M.s. Fram

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
De Fram op de wal voor groot onderhoud

Het m.s. Fram is het wachtschip van de Fridtjof Nansengroep uit Barendrecht.

De geschiedenis[bewerken]

De Fram werd als voetveer Heen en Weer III in 1901 gebouwd door scheepswerf Bonn & Mees in Rotterdam voor de gemeentelijke Reederij Heen en Weer. Het was het derde van een serie van drie identieke schepen. In 1949 werd de stoommachine van het schip vervangen door een Industrie dieselmotor en werd het open achterdek van een dekhuis voorzien. Na de oorlog voer het schip op de lijn Veerkade - Koninginnehoofd - Charlois. Het bekende pontje van Katendrecht.

Op 9 februari 1968 werden de gemeentelijke veren opgeheven en de schepen opgelegd in de Dokhaven, Charlois. De gemeenteraad van Rotterdam stemde 5 juni 1969 in met het voorstel de schepen aan Scouting te verkopen. De Heen en Weer III aan de Fridtjof-Nansen groep. Dit was ter compensatie van het opeisen door de gemeente van het groepshuis 'De Bunker' aan de Slinge t.b.v. aanleg van Metro station Slinge. Het schip werd in eigendom overgedragen aan de scoutinggroep voor ƒ 2.000,- Het schip kreeg de naam Fram en werd het wachtschip, een varend clubhuis, voor Fridtjof-Nansen groep 12 in Rotterdam.

Het schip[bewerken]

  • Lengte over alles: 24,58 m
  • Breedte: 5,30 m
  • Diepgang: 2,7 m
  • Laadvermogen: 45 ton

In 1963 werden alle veren door de Scheepvaartinspectie afgekeurd, maar enkele schepen, waaronder de Heen en Weer III, kregen na enige reparaties een tijdelijke goedkeuring.

De motor[bewerken]

Aanvankelijk een 78 npk 2-cylinder compound-stoommachine en Schotse ketel met een verwarmd oppervlak 31 m2 bij 8,26 atm, beide gebouwd door de firma Löhnis & Co. In 1949 werd het schip voorzien van een Industrie motor door de werf D. en Joh. Boot te Alphen aan de Rijn. Motornr: 3404, type: 2VD6, 80 pk, 29.01.1949 geleverd aan havenbedrijf afd. Dokken en Veren Rotterdam t.b.v. de Heen en Weer III

In 1977 mocht de Industrie-motor 2VD6 met bouwjaar 1950, afkomstig uit de 'Heen en Weer VIII' uit de in de Dokhaven opgelegde en gezonken Havendienst V worden gehaald. De motor was in 1964 naar dat schip overgeplaatst. Hij werd in onderdelen opgeslagen in de Keet te Koedoodhaven. 1 cilinderkop van die motor draait sinds 1987 op de motor van de Fram.

Het gebruik[bewerken]

Er wordt met het schip gevaren vanuit de Koedoodhaven in Barendrecht.

Bijzonderheden[bewerken]

Sinds april 2003 is het schip opgenomen in het Nationaal Register Varende Monumenten van de Federatie Oud Nederlandse Vaartuigen en werd het daarmee een Varend monument. In het Maritiem Museum Rotterdam is een eenvoudig model van het schip te zien.