uit hout opgetrokken, hoewel de fundering van steen is. In 1959 was er een gezamenlijk clubhuis 't van Praethuis. In 1978 waren de activiteiten van de Lodewijck van Praetgroep bijna tot het nulpunt gedaald. Het unieke terrein en clubhuis dreigden verloren te gaan. Om dit te voorkomen is het bestuur aan het werk gegaan de groep weer nieuw leven in te blazen. Maar geld voor onderhoud en reparatie aan het clubhuis was er niet terwijl de staat van het gebouw snel achteruit ging. Het bleek dat een grondige renovatie van het gebouw nodig was, waarbij de gevels geheel zouden moeten worden vervangen. Met behulp van Jantje Beton, de gemeente Mijnsheerenland en een lening van de Rabobank kwam ƒ 50.000 beschikbaar. Dit bleek mede dankzij zelfwerkzaamheid van enthousiaste ouders voldoende om de renovatie te kunnen uitvoeren. Op 3 september 1983 kon het geheel vernieuwde clubhuis door wethouder Ruisch feestelijk heropend worden.

Van de gemeente mocht er niet meer buiten aan de boten worden gewerkt. Dit was een mooi moment om een lang gekoesterde droom te verwezenlijken: een eigen botenloods. Bovendien hoeft er met een eigen botenloods niet meer buiten in de kou aan de boten gewerkt te worden. De botenloods vervangt de opslagcontainer en de keet van de wilde vaart. Op 12 december 2013 is de eerste steen gelegd door André Borgdorff, de burgemeester van gemeente Binnenmaas. De botenloods is bijna helemaal door onze eigen leden gebouwd. Op 13 september 2014 is de botenloods feestelijk geopend in combinatie met een reünie en open dag.

Groepsnaam[bewerken]

Ridder Lodewijck van Praet (1360-1440) was Heer van Moerkerken in West-Vlaanderen. Hij was een zeer rijk man met veel invloed. Na de Sint-Elisabethsvloed werd het voormalig land van Schobbe en Everocken in 1438 herbedijkt door ridder Lodewijk van Praet. In hetzelfde jaar liet hij het Hof van Moerkerken bouwen. Hij overleed op 6 september 1440 waarna zijn zoon Vranck hem opvolgde. Heer Vranck van Praet stichtte in 1445 de Laurentiuskerk. In de kerk staat nog steeds de graftombe van zijn vrouw Elisabeth van Loon. Mijnsheerenlands ambachtsheer Vranck van Praet liet ook rond het jaar 1515 de eerste korenmolen te Mijnsheerenland bouwen.

Speltakken[bewerken]

De groep heeft de volgende speltakken:

Activiteiten[bewerken]

De groep doet mee aan regionale en landelijke activiteiten zoals:

  • 24-uursrace georganiseerd door WSV Binnemaas
  • Kaagcup op de Kagerplassen
  • Nawaka

Bronnen en referenties

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.