De Nederlandse Padvinders

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Versie door Parlevliet (overleg | bijdragen) op 24 jan 2007 om 23:02 (→‎Organisatie: verder uitrgebreid (komt nog meer))
Ga naar:navigatie, zoeken
Logo "De Nederlandsche Padvinders"

De vereniging De Nederlandsche Padvinders, kortweg (NPV), was een algemene scoutingorganisatie voor jongens in Nederland tussen 1915 en 1973.

De Nederlandsche Padvinders ontstond in 1915, als fusie tussen de NPO en de NPB. De fusie kwam tot stand door toedoen van Prins Hendrik, die koninklijk commissaris werd van de nieuwe vereniging. Meisjes hadden lid mogen zijn van de NPO en de NPB, maar konden niet meer lid zijn van de NPV, dus werden gedwongen een eigen organisatie op te richten: Het Nederlandsche Meisjesgilde.

In 1920 krijgt de NPV een nieuwe voorzitter: vice-admiraal, oud-minister van Marine en Staatsraad J.J. Rambonnet. In 1928 krijgt hij de titel Hoofdverkenner. Onder zijn leiding groeit de NPV flink. Hij weet de vereniging in korte tijd zowel organisatorisch als financieel gezond te maken met als resultaat een forse groei van het ledental. In 1927 werden organisatie en insignesysteem naar Brits voorbeeld veranderd. Zowel de leiderstraining in Ommen als de training van de verkenners, die vanaf 1924 tijdens de patrouillewedstrijden naar voren kwam, waren zaken die de Hoofdverkenner zeer na aan het hart lagen.

In de Christelijke Jonge Mannen Vereniging (CJMV) zijn padvindersgroepen ontstaan, die zich in 1930 federatief aansluiten bij de NPV. Federatieve aansluiting wordt dat jaar ook gezocht door Rooms-katholieke verenigingen. Met instemming van de Rooms Katholieke kerkleiding komt de vereniging de Katholieke Verkenners (KV) tot stand en ook deze vereniging sluit zich aan bij het NPV. Maar op bevel van die zelfde Rooms-katholieke kerkleiding splitsen ze zich in 1937 weer af.

Hoofdverkenner Rambonnet treedt in 1937 af en de NPV en KV richten samen de Nationale Padvindersraad op, waarvan Prins Bernhard voorzitter wordt. A.E. Oosterlee wordt hoofdkwartiercommissaris van de NPV en mr. Ben Hoppener van de KV. De functie van Hoofdverkenner blijft daarmee dus vacant.

De kampeerterreinen van de de NPV waren Gilwell Ada's Hoeve, de Padvindersboerderij en het kampeerterrein Eerde in Ommen en de Rendierhoeve in Moergestel.

Vereniging in oorlogstijd[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Duitse inval in 1940 bleef het NPV, samen met de andere Nederlandse padvind(st)erverenigingen zo goed als het ging verder functioneren. Activiteiten buiten waren echter nagenoeg niet mogelijk. Medio 1941 werden de padvind(st)ersverenigingen door de Duitse bezettingsautoriteiten verboden. Uniformen en materialen moesten worden ingeleverd. Hoofdbestuursleden werden gearresteerd en geinterneerd.

In het najaar van 1944 herrijst de padvindersbeweging in het reeds bevrijde zuiden van het land. A.E. Oosterlee en mr. Jo Cals (de latere minister van Onderwijs en Minister-president) nemen de leiding in handen. Mevrouw E. van den Bosch-de Jongh neemt de leiding weer op zich van het NPV.

Zie ook Scouting in oorlogstijd

Organisatie[bewerken | brontekst bewerken]

De NPV was lokaal georganiseerd in padvindersgroepen die bestonden uit (maximaal) één welpenhorde, één verkennerstroep en één voortrekkersstam. Alle leden (jeugd en leiding) heetten padvinder.

  • welpenhorde (ook bij zeeverkenners en luchtverkenners) met:
    • welpen, 8-11 jaar, maximaal 24 welpen
    • nesten met 6 welpen
    • Gids, door de WL aangewezen voor het leiden van een nest.
    • Helper, door de WL aangewezen in overleg met de gids, om de gids te helpen en vervangen.
    • Gidsenraad bestaande uit leiders, gidsen en helpers, voor contact met de leiders en instructie.
    • Welpenleider (WL), minstens 21 jaar
    • Assistent-welpenleider (AWL), minstens 18 jaar voor een mannelijke, 17 jaar voor een vrouwelijke leider. Bij meer dan 3 nesten is meer dan één AWL gewenst
    • Welpeninstructeur is mogelijk: een verkenner, voortrekker, padvindster of pionier
  • verkennerstroep. (bij luchtverkenners eskader). Splitsing in junioren- en seniorentroep is mogelijk.
    • verkenners, 11-17 jaar (juniorentroep 11-15 jaar, seniorentroep 15-17 jaar)
    • patrouilles (bij zeeverkenners bak, bij luchtverkenners bemanning), maximaal 6. met 6-8 verkenners.
    • patrouilleleider (PL), door de VL aangesteld op voorstel van de patrouille en troepraad.
    • assistent-patrouilleleider (APL), gekozen door de PL met goedkeuring van de VL om de PL te helpen en vervangen.
    • troepleider. De VL kan in overleg met de troepraad één verkenner als troepleider aanstellen.
    • troepraad (bij luchtverkenners vliegersraad) bestaat uit PL's, APL's en eventueel de troepleider. De VL/AVL treden adviserend op. De troepraad behandeld interne leiding en beheer van geld.
    • ereraad (bij zeeverkenners scheepsraad) bestaat uit PL's en eventueeel de troepleider. De VL/AVL treden adviserend op. De ereraad behandeld gedrag van troepleden en aannemen en ontslaan van verkenners.
    • Verkennersleider (VL), minstens 21 jaar. Vrouwen alleen in zeer bijzondere gevallen.
    • Assistent-verkennersleider (AVL), minstens 18 jaar. Bij meer dan 4 patrouilles is meer dan één AVL gewenst. Vrouwen alleen in zeer bijzondere gevallen.
  • voortrekkersstam


De groep had een groepsleider die gekozen werd uit de leiders (een vrouw was niet toegestaan). De groepsleider was voorzitter van de groepsraad, waarin de leiders besloten over groepszaken. Bij voorkeur was er ook een groepscommissie met daarin ouders en andere belangstellende (geen leiders, wel de groepsvoorzitter als lid) die de groepsraad hielpen bij het verkrijgen van geldmiddelen, groepslokalen en kampeerterreinen en bij het voeren van propaganda.

Het land was verdeeld in districten onder leiding van een Districtscommissaris (DC), bijgestaan door een of meer assistentdistrictscommissatissen (ADC), Onder-Districtcommissarissen (ODC) en Plaatselijke Commissies (PC). De districten konden klein zijn, soms niet meer dan één gemeente als daar meerdere groepen waren. Districten met zeeverkennersgroepen hadden hiervoor een aparte commissie.

Landelijk werd de vereniging geleid in het Nationaal Hoofdkwartier door de hoofdverkenner bijgestaan door hoofdkwartiercommissarissen (HKC). De besluiten werden uitgevoerd door het Centraal Kantoor. De Raad van de Vereniging controleerde het bestuur.

(Bron: Spelregels 1957)

Fusie in 1973[bewerken | brontekst bewerken]

Op 6 september 1973 fuseert De Nederlandse Padvinders met het Nederlandse Padvindstersgilde, de Katholieke Verkenners en de Nederlandse Gidsen tot Scouting Nederland.

===Verenigingsregels===

Spelregels 1957

De verenigingsregels waren extact en genummerd beschreven in een klein boekje dat iedere leider hoorde te kennen. Het was een compacte en complete beschrijving van de vereniging, inclusief bijvoorbeeld klasse/insigne-eisen en uniform. Een deel van de regels werd ook opgenomen in Verkennen voor Jongens.

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.