Scouting Stoevelaargroep

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Scouting Stoevelaargroep
Logo Scouting Nederland.svg Scouting Nederland
Regio Twenteland
nr.
1930
Lampe a huile.jpg Openbaar
Goor
(Overijssel)
Nederland
Icon girl guide.svgIcon boy scout.svg Meisjes en jongens
Leden
85
Opgericht
23 maart 1932
Website
Bezig met het laden van de kaart...
52° 14' 23", 6° 33' 40"
52.239613888889, 6.5610888888889

RD:235 179-473 044
32U 333475m E 5790492m N

Scouting Stoevelaargroep is een scoutinggroep in Goor, gemeente Hof van Twente

Geschiedenis[bewerken]

In 1932 wordt in Goor een padvindersgroep opgericht. De groep bestaat op dat moment uit twee patrouilles (groep van ongeveer zes personen), de Leeuwen en de Otters. De jongens komen samen op de kegelbaan in de Oude Sociëteit. De eerste groepsleider is Akela Slot, geassisteerd door Bagheera Wargerink en Vaandrig Van der Heiden. Als naam voor de groep kiezen ze 'De Snelvoeters' en ze laten zich inschrijven bij Padvinders Vereeniging Nederland (PVN). De PVN is een afscheiding van De Nederlandsche Padvinders (NPV) -in verband met verschil van inzicht betreffende de belofte- maar snel gaat de PVN weer op in de NPV.

Aan de Stoevelaarsweg wordt een stuk bosgrond gepacht, waarop een blokhut wordt gebouwd, met het gevolg dat bij de verhuizing de naam Snelvoeters over is gegaan in de huidige naam ‘De Stoevelaargroep’.

Helaas moest op last van de bezetter in 1941 de blokhut worden afgebroken, die gelukkig in 1945 op dezelfde plaats weer kan worden verbouwd. Er ontstaat een run op de Stoevelaargroep, de diverse speltakken zitten boordevol met enthousiaste knapen, zelfs komt er een speltakuitbreiding namelijk, de Voortrekkers voor oudere jongens. Tot overmaat van ramp brandt in de zestiger jaren de blokhut aan de Stoevelaarsweg volledig af, zodat de groep op dat moment op sterven na dood is. Een nieuw bestuur wordt geformeerd en met geweldige inzet en bekwaamheid van alle nog bestaande geledingen, wordt in 1968 een nieuwe blokhut gerealiseerd, weliswaar niet op dezelfde locatie doch wel aan de Stoevelaarsweg.

Doordat andere Scoutinggroepen in Goor inmiddels zijn opgeheven neemt het aantal jongens- en meisjesleden weer drastisch toe. Op initiatief van Hopman Hensen komt er een uitwisseling tot stand met een Scoutinggroep uit Campelltown Schotland. Gezamenlijk wordt een kamp gehouden in Vilsteren, waarna de Schotse scouts een week te gast zijn in pleeggezinnen in Goor. Officieel wordt de groep ontvangen ten gemeentehuize. Het jaar daaropvolgend wordt een tegenbezoek afgelegd, allereerst een kanokamp in Noord -Schotland en daarna een week in het vissersplaatsje Campbelltown.

Rond 1977 is het aantal jeugdleden vrij stabiel op ongeveer honderd. Nieuwe speltakken doen hun intrede, in 1983 kabouters en in 1989 de Bevers. In maart 1995 heeft de Stoevelaargroep een geheel nieuwe blokhut betrokken, gebouwd op de fundamenten van de oude aan de Stoevelaarsweg.

Andere groepen[bewerken]

Vooreerst de afdeling van het Nederlandse Padvindstersgilde afdeling Goor. Opgericht in 1932 met onder andere Nan Wieberdink als leidster. Gestart wordt met twee rondes (per ronde ongeveer 6 padvindsters) in de jachtkamer van de voormalige havezathe De Stoevelaar, op dat moment eigendom van de familie Jannink. Een van de rondes 'De Gentianen', bestaat dan uit de leden Tut Wieberdink, Mansje ten Hallers, Gerda Hagendoorn, Nettie en Trudy Jannink.

Kabouters In 1935 wordt de kaboutersgroep opgericht met Mien Warmink als Oehoe. Zij spelen hun spel in een gebouwtje op ‘t Genende. Het eerste padvindsterskamp is in Rijssen. Twee Goorse padvindsters namen als afgevaardigde deel aan het defilee voor koningin Wilhelmina en Baden Powell tijdens de Wereld-Jamboree te Vogelenzang. Dit gebeuren is voor de meisjes zeer indrukwekkend, ze voelen zich geheel opgenomen in de internationale gemeenschap. Ook hebben ze daar meegedaan aan de spectaculaire ruilhandel in ringen, armbanden, speldjes, baretten enzovoort Enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog betrekken de padvindsters en kabouters gezamenlijk het gebouwtje bij de ijsbaan. Bij schaatsweer wordt verondersteld dat de padvindsters ook op de smalle ijzers zullen staan. Na de oorlog wordt de groep opnieuw opgestart met o.a. als leidster mej. Rouwenhorst.

In 1946 maken de padvindsters een trektocht in de buurt van Amersfoort, waar op dat moment een bakkersstaking plaatsvindt. Niet getreurd: juffrouw Rouwenhorst stapt op de trein richting Goor en verschijnt de volgende dag met manden vol heerlijke Goorse stoete. De groep ontbeert een vaste locatie. ‘t Hangt van noodoplossingen aan elkaar: nu eens zitten de padvindsters in Ons Huis in de Wheeme, dan weer in de kegelbaan achter de Societeit. Het is niet bevorderlijk voor de continuïteit, maar in 1952 krijgt de groep nieuwe impulsen. Staande op de kegelbaan wordt de naam van de plek waarop de baan ligt, gekoppeld aan de padvindstersgroep: de Coppelgroep. De kabouters gaan ook weer ‘draaien’, onder leiding van Gerda Visser, Ietje Donker en mevr. Eertink-Arendsen. Dan gaat de kegelbaan dicht, en de padvindsters en de kabouters moeten opkrassen. Gelukkig krijgen ze onderdak in een schuurtje bij de huidige tennisbaan aan de Diepenheimseweg. Door menig meisjeshoofd spookt nog het ‘enge’ laddertje dat moest worden beklommen. De kabouters blijven in dit schuurtje, de padvindsters krijgen alle ruimte in de kale vertrekken van het kasteeltje Wegdam. In 1960 mag de Coppelgroep tot haar grote vreugde weer beschikken over het gebouw van de ijsclub, waarin ze nog enkele jaren haar spel heeft gespeeld.

Door gebrek aan leiding, concurrentie van sportverenigingen en televisie en ook de gedachte dat Scouting achterhaald is (bijvoorbeeld door het militaire imago) wordt de Coppelgroep rond 1971 opgeheven.

Tarcisius Op initiatief van kapelaan Janssen wordt kort na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, een groep voor welpen opgezet. De naam wordt St. Tarcisiusgroep. De leiding komt in handen van Mansje Zwienenberg en haar assistenten Ietje Moormann en Ellie Braakhuis. Door hun geweldige inzet is de groep gauw een succes.

Het logische vervolg is de oprichting van de katholieke verkenners met dezelfde naam St. Tarcisiusgroep. De leiders Hopman Willem de Wit en de vaandrigs Harrie Leemreize en Jan Walhof volgen veel cursussen in onder meer Enschede. Vanzelfsprekend gaan ze er bij een temperatuur van min tien graden Celsius met blote kuiten op de fiets naar toe. Gelijktijdig wordt voor de meisjes vanaf twaalf jaar een groep gidsen opgericht, de Margaretha Maria a la Coque Groep. Haar naamdag is op 17 oktober. De eerste leidsters en initiatiefneemsters zijn Rikie Zwienenberg en Truus Walhof. In eerste instantie vinden de verkenners en gidsen een onderkomen in het achterzaaltje van het St. Jozefgebouw in de Kloosterlaan. Een tijdje maken de verkenners gebruik van de hooizolder boven de paardenstal van café Lentelink en daarna verhuizen ze naar de garage van Wissink in de Bunschotenstraat. De gidsen spelen hun spel in de garage van Groothedde in de Hengevelderstraat, voorheen smederij annex koffiehuis Ter Horst. Nog komt aan de omzwervingen geen eind, want voordat uiteindelijk een vast onderkomen kan worden betrokken, wordt nog gebruik gemaakt van een afdak aan de Oude Haaksbergerweg dat keurig wordt dichtgetimmerd met berkenstammetjes.

Vooral kapelaan Bless ziet de noodzaak in van permanente huisvesting voor gidsen, welpen en verkenners. De zusters van Heeckeren zijn bereid een mooi terrein beschikbaar te stellen in de tuin van hun klooster. Met behulp van een verjaardagfonds, verlotingen en andere activiteiten wordt het benodigde geld bijeengeschraapt. Er wordt een betonplaten schuur gekocht en dankzij veel vrijwilligershulp verrijzen in de tuin van de zusters uiteindelijk twee clubgebouwen: een voor de gidsen en een voor de welpen en de verkenners. Op 9 mei worden de gebouwen ingezegend door pastoor Schartman. Het Scoutingspel wordt in en om de blokhutten gehouden, zelfs een brug wordt over de gracht gebouwd. Een hoogtepunt is altijd weer het zomerkamp. Op een bepaald moment blijkt bij het bezoeken van een kampeerterrein in de buurt van Vilsteren de Vecht buiten haar oevers te zijn getreden, waarbij het verhoogde kampeergebied als een eiland midden in een overstroomd weiland ligt. Hopman De Wit neemt de boer op de rug en waadt naar het droge gedeelte om poolshoogte te nemen. Midden in het overstroomde gedeelte zegt hij: ‘Wat mut ‘t kampgeld kosten? As ‘t te volle is, loat ik oe vallen’. De groep heeft dat jaar gratis gekampeerd.

Schoolklas Ten behoeve van het Voortgezet Onderwijs (VGLO) zijn in de periode 1958-1960 extra lokalen nodig. Dit werd gerealiseerd door een lagere schoolklas onder te brengen in de beide clubgebouwen. De gidsen wijken enige tijd uit naar het Credo Pugnohuis. Het enthousiasme is er niet minder om, ze dansen zelfs het Mariabeeld van Naatje Leemreize achterstevoren. Het onvrijwillig afstaan van de blokhutten doet beide geledingen echter uiteindelijk geen goed, de klad komt erin. Het is kapelaan Ijsselmuiden die daarna de Scouting weer tot bloei brengt. De blokhutten bij Heeckeren worden, nadat ze dienst hebben gedaan als klaslokaal, uitgebreid en vernieuwd. Zelfs een kaboutergroep wordt opgericht, door Jose Welberg en Maria Vaarhorst. Uiteraard wordt kapelaan Ijsselmuiden bij zijn afscheid op 12 november 1969 geroemd voor zijn inzet voor de jeugd.

De verkenners veranderen op zeker moment de naam St. Tarcisiusgroep in Prinses Armgardgroep. Helaas, ook hier komt een scherpe terugval in het aantal leden en leiders, door de reeds genoemde oorzaken. Dit leidt omstreeks 1975 tot opheffing van beide groepen, waarbij men besluit alle Scoutingactiviteiten c.q. bezittingen onder te brengen in de Stoevelaargroep.

Ook in Goor Van de diverse doelgroepen binnen de Scoutingbeweging naar een open organisatie: ‘Scouting Nederland’. In de beginjaren ‘80 worden de blokhutten op Heeckeren afgebroken. Symbolisch?

Het Scoutingspel gaat door, de verrassende, boeiende en natuurlijke aspecten houden hun aantrekkingskracht op de jeugd. Ook de geschiedenis van Scouting in Goor heeft geleerd, dat een adequaat onderkomen een noodzakelijke voorwaarde is. Vandaar dat de Goorse Scouting de toekomst met optimisme tegemoet kan zien, want aan de Stoevelaarsweg is iets moois verrezen.

(Spel)takken[bewerken]

De groep heeft de volgende speltakken: