Manna de Wijs-Mouton

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Anna Maria (Manna) de Wijs - Mouton
Icon girl guide.svg
Geboorteplaats
Den Haag ­Zuid-Holland ­Nederland
Geboortedatum
12 maart 1873
Overlijdensplaats
Den Haag ­Zuid-Holland ­Nederland
Overlijdensdatum
29 mei 1947
Bezig met het laden van de kaart...

Manna de Wijs-Mouton was een Nederlandse liedjesschrijfster en beeldend kunstenares. Zij trad op en schreef liedjes voor Het Nederlandsche Meisjesgilde.

Levensloop[bewerken]

Zij[1][2] was de dochter van Pieter Frederik Willem Mouton (1830-1898), architect en directeur van een tapijtfabriek, en Sara Martina Koppeschaar (1831-1896). Huize Mouton was een pleisterplaats voor kunstenaars van de Haagse School, zoals Mesdag en Maris, en er werd veel gezongen. Manna was een eigenzinnig kind: op school lette ze niet op en haar pianoles op de Haagse Muziekschool nam zij evenmin serieus. Vanaf haar achtste schreef Manna Mouton heimelijk gedichten, die ze verstopte. Woedend was ze toen haar moeder er een paar in de plaatselijke kindercourant had laten afdrukken zonder Manna daarin te kennen. Ook boetseerde ze stiekem dieren van stopverf uit de werkplaats van haar vader. Op haar elfde mocht ze naar de damesklas van de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, waar ze tekenlessen kreeg. Vanaf 1889 volgde ze daar ook een anatomiecursus en in 1893 de boetseerklas van Lacomblé. Ze won er een zilveren medaille, voor een leeuw ‘die scheef op z’n poten stond’, vertelde ze later (Groene Amsterdammer, 30 maart 1918). Vanwege ziekte moest Manna Mouton de kunstopleiding afbreken. Ze trouwde op 30 juli 1896 in Den Haag met Jean Esaîe Christienne de Wijs (1869-1913), architect en een collega van haar vader. Het paar kreeg twee zoons: Jan (1897-1949) en Marten Arie (1900-1970). Door haar huwelijk en kinderen kwam zij jarenlang niet aan werken toe. Na de dood van haar echtgenoot in 1913 begon zij op te treden met in Haags dialect voorgedragen teksten en zelfgeschreven liedjes om daarmee in haar inkomsten te voorzien. In de jaren 1914-1920 verschenen acht bundels met liedjes van haar, deels geïllustreerd met afbeeldingen van haar eigen werk: behalve op het schrijven van teksten was zij zich eveneens gaan toeleggen op het maken van wassen miniatuurfiguurtjes, tekeningen en knipselwerk van papier en karton. Haar miniatuurtjes boetseerde ze met een zelf gemaakt mengsel van bijenwas, waxine, kleurstof en gips. bleef optreden, vooral voor filantropische instellingen en organisaties die haar na aan hart lagen. In 1925 verhuisde zij naar Huize Sonnemaire in Eerbeek. Vanaf 1928 trad zij zelf niet langer op, maar haar liedjes werden nog steeds door anderen voorgedragen op het podium en op de radio. In de aanloop naar de oorlog en tijdens de bezetting hield zij een beknopt dagboekje bij. Hieruit blijkt onder meer dat ze in september 1944 een ontheemd Arnhems gezin in huis nam. In haar eigen tijd was zij een bekendheid en dankzij haar sterke liedteksten is zij nooit in de vergetelheid geraakt.

Scouting[bewerken]

Onderscheidingen en eretitels[bewerken]

  • Eerste prijs op de Haagse poppententoonstelling van 1934
  • Haar liedjes zijn vertolkt onder andere door Jean-Louis Pisuisse, Wim Sonneveld, Jasperina de Jong en Martine Bijl.
Category stub nl.svg Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.