Een Voortrekker was een padvinder van 17+ jaar van een Stam, voornamelijk bij De Nederlandse Padvinders en de Verkenners van de Katholieke Jeugdbeweging/Katholieke Verkenners.
Geschiedenis
Het woord Voortrekker is een vertaling van het Engelse woord Rover en komt van het boek Rovering To Success, dat Baden-Powell in 1919 liet publiceren. De eerste stammen in Nederland vertaalden het woord Rover als Zwerver. Een voorbeeld daarvan zijn de Delftsche Zwervers. Uiteindelijk werd gekozen voor het woord Voortrekker, dat afkomstig is uit Zuid-Afrika. De boerenkolonisten uit het eind van de 19e eeuw werden Voortrekkers genoemd. Zij trokken op eigen gelegenheid de binnenlanden van Zuid-Afrika in om daar boerenbedrijven te beginnen als echte pioniers. Het stoelt waarschijnlijk ook op de sympathie die de Nederlanders in het begin van de 20e eeuw hadden voor de zaak die de Boeren bevochten tegen de Engelsen. De eerste vermelding van een Voortrekker in een padvinderstijdschrift was in De Padvinder van 18 juni 1921; dat was in een verslag van een demonstratie van de Voortrekkers van de Baron Van Pallandtgroep uit Den Haag. Ook in België kende men voortrekkers.
Organisatie
Een voortrekkersstam stond onder leiding van een oubaas; een oudere ervaren man, geassisteerd door een (jong)baas, een van de voortrekkers. Een stam kon verdeeld zijn in ploegen, met aan het hoofd van elke ploeg een ploegbaas.
Uniform
Voortrekkers droegen het verkennersuniform met voortrekkersepauletten, rode kousflossen en rood-groen-gele schouderlinten. Voortrekkersepauletten waren groene trappeziumvormige stukjes vilt, die over de epauletten van de uniformblouse geschoven konden worden. Op een Voortrekkersepaulet stonden in geel borduursel de letters VT en een pijlkop. Op de verkennershoed droegen Voortrekkers een metalen badge met de letters VT, tegelijk met de metalen pijlpunt. Een ploegbaas of een assistent-ploegbaas droeg twee rode strepen respectievelijk één rode streep op de linker borstzak, op dezelfde wijze als de witte strepen bij de (assistent-)patrouilleleiders bij de verkenners.
Motto
Als voortrekkersmotto waren in gebruik: Dienen, Dient en Ik Dien[1].
-
Het uniform van een voortrekker volgens Robert Baden-Powell
-
VT-epauletten
Installatie
De eerste tijd (een half tot een heel jaar) was de voortrekker nog een voortrekkersgast. Hij kreeg voor die periode een of twee voortrekkers als borgen. Deze borgen pasten op hem en introduceerden de voortrekkersgast in het voortrekkersleven. Zij hielpen hem ook aan de eisen te voldoen, die in de spelregels van de landelijke organisatie (NPV of KV) waren gesteld en soms ook bij een opdracht specifiek voor de stam. Na het afronden van deze eisen werden de vorderingen van de voortrekkersgast besproken in de stamraad. Bij akkoord werd hij opgeroepen voor zijn installatie[3]. Het precieze ritueel van de voortrekkersinstallatie was per stam verschillend, een goed bewaard geheim alleen bekend bij geïnstalleerde voortrekkers. Het moest wel aan landelijke eisen voldoen. Een onderdeel van het installatieritueel was de Vigilie. Overigens worden (enkele van) die tradities nog steeds bij enkele groepen gehanteerd.
Speltakthema
Het themaverhaal van de Voortrekkers is Koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Het thema van de voortrekkers lijkt enige overeenkomsten te hebben met de vrijmetselarij. Daar staat tegenover dat Robert Baden-Powell nooit lid is geweest van die organisatie. Zijn goede vriend Joseph Rudyard Kipling was dit overigens wel.
Heden
Sommige Nederlandse stammen gebruiken nog uniformstukken en (delen van) de rituelen van Voortrekkers van vóór 1973. Het huidige spel zoals Scouting Nederland dat sinds 2010 voorstelt voor de speltak Roverscouts, bevat nog elementen uit die rituelen. Kijk daarvoor op de pagina's over Roverscouts en Stammen.
De Europascouts - België hanteren bij Nederlandstalige groepen Voortrekkers en Voortreksters als naam voor de takken voor 17 jaar en ouder.
Bronnen en referenties
- "The Dump", Rovers Verzameling oude Voortrekkershandboeken (Engels)
