De Nederlandse Padvinders (statuten en spelregels)

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Versie door Bot egel (overleg | bijdragen) op 8 jan 2014 om 01:02 (Robot: automatisch tekst vervangen (-Verkenners +Verkenners); cosmetische wijzigingen)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar:navigatie, zoeken

De Statuten en spelregels van De Nederlands(ch)e Padvinders zijn als volgt samen te vatten.

Statuten (1933)[bewerken]

Doel[bewerken]

De vereeniging stelt zich ten doel het verbeiden van het spel "Het Verkennen voor Jongens", volgens de regels van "Boy Scouts International Bureau", en daardoor mede te werken aan de opvoeding der mannelijke Nederlandsche jeugd tot flinke en nuttige Staatsburgers, in het bijzonder wat karaktervorming, zedelijke en lichamelijke ontwikkeling betreft. Zij plaatst zich op het standpunt, dat dit doel de erkenning van eenig religieus beginsel vooropstelt.

Middelen[bewerken]

De vereeniging tracht haar doel te bereiken langs wettigen weg en wel door:

  • a. het aankweeken van liefde voor eigen land, tucht en eerbied voor het gezag;
  • b. het ontwikkelen van plichts- en verantwoordelijkheidsgevoel, gehoorzaamheid en zelfvertrouwen;
  • c. het opwekken van riddelijkheid, naastenliefde en hulpvaardigheid, door het bewijzen van diensten aan anderen en aan de gemeenschap;
  • d. het oefenen der zintuigen en het ontwikkelen van het opmerkingsvermogen;
  • e. het verhoogen van de lichamelijke vaardigheid en hygiĕne;
  • f. het oefenen in kamp- en veldleven, met opwekking van liefde tot de natuur;
  • g. handenarbeid, zoomede openlucht- en andere spelen en oefeningen
  • h. alle andere wettige middelen die aan het doel bevorderlijk kunnen zijn.

De vereeniging wenscht den internationalen vrede te bevorderen door het onderhouden van vriendschappelijke betrekkingen met overeenkomstige organisaties buiten Koninkrijk der Nederlanden.

Vlag[bewerken]

De vereenigingsvlag is de nationale vlag met een groene padvinderslelie in het midden der witte baan.

Organisatie[bewerken]

De N.P.V. was lokaal georganiseerd in padvindersgroepen die bestonden uit (maximaal) één welpenhorde, één verkennerstroep en één voortrekkersstam. Alle leden (jeugd en leiding) heetten padvinder. Regionaal was het land verdeeld in districten die landelijk onder het Nationaal Hoofdkwartier vielen.

Speltakken[bewerken]

  • Welpenhorde (ook bij zeeverkenners en luchtverkenners) met:
    • Welpen, van 8-11 jaar. Maximaal 24 welpen.
    • Nesten, met 6 welpen.
    • Gids, door de welpenleider aangewezen voor het leiden van een nest.
    • Helper, door de welpenleider aangewezen in overleg met de gids, om de gids te helpen en bij afwezigheid te vervangen.
    • Gidsenraad, bestaat uit leiders, gidsen en helpers. De gidsenraad dient voor contact van de leiders met de welpen en instructie. Zij bestuurt niet.
    • Welpenleider (WL) (aanspreek: Akela), leidt de horde met de AWL's. Hij/zij moet minstens 21 jaar zijn.
    • Assistent-welpenleider (AWL) (aanspreek: Baloe, Baghera, enzovoort), minstens 18 jaar voor een mannelijke, 17 jaar voor een vrouwelijke leider. Bij meer dan 3 nesten is meer dan één AWL gewenst.
    • Welpeninstructeur, is mogelijk en kan zijn een verkenner, voortrekker, padvindster of pionier.
  • Verkennerstroep (zeeverkenners: wacht, luchtverkenners: eskader). Splitsing in een junioren- en seniorentroep is mogelijk.
    • Verkenners, van 11-17 jaar (juniorentroep 11-15 jaar, seniorentroep 15-17 jaar)
    • Patrouilles (zeeverkenners: bak, luchtverkenners: bemanning), maximaal 6 patrouilles, van 6-8 verkenners. Bij alle activiteiten treedt de patrouille als eenheid op.
    • patrouilleleider (PLPatrouilleleider, Ploegleider) (zeeverkenners: bootsman, luchtverkenners: eerste piloot), door de verkennersleider aangesteld op voorstel van de patrouille en de troepraad.
    • Assistent-patrouilleleider (APLAssistent patrouilleleider / Assistent ploegleider) (zeeverkenners: kwartiermeester, luchtverkenners: tweede piloot), gekozen door de patrouilleleider met goedkeuring van de verkennersleider om hem te helpen en vervangen.
    • Troepleider (zeeverkenners: opperbootsman, aangespreek opper, luchtverkenners: chef piloot). De verkennersleider kan in overleg met de troepraad één verkenner als troepleider aanstellen.
    • troepraad (luchtverkenners: vliegersraad), bestaat uit PLPatrouilleleider, Ploegleider's, APLAssistent patrouilleleider / Assistent ploegleider's en eventueel een troepleider. De VLVlamleidsterVerkennersleider/AVLAssistent verkennersleiderAssistent vlamleidster treden adviserend op. De troepraad behandelt de interne leiding en beheer van het geld en beslist onder verantwoordelijkheid van de verkennersleider.
    • ereraad (bij zeeverkenners scheepsraad), bestaat uit PLPatrouilleleider, Ploegleider's en eventueeel een troepleider. De VLVlamleidsterVerkennersleider/AVLAssistent verkennersleiderAssistent vlamleidster treden adviserend op. De ereraad behandeld het gedrag van troepleden en het aannemen en ontslaan van verkenners en beslist onder verantwoordelijkheid van de verkennersleider.
    • Verkennersleider (VLVlamleidsterVerkennersleider) (aanspreek: hopman, zeeverkenners aanspreek: schipper, luchtverkenners aanspreek: skipper), leidt de troep met de AVLAssistent verkennersleiderAssistent vlamleidster's. Hij is minstens 21 jaar en vrouwen alleen in zeer bijzondere gevallen.
    • Assistent-verkennersleider (AVLAssistent verkennersleiderAssistent vlamleidster) (aanspreek: vaandrig, zeeverkenners aanspreek: stuurman, luchtverkenners: gezagvoerder, aanspreek skipper), minstens 18 jaar. Bij meer dan 4 patrouilles is meer dan één AVLAssistent verkennersleiderAssistent vlamleidster gewenst. Vrouwen alleen in zeer bijzondere gevallen.
  • Voortrekkersstam (zeeverkenners: loodsenstam). Bij voorkeur minstens 6 leden.
    • Voortrekkersgasten (VTG) (zeeverkenners: loodsgast), zijn nog niet geïnstalleerde voortrekkers van minstens 16 jaar. Een voortrekkersgast kan een borg kiezen die hem met instructie helpt om voortrekker te worden.
    • Voortrekkers (VTVoortrekker) (zeeverkenners: loods), 16-22 jaar.
    • Senior-voortrekkers (SVT) (zeeverkenners: senior-loods), een verlenging met twee jaar (23-24 jaar) is mogelijk mits hij werkt als borg voor een voortrekkersgast of bij de verkenners leider of instructeur is of een dergelijke taak verricht op maatschappelijk gebied of ander jeugdwerk.
    • Ploegen (zeeverkenners: loodsenbak), kunnen gevormd worden. De samenstelling en leiding (ploegleider of loodsbootsman) wisselen in verband met het werk dat de ploeg wil doen.
    • Stamraad, bestuurt de stam en bestaat uit de geïnstalleerde voortrekkers en leiders. De (assistent) voortrekkersleiders hebben een adviserende stem, maar besluiten worden genomen onder verantwoordelijkheid van de stamleider.
    • Stamleider (zeeverkenners: opperloodsbootsman, aanspreek opper). De stamraad kan een voortrekker als stamleider kiezen.
    • Assistent-stamleider (zeeverkenners: loodsbootsman, aanspreek bootsman), kan door een stamleider gekozen worden in overleg met de stamraad.
    • Voortrekkersleider (VTL) (aanspreek: oûbaas, zeeverkenners: loodsenleider, aanspreek schipper, luchtverkenners: aanspreek skipper), gekozen door de stam. Hij moet minstens 30 jaar zijn.
    • Assistent-voortrekkersleider (AVTL) (aanspreek: baas, zeeverkenners: assistent loodsenleider, aanspreek stuurman, luchtverkenners: gezagvoerder, aanspreek skipper), kan door de voortrekkersleider gekozen worden in overleg met de stamraad. Hij moet minstens 25 jaar zijn.

Groepen[bewerken]

  • Groep
    • Groepsraad, bestaat uit de leiders en besluit over groepszaken. De groepsleider is de voorzitter.
    • Groepsleider (GL), gekozen uit de leiders. Een vrouw is niet toegestaan. Hij moet toezicht houden op de onderdelen van de groep, waarbij de verantwoordelijkheid van de leiders zo min mogelijk wordt aangetast.
    • Groepscommissie (GC), bestaat uit de groepsleider, ouders en andere belangstellenden. Leiders zijn geen lid. De leden worden benoemd door de groepsleider met goedkeuring van de plaatselijke commissie. De commissie helpt bij het verkrijgen van geldmiddelen, groepslokalen en kampeerterreinen, bij het voeren van propaganda en beheert geld dat binnenkomt van anderen dan de leden.
    • Stichting moet worden opgericht als de groep eigendommen heeft. Het bestuur bestaat uit de groepsleden en de leden van de groepscommissie.

Districten[bewerken]

  • Districten en onder-disctricten (districten konden klein zijn, soms niet meer dan enkele gemeenten).
    • Districtscommissaris (DCDistrictscommissaris) (aanspreek: zijn vroegere functie), geeft leiding aan het distict. Hij wordt benoemd door het (landelijk) bestuur op advies van alle ADCs's en ODC's van het district. Hij is de vertegenwoordiger van het (landelijk) bestuur en wordt bijgestaan door één of meer:
    • Assistent-districtscommissatissen (ADCAssistent Districtscommissaris), benoemd door het (landelijk) bestuur.
    • Onder-Districtcommissarissen (ODC), benoemd door het (landelijk) bestuur.
    • Districtsleiders voor welpen (aanspreek: Akela) en verkenners (aanpreek: hopman), kunnen aangesteld worden als een district uit meer dan 7 groepen bestaat.
    • Medewerkers zonder volmacht (meestal werkzaam in de groepen). Een helpster moet minimaal 16 jaar zijn, de anderen minimaal 18 jaar.
      • Helpster, voor het verlenen van hulp bij de oprichting of leiding van een horde.
      • Instructeur, voor instructie aan padvinders.
      • Beoordelaar, voor het beoordelen van klasse-, stereisen of insignes. Leiders en instructeurs mogen worden benoemd, maar ze mogen geen padvinders beoordelen die ze zelf hebben opgeleidt.
      • Groepsgeestelijke.
      • Groepsdokter, voor instructie van hygiëne en E.H.B.O of medische keuring.
      • Insigne-secretaris, die de administratie verzorgt van alle insignes in het district.
    • Plaatselijke Commissie (PC), met leden die worden benoemd door het (landelijk) bestuur op voordracht van de DCDistrictscommissaris. Een leider of DCDistrictscommissaris kan geen lid zijn van een PC. De PC geeft bijstand en advies voor DCDistrictscommissaris en ODC's, geeft richtlijnen, helpt groepen bij het verkrijgen van terreinen, groephuizen en financiëen, bevorderen van oprichten van groepen, propaganda, toezicht op groepsfinanciëen en eigendommen.
    • Stichting, moet worden opgericht als het district eigendommen heeft. Het bestuur hiervan bestaat uit DCDistrictscommissaris, ODC of ADCAssistent Districtscommissaris, de leden van de PC en één of meer groepsleiders van de groepen in het district.
    • Districtsvoortrekkersraad (DVTR), met tenminste één voortrekker per stam. Voor onderling overleg, uitbrengen van advies over voortrekkerszaken aan ADCAssistent Districtscommissaris's, standpunten uitbrengen voor de nationale voortrekkersraad en het organiseren van gezamelijke activiteiten. De raad komt meestal eens per drie maanden bijeen.
    • Commisssies voor zeeverkennersgroepen, als het district zeeverkenners heeft. De leden worden benoemd door het (landelijk) bestuur op voordracht van de DCDistrictscommissaris. De commissie oefent toezicht uit en stelt voorschriften vast voor de veiligheid.

Landelijk[bewerken]

  • Nationaal Hoofdkwartier (NHKNationaal Hoofdkwartier)
    • Hoofdverkenner of Hoofdcommissaris (HCHoofdcommissaris) is de leider van de vereniging, bijgestaan door:
    • Hoofdkwartiercommissarissen (HKCHoofdkwartiercommissaris).
    • Assistent-hoofdkwartiercommissarissen (AHKC).
    • Koninklijk commissaris, kan op voorstel van het bestuur door de Raad der Vereniging worden aangeboden aan een lid van het Koninklijk Huis.
    • Bestuur, bestaat uit HCHoofdcommissaris en HKCHoofdkwartiercommissaris's. De voorzitter is de HCHoofdcommissaris.
    • Centraal bureau, voert de besluiten uit.
    • Raad der Vereniging, controleert het bestuur.
    • Nationale Voortrekkersraad (NVTR), bestaande uit voortrekkers van de districts-voortrekkersraden. Voor onderlinge kennisname van voortrekkersactiviteiten en uitbrengen van advies over voortrekkerszaken aan de HKCHoofdkwartiercommissaris-VTVoortrekker.

Bronnen en referenties[bewerken]

  • Statuten 1933
  • Spelregels 1957