Nederlandsche Padvindersbond

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Nederlandsche Padvindersbond
Afkorting
NPB  
Nederlandsche Padvindersbond.svg
Icon boy scout.svg Alleen jongens
Lampe a huile.jpg Openbaar
Nederland
Leden
2100 (bij oprichting)"(bijoprichting)" kan niet worden toegewezen aan een getaltype met waarde 2100.  
Opgericht
10 maart 1912
Opgeheven
11 december 1915
Opgegaan in

De Nederlandsche Padvindersbond (NPB) was een Nederlandse landelijke scoutingorganisatie voor jongens.

Ontstaan en ontwikkeling[bewerken]

De NPB werd op 10 maart 1912 in Den Haag opgericht. De vereniging is ontstaan door een afsplitsing van De Nederlandsche Padvindersorganisatie (NPO), want er was een verschil in inzicht ontstaan over op welke grondslag verder be- en gestuurd moest worden. De vereniging de NPB vormde een federatie van plaatselijke verenigingen onder allerlei verschillende namen[1].

Een voorbeeld van een dergelijke vereniging kwam voort uit een initiatief van 1e luitenant (later ritmeester) W.J. van Hoytema. Hij was 35 toen hij in 1910 het boek "Scouting for Boys" van Robert Baden-Powell in handen kreeg. Hij was lid van de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (NBLO) en het leek hem ideaal om de ideeën van het boek als programma te introduceren binnen de bond. Op 4 maart 1910 schreef hij een brief aan Robert Baden-Powell om toestemming te vragen tot overname uit Scouting for Boys. Dit werd toegestaan voor een symbolisch bedrag van 1 Britse pond en in juni 1910 werd het boek "Op! Hollandsche jongens naar buiten!" gepubliceerd. Het boek had een heleboel praktische tips overgenomen uit Baden-Powells boek, maar juist elementaire zaken zoals wet en belofte, uniform, insignes en het patrouillesysteem waren weggelaten. De heer van Hoytema ging samenwerken met een troep in Den Haag dat net als de eerste Amsterdamse troep in 1910 was gestart. De leider was de leraar Engels Griffin Moriarty en in samenwerking met de NBLO organiseerde hij het eerste zomerkamp op de Waalsdorpervlakte.

Nog voor de oprichting van de NPO in 1911 had zich in Den Haag een damescomité gevormd om daar een Scout-corps bijeen te brengen dat eerst lokaal wenste te werken en zich bij NBLO aansloot. Het damescomité bestond uit onder andere mevrouw Peterson, echtgenote van de Russische consul-generaal, en mevrouw Bicker. Zij namen het initiatief tot het opzetten van de Jonge Verkenners en op 7 januari 1911, de dag waarop in Amsterdam de NPO werd opgericht, vond in het gebouw van de NBLO de oprichting plaats.

Het bleek dat de belofte voor de ouders van de Jonge Verkenners een probleem kon zijn, want er deed zich direct na de oprichting een belofte-incident voor. Op 21 februari 1911 meldde de Haagse Courant: "Wij vernamen, dat het kamerlid Ter Laan, daags vóór de installatie van de "eerste Jonge Verkenners", als vader van twee der tot die vereeniging toegetreden jongelui, bezwaar heeft gemaakt zijn zoons de belofte of verklaring te laten afleggen, die van de „Jonge Verkenners" gevorderd wordt, — zoodat hij, ter voorkoming van mogelijke incidenten tijdens deze plechtigheid, zijn jongens aan de plechtigheid niet heeft laten deelnemen. (De belofte der Padvinders luidt aldus: Ik beloof op mijn eerewoord mijn best te zullen doen om mijn plicht tegenover de Koningin te doen; anderen ten allen tijde te helpen; de voorschriften der padvinderij op te volgen.)"

De splitsing van de NPO vond zijn oorsprong in maart 1911 tijdens een poging om een fusie aan te gaan met de "Jonge Verkenners". De fusie poging mislukte en de naam "Jonge Verkenners" werd veranderd in Nederlandsche Padverkenners Organisatie. Dhr. Lingbeek stapte uit de NPO en trad in het bestuur. In december 1911 ontstaan geschillen tussen de heer Moriarty en het bestuur van "De Nederlandsche Padverkenners", mogelijk omdat hij te jong werd geacht voor zijn positie[2] of om andere redenen ongeschikt[3]. Op 19 januari 1912 sluiten twee troepen van de De Nederlandsche Padverkenners zich aan bij de Nederlandsche Padvindersorganisatie (NPO)

Op 10 maart 1912 werd tijdens een vergadering onder voorzitterschap van voormalig bestuurslid van de NPO, de heer Ellis, besloten tot een samensmelting tussen Nederlandsche Padverkenners Organisatie en Algemeene Nederlandsche Scout-Vereeniging tot de "Nederlandsche Padvindersbond" (NPB). De wens werd uitgesproken voor een nauwe samenwerking met de NBLO. De heer Ellis werd voorzitter en de heer Lingbeek nam ook plaats in het bestuur[4].

Bij de NPB waren ze niet zo gelukkig met de uit Engeland overgenomen belofte van trouw, door de jongens af te leggen. De "Centrale in Den Haag" (van de NPO) aanvaardde geen wijziging van de belofte. De heer Rambonnet schrijft in 1937: "Toen eenmaal de belofte strijdpunt was gevonden, was men op godsdienstige terrein aangeland en het behoeft geen verwondering te wekken, dat de scherpste tegenstellingen zich ontwikkelden. De belofte, die wijding beoogde te geven aan het plechtige oogenblik der installatie van den jongen verkenner en volkomen begrepen werd door de spontane en intuïtieve jeugd werd het twistpunt der volwassenen met hunne verschillende opvattingen over het godsbegrip." [5]. In de NPB voelde men ook bezwaren om de vaardigheidsinsignes over te nemen en men was meer geneigd tot schoolse ondervragingen. Tussen de leiders van beide verenigingen bestond af en toe wel contact en zelfs woonden de leiders van de ene wel vergaderingen van de andere vereniging bij, maar de besturen van de verenigingen bestreden elkaar.

De NPB had bij oprichting 29 plaatselijke afdelingen: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Leeuwarden, Leiden, Arnhem, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Apeldoorn, Deventer, Zutphen, Breda, Middelburg, Vlissingen, Enschede, Almelo, Gorinchem, Alkmaar, Zaandam. Zeist, Delft, Lochem, Den Briel, Bergen op Zoom, Winschoten, Wageningen en Rijswijk, tezamen ongeveer 2100 jongens.

Gelijk al in zijn openingstoespraak werd door de nieuwe voorzitter, mr. John Robert Goddard, de hoop neergelegd en de bedoeling dat de vereniging zo spoedig mogelijk tot samenwerking met de andere organisatie zou komen. Dat bleek niet zo eenvoudig. Uiteindelijk werd het mogelijk door een zekere vrijheid toe te staan in de redactie van de belofte, echter met behoud van de geestelijke inhoud.

De vereniging fuseerde in 1915 onder leiding van prins Hendrik met de Nederlandsche Padvindersorganisatie (NPO) tot de Vereniging De Nederlandsche Padvinders (NPV).

In de NPB was men in vergelijking tot de NPO meer nationalistisch ingesteld. Tijdens de 2e Boeren Oorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika, toen de "stamverwante" Boerenrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat, door Groot-Brittannië werden veroverd en ingelijfd, was men in Nederland tamelijk anti-Brits. Dit was in 1912 nog niet door iedereen vergeten en zo waren er mensen die Scouting op zich wel waardeerden maar niet zijn stichter Robert Baden-Powell, de Engelse held uit de Boeren Oorlog. Daarom ontwierp de NPB een eigen systeem en een eigen lidmaatschapsinsigne met de Nederlandse Leeuw.

De leden van de troepen die bij de bond waren aangesloten, droegen een groene das. Dit in tegenstelling tot de groepen die lid waren bij de NPO, die diverse kleuren dassen droegen.

Verder konden van de NPB alleen jongens lid zijn, terwijl de NPO ook meisjes toeliet.

Heroprichting[bewerken]

Na de fusie van de NPO en de NPB richten een aantal ontevreden leden een nieuwe NPB op. Deze organisatie stond in 1933 onder leiding van L.H. Wolters en fuseerde toen met een aantal andere tot de Unie van Nederlandsche Padvinders[6].

Bestuur[bewerken]

Het eerste Hoofdbestuur bestond uit de volgende personen:

Bronnen en referenties

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.