De luchtscouts (ook wel luchtverkenners) is een speltak voor de scoutsleeftijd bij een luchtscoutinggroep. Luchtscouts doen alles wat ook "normale" scouts doen, daarnaast zijn ze gek op alles wat met de lucht te maken heeft. Per groep kan dat verschillend ingevuld worden met bijvoorbeeld het spelen van luchtvaartstratego of luchtvaartganzenbord, bezoeken van een vliegveld, modelbouw van vliegtuigen, modelvliegen met lijnbestuurde modellen, het volgen van cursussen op het gebied van parachutespringen, zweefvliegen, vliegbrevetten, modelvliegen, lijnvliegen, radiocommunicatie en dergelijke.
De luchtscouts hebben een grijze uniformblouse.
Binnen luchtscouting wordt een subgroep een "bemanning" genoemd. De subgroepleider is de 1e piloot, en de assistent subgroepleider is de 2e piloot. De speltakeenheid heet eskader.
De eerste padvindersgroep die zich al in 1939 luchtverkenners kende was de Amsterdamse groep De Vliegende Hollander[1]. Als luchtverkennersgroepen waren in december 1940 ingeschreven op het Nationaal Hoofdkwartier de Icarusgroep, 30e Amsterdamse groep en de 7e Rotterdamse Groep[2]. Pas in 1946 was het officieel een spelprogrammam bij de NPV. In 1960 waren er in Nederland 13 luchtverkennerstroepen[3].
Luchtscouts zijn er ook buiten Nederland. Ook in bijvoorbeeld Engeland, Griekenland en Zuid-Afrika zijn groepen luchtverkenners actief.
