Schoenlapper

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken

De Schoenlapper is een volksdansje van Karel Janszoon, een schoenlapper die één dag Graaf van Andoornborg was, een stadje in Bambilië. Het dansje kan in het programma "één dag graaf" gebruikt worden, maar natuurlijk ook bijvoorbeeld in een programma over oud-Hollandse gebruiken.

Schoenlapper.gif

Voor het doen van het volksdansje wordt de groep in tweeën gesplitst: de nummers één en de nummers twee. Daarna opstelling van tweetallen in een kring; de nummers twee met de rug naar het midden en de nummers één er tegenover. Het hele dansje wordt in looppas gedaan, en tijdens iedere maat (hierboven in het plaatje genummerd) horen er andere bewegingen bij. Welke bewegingen er zijn, staan hieronder:


1-2
Allen draaien de tot vuisten gebalde handen om elkaar heen, alsof men een kluwen opwindt en weer terug (in het ritme van de melodie).
3
De handen worden nu bij elkaar gebracht en uit elkaar naar achteren gezwaaid, terwijl de rechterknie geheven wordt (alsof men een draad over de knie strak trekt).
4
Allen klappen drie maal in de handen.
1-4
Herhalen.
5-8
Partners haken rechts in en gaan met looppas tweemaal rond.
5-8
Idem met linkerarm inhaken.
9-10
Bij het woord "doen", knielen de nummers twee.
11-12
Bij het woord "schoen" leggen de nummers één de rechtervoet op de knie van de nummers twee (met de zool naar boven).
13-16
De nummers twee maken bewegingen, alsof ze een zool repareren. Bij het woord "daar" staan de nummers twee op en draaien de nummers één zich weer naar hen toe.
17-18
Met vijf looppasjes gaan de nummers één naar binnen en de nummers twee naar buiten, waarbij ze elkaar langs de linkerschouder passeren en stampen daar driemaal.
19
Nu gaat iedereen achterwaards terug, deze keer langs de rechterschouder, met één stamp tot slot.
17-20
Als boven, echter rechterschouder heen en linkerschouder terug. Bij het terugkomen schuift iedereen iets naar rechts, waardoor men tegenover een andere partner komt te staan.

Opmerking: De tekst "Baas, heb je niets te doen? Lap even deze schoen!" wordt alleen door de nummers één gezongen. De nummers twee antwoorden dan: "De zool is bijna door, daar is de lapper voor".


Bron: Overgenomen uit het archief van de Scouting Programma Site, teksten van Roland Masselink, 9 februari 2005, overgenomen uit de Spelmap kabouterleiding, het Landelijk Kabouterteam 1976