Levend Ganzenbord

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Levend Ganzenbord is de levende versie van het bordspel ganzenborden, waarbij je om de beurt met de dobbelsteen gooit en moet proberen om je pion als eerste bij het eindpunt te krijgen, maar nu zijn de spelers zélf de pion. Er zijn erg veel variaties op dit spel, zodat er voor alle leeftijden en groepsgroottes wel een leuke versie te verzinnen is.

Category games nl.svg
Levend Ganzenbord

 

Ontwikkelingsgebied:
Doelstelling:
Plaats: buiten,
Soort:
Leeftijdsgroep: alle leeftijden
Aantal spelers: Van 4 tot een stuk of 30 (afhankelijk van hoe je het speelt)
Voorbereidingstijd: kaartjes maken met opdrachten, terrein afbakenen,
alle leiders instrueren over de verschillende spellen
Duur van het spel: 30 tot 60 minuten, afhankelijk van de versie die je speelt
Nodig: Kaartjes met opdrachten, twee grote dobbelstenen,
iets om een terrein en vakjes mee af te bakenen,
allerlei spelmateriaal om de verschillende opdrachten mee te kunnen uitvoeren
Category ideas nl.svg Portaal Programma-ideeën


Het spel

Voorbereiding

Maak van tevoren het speelbord en verzin - net als bij het echte ganzenbord - bij een aantal nummers een spelletje, en bij een aantal andere nummers de opdracht om een aantal plaatsen vooruit of juist achteruit te gaan. De spelletjes kun je bijvoorbeeld zodanig spelen dat mensen die op een spelletjesvakje komen, andere kinderen uit mogen dagen om het spelletje tegen hen te spelen. Wie wint, mag bijvoorbeeld 6 plaatsen vooruit, en wie verliest moet er 3 achteruit (of zo).

Wil je het spel spelen met een kleine groep, dan kunnen de kinderen zelf de pion spelen. Teken het spelbord op de grond op een plein of in het clubgebouw. Je kunt ervoor kiezen om de quizvragen en de opdrachten niet te ingewikkeld te maken, zodat ze voor het grootste deel op het vakje zelf op te lossen zijn. Knutsel van een groot stuk spons o.i.d. een grote dobbelsteen. In een woonhuis met meerdere verdiepingen zou het ook gespeeld kunnen worden: maak dan als "speelbord" kaartjes met nummers waar eventueel ook de opdrachten op staan, en leg ieder nummer op een traptrede of maak een parcours door het hele huis.

Wil je het spel spelen met een grote groep, dan kun je een klein, standaard ganzenbordformaat spel maken, die zich op een centraal punt op het terrein bevindt. De kinderen spelen dan niet individueel, maar worden in groepen verdeeld en iedere groep krijgt zijn eigen pion. De opdrachten en vragen kun je dan wat ingewikkelder of uitgebreider maken, omdat ieder vakje zijn eigen spelletje heeft.

Het spel

Het team of de persoon die het hoogste gooit, mag beginnen. Daarna gooien de deelnemers om de beurt met de dobbelsteen. Zoveel ogen als ze gooien mogen ze vakjes vooruit met hun pion. Er mogen meerdere pionnen op een zelfde vakje blijven staan.

Bij een kleine groep waarin elke deelnemer een pion is, kun je de spelers makkelijker om de beurt laten spelen. Wie op een opdracht of spel terecht komt, moet dat meteen uitvoeren. Pas als een speler klaar is, mag de volgende verder spelen. Speel je het spel met teams, dan zal de begeleider van het spel, telkens wanneer een groepje met de dobbelsteen gegooid heeft, zeggen wat de teams moeten doen. Hij verwijst hen door naar een leider die de opdracht zal begeleiden. Pas als de opdracht goed gebeurd is (volgens de begeleider) dan mogen ze terugkeren naar het spelbord. Als ze niet terug zijn wanneer het hun beurt is om te gooien, moeten ze hun beurt overslaan. Ze spelen dus NIET verder zolang ze aan een opdracht werken.

Afgelopen

Het spel is afgelopen als de eerste speler of het eerste team het midden van het ganzenbord, of de bovenste trede van de trap heeft bereikt. Je kunt spelen dat het midden precies bereikt moet worden: verzin dan wat extra opdrachten voor de hoogste nummers in het spel. Het kan echter wel langdradig worden, dus je kunt ook besluiten om te spelen wie het eerste op of voorbij het midden is.

Voorbeeldopdrachten

Hieronder volgen een aantal suggesties voor het doen van verschillende opdrachten in het spel. Deze zijn vooral geschikt voor de versie met de teams. Voor de variatie kun je voor één ganzenbordvakje twee opdrachten verzinnen, zodat niet ieder groepje hetzelfde doet. Dit is ook handig voor het geval dat een groepje twee keer op hetzelfde vakje komt.

Let op: probeer op voorhand zo veel mogelijk opdrachten voorbereid te hebben. Op die manier vermijd je dat de leden nodeloos moeten wachten op de leiding.

Voorbeeld van opdrachten die er op de vakjes gedaan kunnen worden:

1) A. Enkele quizvragen:

  • Wat zijn de drie kleuren van de Belgische vlag? geel, rood, zwart
  • Wat zijn de drie kleuren van de Nederlandse vlag? blauw, wit, rood
  • Hoeveel talen spreekt men in België? 3: Frans, Nederlands, Duits
B. Werp een rol wc-papier zo ver mogelijk. (vergeet niet het uiteinde vast te houden)

2) Maak een gedichtje van 10 regels.

Ga 2 plaatsen vooruit

4) A. Gorgel een liedje.

B. 1 iemand doet 5 lagen verkleedkledij aan

5) A. Rol 1 iemand in wc-papier en maak je weer los zonder handen.

B. Geef, met je mond, 2 minuten lang een ei door zonder ze te breken.

7) A. Praat in het totaal - elk om beurt- 2 minuten lang over "de banaan". (zonder euh te zeggen)

B. Iedereen van de groep moet 10 keer in het springtouw springen.

8) A. Maak een liedje op een bekende melodie.

B. Maak een soepje met bekende elementen uit de natuur. (zoals gras, aarde, blaadjes, ...)

10) A. Verzamel de handtekeningen van alle leiders die op dat moment aanwezig zijn.

B. Sta in een kring en geef de bal 5 ronden, heel vlug, door zonder ze te laten vallen.

11) A. Sta op een stoel en aanbid elk om beurt de bomen, de bloemen en dergelijke.

B. Huppel rond als een konijn? Gebruik je vingers als oren en roep wortel, wortel, ...

12) A. Draai 20 rondjes rond je vinger en loop dan op een rechte lijn.

B. Schilder met je neus een landschap: boom, zon, gras, bloemen, ...

14) A. Maak een 5 meter lange klerenketting.

B. De leden spelen levende knoop en de leider trekt de kinderen eruit.

15) A. Speel rollend tapijt (over een afstand van een meter of 10).

B. Draai allemaal een touwtje, met aan het uiteinde een suikertje, rond je tong.

17) A. Leg bij 1 iemand uit de groep 10 vlechtjes in het haar.

B. Leg telkens per 2 een parcours af (bv. slalom om kegels), waarbij het linkerbeen van de ene persoon verbonden is met het rechterbeen van de andere persoon.

18) A. Vul een fles water door met je mond water over te brengen van een emmer naar een fles, elk om beurt.

B. Verzamel 5 rode (of gele, groene, ...) voorwerpen.

19) Doe lippenstift op je lippen en kus een blad helemaal vol.

Ga 6 plaatsen terug.

21) A. Teken 2 krijtjes op over een bepaald onderwerp.

B. Neem de vingerafdrukken van 5 leiders

22) A. Schilder ......... (naam invullen van een persoon of leider) op papier.

B. Was elkaars voeten.

24) A. Schmink 2 personen van de groep in een clown.

B. Poets de schoenen van ..... of ...... (naam invullen van leiders)

26) A. Maak een piramide (3 hoog).

B. Vraag 5 haren aan een leider en breng ze terug naar hier.

27) A. Drink zo vlug mogelijk met de hele groep 1 fles water leeg.

B. Sta met de hele groep op 1 stoel.

28) A. Schrijf een liefdesbrief naar de hoofdleider.

B. Verzamel elk 5 papiertjes met een verschillende kleur.

30) Maak met grassprietjes het woord GRASSPRIETJES

Ga 3 plaatsen terug.

31) A. Doe de nijlpaardparingsdans (zelf te verzinnen) met liedje of geluiden.

B. Zeg het alfabet van achter naar voor op.

33) A. Speel Kippenkoers.

B. 6 meter bruggetje = Iedereen staat in een rij met de benen gespreid. De laatste kruipt door de benen naar voor en sluit vooraan aan. Ga zo door tot er 6 meter is afgelegd.

35) A. Raadsels: Zoek de voornamen in de volgende zinnen:

a) Gaan we met de krakende kar elke dag de baan op?
b) De sheriff ranselde de rover nog eens flink af.
c) Er zijn hier zoveel mensen dat elke gast onmogelijk een stoel kan vinden.
d) Ik lees anders meer dan 3 boeken per maand.
e) Door de grotten van Han stroomt een rivier.
B. Maak een woord van 10 letters of meer met allemaal verschillende letters.

36) A. Schop 15 ballen in het doel. (leider speelt keeper)

B. Ga met lippenstift op de mond 10 kussen geven aan leider ........

38) Zoek bij elke letter van het alfabet (uitgezonderd Q en Y) een meisjesnaam.

Keer 2 plaatsen terug.

39) Verzamel bij elke letter van het alfabet een jongensnaam.

Ga 2 plaatsen vooruit.

41) A. Maak elk een hoedje en een bootje van papier.

B. Gorgel het liedje "hoedje van papier".

44) 3 minuten absolute stilte.

Ga 5 plaatsen terug.

45) Je zit in de put, wacht tot iemand langskomt, dan mag je verder

47) Je mag nog eens gooien.

50) A. Schrijf van elke leider de kleur van de ogen op.

B. Speel Abortusje: alle ballons moeten ontploffen.

56) A. Maak, met papier, een slinger van 5 meter.

B. Poets, met je vinger, je tanden. (was eerst je handen)

59) A. Zing een liedje.

B. Eet een citroen op.

62) A. Giet elk een fles water over het hoofd van leider ....... (de leider in kwestie moet niet noodzakelijk op voorhand op de hoogte gebracht worden).

B. (direct na A) Zoek op het terrein de omslag waar je naam op staat. Als je hem vindt krijg je een kleine beloning (bv. snoepjes)

C- fluit het refrein van een liedje van een Nederlandse zanger of zangeres

63) Ga 3 plaatsen terug

Andere suggesties
  • Ga drie plaatsen terug
  • Sla een beurt over
  • Je zit in de put: je mag pas verder wanneer je 6 gooit
  • Ga terug naar de gevangenis en blijf daar 2 beurten zitten
  • Je mag nog een keer gooien
  • Je mag iedere speler een snoepje geven
  • Ezeltje prik
  • Ringwerpen
  • Koekhappen
  • doe je grote teen in je mond en hou die dan 3 of 5 seconden in je mond
  • trek een gekke bek/ een gek gezicht
  • noem de naam van de moeder Charlie in GTST

Variaties

  • Geef punten voor de gespeelde spelletjes. Dan zijn er uiteindelijk twee winnaars: de groep die het eerste de finish bereikt en de groep die de opdrachten het beste heeft gedaan.
  • Voeg enkele spelletjes en opdrachten toe waar alle spelers aan mee moeten doen.
  • Geef het spel een thema mee. Je kunt bijvoorbeeld de verschillende dorpjes in Bambilië, de personages uit het Jungleboek of de zaken op Dolfijneneiland in het spel verwerken. Een uitgewerkt voorbeeld van hoe de opdrachten op het spelbord er voor Bambilië dan uit zou kunnen komen te zien, is te vinden op www.bambilie.nl.
  • Gebruik het als kennismakingsspel. Teken het ganzenbord levensgroot op de grond van het clubgebouw, en maak - in plaats van spelletjes en opdrachten - de vragen zodanig dat kinderen elkaar door middel van het spel kunnen leren kennen. Zie ook kennismakingsganzenbord.
  • Voor de variant met individuele spelers: Zet een pot met snoepjes in de put/gevangenis, om de "pijn" van het in de put zitten een beetje te verzachten.
  • In plaats van als beurtspel kun je het ook spelen als een postenspel met wandeling. Zie de uitleg hieronder.
  • In plaats van als beurtspel kun je het ook spelen als quiz in de vorm van een postenspel op het terrein. Zie de uitleg hieronder.

Postenspel met wandeling

In plaats van als beurtspel kan dit spel ook door groepjes achter elkaar door gespeeld worden.

Maak genummerde kaartjes, en zet op ieder kaartje een opdracht. Hang vervolgens al deze kaartjes in de goede volgorde langs een route op, en stuur de kinderen met een pen, papier, dobbelsteen en eventueel nog allerlei andere attributen die ze mogelijk nodig gaan hebben het bos in. Het spel voert ze dan niet alleen langs allemaal kaartjes, maar na afloop hebben ze ook een mooie wandeling gemaakt. De winnaar hoeft niet persé degene te zijn die het spel het eerste af is, maar je kunt ook laten meewegen hoe goed de spelletjes gedaan zijn.

Voorbeelden van opdrachten:

  • Schrijf een tekst op de wijs van .... en zing dit lied op de Bonte avond
  • Bouw een zo hoog mogelijke toren met de blokken die in de doos zitten
  • Bereken de uitkomst van de volgende som
  • Teken een kaart van dit kruispunt, en gebruik je kompas en je kaarthoekmeter om de ligging van de wegen zo exact mogelijk aan te geven
  • Pluk een bos bloemen voor de leiding
  • doe je grote teen in je mond en hou die dan 3 of 5 seconden in je mond

Postenspel op het terrein

Een andere manier om dit spel niet als beurtspel te spelen, is om er een soort van quiz van te maken die de kinderen moeten volgen. Hoe meer goede antwoorden de kinderen geven, des te sneller komen ze bij het eindpunt. Maak een stuk of 60 genummerde kaartjes met vragen en antwoorden erop, en hang ze kriskras verspreid over het terrein, op gebouwen of boomstammen enzovoort. Wie het eerst bij het eindpunt is, heeft gewonnen.

Voorbeeld:

  • Kaartje 1: Wie was de oprichter van scouting?
    • A: Robert Baden-Powell (ga naar 17)
    • B: Jean Jaques Rambonnet (ga naar 24)
  • Kaartje 17: Dit antwoord was goed! Ga naar 15.
  • Kaartje 24: Dit antwoord was fout! Ga naar 33.
  • Kaartje 33: Hoeveel mensen staan er op deze foto? Dat is het nummer waar je nu naartoe moet. (er staan 15 mensen op de foto, zodat de kinderen weer op het "rechte spoor" komen)
  • Kaartje 15: ... (enzovoort)

Bronnen en referenties

Bronnen en referenties:

Externe links