De Nederlandsche Padvindersorganisatie

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
De Nederlandsche Padvindersorganisatie
Afkorting
NPO  
Nederlandsche Padvindersorganisatie.png
Icon girl guide.svgIcon boy scout.svg Meisjes en jongens
Lampe a huile.jpg Openbaar
Nederland
Opgericht
7 januari 1911
Opgeheven
11 december 1915
Opgegaan in
(Foto)boek geschreven door Gos. de Voogt in 1913 met de eerste foto's van padvinders uit England en Nederland

De Nederlandsche Padvindersorganisatie (NPO) werd op 7 januari 1911 door 8 padvindersgroepen in Amsterdam opgericht onder leiding van Gos de Voogt. De vereniging fuseert in 1915 onder leiding van Prins Hendrik met de Nederlandsche Padvindersbond (NPB) tot de vereniging De Nederlandsche Padvinders (NPV).

De NPO hield zich grotendeels aan het door Robert Baden-Powell ontworpen systeem en was in vergelijking met de NPB minder nationalistisch ingesteld. Het was toegestaan dat meisjes lid waren van de NPO. De NPO had in maart 1912 al meer dan 4000 leden.

De troepen die bij het NPO waren aangesloten, droegen diverse kleuren dassen afhankelijk van de oprichtingsvolgorde, zo droeg elke elke eerste groep in een stad/district een paarse das. Dit in tegenstelling tot de groepen die aangesloten waren bij het NPB, die droegen allemaal een groene das. De kleuren waren waarschijnlijk:

Groep 1 2 3 4 5
Kleur Paars Oranje Blauw Geel Rood

Statuten[bewerken]

Doel[bewerken]

Artikel 3. de Vereeniging, onafhankelijk van godsdienstige gezindten of staatkundige partijen, stelt zich ten doel mede te werken tot opleiding van de Nederlandsche jeugd, tot goede en flinke staatsburgers, door bij hen aan te kweeken tucht en eerbied voor het gezag, te versterken het plichts- en verantwoordelijksgevoel tegenover individu en maatschappij en op te wekken vaderlandsliefde, ridderlijkheid in het besef van hulpvaardigheid jegens alle menschen, om zoodoende, almede door algemeene ontwikkeling, te geraken tot deugdelijke karaktervorming.

Padvinders(sters)[bewerken]

Artikel 6. Padvinders(sters) zijn zij, die den vollen leeftijd van 12 jaar wel, doch dien van 18 jaar nog niet hebben bereikt en bij de Organisatie zijn aangesloten.

  1. het met goed gevolg doorlopen hebben van een zekeren proeftijd, te regelen door het Plaatselijk Comité;
  2. het afleggen van de navolgende belofte:
"Ik zal ernstig trachten:
a. mijn plicht te doen tegenover God, Koningin en Vaderland,
b. iedereen te helpen, waar ik kan,
c. de Padvinderswet te gehoorzamen."

Zij zijn vrijgesteld van het betalen van contributie. Zij dragen het internationale Padvinders (Boy Scouts) insigne, dat door het Hoofd-Comité wordt verstrekt. De Padvinderswet wordt bij Huishoudelijk Regelement vastgesteld.

Padvinders 1911 Amsterdam.jpg

Wet[bewerken]

  1. Het woord van een padvinder is altijd te vertrouwen.
  2. Een padvinder is trouw aan zijn geloof, het Vaderland, aan de Koningin aan zijne ouders en vrienden.
  3. Een padvinder heeft tot plicht anderen te helpen en voor anderen nuttig te zijn.
  4. Een padvinder is een vriend voor allen en een broeder voor alle andere padvinders, tot welken stand ook behoorende.
  5. Een padvinder is altijd beleefd en ridderlijk.
  6. Een padvinder is een dierenvriend zonder overdrijving.
  7. Een padvinder is gehoorzaam aan allen die boven hem' gesteld zijn.
  8. Een padvinder is altijd opgewekt en goedlachs.
  9. Een padvinder is spaarzaam

(1911)

  1. Het woord van een padvinder is altijd te vertrouwen.
  2. Een padvinder is trouw aan de Koningin, aan het Vaderland, aan zijn ouders en vrienden.
  3. Een padvinder heeft tot plicht, anderen te helpen en voor anderen nuttig te zijn.
  4. Een padvinder is een vriend voor allen en een broeder voor alle andere Padvinders, tot welken stand ook behoorende.
  5. Een padvinder is altijd beleefd en ridderlijk.
  6. Een padvinder is een dieren-vriend, zonder overdrijving.
  7. Een padvinder is gehoorzaam aan de orders der Troep- en Patrouille-leiders.
  8. Een padvinder is altijd opgewekt en goedlachsch. Hij vloekt nimmer.
  9. Een padvinder is spaarzaam.

Belofte[bewerken]

Ik zal ernstig trachten

  1. Mijn plicht te doen tegenover God, Koningin en Vaderland
  2. Iedereen te helpen waar ik kan.
  3. De P.V.wet te gehoorzamen[1].

(1911)

  1. Ik zal mijn plicht doen tegenover mijn God en tegenover mijn koningin.
  2. Ik zal mijn best doen, iedereen te helpen waar ik kan.
  3. ik zal de Padvinderswet gehoorzamen

Bestuur[bewerken]

Het eerste Centrale Commissie (het Hoofdkwartier van de Nederlandsche Padvindersorganisatie) bestond uit de volgende personen:

  • jhr. mr. dr. A. Röell, erevoorzitter, burgemeester van Amsterdam

In de loop van 1911 wordt A. E. Dudok van Heel vice-voorzitter en vanaf 1912 voorzitter.

In maart 1915 is de samenstelling:[2]

Dagelijksbestuur
  • Voorzitter: A. E. Dudok van Heel
  • Onder-voorzitter: A. G. Landaal, gep. Kapt. d. Art.
  • Secretaris: W. F. G. L. Driessen, Burgemeester, Westzaan
  • 2e Secretaris: Ph. Baron van Pallandt van Eerde
  • Penningmeester; A. W. Coblijn, 1e Luit.-Vliegenier
Overige leden
Districtscommissarissen

Bronnen en referenties

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.