Nederlandsche Bond van Jonge Verkenners (Boy-Scouts)

Scoutpedia.nl, dé Scouting wiki
Ga naar:navigatie, zoeken
Nederlandsche Bond van Jonge Verkenners (Boy-Scouts) (BvJV)
Icon boy scout.svg Alleen jongens
Lampe a huile.jpg Openbaar
Adres
Nederland
Leden
Opgericht
7 januari 1911
Oprichter
Voorgangers
Opgeheven
10 maart 1912
Opgegaan in
Website
[http:// ]

Bond Voor Jonge Verkenners was een Scoutingorganisatie opgericht zaterdag 7 januari 1911 als een onderafdeling van de Nederlandse „Bond voor Lichamelijke Opvoeding"[1].

Bij de oprichting werd Griffin Moriarty de hoofdleider (Hoofdverkenner) van de "Nederlandsche Bond van Jonge Verkenners (Boy-Scouts)". Het eerste bestuur was als volgt samengesteld:

  • F. W. baron Van Tuyll van Serooskerken, voorzitter
  • mevrouw Bicker-van Heemstra, onder-voorzitster
  • jhr. J. W. Schorer, secretaris
  • de heer Michielse, penningmeester
  • mevrouw Verbrugge van 's-Gravendeel en Leerambacht
  • de heer De Wijs
  • dr. Venker; kapitein Oldenborg, van de genie
  • de heer Van Loghem, leraar aan de Hogere Burgerschool, Stadhouderslaan
  • luitenant Van Hoytema, van de huzaren

Het bureau van de Verkenners werd gevestigd Jacob Gillesstraat 1, hoek Frederik Hendrikplein.

Bij oprichting werden de statuten als volgt vastgesteld:

Art. 1. De bond heet «De Jonge Verkenners" en wordt opgericht met de bedoeling, de organisatie over het geheele land ter hand te nemen. Hij wordt bestuurd door een hoofdbestuur, gekozen door de hierna te noemen stemhebbende afdeelingen.
Art. 2. In gemeenten of groepen van gemeenten, waar het hoofdbestuur dit wenschelijk acht, kan dit bestuur afdeelingen oprichten of doen oprichten. Indien deze afdeelingen aan nader te noemen eischen voldoen, kunnen zij op nader te bepalen wijze tot stemhebbende afdeelingen worden verheven.
Art. 3. In de afdeelingen worden jongens- en kunnen meisjesorganisaties in het leven worden geroepen. Zij vormen als het ware de scholen, waar de buitengewone leden worden opgeleid in den zin als door den bond wenschelijk wordt geacht.
Art. 4. Als regel bestaan deze organisaties uit vendels, sterk 25 man, onder een vaandrig. Ieder vendel wordt verdeeld in 5 groepen onder een voorman. De vereenigde vendels van een afdeeling staan onder een hopman.
Art. 5. Deze laatste wordt door het hoofdbestuur benoemd en is aan dat bestuur verantwoordelijkheid voor de goede opleiding en opvoeding van zijn onderhoorige vendels.
Art. 6. De leden van den bond bestaan uit: a. buitengewone leden, b. gewone leden, c. begunstigers, d. eereleden.
Art 7. De buitengewone leden zijn personen van 12—18-jarigen leeftijd, hun jaarlijksche bijdrage bedraagt ƒ 2,50 De gewone leden zijn personen ouder dan 18 jaar. Hun jaarlijksche bijdrage bedraagt ƒ 5,—.
Art. 8. Begunstigers zijn personen of lichamen welke den bond met een bijdrage van minstens ƒ 10,— jaarlijks steunen. Eereleden worden door het hoofdbestuur benoemd.
Art. 9. Jaarlijks wordt een examen afgenomen voor verkenner 1e klasse. Om tot dit examen te worden toegelaten, moet men door het betrokken afdeelingsbestuur c. q. hoofdbestuur worden toegelaten en minstens den leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
Art. 10. De buitengewone leden ontvangen hun uitrusting en kleeding kosteloos. Hiertoe wordt gesticht een kleeding- en uitrustingfonds. Voor dit fonds storten de ouders der verkenners ƒ 5.—, terwijl verder in dit fonds gestort kunnen worden giften en schenkingen.[2]

In maart 1911 werd er een fusie gepland tussen de bond en de Nederlandsche Padvindersorganisatie onder de naam "Nederlandsche Padverkenners". Deze fusie lijkt mislukt te zijn, want na deze datum bestaat de NPO nog. In september 1911 had de afdeling ’s-Gravenhage een viertal troepen[3]:

  • Troep I Hopman J. J. Hoff, Vaandrig J. A. Caron
  • Troep II Hopman G. Opzomer, Vaandrig J. M. Rombouts
  • Troep III Hopman R. Reijs, Vaandrig J. J. ten Siethoff
  • Troep IV Hopman W. v.d. Hoeven.

In december 1911 ontstaan geschillen tussen Moriarty en het bestuur van "De Jonge Verkenners", mogelijk omdat hij te jong werd geacht voor zijn positie[4] of om andere redenen ongeschikt[5]. Op 19 januari 1912 sluiten twee troepen van de Jonge Verkenners zich aan bij de Nederlandsche Padvindersorganisatie: Troep 1 onder leiding van G. Opzomer en Moriarty leidde de "2e 's-Gravenhaagse troep"[6][4]. De overige troepen sloten zich op 10 maart 1912 aan bij de Nederlandsche Padvindersbond.


Artikel 2 van haar wet luidde:

Den Jonge Verkenner belooft trouw aan de Koningin, aan zijn meerderen, aan zijn Ouders, aan zijn Vaderland. — Hij moet door dik en door dun hunne partij trekken tegenover hun vijanden of degenen die kwaad van hen spreken.

Haar belofte luidde:

Ik zal mijn best doen Koningin en Vaderland te eeren en te dienen, mijn naasten te helpen en aan de Wet der Verkenners te gehoorzamen."


Bron

Cookies helpen ons onze services aan te bieden. Door onze services te gebruiken stemt u in met het gebruik van onze cookies.