Vierkantsjongens

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Vierkantsjongens
Icon boy scout.svg Alleen jongens
alle provincies ­Nederland
Opgeheven
25 mei 1935 "Fout: ongeldige tijd." contains an extrinsic dash or other characters that are invalid for a date interpretation.

De Vierkantsjongens was een op de padvinderij lijkende protestantse organisatie met een religieus-opvoedkundige doelstelling voor jongens.

Doel[bewerken]

De clubs der Vierkantsjongens stelden zich ten doel: jongens, van 11—17 jaar te helpen hun gaven te ontwikkelen tot eer van God en in liefde tot de naaste. Zij trachtten dit doel te bereiken: door de jongens in aanraking te brengen met Jezus Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven (geestelijke ontwikkeling); door hun te leren hun lichamen te beschouwen als tempel Gods, het rein te houden en er de gaven Van te ontwikkelen (lichamelijke ontwikkeling); door hen te helpen hun verstand als gave van God te gebruiken en de wereld om hen heen te zien als een schepping Gods (verstandelijke ontwikkeling).

Werkwijze[bewerken]

De clubs der Vierkantsjongens volgden zoveel mogelijk de methode van zelfwerkzaamheid en zelfbestuur. Zij zetten dus zoveel mogelijk de jongens zelf aan het werk en geven hun zoveel mogelijk in alles de leiding en verantwoordelijkheid.

Iedere jongen kreeg een kaart, waarop de punten der verschillende „vierkanten" voorkomen; wanneer zij volgens het oordeel van de leider een punt voldoende meester waren plaatste deze daaronder zijn handtekening.

Insigne[bewerken]

Als insigne namen de clubs der Vierkantsjongens aan: het vierkant binnen de cirkel, waarvan de betekenis deze is: De vier zijden stelden voor de lichamelijke, verstandelijke, maatschappelijke en geestelijke ontwikkeling; terwijl de jongens met allen nadruk geleerd werd, dit ganse leven te zien in het licht der eeuwigheid; dit werd uitgedrukt door de cirkel (als symbool der oneindigheid) die het vierkant omsluit.

Samenstelling der clubs[bewerken]

Iedere club bestond uit hoogstens 8 jongens, waarvan één de club vertegenwoordigde en in zijn club de leiding had; deze heette „rechterhand". Hij werd door de jongens, zo nodig door de leider, telkens voor 6 maanden gekozen.

Tot een club kon behoren iedere jongen van Christelijke huize van 11—17 jaar. Elke club had een eigen naam (b.v. van een dier) en een vlag. Deze vlag had de vorm van een driehoek met het club-insigne, waarbinnen het dier getekend werd, waaraan de club haar naam ontleende. Hoogstens 5 clubs vormden samen een groep.

Leiders[bewerken]

Iedere club had haar eigen leider; één van deze clubleiders werd aangewezen als groepleider en had als zodanig de hoofdleiding van iedere club-avond of -middag.

De leiders moesten instemming betuigen met de 3 Formulieren van Enigheid.

Leden[bewerken]

Iedere jongen moest steeds een aantekenboekje of schrift meebrengen. Dit werd tijdens de samenkomsten gebruikt voor het overnemen van het morsealfabet, liederen, enz., wedstrijden, tekenen van bloemen, dieren, plattegronden, enz. Iedere jongen mocht een vierkantsboek maken. Dit werd geheel volgens zijn eigen idee ontworpen en gebruikt voor: het in 't net overnemen van enkele aantekeningen over alles, wat hen persoonlijk interesseert. Iedere club had ook een Gedenkboek. Hierin schreef de „rechterhand" het verslag van iedere bijeenkomst en de leider hield hierin aantekening van de prestaties van de club.

Leerstof[bewerken]

De leerstof werd verdeeld over 3 cursussen. Was een jongen de leerstof van een bepaalde cursus machtig, dan had hij het recht een vierkantje op de linkermouw te dragen, na de eersten cursus rood, na de tweede geel, na de derde groen van kleur.

De veredeling der leerstof over de drie cursussen had op de volgende wijze plaats:

Eerste vierkant.

  1. kennen en toepassen van de voornaamste eisen van lichamelijke verzorging (vooral voetverzorging);
  2. anderhalf uur kunnen lopen, zonder klagen over dorst of moeheid;
  3. vijf vrije oefeningen, twee spelen buiten en twee spelen binnen kennen;
  4. 7 bloemen, 7 bomen, 7 dieren, 7 in vrijheid levende vogels kennen;
  5. vijf verschillende knopen kunnen leggen;
  6. vlagseinen;
  7. kimspel thuis en buiten;
  8. thee, koffie en chocolade kunnen zetten; eenvoudig verstelwerk kunnen (knoop aanzetten, enz.);
  9. hoofdregels, van de weg kennen; plattegrond van eigen woonplaats kunnen lezen; hoofdwegen naar buiten; op kaart kunnen lopen; politie, brandweer en apotheker weten te vinden;
  10. twee geestelijke liederen en twee Kerstliederen kennen;
  11. twee Bijbelsche verhalen en twee gelijkenissen kennen en kunnen uitleggen;
  12. betekenis van de Christelijke feestdagen en het „Onze Vader" kennen.

Tweede vierkant.

  1. Enige algemene regels over voeding kennen;
  2. verbanden kunnen leggen met driekante doek;
  3. regels kennen van een paar balspelen;
  4. nog 5 knopen kennen;
  5. 't morse-alfabet kunnen seinen met fluit, vlag en lichtje;
  6. een reis kunnen opzoeken in een spoorboekje;
  7. verslag of notulen kunnen maken van een bijeenkomst, een brief netjes kunnen schrijven en adresseren;
  8. met weinig kosten een bruikbaar voorwerp kunnen maken;
  9. aardig kunnen ontvangen van een gast of nieuweling op de clubs;
  10. een paar Paas- en Pinksterliederen kennen;
  11. de Bijbelboeken kunnen opzeggen;
  12. het leven van een profeet of apostel kunnen vertellen.

Derde vierkant.

  1. 15 km kunnen lopen op een dag;
  2. eerste hulp kunnen verlenen bij iets in 't oog, branden, flauwvallen e. d.;
  3. enige ademhalingsoefeningen kennen;
  4. enkele sterrenbeelden kennen en gebruiken van het kompas;
  5. de natievlaggen kennen;
  6. een op te geven boek lezen en kunnen navertellen;
  7. postpakket , postwissel, aangetekende brieven, girobiljet, enz. kunnen verzenden;
  8. weten, wat te doen met een verdwaald kind, werkeloze, zieke, dakloze;
  9. een huiselijk feestje in elkaar kunnen zetten;
  10. vlot de weg weten in de Bijbel;
  11. heel in het groot iets weten van de geschiedenis van het christendom (ook van de zending).
  12. enige Bijbelgedeelten kennen (b.v. van de Bergrede, of 1 Corinthe 13) en enkele vragen van de Catechismus of iets dergelijks.

Installatie[bewerken]

Nadat een jongen enige weken de clubs geregeld bezocht en blijk had gegeven een trouw lid der club te zullen zijn, werd hij als lid der club geïnstalleerd.

Deze installatie moest een enigszins plechtig karakter dragen, opdat de jongens er, zoo mogelijk, een blijvende indruk van ontvangen.

Gewoonlijk vond deze installatie plaats in een openbare samenkomst, die dan tevens als propaganda-avond kon dienst doen. Bij de installatie leggen alle jongens de belofte af, waarna zij als lid zijn aangenomen en het insigne der clubs, mogen dragen.

Belofte en Wet[bewerken]

De belofte, welke de jongens bij hun installatie aflegden luidde:

  • Ik beloof mijn best te doen: God lief te hebben, andere mensen te helpen en onze „Vierkantswet" te houden.

Deze vierkantswet luidde:

  • Houd je lichaam krachtig en rein.
  • Ontwikkel de gaven die God je schonk.
  • Denk eerst aan anderen, dan aan je zelf.
  • Heb God lief boven alles.

Wie bezwaren had tegen het aflegden van deze belofte mocht wel alle oefeningen der clubs meemaken, maar werd niet als lid geïnstalleerd en mocht het insigne der clubs niet dragen.

De bedoeling van deze „Vierkantswet" was, dat deze telkens met de jongens besproken werd, om hun te leren begrijpen, wat het zeggen wil, deze in hun dagelijks leven toe te passen.


In de jaren vlak voor de Wereldjamboree 1937 gaan de Vierkantsjongens op in De Nederlandsche Christelijke Vereeniging van Padvinders en worden zo lid van De Nederlandse Padvinders[1].

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.