Raad van Onderzoek
De Raad van Onderzoek was een commissie van de Vereniging De Nederlandse Padvinders die officieel beoogde het verschaffen van waarborgen aan de ouders van padvinders, dat de ethische opvattingen, die deze organisatie beheersen, zoveel mogelijk tot haar recht komen.
Leden waren:
- Luitenant-generaal M.B. Rost van Tonningen, Groot Hertoginnelaan 215, Den Haag (voorzitter)
- Mr. Th. Stuart, Heerengracht 507, Amsterdam
- Dr. R. Römer, Laan Copes van Cattenburch 30, Den Haag (tot mei 1916)
- Dr. J.A. Rademaker, Den Haag (na mei 1916)
De raad werd op 12 maart 1916 opgericht. De raad lijkt nog te bestaan in 1920. De heren Rost van Tonningen en Stuart overleden eind jaren twintig. Zij werden niet vervangen, dus waarschijnlijk was de raad enige tijd daarvoor opgeheven.
Methode[bewerken]
Van ieder, die troepleider (teamleider) wil worden, wordt te voren de naam aan alle afdelingen bekend gemaakt, en in twijfelachtige gevallen stelt de Raad van Onderzoek met behulp van de zedenpolitie, enz. een nauwkeurig, geheim onderzoek in, en op de minste aanwijzingen van homoseksuele aanleg wordt kandidaat onherroepelijk afgewezen en tevens op de zwarte lijst geplaatst, om te voorkomen, dat hij zich later, misschien elders zou aanmelden.
