Meteorologie

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Versie door Egel (overleg | bijdragen) op 30 dec 2021 om 12:59
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar:navigatie, zoeken

Meteorologie is de kennis die we over het weer hebben.

Sommige patronen in het weer herhalen zich. Is het rustig bewolkt weer dan volgen opklaringen. Is het helder dan volgen dikke wolken met regen, soms gepaard met onweer en storm.

Ga bij onweer niet het water op, bliksem slaat vaker in op hogere objecten maar niet noodzakelijk. Toch overvallen door onweer op het water ga dan zo snel mogelijk naar de kant, en blijf zoveel mogelijk in de kuip.

Windrichting, is de richting vanwaar de wind komt. Windstreek is de kompas richting die gebruikt wordt. Nogal wat keer spreekt of schrijft men foutief over windrichting als men de windstreek bedoeld.

Ben je aan het wandelen en kom je in zwaar weer zoek een soliede schuilplaats. Hoeft niet groot te zijn als het maar stevig is. Bomen kunnen bij flinke ruk winden ontworteld worden en ook de bliksem in een boom is erg onprettig om van dichtbij meteen maken. In open terrein ga liggen en hou vol. In de bergen is onweer gevaarlijker dan op het vlakke land, meer inslagen en vaak een stuk kouder. ernstige regen kan de rosten en paden erg glad maken. Vermijd bij onweer metalen ladders en zekerpunten. Sneeuw en mist zijn in berg gebieden ook erg veranderlijk.

Wat je ook gaat doen bereid je goed voor en kijk voor dat je het gaat doen naar de weersverwachting en zorg dat je uitrusting in orden is.

Beaufort[bewerken]

Beaufort was een Engelse marineofficier, die de kracht van de wind verdeelde in 13 sterkten aan de hand van de hoeveelheid zeil die gevoerd kan worden op een zeilschip.

Windkracht wordt uitgedrukt in Beaufort, golven voor open binnenwater (<5 km bovenwinds)

Kracht Melding Waarneming op land Waarneming op water Zeilen volgens Beaufort (mengsel van de gevonden beschrijvingen) Zeilen op vlet of schouw
0 Het is windstil. Rook stijgt recht omhoog. Deining van langsvarende schepen. Geen vertier. Je moet pompen met het roer, wrikken of roeien om ergens te komen.
1 Er staat een zwakke wind. Hoogste bladeren in bomen wapperen. Rimpeltjes op het water. Alle zeilen bij Het grootzeil blijft met wat gewichtsverdeling aan het goede boord.
2 Er staat een zwakke wind. Hoog gras en riet beweegt. Rimpeltjes op het water. Alle zeilen bij. Met wat goede wil, en een enkele streek met de wrikriem, is er te zeilen.
3 Er staat een matige wind. Windrichting duidelijk voelbaar. Kleine golfjes. Alle zeilen bij. Beide zeilen doen nu mee, alle koersen kunnen gezeild worden.
4 Er staat een matige wind. Windrichting te zien in boomkruinen. Kleine golfjes met rimpeltjes op de bolling. Alle zeilen bij. Goed zeilen, niet teveel kracht op schoten of roer. Vlet kan een beetje hangen.
5 Er staat een vrij krachtige wind. Takken en struiken bewegen. Golven met rimpeltjes op de bolling. Bovenbramzeilkoelte, extra zeilen (vliegers) kunnen worden weggenomen. Zeilen gaat voluit, scherpe koersen geeft enige kracht op schoten en roer.
6 Er staat een krachtige wind. Bladeren op straat waaien weg. Golven slaan tegen boeg en kade. Bramzeilkoeltem enkel gereefde topzeilen en marszeilen, bovenste zeilen wegnemen. Zeilen gaat voluit, meeste koersen geven kracht op schoten en roer. Vlet gaat goed hangen.
7 Er staat een harde wind. Bomen wiegen. Golven slaan soms over boeg. Dubbelgereefde marszeilkoelte, meer zeil wegnemen. Zeilen gaat voluit, alle koersen geven flinke kracht op schoten en roer. Vlet kan water gaan scheppen.
8 De wind is stormachtig. Grote takken zwiepen. Golven gaan soms breken. Drievoudig gereefde marszeilkoelte, per mast niet meer dan twee vierkante zeilen voeren. Zeilen gaat voluit. Met roer en zeilen spelen om de golven goed te pakken, bemanning aan de hoge kant voor ballast.
9 Er is een storm. Dakpannen waaien weg, takken breken. Er zijn grote golven, alle golven breken. Zicht verminderd door opspattend water. Dichtgereefde marszeilen en onderzeilen, per mast nog een vierkant zeil. Rif in grootzeil, fokkenist moet goed op roerganger ingespeeld zijn.
10 Er is een zware storm Grotere constructies waaien om, bomen breken Alle golven breken en verwaaien. Of het nu regent of niet is niet meer te beoordelen. Grootmarszeil en fok moeten volledig gereefd worden, nog maar een zeil per mast gebruiken alleen om schip op koers te houden. Alleen grootzeil met rif, bemanning moet volledig thuis zijn op vlet.
11 Er heerst een zeer zware storm Ruiten breken, auto's waaien om Hozen, geen tijd om op golven te letten, die slaan toch wel over. Uitsluitend de stormstagzeilen kunnen nog gevoerd worden om schip in de wind te houden. Zo snel mogelijk van het water af (hogerwal met kop in de wind). Maximaal rif in grootzeil, alleen zeer ervaren zeilers.
12 De storm neemt toe tot orkaankracht De wind blaast je mond en ogen open. Een massa schuim. Windkracht die door geen zeil meer te weerstaan is. Boeg in de wind om wind en golven te weerstaan. Aanleggen of ankeren, zelfs op de riemen komt men nergens.


Ruimende wind
de kompasstreek in graden waar de wind vandaan komt wordt een hogere waarde, met de klok mee.
Krimpende wind
de kompasstreek in graden waar de wind vandaan komt wordt een kleinere waarde, met de klok mee.
Category stub nl.svg Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.