Omgaan met kinderen

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Omgaan met kinderen

Hoofdartikel
Omgaan met kinderen

Kleine problemen
Speluitleg
Kinderen laten eten
Heimwee
Bedplassen
Zie ook "EHBO" >>

Grote problemen
Probleemkinderen
Straf

Achtergrond
Omgaan met emoties

Officiële regels
Roken, drugs- en alcoholgebruik
Relatie jeugdlid-leiding

Omgaan met kinderen is voor scoutingleiders een vereiste, het is zeker niet een van de makkelijkste dingen die komt kijken bij leidinggeven. Ieder kind is anders en wilt op een andere manier benaderd worden, hoe moet je kinderen corrigeren om er voor te zorgen dat de volgende keer een bepaalde actie niet meer gedaan wordt. Bovendien komt er voor een scoutingleider nog eens iets bijkijken, hoe moet ik kinderen aanpakken zonder dat ik stoor in de opvoeding van de ouders?
Probeer als je in bepaalde gevallen moeite heb met de omgang van bepaalde kinderen altijd eerst te praten met ouders/verzorgers, zij kunnen meestal nuttige tips leveren over hoe om te gaan met specifiek gedrag van een bepaald kind. Ook kunnen er in een groep probleemkinderen voorkomen, met deze kinderen is het helemaal belangrijk dat je weet waar je mee bezig bent.

Tips omgaan met kinderen (5 - 10 jaar)[bewerken]

Het eerste wat je moet beseffen als je met kinderen werkt, is dat een kind een eigen leven heeft. Hij/zij heeft een eigen wil, verwachtingen en wensen die deel uitmaken van zijn identiteit. Hoe ga je daar mee om? De komende tips zijn vooral gericht voor kinderen tussen de 5 en de 10 jaar. Aanvullingen voor oudere kinderen zijn welkom!

Positieve aandacht[bewerken]

Kinderen, zeker in een (spel)tak met wat minder leiding, zoeken graag aandacht van de leiding. Door ieder kind op zijn tijd positieve aandacht te geven zal hij trots zijn aandacht te hebben van de leiding, en bouwt het kind zelfvertrouwen op omdat hij het idee heeft iets goed te hebben gedaan.

Voorbeelden:

  • Jullie hebben goed meegedaan vandaag
  • Mooie tekening, jôh!
  • Bedankt voor het helpen met de limonade
  • Wat goed dat jullie stil zijn als ik wil beginnen met uitleggen

Dit soort aandacht is veel beter dan de negatieve aandacht die een kind krijgt als hij gecorrigeerd wordt. Als een bepaald kind heel weinig normale aandacht krijgt, kan hij express dingen verkeerd doen omdat hij/zij weet dat er dan aandacht is, ook al is die aandacht dan negatief. Benadruk zoveel mogelijk positieve kanten als mogelijk is, en probeer ieder kind evenveel aandacht te geven.

Iedere leiding heeft favoriete kinderen, zorg ervoor dat je in de gaten hebt wanneer je één of meerdere personen meer aandacht geeft dan anderen. De andere kinderen kunnen jaloers worden of zullen proberen op een negatieve manier aandacht te vragen

Grenzen Stellen[bewerken]

Grenzen stellen is moeilijk, zeker als je met een heel team bent, het is enorm belangrijk dat er duidelijke afspraken zijn over hoe er corrigerend moet worden opgetreden. Consequent zijn is daarin van vitaal belang, als de ene leiding iets niet toestaat maar de andere wel gaan de kinderen ermee door onder het excuus Ja maar hij zei dat het wél mocht, bovendien zullen ze dan ook andere grenzen opzoeken en proberen of een andere leiding misschien niet anders reageert.
Een heldere manier om grenzen te stellen is gewoon nee zeggen. Op vragen van kinderen of op verkeerd gedrag moet je wel altijd uitleggen waarom je nee zegt, een duidelijke uitleg is noodzakelijk. Als je hebt gezegd waarom, is het gesprek ook over: Ja maar .. is dan ook geen optie.

Voorbeelden:

  • Mag ik nu naar buiten toe?, Nee het is nog pauze.
  • Dit spel is niet leuk, mag ik een ander spelletje doen met ****, Nee we gaan zo weer een ander spel doen maar dit moet even afgemaakt worden.
  • Mag ik dat vuur aansteken, Nee dat is te gevaarlijk dat doet de leiding zelf even.

Let wel op: teveel nee is gevaarlijk en uiteindelijk maakt het dan geen indruk meer op de kinderen. (Zie: Positieve aandacht)

Negeren[bewerken]

Vervelen is wanneer een kind aandacht vraagt door steeds te blijven doorzeuren. Mag ik nog wat drinken?, Nee iedereen krijgt maar 1 bekertje. Maar ik heb nog zo'n dorst, alsjeblieft .. aah toe!. Het beste is dan om het kind gewoon te negeren en het drinken weg te zetten. Wel moet duidelijk zijn waarom niet, als je gewoon nee zegt en je negeert het kind, dan zal het kind niet alleen aandacht vragen omdat hij bijvoorbeeld nog wil drinken, maar ook omdat hij wil weten waarom niet. Duidelijkheid is dus heel belangrijk.
Negeren is soms lastig, er zijn heel veel manieren om toch aandacht van de leiding te krijgen, probeer het zo lang mogelijk vol te houden, bijvoorbeeld door iets anders te gaan doen.

Apart zetten[bewerken]

Apart zetten is een effectief middel als een kind zichzelf niet meer in de hand heeft; in veel gevallen gaat het dan om driftbuien. Negeren is dan lastig, corrigeren lukt al helemaal niet, een kind even apart zetten om af te koelen is dan meestal een goede optie. Vijf minuten op een plek die ongezellig is en waar hij niets te doen heeft zou voldoende moeten zijn. Als het kind daarna is "afgekoeld", probeer het kind dan weer positief te benaderen.

  • Gaat het weer een beetje? Zullen we dan samen weer gaan spelen?
  • Zullen we weer vrienden zijn? Dan gaan we weer gezellig naar de rest van de groep toe.

Ook bij apart zetten geldt dat hoe vaker je dit gebruikt, hoe minder effect het heeft. Een kind raakt gewend aan het telkens apart gezet te worden en is steeds minder onder de indruk.

Straffen[bewerken]

Het kan gebeuren dat alle voorgaande stappen niet geholpen hebben, of dat je weet dat het bij voorbaat geen zin heeft in dit specifieke geval. Ook kan een actie zo gevaarlijk of vervelend zijn geweest dat als je het kind daar niet voor straft, hij het in de toekomst misschien weer gaat doen. Belangrijk is dat je de straf direct uitvoert en dat je de straf niet overdrijft, wees creatief als je niet direct iets om handen hebt. Dreigen werkt vaak maar een enkele keer, en alleen als je het geloofwaardig brengt. Kinderen hebben vrij snel door of iemand dreigt of dat het serieus bedoeld wordt. Strafcorvee is een bekende straf voor op kampen, kijk of je iemand direct aan het corvee kan zetten als hij 's middags iets doet. Wanneer hij pas 's avonds zijn strafcorvee hoeft te doen, is het effect erg klein.


Omgaan met jongens van 11-16 jaar[bewerken]

De jongste verkenners zijn afhankelijk en nemen ieder gezag aan. Rond zijn 13e jaar wordt een jongen zelfstandig. Hij brengt veel duidelijker zijn mening naar voren, wordt kritischer en krijgt meer vertrouwen dat hij het alleen opknappen kan. Toch is hij nog speels. Met 15-16 jaar wordt hij serieuzer en is daardoor in staat leiding te geven. Op die leeftijd slaat bij sommigen de puberteit toe (meestal binnen Scouting minder dan daarbuiten) waardoor ze ongedurig en lastig worden. Jongens werken van nature graag in een kleine groep. In zo'n groep is onderling hiërarchie, tenzij het vrienden zijn, dan mag er juist geen hiërarchie zijn. Het belangrijkste voor jongens (en mannen) is hun persoonlijke eer, dat wil zeggen dat ze zich gerespecteerd en gewaardeerd voelen in de groep (liefst als de beste). Voor de patrouilleleider/boots geldt dat nog sterker omdat hij ook een reputatie als leider heeft hoog te houden tegenover zijn patrouille/bak. Ze hebben er veel voor over om erbij te horen en zullen daarom trouw de regels van hun groep volgen (al zijn dit niet altijd de regels die de leiders graag zien). Ze zijn ook redelijk trouw aan wie ze mogen, zijn leergierig en fanatiek bij wat ze leuk en belangrijk vinden (of mee kunnen scoren). Jongens zoeken gevaar en avontuur en willen zo aan anderen en zichzelf bewijzen wat ze kunnen. Ze accepteren vrij makkelijk het gezag van leiders, maar die moeten daarna hun leiderschap wel waarwaken. Leiders van de groep worden een deel van de eer van de jongen. Gaat een leider af, dan voelt een jongen dat ook voor de groep en hemzelf. Bij Scouting is het de bedoeling om zoveel mogelijk de natuurlijke eigenschappen van jongens te volgen, zelfs als de maatschappij daar moeite mee heeft (Baden-Powell: "Waarom tegen de stroom ingaan, als de stroom uiteindelijk toch de goede kant op gaat?"). Scouting heeft vanouds methoden om verkenners te behandelen, die soms anders zijn dan buiten Scouting. Omgaan met jongens betekent voor een belangrijk deel: hoe gedraag je je als leider.

Zelfstandigheid[bewerken]

  • De titel van dit artikel is voor dit hoofdstuk al fout, want verkenners zijn geen kinderen. Je kan ze scouts noemen, verkenners, jongens, zelfs "mannen" (Scouting traditie), maar nooit kinderen. Als je ze kinderen noemt, ga je ze ook als kinderen behandelen. De jongste verkenners zijn eigenlijk wel kinderen, maar willen graag groot worden, terwijl Scouting met opzet een spel is rond een mannenwereld (op jongensformaat). Daarom moet je iedereen in de groep serieus als zelfstandige behandelen.
  • Baden-Powell baseerde Scouting op zijn idee dat jongens veel jonger zelfstandig kunnen zijn dan de maatschappij denkt, mits je hem verantwoordelijkheid geeft en vertrouwt. Probeer daarom de verkenners en vooral de patrouilleleider/boots verantwoordelijkheid te geven, zelfs iets meer dan je aandurft, zelfs als de kwaliteit wat minder wordt. Het is de opzet van Scouting om ze zo zelfstandigheid te leren en niet pas te geven (bij Rowan/Wilde Vaart) als ze het al kunnen.

Leider[bewerken]

  • Iedere jongen wil graag leider worden, maar sommigen hebben zich erbij neergelegd dat dit er niet inzit, omdat hij niet goed en vlot genoeg is. Maar van leiding geven leert een jongen het meest bij Scouting, terwijl jongens waarvan je dat niet verwacht toch redelijke leiders kunnen worden. Probeer daarom om zoveel mogelijk verkenners patrouilleleider/boots te maken (als ze wat leeftijd betreft aan de beurt zijn), ook als je denk dat ze misschien niet geschikt of lastig zijn. Volgens de Scoutingprincipes wordt je niet iets omdat je goed bent, maar om het te leren en dus inclusief fouten maken. Daarbij gaat het bij Scouting vanouds om het individu, niet om de groep. Het is net zo belangrijk dat een matige jongen redelijk wordt, dan een goede jongen uitstekend.
  • Volgens Baden-Powell moest een leider zijn "een oudere broer tussen zijn jongens, niet op afstand of boven hen, maar zelf meedoen met hun activiteiten en hun enthousiasme delend". Dat klinkt nogal idealistisch maar het is wel een goed uitgangspunt en in de praktijk veel leuker dat de echte leider spelen. Probeer dus de afstand met jongens zo klein mogelijk te maken. Omdat je ouder bent en veel meer weet, zul je daarbij niet snel je gezag verliezen. De consequentie is wel, zoals bij iedere relatie, dat je iets moet inleveren. Jongens accepteren dat leiders voorrechten hebben. Als je die opgeeft, wordt dit bijzonder gewaardeerd, ze zullen wat voor je over hebben als jij het nodig hebt, en zullen niet snel je vertrouwen verraden. Daarom geldt zoveel mogelijk: regels voor de jongens gelden ook voor de leiders en leiders doen zoveel mogelijk mee. Dus niet: de jongens lopen of zeilen in kou en regen en leiders komen langs in de auto of sleepboot.

Eer[bewerken]

  • Zijn eer is het zwakste punt van een jongen, wees daar dus voorzichtig mee. Vermijdt alles wat jongens in hun eer kwetst, door ze niet te beledigen en rekening te houden met hun positie ten opzichte van de andere jongens. Het is ook goed om te zorgen voor een open, veilige en gezellige sfeer waarin jongens gekkigheid uit kunnen halen zonder bang te zijn om af te gaan. Scouting is voor een belangrijk deel gebouwd op verbeelding en fantasie en een groep waar jongens bij kampvuur of Bonte Avond zich helemaal uit kunnen leven, levert iets bijzonders, dat ze nooit meer zullen vergeten.
  • Sommigen denken dat de jongsten hard worden door ze stevig aan te pakken. Dat is zo, maar het is niet leuk, de sfeer wordt hard en ze lopen weg. Je houdt alleen zure leden over, die op hun beurt de vernederingen uit hun jeugd (of van de leiders) goed maken door de jongeren nog steviger aan te pakken. Natuurlijk is Scouting af en toe hard, maar dat moeten alleen uitdagingen zijn die de verkenner leuk vindt en waar hij later trots op is als hij het gehaald heeft. Het mogen nooit vernederingen zijn.
  • Zet een paar jongens bij elkaar en er ontstaat direct een gemanoeuvreer om de hiërarchie. Er is pas rust als iedereen zijn plaats kent en accepteert. Omdat jongens de sfeer graag gezellig houden (en ook vanwege de risico's) vinden ze dat niet echt leuk en doen het dus heel omzichtig, maar het kan hoog oplopen. De meeste ruzies tussen jongens gaan uiteindelijk om eer en positie. Voor een goede sfeer moet je daarom het belang van hiërarchie zoveel mogelijk onderdrukken. Toch bestaat het altijd: respecteer het, laat ze dat zoveel mogelijk zelf regelen en hou er rekening mee. Bij Scouting is het meestal geen echt probleem omdat de verkenners verschillende leeftijden hebben en jongens accepteren dat iemand die ouder is, dus groter, dus meer weet, ook hoger staat. Zorg dat iedereen vrij automatisch met het ouder worden opschuift, want dan weet de verkenner dat hij vanzelf zijn kans wel krijgt.
  • Gebruik zo weinig mogelijk competitie en dan nog hooguit tussen patrouilles/bakken, niet tussen de verkenners onderling. Bij veel spelen is competitie noodzakelijk om ze leuk te maken of in ieder geval op gang te krijgen, maar gebruik niet meer dan strikt nodig. Daarom heeft Baden-Powell de instructie met insignes niet-competitief gemaakt. Een jongen moet leren omdat hij het leuk vindt, niet om de beste te zijn. Sterke, persoonlijke competitie verslechtert de sfeer, omdat jongens voordurend op hun hoede moeten zijn om zich tegenover zijn mede-verkenners te verdedigen. Die worden dan concurrenten in plaats van vrienden.

Conflicten[bewerken]

Conflicten kunnen hard zijn omdat 15-16jarige jongens zich niet zomaar opzij laten zetten.

  • "Plezier, vechten en eten! Dat zijn de drie onmisbare elementen in de jongenswereld" zei Baden-Powell. Dat mag niet altijd thuis en op school maar moet wel op Scouting kunnen, binnen het redelijke natuurlijk. Jongens zijn speels, onbezonnen, ongeleid, maar dat hoort er bij. Wees dus niet te kritisch op wat een jongen doet, het is juist de bedoeling dat hij in Scouting een jongen tussen jongens kan zijn. Anders eindig je met eindeloos geruzie en gemopper.
  • Straffen is in principe bij deze leeftijdsgroep niet meer nodig en weinig nuttig. Ze kunnen nu redelijk uitleggen wat ze doen en begrijpen heel goed wat niet mag. Als ze iets fout doen kun je praten, zonodig in stevige taal en voor een goede leider moet dat voldoende zijn. Straffen geven heeft weinig nut meer, hij leert er nauwelijks van en het is eigenlijk een teken van tekortschietend leiderschap.
  • Scouting hoort hun eigen jongenswereld te zijn waarin ze serieus genomen worden. Ze weten heel goed wat ze fout doen en willen de verantwoordelijkheid daarvoor nemen. Dus als je een conflict hebt, dan vecht je dat met hem persoonlijk uit, als man tegen man. Neem hem volstrekt serieus, dus nooit als een kind dat terechtgewezen wordt. Overleg bij problemen dus ook niet te snel met de ouders.
  • Begin niet te hooglopend en probeer het eerst zo ongemerkt mogelijk uit de praten. Iedere kritiek wordt door de jongen als eerverlies gezien, zeker als het publiek wordt. Bijvoorbeeld loop na een spel buiten met hem op, ongemerkt weg van de rest en praat met hem.
  • Bij conflicten bestaat de verleiding om een jongen op zijn zwakste punt aan te vallen: zijn eer, bijvoorbeeld door hem publiek belachelijk te maken. Doe dat nooit. Zo'n gevecht win je als sterke leider altijd, maar je houdt er een levenslange vijandschap aan over en bij een patrouilleleider/boots een weerspannige patrouille/bak. Daarbij is het een Scoutingprincipe dat je een verkenner motiveert met positieve acties, nooit met negatieve. Ook hier geldt dat een goede leider zoiets niet nodig heeft.
  • Pas als het ernstig is ontbied je hem officieel in het leidershok. Die discussie doe je alleen en wat er besproken is vertel je aan niemand, ook niet aan de medeleiders. Dat is iets tussen jou en de verkenner. Wat je verteld komt anders via een omweg toch weer bij hem terecht, waardoor hij zich nog meer vernederd zal voelen.

Divers[bewerken]

  • Jongens werken graag in een kleine groep en dus is de patrouille/bak het belangrijkste onderdeel van Scouting. Geef ze dus zo mogelijk een eigen hok dat ze zelf in mogen richten, spelen en activiteiten gaan altijd per patrouille/bak, ze slapen in een eigen tent, koken en eten apart. De ideale patrouille/bak zal elkaar ook door de weeks ontmoeten (moet altijd spontaan gebeuren, nooit met dwang).
  • De oudere verkenners zijn hun vertrouwde plek in de familie kwijtgeraakt en zoeken, soms wanhopig, een nieuwe gezelligheid bij een groepje vrienden zoals bij Scouting. Je kunt hieraan tegemoet komen door af en toe iets apart te organiseren voor het (jongens)kader, bijvoorbeeld kaderkampen, extra ruige hikes (trapperskampen), nachtroeien, een zaterdagavond naar een film of bowlen. Nodig ze regelmatig na opkomst of in het kamp uit in leidershok/tent voor nakletsen (ook erg gezellig). Let wel op dat het geen alternatieve Rowan / Wilde Vaart wordt, de troep/wacht blijft vooraan staan.
  • De jongste verkenners accepteren dat ze onderaan de hierachie staan met de nadelen daarvan. Ze stellen het daarom erg op prijs als die grote leider, waar ze zo tegenop zien, laat merken dat ze er bij horen. Een groep is pas echt sterk en gezellige als ook de jongsten het idee hebben volwaardig mee te doen. Let dus vooral op hen, ze zijn de zwaksten, de ouderen redden zichzelf wel. Omdat het bij Scouting om het individu gaat, is het een Scoutingprincipe dat een leider iedere jongen persoonlijk kent en niet als onderdeel van de groep. Breng een kennismakingsbezoek bij de ouders thuis, vlak voordat de verkenner geïnstalleerd wordt. Je kent dan de thuissituatie een beetje.

Bronnen en referenties[bewerken]

Bronnen en referenties:

Positief omgaan met Kinderen, (Tips omgaan met kinderen 5-10 jaar) artikel op de website van GGD Friesland

Category leader nl.svg Portaal Leiding