Tent opzetten en afbreken

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Figuur 1: Stap voor stap opbouwen van de tent. De nummering komt overeen met de nummers in de beschrijving (klik op de afbeelding voor een vergroting)
Figuur 2: Het gelijkmatig spannen van het tentzeil
Figuur 3: Het gebruiken van een sjorbalk bij gebrek aan piketten
Figuur 4: Het goed (links) en fout (rechts) in de grond slaan van de piketten
Figuur 5: Het opvouwen van de tent

Dit artikel beschrijft een aantal zaken waar je op moet letten het opzetten en afbreken van een (patrouille)tent.

Opmerking: Onderstaande tekst gebruikt woorden die niet in het hele Nederlandse taalgebied gebruikt worden. Spanlijnen zijn dezelfde dingen als scheerlijnen, en met pik(k)etten worden tentharingen bedoeld.

Uitzoeken van geschikt terrein[bewerken]

Voor je de patrouilletent begint op te zetten, zoek je natuurlijk eerst een plek. Een mooi vlak stuk is ideaal, maar helaas is een hellend terrein met bulten en pollen veeleer de regel. Het is aan te raden, alleen als het mag van de eigenaar van het terrein, om de bulten weg te scheppen en de pollen uit te steken. Dit zal je slaapcomfort fel doen toenemen. Als je in het bos ligt kan een bedje van bladeren of dennenaalden onder het grondzeil maken om op te liggen ook helpen.

Let ook op de vochtigheid van de grond waarop je wil kamperen. Je wilt immers niet dat wanneer je 's avonds terugkomt, je ziet dat je hele tent onder water is gelopen. Let daarom op dat je je tent niet in een kuil opzet. Ook moet je goed kijken of je niet in een geul staat, waar bij regen het water van hoger gelegen delen naar de lagere plekken stroomt. Graaf bij hele zware regen een soort greppel van ongeveer 20 cm diep rond de tent. zorg daarbij dat de greppel aan de kant vanwaar het water komt in een soort punt staat, zodat alles goed wegstroomt. De begroeiing is een goede indicator: harde grassoorten b.v. duiden vaak op een zompige ondergrond. Dit lijkt misschien geen probleem op een warme zomerdag, maar na een flinke regenbui kan dit heel wat natte luchtmatrassen opleveren.

Het opzetten van de tent[bewerken]

Heb je eenmaal je plek gevonden, dan kan je beginnen met het opzetten van de patrouilletent. Volg hiervoor de tekening in figuur 1.

  1. Let op de windrichting. In Nederland en België komen wind en regen meestal vanuit het westen. Je oriënteert de patrouilletent dan ook best volgens de noord-zuidas.
  2. Vermijd raakpunten. Alle plekken waar binnen- en buitenzeil elkaar raken, geven kans op lekken. Afstandsbuisjes zorgen ervoor dat dit niet kan gebeuren. Ze schuiven over de bovenkant van de palen en houden zo het buitenzeil van de binnentent voldoende gescheiden. Let wel: dit werkt alleen bij stevig opgespannen zeilen.
  3. Knoop dicht voor je opspant. Knoop de voor- en achterzijde van de tent volledig dicht vooraleer je begint op te spannen. Zo vermijd je dat je de binnentent teveel opentrekt en de zaak niet meer afgesloten krijgt. Span de tent ook niet te weinig op. Anders gaat het binnenzeil in plooien hangen en kan het beginnen klapperen in de wind.
  4. Denk in lijnen. Laat alle spantouwen (zowel van binnen- als buitentent) rechtdoor lopen. Ook die van de hoeken. Anders krijg je vouwen en belast je de stof in een verkeerde richting. De piketten moeten mooi op één rij staan, parallel aan de zijkant van het zeil. Enkel zo kan je het geheel gelijkmatig opspannen. Er staat evenveel kracht op elk touw.
  5. Leg blokjes. Plaats onder elke tentpaal een blokje. Zo verhinder je dat het grondzeil beschadigd wordt.
  6. Flap naar binnen. Onderaan de zijwanden van de binnentent hangen flappen. Sla die naar binnen. Ofwel zijn er ijzeren ringen (ogen) in die flappen. Die steek je vast met een priem (dunne ijzeren pikket). Ofwel zijn er lussen aan de buitenkant van de zijwanden. Ook die steek je vast met een priem.
  7. Enkel bij storm. Stormtouwen zijn in principe niet nodig, maar bevestig ze uit voorzorg toch maar bij het opzetten. Enkel bij zware storm zijn ze nuttig. Maak ze vast aan de top van de voorste en achterste paal en span ze op. Opgespannen oefenen ze zijdelingse krachten uit. Een zotte wind die van alle kanten komt, krijgt zo geen vat op de tent.

Tips bij het opzetten[bewerken]

Vermijd spanlijnen die schots en scheef uitstaan, ze kunnen 'hinderlijk' zijn (hoewel je dit wellicht anders noemt als je ’s avonds met je frisgewassen tandjes kennismaakt met de volgende piket). Je kan de stormlijnen ook naar binnen spannen. Zet alle piketten op één rechte lijn. Dat zorgt ervoor dat het zeil gelijkmatig gespannen wordt, maar ook dat er een logische afscheiding tussen piketten en loopruimte is (zie figuur 2).

Tip: als je niet genoeg piketten hebt, kan je alle spanners aan één sjorbalk vastmaken en die opspannen op twee (hoek-) piketten (figuur 3)

Sla de piketten altijd zo dat de kracht haaks opgevangen wordt. De afbeelding links in figuur 4 toont de correcte manier, de afbeelding rechts toont een fout opgespannen piket.

Tip: Sla op een houten piket enkel met een houten hamer en op een metalen piket met een metalen hamer. Gebruik geen piketten van plastic.

Ontspan ´s avonds je spanlijnen als je ´s nachts regen of forse dauw verwacht (want dan krimpt het zeil). Doe dit niet als er veel wind verwacht wordt. Span ´s morgens de lijnen weer op, de warmte zal het zeil snel doen rekken.

Graaf eventueel een greppel rond de tent zeker op matig hellend terrein, zo wordt het water naar beneden afgevoerd. Let er dan wel op dat het water op het laagste punt ook weer snel uit de greppel kan, anders krijg je toch nog overstroming als de greppel opeens vol is.

Afbreken van de tent[bewerken]

Het afbreken van de tent doe je in de onderstaande volgorde.

  1. Zorg ervoor dat de tent leeg is (veeg hem eventueel even uit met een stoffer)
  2. Trek alle piketten uit de grond, die van de stormtouwen als laatste.
  3. Wanneer je je er van verzekerd hebt dat alle piketten en touwen los zijn, kan je de tent neerleggen (weet dat als je één piket bent vergeten de tent zal scheuren bij het neerleggen).
  4. Leg de binnentent met de buitenkant op de grond. Vouw de flappen van de zijkanten naar binnen, zodat er een rechthoek ontstaat (figuur 5). Leg ook de touwen op het tentzeil, zodat deze mee opgevouwen kunnen worden. Vouw het zeil nu dubbel, zodat de nok in de vouw ligt en daarna in drieën. Wanneer je de tent nu in de andere richting opvouwt/oprolt zal ze juist in de zak gaan.
  5. De buitentent kan op gelijkaardige wijze opgevouwen worden.
  6. Berg de tent steeds droog op, anders zal ze verstikken of rotten. Een natte tent zal dus steeds ergens te drogen gelegd moeten worden!
Zie ook onderhoud van tenten

Bron[bewerken]