Rotterdamsche Meisjes Padvinders

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Rotterdamsche Meisjes Padvinders
Afkorting
RMPV  
Icon girl guide.svg Alleen meisjes
Lampe a huile.jpg Openbaar
Adres
Van Speykstraat 107 
Rotterdam ­Nederland
Opgericht
1 november 1912
Opgeheven
31 januari 1916
Opgegaan in
Bezig met het laden van de kaart...

De Rotterdamsche Meisjes Padvinders was een scoutingorganisatie voor meisjes in Rotterdam.

Oprichting[bewerken]

In september 1912 werd Louise Maillette de Buy Wenniger-Hulsebos benaderd door een leider van Vereeniging van Rotterdamsche Padvinders, omdat 14 meisjes zich daar hadden aangemeld en die padvindster willen worden. In oktober werd mevrouw Maillette de Buy Wenniger gebeld door mevrouw Bingham-Lels: Mijn dochter heeft het steeds maar over padvinderen! Twee energieke vrouwen hadden elkaar gevonden en samen met mevrouw Breitner, de zus van de bekende schilder, mejuffrouw E. Laan, het hoofd van de MULO-school in de Jan van Loonslaan en mevrouw Vogel—Bladergroen werd op 1 november 1912 de vereniging Rotterdamsche Meisjes Padvinders officieel opgericht. Mejuffrouw Laan ontwierp de statuten en het huishoudelijke reglement, waarin volgens de aard en de aanleg van de oprichtsters voornamelijk aandacht werd besteed aan hygiëne, onderwijs en huishoudelijke zaken. Mevrouw Bingham was de leidster van de eerste 14 meisjespadvinders. Het clubje groeide langzaam, zodat er leidsters bij moesten komen: mejuffrouw A. Bolle, gymnastieklerares, mejuffrouw M. Bremer, lerares natuurlijke historie aan de meisjes HBS en mejuffrouw M.Th. Hooi.

Perioden van grote moeilijkheden maakte de vereniging mee, voornamelijk door wisseling van leidsters. In die tijd verleenden de dames N. Ditmar en N. Poortman grote steun. De moeilijkheden duurden, totdat in de vereniging meisjes waren opgegroeid, die de leiding konden overnemen; de eerste drie waren Toos Solleveldt, Eef Cats en Annie de Hondt. Een andere moeilijkheid in ’t begin was, dat de meisjes precies hetzelfde als de jongens wilden doen: lasso’s in bomen gooien en erin klimmen en ook met trommels door de stad lopen. Het heeft de leiding heel wat moeite gekost om hen daarvan terug te houden. Temeer, omdat het Rotterdamse publiek toch al niet erg welwillend tegenover de beweging stond. Meisjes en leidsters in uniform werden uitgejouwd en met slijk bekogeld en dat laatste was vooral voor de witte blouses, die de leidsters toen droegen, noodlottig. Witte blouse, blauwe rok en kaki hoed. Hierop is langzamerhand de kaki uniform gekomen en eindelijk als meer geëigende dracht voor de meisjes, de blauwe uniform. Na veel tobberij werd eindelijk de vrouw gevonden, die de meisjespadvinderij in Rotterdam mee groot heeft helpen maken, mejuffrouw J.A. de Haas. Zij heeft ook de aansluiting aan de landelijke organisatie mogelijk gemaakt. Later kwamen er ook Kabouters en Pioniers bij. De eerste bloeiende pioniersgroep van geheel Nederland stond onder leiding van mejuffrouw N. Ditmar.

Bestuur[bewerken]

Belofte en wet[bewerken]

Belofte[bewerken]

Wet[bewerken]

Huisvesting[bewerken]

Het eerste clubhuis was een stukje zolder in een pand van de heer Both aan de Noordblaak, al gauw bleek dat dit onvoldoende was. De school aan de Van Speykstraat 107 werd gehuurd en bescheiden ingericht; 25 jaar later was daar nog altijd een clubhuis gevestigd. In die tijd kwamen er verder nog clubhuizen in de Esschenstraat, aan de ’s Gravenweg en aan de Smeetlandschedijk.

Fusie[bewerken]

Na de oprichting van het NMG werd de vereniging de Rotterdamse afdeling van die landelijke organisatie.

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.