Grootzeil: verschil tussen versies

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Geen bewerkingssamenvatting
k (Robot: automatisch tekst vervangen (-==\n{2,} +==\n))
 
(18 tussenliggende versies door 4 gebruikers niet weergegeven)
Regel 1: Regel 1:
Het '''grootzeil''' is één van de twee zeilen die gevoerd wordt op een [[lelievlet]] (of [[lelieschouw]]), zeilboten waar Nederlandse [[waterscouts]] mee varen. Het andere -voorste- zeil is de [[fok]]. De naam grootzeil wordt standaard gebruikt voor het grootste zeil dat bevestigd is aan de mast.  
Het '''grootzeil''' is één van de twee zeilen die gevoerd wordt op een [[lelievlet]] (en [[lelieschouw]]), zeilboten waar Nederlandse [[waterscouts]] mee [[zeilen]].<br />
Het grootzeil is het zeil dat achter de mast gehesen wordt. Het andere, voorste en kleinere zeil is de [[fok]].  


Het grootzeil,  
= Grootzeil van de Lelievlet =
== Vorm ==
De gebruikte vorm van tuigage heet gaffelgetuigd.<br />
Het zeil oppervlak van het grootzeil van de [[lelievlet]] is 8,15 m<sup>2</sup><br />
Maximale totale afwijking van het oppervlak 5% (dit is inclusief de fok)


De gebrukte vorm van tuigage is gaffelgetuigd.  
== Benamingen ==
Bij gaffelgetuigd, zoals bij de [[lelievlet]] wordt het zeil in vorm gehouden door twee rondhouten, onder met de [[Lelievlet|giek]] en boven met de [[Lelievlet|gaffel]].
 
Het vlak van het zeil heet het doek. Het zeil is opgebouwd uit horizontale banen. De verstevigde gaten in een zeil heten zeilogen, hier is het doek meerdere lagen dik. De verstevigde randen heten de lijken.
De mast onder hoek is de halshoek (3), de mast zijde is het voorlijk, de hoek voor net onder de gaffel is de klauwhoek (2), de bovenzijde is het bovenlijk, de hoek aan het eind van de gaffel is de nokhoek (1), de vrij hangende achterzijde is het achterlijk, de hoek achter onderaan is de schoothoek (4).
In het achterlijk van het grootzeil bevinden zich op evenredige afstanden drie zakjes met zeillatten (5). Deze zorgen ervoor dat het zeil zijn vorm behoud en geen vouwen trekt tussen nokhoek en schoothoek.
 
[[Bestand:Grootzeil benamingen.jpg]]
 
== Marlen ==
Bij een vlet zijn gaffel en giek gemarld. Dit gebeurt in de regel middels een [[marlsteek]]. De marllijnen zijn middels een [[takeling]] aan de mast zijde door een zeiloog vastgezet. Op de giek gaat de marllijn eerst (enkele malen) door het oog Daarna zet men met een los lijntje de schoothoek strak aan het oog bovenop de giek. Nu kan men gaan marlen naar de schoothoek. Ook hier gaat na het laatste oog gemarld te hebben de marllijn door het zeiloog naar het oog bovenop de giek (meerdere keren). Vastzetten met [[ankersteek]] en spanlijntje wegnemen.
We marlen het zeil aan de onderzijde van de gaffel, de klauw steekt omhoog en de spruit blijft vrij. De marllijn vastzetten aan de gaffel straktrekken naar de tophoek, marlen tot de tophoek en daar met mastworp vast zetten.
 
== Rijgen ==
Bij het hijsen wordt het voorlijk met een rijglijn vastgezet aan de mast.
 
== Bewaren ==
Tijdens winterberging losjes opvouwen op de banen, kranten (keukenrol, wc papier) ertussen. Deze helpen droog te blijven, voorkomen scherpe vouwen en zijn smakelijker dan het zeil voor ongedierte. Eventueel losjes oprollen in de lengte. Leg de rol met gemerkte schoothoek of halshoek boven. Eventueel paktouwtje eromheen maar niet platvouwen. Droog niet te warm bewaren.
Tussen de opkomsten door kan het grootzeil met zeiltouwtjes of de rijglijn samen gebonden worden. Een rek met steunen of lussen ter hoogte van de halshoek en schoothoek is geschikt.
Aan de mast eventueel met zeilhuik voor hoogstens enkele dagen.
== Hijsen ==
Leg de het grootzeil op de doften en steek voorzichtig de lummel in het beslag aan de mast, steek het borgpennetje door het beslag en de lummel. Ondersteun het vrije eind van het grootzeil met schaar of mik.
 
De klauwval wordt bevestigd aan het staaldraadje dat door de klauw van de gaffel loopt. De piekeval wordt bevestigd aan de spruit, dit is een staaldraad die over bijna de volle lengte van de gaffel loopt. De grootschootring wordt over de giek geschoven en vastgezet met het pettelijntje. Het andere blok van de grootschoot bevestigen aan de ring in het midden van de kuip.
 
Til de piek op zodat de bovenste baan van het zeil vrij komt, nu de vallen samen nemen en het zeil hijsen.
 
Bij hogere windkracht zal men een rif in het zeil leggen om het zeil oppervlak te verkleinen.
Bij het geven van zeil instructie kunnen telltales de luchtstroom rond de zeilen aantonen.
 
[[Zeilen#Zeiltheorie|Zeiltheorie]]


Bij gaffelgetuigd, zoals bij de lelievlet en lelieschouw, zit het grootzeil met het onderlijk vast aan de ([[giek]] en met het bovenlijk aan de [[gaffel]]). Dit gebeurt in de regel middels een [[marlsteek]]. Bij het hijsen wordt het voorlijk met een rijglijn vastgezet aan de mast.


Zeillatjes, rif telltails




Het grootzeil wordt bediend met de [[grootschoot]] door de roerganger.
Het grootzeil wordt bediend met de [[grootschoot]] door de roerganger.
= Grootzeil van de Lelieschouw =
== Vorm ==
Tjottertuig
Het zeil oppervlak van het grootzeil van de lelieschouw is .... m<sup>2</sup><br />
== Benamingen ==
Bij een schouw is alleen de gaffel gemarld.


{{Bron|bronvermelding=
{{Bron|bronvermelding=
* http://nl.wikipedia.org/wiki/Grootzeil
* https://nl.wikipedia.org/wiki/Grootzeil
}}
}}


Regel 20: Regel 63:


[[Categorie:Scouting op het water]]
[[Categorie:Scouting op het water]]
[[fi:Isopurje]]

Huidige versie van 11 okt 2022 om 12:00

Het grootzeil is één van de twee zeilen die gevoerd wordt op een lelievlet (en lelieschouw), zeilboten waar Nederlandse waterscouts mee zeilen.
Het grootzeil is het zeil dat achter de mast gehesen wordt. Het andere, voorste en kleinere zeil is de fok.

Grootzeil van de Lelievlet[bewerken | brontekst bewerken]

Vorm[bewerken | brontekst bewerken]

De gebruikte vorm van tuigage heet gaffelgetuigd.
Het zeil oppervlak van het grootzeil van de lelievlet is 8,15 m2
Maximale totale afwijking van het oppervlak 5% (dit is inclusief de fok)

Benamingen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij gaffelgetuigd, zoals bij de lelievlet wordt het zeil in vorm gehouden door twee rondhouten, onder met de giek en boven met de gaffel.

Het vlak van het zeil heet het doek. Het zeil is opgebouwd uit horizontale banen. De verstevigde gaten in een zeil heten zeilogen, hier is het doek meerdere lagen dik. De verstevigde randen heten de lijken. De mast onder hoek is de halshoek (3), de mast zijde is het voorlijk, de hoek voor net onder de gaffel is de klauwhoek (2), de bovenzijde is het bovenlijk, de hoek aan het eind van de gaffel is de nokhoek (1), de vrij hangende achterzijde is het achterlijk, de hoek achter onderaan is de schoothoek (4). In het achterlijk van het grootzeil bevinden zich op evenredige afstanden drie zakjes met zeillatten (5). Deze zorgen ervoor dat het zeil zijn vorm behoud en geen vouwen trekt tussen nokhoek en schoothoek.

Grootzeil benamingen.jpg

Marlen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij een vlet zijn gaffel en giek gemarld. Dit gebeurt in de regel middels een marlsteek. De marllijnen zijn middels een takeling aan de mast zijde door een zeiloog vastgezet. Op de giek gaat de marllijn eerst (enkele malen) door het oog Daarna zet men met een los lijntje de schoothoek strak aan het oog bovenop de giek. Nu kan men gaan marlen naar de schoothoek. Ook hier gaat na het laatste oog gemarld te hebben de marllijn door het zeiloog naar het oog bovenop de giek (meerdere keren). Vastzetten met ankersteek en spanlijntje wegnemen. We marlen het zeil aan de onderzijde van de gaffel, de klauw steekt omhoog en de spruit blijft vrij. De marllijn vastzetten aan de gaffel straktrekken naar de tophoek, marlen tot de tophoek en daar met mastworp vast zetten.

Rijgen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij het hijsen wordt het voorlijk met een rijglijn vastgezet aan de mast.

Bewaren[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens winterberging losjes opvouwen op de banen, kranten (keukenrol, wc papier) ertussen. Deze helpen droog te blijven, voorkomen scherpe vouwen en zijn smakelijker dan het zeil voor ongedierte. Eventueel losjes oprollen in de lengte. Leg de rol met gemerkte schoothoek of halshoek boven. Eventueel paktouwtje eromheen maar niet platvouwen. Droog niet te warm bewaren. Tussen de opkomsten door kan het grootzeil met zeiltouwtjes of de rijglijn samen gebonden worden. Een rek met steunen of lussen ter hoogte van de halshoek en schoothoek is geschikt. Aan de mast eventueel met zeilhuik voor hoogstens enkele dagen.

Hijsen[bewerken | brontekst bewerken]

Leg de het grootzeil op de doften en steek voorzichtig de lummel in het beslag aan de mast, steek het borgpennetje door het beslag en de lummel. Ondersteun het vrije eind van het grootzeil met schaar of mik.

De klauwval wordt bevestigd aan het staaldraadje dat door de klauw van de gaffel loopt. De piekeval wordt bevestigd aan de spruit, dit is een staaldraad die over bijna de volle lengte van de gaffel loopt. De grootschootring wordt over de giek geschoven en vastgezet met het pettelijntje. Het andere blok van de grootschoot bevestigen aan de ring in het midden van de kuip.

Til de piek op zodat de bovenste baan van het zeil vrij komt, nu de vallen samen nemen en het zeil hijsen.

Bij hogere windkracht zal men een rif in het zeil leggen om het zeil oppervlak te verkleinen.

Bij het geven van zeil instructie kunnen telltales de luchtstroom rond de zeilen aantonen.

Zeiltheorie



Het grootzeil wordt bediend met de grootschoot door de roerganger.

Grootzeil van de Lelieschouw[bewerken | brontekst bewerken]

Vorm[bewerken | brontekst bewerken]

Tjottertuig Het zeil oppervlak van het grootzeil van de lelieschouw is .... m2

Benamingen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij een schouw is alleen de gaffel gemarld.

Category edit nl.svg Dit artikel is een beginnetje. U wordt uitgenodigd op Bewerk te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen.
Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.