Willem van der Gugten

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Hendrik Willem (Willem) van der Gugten
Geboorteplaats
Den Haag ­Zuid-Holland ­Nederland
Geboortedatum
3 september 1903
Overlijdensplaats
Rangoon ­Birma
Overlijdensdatum
12 november 1942
Bezig met het laden van de kaart...

Willem van der Gugten was .....

Levensloop[bewerken]

Hij was de zoon van Abraham van der Gugten, kleermaker en Aaltje van Beek. Willem trouwde in Den Haag op 10 mei 1929 met Henriette Elisabeth Kammeraat. Na alle feestelijkheden vertrokken zij per boottrein naar Marseille, om zich in te schepen aan boord van het m.s. Indrapoera van de Rotterdamsche Lloyd. Hendrik ging naar Nederlands-Indië om les te geven op het Christelijk Lyceum aan de Dagoweg 81 in Bandung. Hendrik was eerst leraar Frans en later ook Engels op het lyceum. De jonggehuwden woonden in de loop der jaren op verschillende adressen in Bandung. Ze kregen vier kinderen: Cornelis Hendrik (3 mei 1930), Albert Coenraad (28 november 1931) en Alida (Lilly) Christine Henriette (6 juli 1933) en R.J.G. (25 januari 1940). In 1935 ging het gezin met verlof naar Nederland. Mogelijk dat hij in deze periode les gaf op de Christelijke Hoogere Burgerschool in Den Haag. In 1955 kreeg deze school de nieuwe naam Christelijk Lyceum De Populier. In juni 1936 keerde het gezin terug naar Indië aan boord van het m.s. Indrapoera. Willem zette zijn werk voort op het Lyceum in Bandung. Bij de mobilisatie was Willem militair in het KNIL als reserve eerste luitenant bij het Regiment Grenadiers. Hij werkte op het Algemeen Hoofdkwartier (AHK) van het KNIL. Hij werd na de bezetting door de Japanners geïnterneerd in Kamp Baros 5 in Tjimahi, dit kamp werd ook wel Kale Koppen Kamp genoemd. Hij ging op 13 of 15 oktober naar Kamp 10e Bataljon in Batavia. Van daar gaat hij op 16 oktober 1942 met de Tacoma Maru 1 met ongeveer 1700 Nederlandse krijgsgevangenen, waaronder 500 reserve-officieren van het KNIL), uit Tandjong Priok naar Birma. Ook Coen Schoonhoven zat op dit schip. De krijgsgevangenen zaten in overvolle ruimen. De volgende dag brak er bacillaire dysenterie uit. Omdat isolatie van de zieken niet mogelijk was, verspreidde de ziekte zich snel; er waren spoedig honderden zieken. Na drie dagen bereikte het schip de rede van Singapore; hier mochten 63 ernstig zieke patiënten aan wal gebracht worden. De overige krijgsgevangenen bleven aan boord. Op 24 oktober vertrok het schip en voer langs de kust van Malakka in een konvooi van 6 schepen. Toen ze door geallieerde onderzeeërs werden aangevallen vluchtte het konvooi de haven van Pinang binnen. De ernstig zieke patiënten mochten aan dek gelegd worden. Er werden geen medicijnen beschikbaar gesteld en de dysenterie breidde zich verder uit. Het eerste slachtoffer overleed. Ze gingen van hier naar Rangoon en bij aankomst waren 12 man overleden. De zwaar zieke patiënten gingen naar het Japanse hospitaal en de overigen werden overgebracht naar de gevangenis. Er waren op dat moment ongeveer 600 dysenteriepatiënten, waaronder Willem en Coen. Willem overleed op 12 november 1942 in Rangoon (Birma) in de gevangenis aan dysenterie. Hij werd 39 jaar. De plek van zijn graf is onbekend.

Scouting[bewerken]

Willem was in 1934 hopman bij groep 13, de Oranje troep van de Vereeniging Nederlandsch Indische Padvinders in Bandung. Willem was tijdens zijn verlof assistent-districtscommissaris voor verkenners in Den Haag. In mei 1937 ontving hij van Lord Baden-Powell, de Chief Scout, een ‘Honourable Charge’ als Deputy Camp Chief. Hij was daarmee de derde scout in Nederlands-Indië met de volmacht voor het geven van de Gilwelltraining. Willem van der Gugten was in 1937 assistent-districtscommissaris voor voortrekkers in district Priangan en werd in juni 1939 hoofdkwartiercommissaris voor Nederlands-Indië bij de NPV. Hij volgde hiermee hopman Robert Polis op, die om gezondheidsredenen moest stoppen. In december 1939 opende hij het nieuwe hoofdkwartier van de scouts in Nederlands-Indië in Bandung. Zijn zoon Coen was vlak voor de oorlog ook actief binnen Scouting. Tijdens de bezetting werd Scouting oogluikend toegestaan, ondanks dat het door de Jappen verboden was en in het Kamp Baros 5 werd de Kale Koppen Kamp Stam opgericht. Deze stam bestond van juli 1942 tot november 1942. Er waren 50 leden. De leiding berustte bij hoofdcommissaris Van der Gugten en oubaas Wassenburg uit Bandung, terwijl bekende promotors districtscommissaris Tober, groepsleider Pastoor Neyens, oubaas Louis van Waardenburg, akela Jan Wijna en Adrianus van Brakel en vele andere bekenden uit Batavia en Bandung waren. De stam eindigde oktober 1942 toen de jongens werden afgevoerd naar Thailand en Birma.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken]

Bronnen en referenties

Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.