Bewerken van De Jutters (Den Helder)

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Nuvola apps important.svg
Waarschuwing

Je bent niet aangemeld. Jouw IP-adres wordt opgeslagen als je wijzigingen op deze pagina maakt.

Deze bewerking kan ongedaan gemaakt worden. Hieronder staat de tekst waarin de wijziging ongedaan is gemaakt. Controleer voor het publiceren of het resultaat gewenst is.

Huidige versie Jouw tekst
Regel 1: Regel 1:
{{Groep
{{Groep
|IsOpgeheven=ja
|Groepsdas=Neckie rood-grijs.png
|Groepsdas=Neckie rood-grijs.png
|Naam=De Jutters
|Naam=De Jutters
Regel 21: Regel 20:
==Geschiedenis==
==Geschiedenis==
===1911 - 1921===
===1911 - 1921===
De afdeling "Helder" werd opgericht in 1911 als één van de eerste [[Afdeling#Begin_twintigste_eeuw|afdelingen]] van de [[Nederlandse Padvindersorganisatie]] onder voorzitterschap van Majoor der Artillerie [[Conrad Collette|C.J.M. Collette]], bijgestaan door een hele reeks schoolhoofden en officieren van Land- en Zeemacht, totaal 18 personen. Uit dit comité werd spoedig een dagelijksch bestuur gevormd, terwijl het erelidmaatschap werd aangeboden aan en aanvaard door de heren F.C.E.L. Koster, Schout bij Nacht en C.A. van der Brugghen, Garnizoens commandant. Volgens overlevering nam nog voor de oprichting een marineofficier, luitenant M. Heijbroek, op verzoek van enkele jongens de leiding van twaalf van hen op zich. De troep breidde zich uit en Den Helder kon in februari 1911 zo'n 240 padvinders aanmelden.  
De afdeling "Helder" werd opgericht in 1911 als één van de eerste afdelingen van de [[Nederlandse Padvindersorganisatie]] onder voorzitterschap van Majoor der Artillerie [[Conrad Collette|C.J.M. Collette]], bijgestaan door een hele reeks schoolhoofden en officieren van Land- en Zeemacht, totaal 18 personen. Uit dit comité werd spoedig een dagelijksch bestuur gevormd, terwijl het erelidmaatschap werd aangeboden aan en aanvaard door de heren F.C.E.L. Koster, Schout bij Nacht en C.A. van der Brugghen, Garnizoens commandant. Volgens overlevering nam nog voor de oprichting een marineofficier, luitenant M. Heijbroek, op verzoek van enkele jongens de leiding van twaalf van hen op zich. De troep breidde zich uit en Den Helder kon in februari 1911 zo'n 240 padvinders aanmelden.  
<ref>Vliegend blaadje 8 februari 1911 - pagina 1</ref><ref>De verkenner jaargang 27 no 3 pagina 52-53</ref>
<ref>Vliegend blaadje 8 februari 1911 - pagina 1</ref><ref>De verkenner jaargang 27 no 3 pagina 52-53</ref>
[[Image:Conrad Johan Martin Collette.jpg|left|thumb|[[Conrad Collette]]]]
[[Image:Conrad Johan Martin Collette.jpg|left|thumb|[[Conrad Collette]]]]
Regel 27: Regel 26:


Op de avond van de installatie konden de padvinders direct aan de slag. Zij hielpen een grote boerderijbrand blussen die ontstaan was door hevig onweer. Deze hulp kreeg tegenwerking van de omwonende boeren, die het bluswerk voor geld deden en van vrijwillige hulpverlening niets wilden weten. De padvinders zetten echter door en mochten hun hulp beloond zien met een volledige blussing.
Op de avond van de installatie konden de padvinders direct aan de slag. Zij hielpen een grote boerderijbrand blussen die ontstaan was door hevig onweer. Deze hulp kreeg tegenwerking van de omwonende boeren, die het bluswerk voor geld deden en van vrijwillige hulpverlening niets wilden weten. De padvinders zetten echter door en mochten hun hulp beloond zien met een volledige blussing.
<ref name="automatisch aangemaakt1">Vliegend blaadje 26 april 1911 - pagina 1</ref><ref name="automatisch aangemaakt1" /><ref>Vliegend blaadje 7 juni 1911 - pagina 1</ref><ref>Vliegend blaadje 12 augustus 1911 - pagina 2</ref>
<ref>Vliegend blaadje 26 april 1911 - pagina 1</ref><ref>Vliegend blaadje 26 april 1911 - pagina 1</ref><ref>Vliegend blaadje 7 juni 1911 - pagina 1</ref><ref>Vliegend blaadje 12 augustus 1911 - pagina 2</ref>


;1912
;1912
Regel 37: Regel 36:


;1913
;1913
Om het gebouw aan de Fortweg in stand te houden, werd op 16 januari 1913 in Casino een padvindersuitvoering gegeven. Een padvindersorkest bestaande uit piano, viool en mandoline, bracht "Boys be prepared" van Paul A. Rubbens ten gehore en voor het toneelstuk was art.5 van de padvinderswet als uitgangspunt genomen; "Een padvinder is altijd beleefd en ridderlijk". De avond werd ook gebruikt voor installaties van padvinders en uitreiken van vakinsignes. Door voorzitter Collette werden twee leden tot 1e klaspadvinder gepromoveerd en hij vertelde dat het animo voor het behalen van vakinsignes groot is. De insignes smid, wielrijder, bespieder, loodgieter, technicus, wegwijzer en pionier werden uitgereikt. Onder de genodigden bevond zich de voorzitter van de senaat van het Korps Adelborsten en hij schonk een krans voor het clubhuis. De heer Collette bedankte het korps voor alle medewerking die ze hadden verleend. De troep kreeg voor hun kampen tenten en keukengereedschappen te leen. In 1913 was al sprake van padvindsters, want er werd namelijk een ernstige waarschuwing gegeven aan padvinders en padvindsters om niet te gaan pootje baden, want dat zou ongezond zijn.<ref name="automatisch aangemaakt2">Reunie 1981: blaadje 70 jaar in vogelvlucht</ref>
Om het gebouw aan de Fortweg in stand te houden, werd op 16 januari 1913 in Casino een padvindersuitvoering gegeven. Een padvindersorkest bestaande uit piano, viool en mandoline, bracht "Boys be prepared" van Paul A. Rubbens ten gehore en voor het toneelstuk was art.5 van de padvinderswet als uitgangspunt genomen; "Een padvinder is altijd beleefd en ridderlijk". De avond werd ook gebruikt voor installaties van padvinders en uitreiken van vakinsignes. Door voorzitter Collette werden twee leden tot 1e klaspadvinder gepromoveerd en hij vertelde dat het animo voor het behalen van vakinsignes groot is. De insignes smid, wielrijder, bespieder, loodgieter, technicus, wegwijzer en pionier werden uitgereikt. Onder de genodigden bevond zich de voorzitter van de senaat van het Korps Adelborsten en hij schonk een krans voor het clubhuis. De heer Collette bedankte het korps voor alle medewerking die ze hadden verleend. De troep kreeg voor hun kampen tenten en keukengereedschappen te leen. In 1913 was al sprake van padvindsters, want er werd namelijk een ernstige waarschuwing gegeven aan padvinders en padvindsters om niet te gaan pootje baden, want dat zou ongezond zijn.<ref>Reunie 1981: blaadje 70 jaar in vogelvlucht</ref>


[[Image:Alexander Slingervoet Ramondt.png|left|thumb|[[Alexander Slingervoet Ramondt]]]]
[[Image:Alexander Slingervoet Ramondt.png|left|thumb|[[Alexander Slingervoet Ramondt]]]]
Regel 48: Regel 47:
De heer F.E. de Nijs Bik, 2e luitenant der infantrie werd troepleider, die door de heren G. Heshuijzen, 2e luitenant van de Genie en Th. Boers, 2e luitenant van de infantrie, bijgestaan werd. De heer H.M. Ilsinger en de heer G.J. Ranneft werden assistent troepleiders. Het clublokaal kreeg een inrichting voor het opvangen van radiotelegrafische seinen, met goedkeuring van de minister van waterstaat.
De heer F.E. de Nijs Bik, 2e luitenant der infantrie werd troepleider, die door de heren G. Heshuijzen, 2e luitenant van de Genie en Th. Boers, 2e luitenant van de infantrie, bijgestaan werd. De heer H.M. Ilsinger en de heer G.J. Ranneft werden assistent troepleiders. Het clublokaal kreeg een inrichting voor het opvangen van radiotelegrafische seinen, met goedkeuring van de minister van waterstaat.
In december werd het houten gebouwtje aan de fortweg geheel door storm vernield, waardoor de troep dakloos werd.
In december werd het houten gebouwtje aan de fortweg geheel door storm vernield, waardoor de troep dakloos werd.
<ref>Heldersche Courant - 16 februari 1915 - pagina 2</ref><ref>[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB14:002322055:00009 De Padvinder jaargang 4 1914 no 158 pagina 567]</ref><ref>[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB14:002322062:00007 De Padvinder jaargang 4 1914 no 165 pagina 789]</ref>
<ref>Heldersche Courant - 16 februari 1915 - pagina 2</ref><ref>[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB14:002322055:00009 De Padvinder jaargang 4 1914 no 158 pagina 567]</ref><ref>[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB14:002322062:00007 De padvinder jaargang 4 1914 no 165 pagina 789]</ref>


;1915
;1915
Regel 73: Regel 72:
[[Image:1918 Roeiboot Sint Joris Jutters 1 Den Helder.jpg|left|thumb|Roeiboot Sint Joris Groep 1 Den Helder 1918]]
[[Image:1918 Roeiboot Sint Joris Jutters 1 Den Helder.jpg|left|thumb|Roeiboot Sint Joris Groep 1 Den Helder 1918]]
De heer Westerveld had het voorzitterschap overgenomen van de heer Haak. Twee tenten werden aangeschaft en een volgend troepenlokaal werd betrokken in de Oostslootstraat. Er werd een luisterstation voor draadloze telegrafie ingericht voor hen die geïnteresseerd waren in elektriciteit. Het kotterjacht Collette werd een te duur paardje op stal voor de vereniging en werd verkocht. Een nieuwe roeiboot werd aangeschaft om gelegenheid te geven tot het beoefenen van de roeisport en was voor het grootste deel verkregen uit bijdragen van het Hoofdbestuur. De roeiboot werd eind maart gedoopt met de naam Sint Joris. De bemanning was een complete patrouille en stond onder leiding van een roeischout. Na een kort toespraakje van de directeur van het Rijkswerf, de heer Westerveld, werd de boot te water gelaten en de heer Boon, leerling van de Zeevaartschool, nam plaats aan het roer.
De heer Westerveld had het voorzitterschap overgenomen van de heer Haak. Twee tenten werden aangeschaft en een volgend troepenlokaal werd betrokken in de Oostslootstraat. Er werd een luisterstation voor draadloze telegrafie ingericht voor hen die geïnteresseerd waren in elektriciteit. Het kotterjacht Collette werd een te duur paardje op stal voor de vereniging en werd verkocht. Een nieuwe roeiboot werd aangeschaft om gelegenheid te geven tot het beoefenen van de roeisport en was voor het grootste deel verkregen uit bijdragen van het Hoofdbestuur. De roeiboot werd eind maart gedoopt met de naam Sint Joris. De bemanning was een complete patrouille en stond onder leiding van een roeischout. Na een kort toespraakje van de directeur van het Rijkswerf, de heer Westerveld, werd de boot te water gelaten en de heer Boon, leerling van de Zeevaartschool, nam plaats aan het roer.
<ref>Heldersche Courant - 7 februari 1918 - pagina 1</ref><ref>De Padvinder jaargang 3 1918 no 37 pagina 1254</ref><ref>Heldersche Courant - 26 maart 1918 - pagina 2</ref><ref>De Padvinder jaargang 4 1918 no 39 pagina 1315</ref><ref>De Padvinder jaargang 4 1918 no 41 pagina 1367</ref>
<ref>Heldersche Courant - 7 februari 1918 - pagina 1</ref><ref>De Padvinder jaargang 3 1918 no 37 pagina 1254</ref><ref>Heldersche Courant - 26 maart 1918 - pagina 2</ref><ref>De Padvinder jaargang 4 1918 no 39 pagina 1315</ref><ref>De padvinder jaargang 4 1918 no 41 pagina 1367</ref>


;1919
;1919
Regel 97: Regel 96:
De afdeling Helder van de Nederlandse Padvinders bestaat 10 jaar en dat werd feestelijk gevierd in de grote zaal van Casino. Het padvindersorkest was aanwezig en de heer Th. F. van Mierlo hield een feestrede. De heer Wolmers had veel succes met zijn demonstratie Zweedse gymnastiek en ook de komische scene Het lid der Apenpatrouille en de scene uit oorlogstijd De Spion kregen veel applaus. De nieuwe afdeling van de meisjespadvinders maakte flinke indruk en mevrouw Metzelaar-Denker Huneman bedankte namens de ouders de aanwezige burgemeester, de heer Houwing. Een vliegmachine uit de Kooi was 's middags opgestegen met een flink aantal strooibiljetten, waarmee een deel van de gemeente overstrooid werd. Bij mevrouw [[Julie Laurence Redeke-Hoek|Redeke-Hoek]] konden nieuwe padvindsters zich voor [[I.N.K.A.|de meisjes afdeling]] inschrijven. De heer Franssen was voorzitter van de afdeling. Op 10 juli hield de afdeling De Vereeniging der Meisjesgezellen haar eerste installaties.<ref>Heldersche Courant - 31 maart 1921 - pagina 5</ref>
De afdeling Helder van de Nederlandse Padvinders bestaat 10 jaar en dat werd feestelijk gevierd in de grote zaal van Casino. Het padvindersorkest was aanwezig en de heer Th. F. van Mierlo hield een feestrede. De heer Wolmers had veel succes met zijn demonstratie Zweedse gymnastiek en ook de komische scene Het lid der Apenpatrouille en de scene uit oorlogstijd De Spion kregen veel applaus. De nieuwe afdeling van de meisjespadvinders maakte flinke indruk en mevrouw Metzelaar-Denker Huneman bedankte namens de ouders de aanwezige burgemeester, de heer Houwing. Een vliegmachine uit de Kooi was 's middags opgestegen met een flink aantal strooibiljetten, waarmee een deel van de gemeente overstrooid werd. Bij mevrouw [[Julie Laurence Redeke-Hoek|Redeke-Hoek]] konden nieuwe padvindsters zich voor [[I.N.K.A.|de meisjes afdeling]] inschrijven. De heer Franssen was voorzitter van de afdeling. Op 10 juli hield de afdeling De Vereeniging der Meisjesgezellen haar eerste installaties.<ref>Heldersche Courant - 31 maart 1921 - pagina 5</ref>


[[Image:1921 Woodcraft Ten Cate John Hargrave Alexander Slingervoet Ramondt Jutters 1 Den Helder.jpg|right|thumb|Woodcraftconferentie 1921 [[Piet ten Kate|Piet ten Kate]], [[John Hargrave|John Hargrave]], [[Alexander Slingervoet Ramondt|Alexander Slingervoet Ramondt]]]]
[[Image:1921 Woodcraft Ten Cate John Hargrave Alexander Slingervoet Ramondt Jutters 1 Den Helder.jpg|right|thumb|Woodcraftconferentie 1921 Piet Ten Cate, John Hargrave, Alexander Slingervoet Ramondt]]
Met 22 jongens en twee "vaans" en de "hop" werd tien dagen fijn gekampeerd in de bossen. De hopman gaf rondom het grote kampvuur een fuifje ter gelegenheid van zijn verjaardag. Over de vele avonturen werden nog vele avonden in het troephuis of bij de hopman of vaandrigs thuis besproken: Wodans eiken, nachtwacht, egels waar je op lag te slapen, emmer melk verloren dus geen pudding toe, tocht naar Kleef, fietstochten in de omtrek, dineren bij een Arnhemse padvinder aan huis, padvinders van andere plaatsen gesproken, enz. In juni vertrok 1e vaandrig Dekker naar Hamburg. Hopman Slingervoet Ramondt, ook voorzitter van de Algemene Leidersraad, bezocht het evenement op [[Kampeerterrein Eerde|Eerde]] waar een woodcraftconferentie werd gehouden en daar ontmoette hij de spreker [[John Hargrave]] (White-Fox) en hopman [[Piet ten Kate|P. ten Kate]], leider van het kamp.<ref>De Padvinder jaargang 7 1921 no 33 pagina 430</ref><ref>De Padvinder jaargang 7 1921 no 20 pagina 1</ref>
Met 22 jongens en twee "vaans" en de "hop" werd tien dagen fijn gekampeerd in de bossen. De hopman gaf rondom het grote kampvuur een fuifje ter gelegenheid van zijn verjaardag. Over de vele avonturen werden nog vele avonden in het troephuis of bij de hopman of vaandrigs thuis besproken: Wodans eiken, nachtwacht, egels waar je op lag te slapen, emmer melk verloren dus geen pudding toe, tocht naar Kleef, fietstochten in de omtrek, dineren bij een Arnhemse padvinder aan huis, padvinders van andere plaatsen gesproken, enz. In juni vertrok 1e vaandrig Dekker naar Hamburg. Hopman Slingervoet Ramondt, ook voorzitter van de Algemene Leidersraad, bezocht het evenement op [[Kampeerterrein Eerde|Eerde]] waar een woodcraftconferentie werd gehouden en daar ontmoette hij de spreker [[John Hargrave]] (White-Fox) en hopman [[Piet ten Kate|P. ten Kate]], leider van het kamp.<ref>De Padvinder jaargang 7 1921 no 33 pagina 430</ref><ref>De Padvinder jaargang 7 1921 no 20 pagina 1</ref>


Regel 128: Regel 127:
Gedurende 1925-1926 nam hopman Slingervoet Ramondt afscheid van Groep 1. In het blad De Padvinder, waarin hij veelvuldig voor komt, wordt geen melding gemaakt van zijn vertrek bij de padvinderij. Wel kwam hij nog jaren langs bij de Helderse groep, bleef zeer actief op het terrein van de wetenschap, was leraar en zat in verschillende commissies en besturen in Den Helder. Op 22 juli trouwde hij met Nelly Bierman.
Gedurende 1925-1926 nam hopman Slingervoet Ramondt afscheid van Groep 1. In het blad De Padvinder, waarin hij veelvuldig voor komt, wordt geen melding gemaakt van zijn vertrek bij de padvinderij. Wel kwam hij nog jaren langs bij de Helderse groep, bleef zeer actief op het terrein van de wetenschap, was leraar en zat in verschillende commissies en besturen in Den Helder. Op 22 juli trouwde hij met Nelly Bierman.


[[File:Liesbeth Redeke-Hoek met haar kinderen.jpg|left|thumb|[[Liesbeth Redeke-Hoek|Liesbeth Redeke-Hoek]] (IVAG) met haar kinderen: [[Lies Redeke|Lies]], Pauline, Johan en David. Allen zijn lid van de padvinderij. Achter hen de Sint Joris roeisloep. Den Helder omstreeks 1926]]
[[File:Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck.jpg|thumb|Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck]]
Op 3 december hielden de Helderse Padvindsters een bijeenkomst in het Militair Tehuis in de Spoorstraat. Als spreekster werd uitgenodigd mevrouw [[Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck|Wijnandts Francken-Dyserinck]] uit Den Haag. Rond 8 uur opende mevrouw Dekker-Klik de avond en vertelde dat het 6 jaar geleden was dat de vereniging werd opgericht en dat slechts één lid uit de eerste ronde nog steeds trouw aanwezig was, namelijk Ali Kwast, die een woord van hulde toekwam. Verder werd mevrouw [[Julie Laurence Redeke-Hoek|Redeke]] genoemd, die vanaf de oprichting de vereniging met raad en daad gesteund had en nog steeds op alle mogelijke manieren betrokken was bij de padvindsters. Voor haar trouwe dienst overhandigde mevrouw Dekker-Klik haar de verenigingsster.  
Op 3 december hielden de Helderse Padvindsters een bijeenkomst in het Militair Tehuis in de Spoorstraat. Als spreekster werd uitgenodigd mevrouw [[Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck|Wijnandts Francken-Dyserinck]] uit Den Haag. Rond 8 uur opende mevrouw Dekker-Klik de avond en vertelde dat het 6 jaar geleden was dat de vereniging werd opgericht en dat slechts één lid uit de eerste ronde nog steeds trouw aanwezig was, namelijk Ali Kwast, die een woord van hulde toekwam. Verder werd mevrouw [[Julie Laurence Redeke-Hoek|Redeke]] genoemd, die vanaf de oprichting de vereniging met raad en daad gesteund had en nog steeds op alle mogelijke manieren betrokken was bij de padvindsters. Voor haar trouwe dienst overhandigde mevrouw Dekker-Klik haar de verenigingsster.  


[[File:Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck.jpg|thumb|[[Esther Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck|Welmoet Wijnaendts Francken-Dyserinck]]]]
De spreekster mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck was als Nederlandse afgevaardigde aanwezig geweest op het 2e internationale congres van de padvindsters in Amerika. Van haar reis en bevindingen in het land van de vrijheid had zij een interessante serie foto's meegebracht, die zij met behulp van de heer Groen vertoonde. De overtocht naar Engeland was te zien en de ontvangst van de vertegenwoordigers van de verschillende landen door Engelse prinses Mary. Verder toonde zij de reis naar New York met de grote oceaanstomer Olympia, de aankomst in de haven van New York, waarvan het Vrijheidsbeeld al op verre afstand zichtbaar was. In New York werden de dames hartelijk ontvangen door de burgemeester en daarna werd de reis vervolgd naar Boston, het doel van de tocht. Er waren foto's van het uitgestrekte kamp in Boston en verschillende spelen en demonstraties door 3000 padvindsters. Het had mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck getroffen dat er zo uitstekende en eensgezinde geest onder de Amerikaanse padvindsters heerste. Als voorbeeld vertelde ze over een meisje uit Cuba, dat op 19-jarige leeftijd van de padvinderij hoorde en naar het kamp afreisde zonder en woord Engels te kennen. Ondanks alle moeilijkheden hield ze vol en binnen een half jaar was zij geheel van de padvinderij op de hoogte en voerde de padvinderij in haar eigen omgeving met heel veel succes in. Mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck vertelde over dat in Amerika nog steeds minachting bestond tegen Afro-Amerikanen, hoewel zij voor de wet gelijkgesteld zijn. Onder de padvindsters bevonden zich vele Afro-Amerikanen, het vooroordeel was geheel verdwenen en men ging zeer kameraadschappelijk met elkaar om. Verder waren in Amerika, veel meer dan in Nederland, de hele arme kinderen lid van de padvindersverenigingen. Deze kinderen, die leefden in de ellendigste achterbuurten, hebben de meeste frisse lucht en beweging nodig en men was in Amerika over het standsverschil heengestapt. Onder de padvinderij had daar een verbroedering plaatsgevonden.  
De spreekster mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck was als Nederlandse afgevaardigde aanwezig geweest op het 2e internationale congres van de padvindsters in Amerika. Van haar reis en bevindingen in het land van de vrijheid had zij een interessante serie foto's meegebracht, die zij met behulp van de heer Groen vertoonde. De overtocht naar Engeland was te zien en de ontvangst van de vertegenwoordigers van de verschillende landen door Engelse prinses Mary. Verder toonde zij de reis naar New York met de grote oceaanstomer Olympia, de aankomst in de haven van New York, waarvan het Vrijheidsbeeld al op verre afstand zichtbaar was. In New York werden de dames hartelijk ontvangen door de burgemeester en daarna werd de reis vervolgd naar Boston, het doel van de tocht. Er waren foto's van het uitgestrekte kamp in Boston en verschillende spelen en demonstraties door 3000 padvindsters. Het had mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck getroffen dat er zo uitstekende en eensgezinde geest onder de Amerikaanse padvindsters heerste. Als voorbeeld vertelde ze over een meisje uit Cuba, dat op 19-jarige leeftijd van de padvinderij hoorde en naar het kamp afreisde zonder en woord Engels te kennen. Ondanks alle moeilijkheden hield ze vol en binnen een half jaar was zij geheel van de padvinderij op de hoogte en voerde de padvinderij in haar eigen omgeving met heel veel succes in. Mevrouw Wijnandts Francken-Dyserinck vertelde over dat in Amerika nog steeds minachting bestond tegen Afro-Amerikanen, hoewel zij voor de wet gelijkgesteld zijn. Onder de padvindsters bevonden zich vele Afro-Amerikanen, het vooroordeel was geheel verdwenen en men ging zeer kameraadschappelijk met elkaar om. Verder waren in Amerika, veel meer dan in Nederland, de hele arme kinderen lid van de padvindersverenigingen. Deze kinderen, die leefden in de ellendigste achterbuurten, hebben de meeste frisse lucht en beweging nodig en men was in Amerika over het standsverschil heengestapt. Onder de padvinderij had daar een verbroedering plaatsgevonden.  


Regel 145: Regel 143:
De Tijgerpatrouille was opgedoekt en daarvoor in de plaats was een nieuwe Zwaluwenpatrouille opgericht onder leiding van S. Zandstra en B. Melis.
De Tijgerpatrouille was opgedoekt en daarvoor in de plaats was een nieuwe Zwaluwenpatrouille opgericht onder leiding van S. Zandstra en B. Melis.


In december werd een groepsblad opgericht, een gestencild blaadje met wederwaardigheden uit die dagen. Er zijn inmiddels ook [[welpen]] bij de troep gekomen en de vereniging komt in het systeem van groepen.<ref name="automatisch aangemaakt2" />
In december werd een groepsblad opgericht, een gestencild blaadje met wederwaardigheden uit die dagen. Er zijn inmiddels ook [[welpen]] bij de troep gekomen en de vereniging komt in het systeem van groepen.<ref>Reunie 1981: blaadje 70 jaar in vogelvlucht</ref>


;1928
;1928
Regel 154: Regel 152:
Op 25 februari werd in Den Helder de tweede groep opgericht en het werd een afdeling van de [[CJMV-padvinderij|Christelijke Jonge Mannen Padvinders Vereeniging]] in Nederland. Het initiatief werd genomen door een aantal personen van het bestuur en ook op verzoek van jongelui, o.a. van Joop Triest, een ijverig lid van de troep van de NVP-afdeling. Enige tijd later werd er ook een derde groep opgericht, want de belangstelling voor de katholieke verkennersvereniging was stijgende en er waren in 1929 nog voor de bisschoppelijke goedkeuring meerdere katholieke troepen opgericht in het land. In Rotterdam drie, Amsterdam twee, Den Haag vijf, Utrecht vier en verder in Schiedam, Haarlem, Tilburg, Breda, Roermond en Den Helder. Zodra de bisschoppelijke goedkeuring in 1930 een feit was geworden werden overal in het land afdelingen van de [[Katholieke Verkenners]] opgericht.<ref>Heldersche Courant - 2 maart 1929 - pagina 10</ref><ref>Heldersche Courant - 5 maart 1929 - pagina 7</ref>
Op 25 februari werd in Den Helder de tweede groep opgericht en het werd een afdeling van de [[CJMV-padvinderij|Christelijke Jonge Mannen Padvinders Vereeniging]] in Nederland. Het initiatief werd genomen door een aantal personen van het bestuur en ook op verzoek van jongelui, o.a. van Joop Triest, een ijverig lid van de troep van de NVP-afdeling. Enige tijd later werd er ook een derde groep opgericht, want de belangstelling voor de katholieke verkennersvereniging was stijgende en er waren in 1929 nog voor de bisschoppelijke goedkeuring meerdere katholieke troepen opgericht in het land. In Rotterdam drie, Amsterdam twee, Den Haag vijf, Utrecht vier en verder in Schiedam, Haarlem, Tilburg, Breda, Roermond en Den Helder. Zodra de bisschoppelijke goedkeuring in 1930 een feit was geworden werden overal in het land afdelingen van de [[Katholieke Verkenners]] opgericht.<ref>Heldersche Courant - 2 maart 1929 - pagina 10</ref><ref>Heldersche Courant - 5 maart 1929 - pagina 7</ref>


Op [[Sint Jorisdag]] werd de voortrekker Joop Triest geïnstalleerd als assistent-groepsleider van de uit vijf leden bestaande voortrekkersstam. De verkennerstroep telde een viertal patrouilles, n.l. de Zeemeeuwen, Zwaluwen, Kieviten en Vossen.<ref name="automatisch aangemaakt2" />
Op [[Sint Jorisdag]] werd de voortrekker Joop Triest geïnstalleerd als assistent-groepsleider van de uit vijf leden bestaande voortrekkersstam. De verkennerstroep telde een viertal patrouilles, n.l. de Zeemeeuwen, Zwaluwen, Kieviten en Vossen.<ref>Reunie 1981: blaadje 70 jaar in vogelvlucht</ref>


Op 20 mei, 2e Pinksterdag voltrok zich een gebeurtenis die de groep nog lang zou heugen. In de duinen tussen paal 3 en 4 woedde omstreeks 5 uur een ernstige brand tegenover de boerderij De Kleine Keet bewoond door de heer D. de Graaf sr. Het was een vlammenzee over een lengte en breedte van ongeveer 150 meter en het vuur danste tegen de tamelijk sterke wind en verwoeste steeds meer duinbeplanting. Er was veel belangstelling die het schouwspel gadesloegen, maar er waren ook actievere mensen, waaronder vier padvinders en die hadden zich gewapend met stokken en de brand begonnen te blussen. De padvinders hadden hun dassen voor neus en mond gebonden bij wijze van rookmasker. Ze sloegen de vlammen uit en hadden daarbij succes zodat de brand zich niet kon uitbreiden. Later kwam ook de politie en nam direct een actief aandeel bij de blussing. Om half zes was het gevaar geweken en was 3000 a 3500 vierkante meter van het duin verbrand. Als beloning voor deze goede padvindersdaad mochten van Rijkswaterstaat de Helderse padvinders elk jaar met Pinksteren in de duinen bij paal 5 kamperen.<ref>Schager Courant - 21 mei 1929 - pagina 6-7</ref>
Op 20 mei, 2e Pinksterdag voltrok zich een gebeurtenis die de groep nog lang zou heugen. In de duinen tussen paal 3 en 4 woedde omstreeks 5 uur een ernstige brand tegenover de boerderij De Kleine Keet bewoond door de heer D. de Graaf sr. Het was een vlammenzee over een lengte en breedte van ongeveer 150 meter en het vuur danste tegen de tamelijk sterke wind en verwoeste steeds meer duinbeplanting. Er was veel belangstelling die het schouwspel gadesloegen, maar er waren ook actievere mensen, waaronder vier padvinders en die hadden zich gewapend met stokken en de brand begonnen te blussen. De padvinders hadden hun dassen voor neus en mond gebonden bij wijze van rookmasker. Ze sloegen de vlammen uit en hadden daarbij succes zodat de brand zich niet kon uitbreiden. Later kwam ook de politie en nam direct een actief aandeel bij de blussing. Om half zes was het gevaar geweken en was 3000 a 3500 vierkante meter van het duin verbrand. Als beloning voor deze goede padvindersdaad mochten van Rijkswaterstaat de Helderse padvinders elk jaar met Pinksteren in de duinen bij paal 5 kamperen.<ref>Schager Courant - 21 mei 1929 - pagina 6-7</ref>
Regel 178: Regel 176:
Op 6 juli kreeg de 1ste Helderse Padvindersgroep zijn naam. Er werd tijdens de bestuursvergadering officieel toestemming verkregen van het [[Nationaal Hoofdkwartier]] (NHK) om de naam De Jutters te mogen voeren. Aanwezigen waren voorzitter J.J. Rambonnet, ondervoorzitter en wnd. secretaris A. Diemont, penningmeester J. Moret, Dr. Th.F. Egidius en Ph.D. Baron van Pallandt van Eerde. Sindsdien werd de naam op het uniform op de rechterborst boven de borstzak gedragen. De troep bestond uit een horde van 11 leden, een troep van 26 leden en een stam van 10 leden. De heer J. Metzelaar was voorzitter van het [[groepscomité]] en redacteur van het groepsblad, waaraan nu ook [[Het Nederlandsche Meisjesgilde]] en de CJMV-padvinders meehielpen. Het groepshuis was gevestigd in de Dijkstraat 37.<ref>Weest paraat jaargang 16 1932 nummer 7</ref>
Op 6 juli kreeg de 1ste Helderse Padvindersgroep zijn naam. Er werd tijdens de bestuursvergadering officieel toestemming verkregen van het [[Nationaal Hoofdkwartier]] (NHK) om de naam De Jutters te mogen voeren. Aanwezigen waren voorzitter J.J. Rambonnet, ondervoorzitter en wnd. secretaris A. Diemont, penningmeester J. Moret, Dr. Th.F. Egidius en Ph.D. Baron van Pallandt van Eerde. Sindsdien werd de naam op het uniform op de rechterborst boven de borstzak gedragen. De troep bestond uit een horde van 11 leden, een troep van 26 leden en een stam van 10 leden. De heer J. Metzelaar was voorzitter van het [[groepscomité]] en redacteur van het groepsblad, waaraan nu ook [[Het Nederlandsche Meisjesgilde]] en de CJMV-padvinders meehielpen. Het groepshuis was gevestigd in de Dijkstraat 37.<ref>Weest paraat jaargang 16 1932 nummer 7</ref>


Van de plaatselijke [[pioniersters]] van het Nederlandse Meisjesgilde kreeg de groep een nieuwe groepsvlag uit dankbaarheid voor het beschikbaar stellen van het groepshuis voor een periode toen zij zonder onderdak waren.<ref name="automatisch aangemaakt2" />  
Van de plaatselijke [[pioniersters]] van het Nederlandse Meisjesgilde kreeg de groep een nieuwe groepsvlag uit dankbaarheid voor het beschikbaar stellen van het groepshuis voor een periode toen zij zonder onderdak waren.<ref>Reunie 1981: blaadje 70 jaar in vogelvlucht</ref>  


Een nieuwe stam, de Helderse Squatter van groep 1 werd opgericht en er werd een oproep gedaan aan alle oud-padvinders en hen, die voor het padvindersleven voelen en de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt. De stam kwam eens per week samen, gaven elkaar hulp in alle mogelijke dingen en zaken en ook anderen die niet tot de stam behoren te helpen waar en wanneer het nodig was. Het doel was dus het dienen van anderen in praktijk te brengen. Er werden ook diverse vaardigheden beoefend, zoals E.H.B.O, seinen, splitsen, knopen en koken van eigen maaltijden bij het maken van gezamenlijke zwerftochten. Gezamenlijk werden besprekingen over verschillende onderwerpen gehouden.<ref>Heldersche Courant - 26 april 1932 - pagina 7</ref>
Een nieuwe stam, de Helderse Squatter van groep 1 werd opgericht en er werd een oproep gedaan aan alle oud-padvinders en hen, die voor het padvindersleven voelen en de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt. De stam kwam eens per week samen, gaven elkaar hulp in alle mogelijke dingen en zaken en ook anderen die niet tot de stam behoren te helpen waar en wanneer het nodig was. Het doel was dus het dienen van anderen in praktijk te brengen. Er werden ook diverse vaardigheden beoefend, zoals E.H.B.O, seinen, splitsen, knopen en koken van eigen maaltijden bij het maken van gezamenlijke zwerftochten. Gezamenlijk werden besprekingen over verschillende onderwerpen gehouden.<ref>Heldersche Courant - 26 april 1932 - pagina 7</ref>
Regel 191: Regel 189:
De heer Metzelaar werd troepleider van Groep 1 De Jutters.  
De heer Metzelaar werd troepleider van Groep 1 De Jutters.  
[[File:1933 Den Helder Musis Sacrum.jpg|thumb|1933 Musis Sacrum Den Helder]]
[[File:1933 Den Helder Musis Sacrum.jpg|thumb|1933 Musis Sacrum Den Helder]]
In de Koningstraat in het Musis Sacrum werd onder leiding van de heer Metzelaar een zang- en cabaretavond gehouden met daarbij een verloting voor het kledingfonds en voor uitbreiding van het materiaal en de huur. De gezamenlijke Jutters zongen padvinderslieden en het cabaret begon met het stuk Oude Hollandse dame in de grote stad, gevolgd door de vijf Kentucky Singers en de Voetbalclub van Knuppelveen. Het hoogtepunt van de avond was het dramastuk De padvinders van Nergenshuizen, dat door de verkenners en welpen werd opgevoerd. Het behandelde de lotgevallen van vijf Hollandse jongens, die als blinde passagiers mee waren gegaan, op een eiland waren terechtgekomen en in de handen van Indianen waren gekomen. Gelukkig is er onder deze Indianen een vuurgod, die de jongens helpt, want hij is zelf een Amsterdamse jongen, die verdwaald raakte. Na de pauze werd een stuk opgevoerd dat indertijd vervaardigd was door de toenmalige hopman Slingervoet Ramondt, die op de avond ook aanwezig was bij de vertolking. Het stuk behandelde een scene uit het leven van een padvinder die gevangen wordt door twijfel en verlangen, dat symbolisch voorgesteld werd door de figuur van Mephisto, die zijn verlokkende aanbiedingen in de oren van de jongen blies. Het koste de jongen tijd, maar tenslotte waren de eden en beloften sterker dan deze inblazingen, zodat Mephisto het moest afleggen en de goede voornemens het wonnen.<ref>Heldersche Courant - 17 juni 1933 - pagina 9-10</ref><ref name="automatisch aangemaakt3">De verkenner jaargang 19 1933 nummer 7</ref>
In de Koningstraat in het Musis Sacrum werd onder leiding van de heer Metzelaar een zang- en cabaretavond gehouden met daarbij een verloting voor het kledingfonds en voor uitbreiding van het materiaal en de huur. De gezamenlijke Jutters zongen padvinderslieden en het cabaret begon met het stuk Oude Hollandse dame in de grote stad, gevolgd door de vijf Kentucky Singers en de Voetbalclub van Knuppelveen. Het hoogtepunt van de avond was het dramastuk De padvinders van Nergenshuizen, dat door de verkenners en welpen werd opgevoerd. Het behandelde de lotgevallen van vijf Hollandse jongens, die als blinde passagiers mee waren gegaan, op een eiland waren terechtgekomen en in de handen van Indianen waren gekomen. Gelukkig is er onder deze Indianen een vuurgod, die de jongens helpt, want hij is zelf een Amsterdamse jongen, die verdwaald raakte. Na de pauze werd een stuk opgevoerd dat indertijd vervaardigd was door de toenmalige hopman Slingervoet Ramondt, die op de avond ook aanwezig was bij de vertolking. Het stuk behandelde een scene uit het leven van een padvinder die gevangen wordt door twijfel en verlangen, dat symbolisch voorgesteld werd door de figuur van Mephisto, die zijn verlokkende aanbiedingen in de oren van de jongen blies. Het koste de jongen tijd, maar tenslotte waren de eden en beloften sterker dan deze inblazingen, zodat Mephisto het moest afleggen en de goede voornemens het wonnen.<ref>Heldersche Courant - 17 juni 1933 - pagina 9-10</ref><ref>De verkenner jaargang 19 1933 nummer 7</ref>


Zaterdag 23 september was een belangrijke dag voor de groep. Ten eerste werd de groep bezocht door A[[DC]] de heer V.d. Berg uit Alkmaar. Er werden twee welpen geïnstalleerd en liepen een gids en helper over naar de verkenners. Twee helpers en een gids werden geïnstalleerd en kregen hun bandjes. K. Spits, de patrouilleleider van de Reigers kreeg zijn 1e klas teken en twee insignes n.l. lichamelijk geoefendheid en zwemmer. De patrouilleleider van de Kieviten was S.W. Schellinger. Senior-patrouilleleider, de heer Metzelaar, werd officieus tot assistent-verkennersleider aangesteld en wegens voorlopig gebrek aan een akela ook officieus tot waarnemend welpenleider. Ook werden er bosjes jaarsterren en insignes uitgereikt. Er waren drie vaandrigs bij de groep n.l. Coltof, Korndörffer en Snijder. Een tweede stam werd opgericht door groep 2 met stamleider J.J. Vlietstra, Ruyghweg 170 onder de naam De Westfriezenstam<ref name="automatisch aangemaakt3" />  
Zaterdag 23 september was een belangrijke dag voor de groep. Ten eerste werd de groep bezocht door A[[DC]] de heer V.d. Berg uit Alkmaar. Er werden twee welpen geïnstalleerd en liepen een gids en helper over naar de verkenners. Twee helpers en een gids werden geïnstalleerd en kregen hun bandjes. K. Spits, de patrouilleleider van de Reigers kreeg zijn 1e klas teken en twee insignes n.l. lichamelijk geoefendheid en zwemmer. De patrouilleleider van de Kieviten was S.W. Schellinger. Senior-patrouilleleider, de heer Metzelaar, werd officieus tot assistent-verkennersleider aangesteld en wegens voorlopig gebrek aan een akela ook officieus tot waarnemend welpenleider. Ook werden er bosjes jaarsterren en insignes uitgereikt. Er waren drie vaandrigs bij de groep n.l. Coltof, Korndörffer en Snijder. Een tweede stam werd opgericht door groep 2 met stamleider J.J. Vlietstra, Ruyghweg 170 onder de naam De Westfriezenstam<ref>De verkenner jaargang 19 1933 nummer 7</ref>  


Bij de stam De Squatters waren twee ploegen met in beide een ploegleider en assistent-ploegleider en verder was er een stamleider (baas) en een voortrekkersleider (oubaas). Ger Bakker is stamleider, Rein Gomes is voortrekkersleider, A. Grendel en W. v.d. Braak de ploegleiders en G. Dietrich en J. Vossenberg de assistent-ploegleiders. Ze hielden elke vrijdag stambijeenkomst van 8 tot 10 uur in het troephuis aan de Dijkstraat, waar ze een stamkamer hadden. Ze hadden een omlijnd programma, waar, een enkele uitzondering daargelaten, niet van werd afgeweken.
Bij de stam De Squatters waren twee ploegen met in beide een ploegleider en assistent-ploegleider en verder was er een stamleider (baas) en een voortrekkersleider (oubaas). Ger Bakker is stamleider, Rein Gomes is voortrekkersleider, A. Grendel en W. v.d. Braak de ploegleiders en G. Dietrich en J. Vossenberg de assistent-ploegleiders. Ze hielden elke vrijdag stambijeenkomst van 8 tot 10 uur in het troephuis aan de Dijkstraat, waar ze een stamkamer hadden. Ze hadden een omlijnd programma, waar, een enkele uitzondering daargelaten, niet van werd afgeweken.
Regel 276: Regel 274:


;1945
;1945
[[Image:1945 Welpen Groep 1 De Jutters Den Helder.jpg|left|thumb|Eerste naoorlogse welpenhorde De Jutters Den Helder 1945]]
[[Image:1945 Welpen Groep 1 De Jutters Den Helder.jpg|left|thumb|Eerste naoorlogse welpengroep De Jutters Den Helder 1945]]
Tijdens de bevrijding verscheen op 8 mei een drietal Engelse pantserwagens voor het raadhuis. De commandant, captain George Eyles, maakte zijn opwachting bij waarnemend burgemeester J. Wessel. De heer Wessel zou per 19 mei worden opgevolgd door de heer [[Jan Volkmaars|E.J.H. Volkmaars]], inspecteur der invoerrechten en accijnzen aan de Buitenhaven, die eerst [[districtscommissaris]] bij de [[NPV]] zou worden en later [[hoofdcommissaris]] van de NPV. Op 1 juni aanvaarde burgemeester G. Ritmeester, terug uit gevangenschap in het Duitse concentratiekamp Buchenwald, zijn ambt weer. Een aantal padvinders werkten een drietal weken als vrijwillergershulpkok voor de semi-burgers van de Binnenlandse Strijdkrachten, de BS, afkomstig uit Wieringenmeer; die waren tijdelijk in de BLO-school aan de Hector Treubstraat gelegerd. Jan Slort ontmoette [[hopman]] Moesterd, de leider van de rooms-katholieke zeeverkenners en langzamerhand keerden van buiten oud-padvinders weer terug in Den Helder. Sommige waren tewerkgesteld geweest in Duitsland, anderen kwamen terug uit hum evacuatieoord, zoals Anna Paulowna en Koedijk. Velen ervan werden weer actief als leider bij de padvinderij en in augustus was het eerste gezamenlijke zomerkamp van de oud-padvinders en oud-padvindsters in de Nollen bij Donkere Duinen (één kilometer ten zuiden van Majuba). De eerste welpenhorde hield kort na de bevrijding een van de eerste bijeenkomsten op de sportvelden aan de Sportlaan. De nieuwe welpen droegen een witte das die later, na hun installatie, vervangen zou worden in de kleuren van de Juttersgroep, rood en grijs. Hopman Metzelaar, die ook wel Hopman Blote Knie werd genoemd, omdat hij 's winters gekleed in korte broek op de schaats verscheen, was ook weer van de partij<ref>Karl F. Walboom: Levend Verleden juni 2006 pagina 91-92</ref>.
Tijdens de bevrijding verscheen op 8 mei een drietal Engelse pantserwagens voor het raadhuis. De commandant, captain George Eyles, maakte zijn opwachting bij waarnemend burgemeester J. Wessel. De heer Wessel zou per 19 mei worden opgevolgd door de heer [[Jan Volkmaars|E.J.H. Volkmaars]], inspecteur der invoerrechten en accijnzen aan de Buitenhaven, die eerst [[districtscommissaris]] bij de [[NPV]] zou worden en later [[hoofdcommissaris]] van de NPV. Op 1 juni aanvaarde burgemeester G. Ritmeester, terug uit gevangenschap in het Duitse concentratiekamp Buchenwald, zijn ambt weer. Een aantal padvinders werkten een drietal weken als vrijwillergershulpkok voor de semi-burgers van de Binnenlandse Strijdkrachten, de BS, afkomstig uit Wieringenmeer; die waren tijdelijk in de BLO-school aan de Hector Treubstraat gelegerd. Jan Slort ontmoette [[hopman]] Moesterd, de leider van de rooms-katholieke zeeverkenners en langzamerhand keerden van buiten oud-padvinders weer terug in Den Helder. Sommige waren tewerkgesteld geweest in Duitsland, anderen kwamen terug uit hum evacuatieoord, zoals Anna Paulowna en Koedijk. Velen ervan werden weer actief als leider bij de padvinderij en in augustus was het eerste gezamenlijke zomerkamp van de oud-padvinders en oud-padvindsters in de Nollen bij Donkere Duinen (één kilometer ten zuiden van Majuba). De eerste welpenhorde hield kort na de bevrijding een van de eerste bijeenkomsten op de sportvelden aan de Sportlaan. De nieuwe welpen droegen een witte das die later, na hun installatie, vervangen zou worden in de kleuren van de Juttersgroep, rood en grijs. Hopman Metzelaar, die ook wel Hopman Blote Knie werd genoemd, omdat hij 's winters gekleed in korte broek op de schaats verscheen, was ook weer van de partij<ref>Karl F. Walboom: Levend Verleden juni 2006 pagina 91-92</ref>.
   
   
Regel 342: Regel 340:


;1951
;1951
De jaarlijkse wedstrijden van het district Den Helder van De Nederlandse Padvinders werden wederom gehouden op het kampterrein De Lepelaar bij Sint Maartenzee. De padvinders kregen diverse opdrachten te verwerken, zoals kaart- en kompaslezen, E.H.B.O., natuurstudie en dergelijke Op een gegeven ogenblik werd de gehele keukenuitrusting "radioactief" verklaard, zodat het middagmaal op uiterst primitieve wijze moest worden bereid. De uitslag was: 1. De Jutters-Willemsoord uit Den Helder, 2. [[Brandenburggroep]] uit Schagen, 3. [[Prinses Wilhelminagroep]] uit Den Helder, 4. [[Frits Diepengroep]] uit Den Helder, 5. De Jutters 1 uit Den Helder, 6. De [[dr. A. Willegroep]] van het Leger des Heils uit Den Helder, 7. [[Slingervoet Ramondtgroep]] uit Den Helder, 8. [[Feenstragroep]] uit Schagen<ref>Alkmaarsche Courant 30 april 1951 - pagina 2</ref>.
De jaarlijkse wedstrijden van het district Den Helder van De Nederlandse Padvinders werden wederom gehouden op het kampterrein De Lepelaar bij Sint Maartenzee. De padvinders kregen diverse opdrachten te verwerken, zoals kaart- en kompaslezen, E.H.B.O., natuurstudie e.d. Op een gegeven ogenblik werd de gehele keukenuitrusting "radioactief" verklaard, zodat het middagmaal op uiterst primitieve wijze moest worden bereid. De uitslag was: 1. De Jutters-Willemsoord uit Den Helder, 2. [[Brandenburggroep]] uit Schagen, 3. [[Prinses Wilhelminagroep]] uit Den Helder, 4. [[Frits Diepengroep]] uit Den Helder, 5. De Jutters 1 uit Den Helder, 6. De [[dr. A. Willegroep]] van het Leger des Heils uit Den Helder, 7. [[Slingervoet Ramondtgroep]] uit Den Helder, 8. [[Feenstragroep]] uit Schagen<ref>Alkmaarsche Courant 30 april 1951 - pagina 2</ref>.


Op 26 augustus organiseerde de Zwerfsport- en Ontspanningsvereniging een zwemtocht van Den Helder naar Texel, waarvoor zestien W.S.O.V-leden zich hadden ingeschreven. De deelnemers startten bij het clubgebouw van de zwemvereniging Het Marsdiep aan de dijk. Een motorbarkas en enkele roeisloepen, waaronder die van hopman Metzelaar met zijn padvinders, zorgden voor de communicatie en het terugbrengen van de deelnemers. Voor vijf van de deelnemers bleek de tocht te zwaar en zij moesten vroegtijdig het water verlaten. Na 1 uur en 5 minuten stond de eerste deelnemer aan de overkant<ref>Heldersche Courant 27 augustus 1951 - pagina 2</ref>.
Op 26 augustus organiseerde de Zwerfsport- en Ontspanningsvereniging een zwemtocht van Den Helder naar Texel, waarvoor zestien W.S.O.V-leden zich hadden ingeschreven. De deelnemers startten bij het clubgebouw van de zwemvereniging Het Marsdiep aan de dijk. Een motorbarkas en enkele roeisloepen, waaronder die van hopman Metzelaar met zijn padvinders, zorgden voor de communicatie en het terugbrengen van de deelnemers. Voor vijf van de deelnemers bleek de tocht te zwaar en zij moesten vroegtijdig het water verlaten. Na 1 uur en 5 minuten stond de eerste deelnemer aan de overkant<ref>Heldersche Courant 27 augustus 1951 - pagina 2</ref>.
Regel 406: Regel 404:


{{Bron}}
{{Bron}}
[[Categorie: Opgeheven groep]]
Nuvola apps important.svg
Let op

Alle bijdragen aan Scoutpedia.nl worden geacht tenminste te zijn vrijgegeven voor gebruik bij (niet-commerciele) scoutingdoeleinden (zie Scoutpedia.nl:Auteursrechten voor details). Als je niet wilt dat je tekst door andere scouts naar believen bewerkt en verspreid kan worden, kies dan niet voor 'Pagina Opslaan'. Hierbij beloof je ons tevens dat je deze tekst zelf hebt geschreven, of overgenomen uit een bron die toestaat dat het materiaal wordt verspreid onder de op Scoutpedia.nl geldende licentie.

GEBRUIK ALLEEN MATERIAAL, WAARVOOR JE TOESTEMMING HEBT!

Om de wiki te beschermen tegen geautomatiseerde bewerkingsspam vragen wij u vriendelijk de volgende hCaptcha op te lossen:

Annuleren Hulp bij bewerken (opent in nieuw scherm)

  [] · [[]] · [[|]] · {{}} · · “” ‘’ «» ‹› „“ ‚‘ · ~ | ° &nbsp; · ± × ÷ ² ³ ½ · §
     [[Category:]] · [[:File:]] · [[Special:MyLanguage/]] · <code></code> · <syntaxhighlight></syntaxhighlight> · <includeonly></includeonly> · <noinclude></noinclude> · #REDIRECT[[]] · <translate></translate> · <languages/> · {{#translation:}} · {{DEFAULTSORT:}} · <s></s>

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.