Guillaume Boulle de Larigaudie

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken


Guy de Larigaudie
Icon boy scout.svg
Scouts de France.svg
Scouts de France
XXXIe Parijse groep
Geboorteplaats
Parijs ­Ile de France ­Frankrijk
Geboortedatum
18 januari 1902
Overlijdensplaats
Musson ­Luxembourg ­België
Overlijdensdatum
11 mei 1940
Bezig met het laden van de kaart...

Guillaume Boulle de Larigaudie was een Franse scout, journalist en reiziger[1][2]. Hij was vooral bekend door zijn spectaculaire autoreis van Parijs naar Saigon, die hij vlak na de Wereldjamboree van 1937 maakte. Ook schreef hij vele boeken over scouting of met scouting als inspiratie.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Perigord-jeugd en Parijse scouting[bewerken | brontekst bewerken]

Guy de Larigaudie werd geboren in Parijs op de Rue Stevens, maar via vader zijn zijn voorouders terug te voeren naar de Périgord, naar hun huis in Gérauds in St. Martin de Ribérac (Dordogne), sinds 1525. Het is in Gérauds, dat hij de jaren van de Eerste Wereldoorlog doorbracht, terwijl zijn vader werd gemobiliseerd. Dit verblijf duurde van 1914 tot 1920 heeft hem gevormd. Toen hij terugkeerde naar Parijs in 1923 ging hij op de padvinderij het 12e arrondissement van Parijs. Hij werd zes maanden later geinstalleerd op een open plek in Ile de France. Het lijkt onmogelijk om scouting te scheiden van zijn spannende en avontuurlijke leven. Zijn voorliefde voor actie en het buitenleven zouden hem waarschijnlijk naar verre landen hebben gebracht zelfs als hij Scouting nooit had gekend. De ontdekking van Scouting heeft zijn ambities versterkt.

De Gérauds[bewerken | brontekst bewerken]

Hij vervolgde zijn schoolopleiding en rondt deze op zijn 18e jaar af. Hij vraagt ​​zich dan af over zijn roeping en overweegt missionaris te worden. Hij trad in in het seminarie van Issy en stikte al snel binnen de muren. In de zomer van 1927 werd hij gedwongen naar de Périgord te gaan om uit te rusten en te proberen een evenwicht te vinden tussen zijn ambities en zijn mogelijkheden. Dan begint voor hem een ​​heel lang jaar van rust. In 1929 stuurden zijn ouders hem naar Villard de Lans om zijn herstel te voltooien. In de verkwikkende Alpenlucht verliet hij plotseling de luie stoel, bond de ski's onder en geeld de berg af, waarbij hij tegelijkertijd zijn enorme levenslust ontdekt en de roeping om te schrijven. In oktober 1930 moest hij zijn militaire dienstplicht vervullen en hij werd geplaatst bij het 6e Kurassier Regiment (zware cavalerie) in Verdun. Het leven in de vrije natuur bevalt hem heel goed en hij heeft een passie voor paarden. Hij liep stage in Saumur en verhuisde naar de 9e Dragonder (infanterie te paard) Regiment in Epernay. Even werd hij verleid tot een militaire carrière, maar hij zwaaide in 1931 af en moest een baan zoeken. Hij was 24 jaar oud en wist niet wat te gaan doen. Het jaar 1932 zal blijken een duister jaar voor hem te zijn, wanneer hij moe van de militaire dienst zichzelf aanmeldt op het hoofdkwartier van de Scouts de France. Hij gaat schrijven voor de Scouts de France en hij ontwikkelt een vriendschap met de hoofdredacteur Maurice de Lansaye. Hij vraagt Guy een roman te schrijven en onder titel "Yug" (anagram van zijn voornaam) verschijnt deze begin 1933 als feuilleton.

Scouting en zijn literaire begin[bewerken | brontekst bewerken]

Naast zijn werk studeert hij ook rechten en wijdt hij zijn vrije tijd aan een verkennerstroep in Montmartre. Hij is toegewijd in zijn rol als leider en besteedt niet alleen zijn zondagen aan het organiseren van grote spelen in de bossen van Verrières, maar er gaat geen dag voorbij dat hij geen contact heeft met een van zijn verkenners. Hij voedt zijn literaire inspiratie met zijn scoutingbelevenissen. "Yug" is een succes en Maurice de Lansaye presenteert het in de uitgeverij Gigord, waar de roman is opgenomen in de "Feu de Camp"-collectie en in boekvorm verschijnt in oktober 1933. Tegelijkertijd slaagde hij voor zijn rechtenexamen en kreeg de opdracht om nieuwe verhalen te schrijven. Hij schrijft achtereenvolgens "Raa de Buizerd", "Het Eilandje van de Grote Vijver" en schrijft ook een vervolg op Yug met "Yug in Onbekende Landen". Hij stopt als leider om de weg te volgen die in "Zwervend op Weg naar het Levensgeluk" door Baden Powell is uitgelegd. Hij leert het werk kennen van pater Doncoeur en gaat leven naar de "Weg, een Waarheid en een Leven". Op 24 december 1933 werd hij ingewijd als voortrekker en hij ontving de schouderlinten in de kleuren geel, groen en rood.

Reislust[bewerken | brontekst bewerken]

Hij begon met een korte skivakantie naar Oostenrijk, die hij betaalde met zijn opbrengsten uit het auteursrecht. Daar legde hij de basis voor zijn boek "The Legend of Skiing". Daarna vertrok hij naar Engeland en Australië met een kleine delegatie (Schlemmer, Lansaye, Drapier ...) voor deelname aan de Frankstone National Jamboree. "Twintig verkenners over de hele wereld" was het boek dat hij schreef bij zijn terugkeer en waarin hij getuigde van zijn grote gevoeligheid voor het buitenleven. Intussen werkte hij als vrachtwagenchauffeur, gaf hij lezingen te geven en sloot contracten voor nieuw werk via de uitgever Editions Desclée de Brouwer. Dat nieuwe werk bestond uit werk voor Editions Alsatia, genaamd “Le Signe de Piste” en een nieuw scoutingverhaal “Le tigre et sa panthère”. In augustus 1935 vertrok hij naar de Verenigde Staten met stops in Washington, Saint-Louis, Santa-Fé, Los Angeles en San Francisco. Hij gaf daar vele lezingen. Begin 1936 was hij op Tahiti, en wonend in een hut aan het water. Zijn financiële middelen raken op en hij ging op zoek naar werk. Hij werd afwasser in een restaurant in San Francisco, waar hij 10 uur per dag borden waste voor dertig dollar per maand! Hij reisde vervolgens de prairies en eindigde in Montreal met de Canadese verkenners. Hij keerde terug naar Frankrijk op een vrachtschip waar hij aan zijn nieuwe boek "By Three American Routes" begon. Toen hij op 23 mei 1936 arriveerde, had hij maar 150 frank (ongeveer 22,50 euro) op zak! Hij kreeg snel weer contact met scouting, hij nam deel aan het zomerkamp van de XXXIe Parijse Groep en ging in september naar een kamptraining voor Rover Scoutleiders in Le Breuil.

De reis van Parijs naar Saigon[bewerken | brontekst bewerken]

Hij was bekend bij uitgevers en de pers en hij bereidde samen met een andere chauffeur, Roger Drapier, een autotocht voor die van Parijs naar Saigon ging. De reis zou gemaakt worden met een oude Ford (cabriolet, 19cv, 4 cilinders) die ze “Jeannette” doopten en ze verwachtten binnen zeven maanden Saigon te bereiken. Ze vertrokken na de Jamboree van Vogelenzang in Nederland, waar hun vertrek breed werd gepubliceerd; de reis werd gezegend door pater Forestier. Deze twee scouts ondervonden de grootste tegenslagen: bijna-verdrinking, vallen in diepe ravijnen, ondoordringbare jungle, taaie modder, ijs, sneeuw en brandende zon. Ze werden enthousiast ontvangen in Saigon. De “Jeannette” werd op een veiling verkocht. De kopers zijn een troep welpen (gesteund door hun ouders), terwijl Ford hen een nieuwe auto geeft! De twee metgezellen gaan op 12 mei 1938 uit elkaar. Het onderwerp van hun reis is natuurlijk het onderwerp van een nieuw boek: "La route aux Aventures", geschreven op de retourboot toen Guy had vernomen dat zijn manuscript door een uitgever geaccepteerd werd.

Legendarische roverscout[bewerken | brontekst bewerken]

Op zijn dertigste wilde hij een wending aan zijn leven geven. Hij geloofde dat zijn roeping lag in dienst van melaatsen en de oprichting van een verkennerstroep in een van die door pest getroffen landen. Hij nam ook het voorbereidende werk op zich voor een boek over de Périgord, waar hij al jaren over nagedacht had en dat "Het Lied van het Oude Land" zou heten. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog onderbrak ook zijn werk aan "Etoile au grand large". Dat wordt door velen als een meesterlijk boek gezien. Hij kwam met de mobilisatie van Frankrijk bij de cavalerie terecht met de rang van maréchal des logis (sergeant der cavalerie). Op 11 mei 1940 nam hij deel aan een verkenningspatrouille, die uitkwam in de bossen bij Musson (aan de Belgisch-Frans-Luxemburgse grens); in de avond stuitte de patrouille op een Duitse eenheid en een gevecht volgde. Daarbij werd hij dodelijk getroffen bij een man-tegen-man gevecht en hij stierf ter plekke.

Saint Martin de Ribérac[bewerken | brontekst bewerken]

Het familiegraf van de familie Boulle de Larigaudie bevindt zich in Saint Martin de Ribérac, waar hij rust op de gemeentelijke begraafplaats.

Onderscheidingen en eretitels[bewerken | brontekst bewerken]

  • Croix de Guerre (Franse Republiek)
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.