Patrouillesysteem

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De scoutingprincipes van Robert Baden-Powell:

ScoutingprincipesScoutingmethode Patrouillesysteem

Het patrouillesysteem (werken in ploegen) is een deel van de scoutingmethode. De leden worden hierbij verdeeld in kleine vaste groepjes met een leider uit hun eigen midden. Afhankelijk van de (spel)tak worden deze groepjes patrouilles, nesten, rondes, bakken of nog weer wat anders genoemd. De verzamelnaam voor zulke groepjes is de subgroep. Voor scouts tussen de 11 en de 14 is deze groep zo belangrijk, dat de verkenners zich vooral lid moeten voelen van de patrouille, daarna pas van de groep. Bij de jongere leeftijdsgroepen zijn de subgroepen minder belangrijk.

Het patrouillesysteem zorgt voor:

  • De verkenner
    • leert in een groep samenwerken en daarvoor iets van zijn eigen belang inleveren.
    • kan zijn individuele karakter in een kleine groep naar boven brengen omdat deze niet gelijk zoals vaak in grote groep onderdrukt wordt.
    • voelt zich meer thuis en belangrijk in een kleine groep.
    • leert van zijn oudere groepsleden en geeft instructie aan de jongeren
    • leert samen beslissingen te nemen.
  • De patrouilleleider
    • leert leidinggeven en daarmee verantwoordelijkheid nemen voor anderen.
    • leert zijn groepsleden enthousiast te maken en een goede sfeer te creëren en ook daarvoor weer iets van zijn eigen belang inleveren

Dat de verkenners zich vooral lid voelen van de patrouille wordt onder ander bevorderd door dat patrouilles eigen kleuren, patrouillelogo`s, rituelen, kreten, vlaggen, kas en vaak een eigen plek in het scoutslokaal hebben. In het geval van zeeverkenners hebben ze een eigen boot.

Bij nog oudere (spel)takken wordt minder met vaste subgroepen gewerkt. Enerzijds is de hele (spel)tak te beschouwen als een subgroep met haar eigen patrouillewerking, anderzijds wordt er gewerkt met tijdelijke projectgroepen.

Achtergrond[bewerken]

Baden-Powell, de oprichter van Scouting, had de verkenners oorspronkelijk verdeeld in kleine groepjes omdat dit de natuurlijke manier is waarop jongens met elkaar omgaan (vriendenclub, benden). De patrouille was van oudsher ook vrijwel zelfstandig en de groep was een losse verzameling van patrouilles. Zo moesten ze op kamp hun eigen terrein hebben in de hoeken van het kampterrrein. Bij Scouting in Nederland is dit scoutingfundament sterk verminderd doordat het principe vergeten is, door grotere en sterkere leiding en door de verlaging van de verkennersleeftijd vanaf de jaren zestig.