PDD-NOS

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

PDD-NOS staat voor Pervasive Developmental Disorder, Not Otherwise Specified (Nederlands Pervasieve Ontwikkelingsstoornis Niet Anderzins Omschreven (POS-NAO)) en is een stoornis in het autistisch spectrum. PDD-NOS voldoet niet aan alle criteria van een autistische stoornis of die criteria zijn in veel mindere mate aanwezig. Uit 'not otherwise specified' blijkt al dat het gaat om een 'restdiagnose'.

Classificatie[bewerken]

PDD-NOS is een restgroep, waaronder ook de ‘atypische autisme’-beelden vallen. PDD-NOS voldoet niet aan de criteria van de autistische stoornis vanwege een begin op latere leeftijd (op of na het derde jaar), atypische symptomatologie of te weinig symptomen of deze allemaal. In de praktijk wordt vaak de richtlijn aangehouden van minimaal drie criteria, met een criterium op de dimensie sociaal contact.

De DSM-IV-TR (internationaal gehanteerd handboek voor diagnose van menselijke gedrags- en persoonlijkheidsstoornissen) typeert PDD-NOS als een ernstige en pervasieve beperking in de ontwikkeling van de wederkerige sociale interactie samen met tekortkomingen in ofwel verbale en non-verbale communicatieve vaardigheden of in combinatie met stereotiep gedrag, interesses en activiteiten. Doordat in de vorige DSM-IV-versie de criteria te ruim waren hebben destijds te veel kinderen deze diagnose gekregen.

Mensen met de diagnose PDD-NOS voldoen niet aan de criteria van:

  • specifieke pervasieve ontwikkelingsstoornis
  • schizofrenie
  • schizotypische- of ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.

Korte samenvatting van iemand met PDD-NOS[bewerken]

Het gaat om kinderen die op basis van hun gebrek aan sociale sensitiviteit en eenzijdige starheid ernstig beperkt worden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling en vaak ook in opleiding en beroepsmatige ontplooiing. De sociale- en communicatieproblemen kunnen verschillen in ernst en aantal.

Gedragskenmerken van persoon met PDD-NOS[bewerken]

Populair gezegd zijn deze kinderen vaak:

  • een beetje wonderlijk
  • wijsneuzig
  • wat stijf en onhandig
  • kunnen eigen koers varen
  • zijn niet geïnteresseerd in anderen
  • vaak afwijkende interesses
  • lijken niet te luisteren
  • extreem eerlijk
  • recht door zee
  • kunnen angstig en driftig worden bij te grote druk en onverwachte veranderingen.

Ze zijn emotioneel jonger dan hun leeftijdgenoten, hun ‘sociaal snapvermogen’ is beperkt, ze hebben weinig of geen vriendjes, werken liever alleen, hebben moeite om hulp te vragen en zijn snel overbelast.

Wat gebeurt in de hersenen?[bewerken]

PDD-NOS is een prikkelverwerkingsstoornis: de informatie wordt door subtiele hersenafwijkingen slechts gefragmenteerd opgenomen, waardoor die informatie niet goed wordt gecombineerd tot gehelen.

Verbindingen tussen groepen zenuwvellen binnen een bepaald hersengebied zijn niet intact. Daardoor zijn er gebreken in de waarneming: het brein is slechter in staat informatie te groeperen, wat nodig is om een globaal overzicht te krijgen. Dit leidt er toe dat mensen met de diagnose PDD-NOS:

  • emoties niet juist interpreteren,
  • nemen zeer gedetailleerd en fragmentarisch waar
  • ervaren de wereld anders dan andere kinderen
  • niet goed afstemmen op een situatie
  • overzien het geheel niet
  • moeite met sociale betekenisverlening

Geluid komt met vertraging aan in de hersenen van deze kinderen. Daardoor verwerken autistische kinderen geluid en taal verschillend in vergelijking met niet-autistische kinderen, wat een mogelijke verklaring voor de communicatieproblemen van autisten geeft.

Vanwege de stoornis in de prikkelverwerking roepen bij deze kinderen de prikkels uit de omgeving nu eens heel heftige, dan weer veel te geringe reacties op. Dit grillige beeld kan verwarrend zijn voor de omgeving.

Hoe ervaart een PDD-NOSer het zelf?[bewerken]

Het gaat om onmacht. Het is een patroon om zich te handhaven, ze snappen zichzelf meestal niet en kiezen dan voor de ‘gemakkelijkste’ uitweg via externaliseren te overleven. In hun gedrag is alle té. Er kunnen zo dus veel bijkomende problemen ontstaan, die niet typisch voor autisten zijn en ze missen een ‘sociale antenne’. Er is, anders gezegd, een gebrekkig ‘sociaal snapvermogen’.

Hoe verloopt de ontwikkeling van een PDD-NOSer?[bewerken]

De stoornissen in het ontwikkelingsverloop verlopen vaak hortend en stotend. Ontwikkelingsachterstand in sommige functies naast virtuositeit op andere is niet ongewoon. Behalve deze problemen, die specifiek gerelateerd zijn aan de stoornis (starheid, perseveratie, stereotypieën en preoccupaties), en het abnormale ontwikkelingsverloop zijn er vaak non-specifieke gedragsproblemen, zoals slaap-en eetproblemen of driftbuien.

De meest voorkomende ontwikkelingsproblemen bij kinderen met PDD-NOS liggen op drie gebieden:

  • Biologisch-lichamelijk (sensomotorische ontwikkeling, aandachts-en activiteitsregulatie, de prikkelverwerking)
  • Cognitief (mentaal voorstellingsvermogen, spraak en taal)
  • Sociaal-emotioneel (intrapsychische belevingswereld, spelontwikkeling en intermenselijke relatievorming)

Lichamelijke ontwikkeling[bewerken]

Het is recentelijk aangetoond dat bepaalde kleine lichamelijke afwijkingen samengaan met autisme. Het gaat om subtiele lichamelijke afwijkingen zonder medische betekenis die geen cosmetische ingrepen rechtvaardigen. Het gaat om een niet helemaal rechte pink, tenen die iets te ver uit elkaar staan, vergroeide oorlobjes, een hoger verhemelte, ogen die iets te ver uit elkaar staan. Het vóórkomen van één enkele van deze afwijkingen zegt niets, maar vanaf een aantal van vier of meer bestaat een sterk verband met autisme.

Cognitieve ontwikkeling[bewerken]

De cognitieve informatieverwerkingsstoornis blijkt uit:

  • de moeite om belangrijke van onbelangrijke informatie te onderscheiden.
  • grote gerichtheid op details
  • concrete voorstellingen
  • te letterlijk nemen van de taal
  • hun weerstand tegen verkenning van nieuwe leergebieden,
  • niet kunnen generaliseren van kennis naar andere situaties
  • niet flexibel kunnen hanteren of overschakelen naar andere strategieën.

Ruimtelijk inzicht is vaak redelijk, maar het vermogen om volgordeverschijnselen te ontrafelen (sequentieerfunctie) worden over het algemeen slecht uitgevoerd. Oog-handcoördinatie, de abstraheerfunctie en de taalfunctie zijn zwak.

Sociaal-emotionele ontwikkeling[bewerken]

De problemen op het sociaal-emotioneel vlak komen voort uit:

  • angsten
  • afweer van contact
  • moeite met inschatten wat echt en niet echt is
  • wensvervullend denken.

Deze interne prikkels maken hen onbereikbaar voor informatie, voor instructie van buitenaf, en ze kunnen heftig,onvoorspelbaar gedrag vertonen. Door hun gerichtheid op zichzelf werkt een appel op de relatie ook niet goed.

Hulpmiddel[bewerken]

Voor een handig overzicht, print onderstaand bestand uit.